vragen - Openbare deel
Een raadslid stelde op 27 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (16 vragen).
In het kort
16 vragen en wat het college antwoordt
- De wethouder sprak een jaar geleden nog van stevige interesse voor AEB. → Op de stevige interesse die er toen ook was.
- Nu de verkoop definitief van tafel is, zou er een reconstructie gedeeld kunnen worden met de raad betreffende de mogelijke verkoop momenten, de prijzen die besproken zijn… → (Contactgegevens van de mogelijke kopers hoeven uiteraard niet geopenbaard worden).
- Kan een tijdlijn worden gegeven van het biedingsproces? → Op basis van de onderhandelingen voortvloeiend uit het verkoopproces was er geen transactie mogelijk die recht doet aan de door het college gestelde voorwaarden en die de belangen van alle…
- De wethouder geeft aan dat de AEB de komende tien jaar van de gemeente blijft. → De keuze voor behoud wordt gemaakt voor de voorzienbare toekomst van naar onze inschatting zeker 10 jaar.
- Waarom was er een mismatch tussen de geboden prijs en de prijs die de gemeente in gedachte had? → Dat kan aan veel verschillende zaken liggen en is niet scherp te bepalen.
- De wethouder gaf aan het AEB niet onder elke voorwaarde te verkopen. → Graag een uitvoerige onderbouwing van de voorwaarden.
- Wat was de door het college gewenste minimale opbrengst? → De verkoopvoorwaarden zijn openbaar en toegelicht in de raadsinformatiebrief van 30 november 2023, met titel: ‘AEB Holding NV: raadsinformatiebrief Borging publieke belangen bij…
- Wat was de reactie van de banken in het bankenconsortium op het a etsen van de deal? → Ze hebben kennis genomen van de nieuw ontstane situatie.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
17 maart 2025 Openbare deel Beantwoording technische vragen vanuit de gemeenteraad naar aanleiding van het bericht dat AEB in gemeentelijke handen blijft. Ter voorbereiding op de behandeling van het openbare punt met betrekking tot AEB op de raadscommissie FKD 27 maart 2025.
Tevens beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Kreuger van 28 januari 2025 inzake Biomassacentrale Afval Energie Bedrijf Amsterdam (zie geheime deel).
Verantwoording
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De wethouder sprak een jaar geleden nog van stevige interesse voor AEB. Waarop was dat gebaseerd?
Antwoord van het college
Op de stevige interesse die er toen ook was. In het openbare verantwoordingsverslag kunt u de aantallen terugvinden.
Vraag 2
Nu de verkoop definitief van tafel is, zou er een reconstructie gedeeld kunnen worden met de raad betreffende de mogelijke verkoop momenten, de prijzen die besproken zijn, de voorwaarden die uitgewisseld zijn en de uiteindelijke reden om af te zien van de verkoop?
Antwoord van het college
(Contactgegevens van de mogelijke kopers hoeven uiteraard niet geopenbaard worden).
Vraag 3
Kan een tijdlijn worden gegeven van het biedingsproces?
Antwoord van het college
Op basis van de onderhandelingen voortvloeiend uit het verkoopproces was er geen transactie mogelijk die recht doet aan de door het college gestelde voorwaarden en die de belangen van alle stakeholders afdoende borgt. In het verantwoordingsverslag staat een reconstructie voorzover het college meent dat die gedeeld kan worden in het licht van de vertrouwelijkheid van het verkoopproces. Op de biedingen en andere informatie over het proces geldt dat ook het college gebonden is aan vertrouwelijkheid richting de partijen die deel hebben genomen aan het proces. Daarom wordt deze informatie niet gedeeld.
Vraag 4
De wethouder geeft aan dat de AEB de komende tien jaar van de gemeente blijft. Waarom is voor deze termijn gekozen?
Antwoord van het college
De keuze voor behoud wordt gemaakt voor de voorzienbare toekomst van naar onze inschatting zeker 10 jaar. Deze termijn is nodig omdat de onderneming stabiliteit en een helder richtpunt nodig heeft om goed te functioneren.
Vraag 5
Waarom was er een mismatch tussen de geboden prijs en de prijs die de gemeente in gedachte had?
Antwoord van het college
Dat kan aan veel verschillende zaken liggen en is niet scherp te bepalen. Feit is dat er aan het einde van het proces geen zicht meer was op een transactie die recht doet aan de door het college gestelde voorwaarden en die de belangen van alle stakeholders afdoende borgt.
Vraag 6
De wethouder gaf aan het AEB niet onder elke voorwaarde te verkopen. Met welke voorwaarden heeft de wethouder het AEB op de markt gezet?
Antwoord van het college
Graag een uitvoerige onderbouwing van de voorwaarden.
Vraag 7
Wat was de door het college gewenste minimale opbrengst?
Antwoord van het college
De verkoopvoorwaarden zijn openbaar en toegelicht in de raadsinformatiebrief van 30 november 2023, met titel: ‘AEB Holding NV: raadsinformatiebrief Borging publieke belangen bij verkoopproces en strategische richting.’ Conform het collegebesluit van 21 november 2023 is tegelijk met het verkoopproces een terugvalscenario uitgewerkt waarin AEB in publieke handen blijft voor het geval het verkooptraject een uitkomst heeft waarin de publieke belangen niet afdoende geborgd zijn. Dit terugvalscenario is behoud van AEB als deelneming.
Op basis van de onderhandelingen voortvloeiend uit het verkoopproces was er geen transactie mogelijk is die recht doet aan de door het college gestelde voorwaarden en die de belangen van alle stakeholders afdoende borgt.
Vraag 8
Wat was de reactie van de banken in het bankenconsortium op het a etsen van de deal?
Antwoord van het college
Ze hebben kennis genomen van de nieuw ontstane situatie.
Aansturing en toezicht:
Vraag 9
In het nieuwsbericht van de gemeente staat: “De gemeente gaat samen met AEB werken aan de toekomst van het bedrijf. (...) Wim van Lieshout is kwartiermaker en gaat binnen de onderneming werken aan een plan om AEB in te richten voor het langdurige behoud van de gemeente.” a. Wat is de planning voor de totstandkoming van dit plan?
Antwoord van het college
b. Wordt hiermee een meerjarenvisie of een nieuw strategisch plan bedoeld, of beide, of iets anders?
c. Klopt het dat er momenteel geen meerjarenvisie van kracht is, zoals wel het geval tussen 2010 en 2020? Zo nee, welke dan?
d. Het huidige strategisch plan Strategie AEB Amsterdam 2024-2030 heeft de status ‘vertrouwelijk’, maar is wel openbaar inzichtelijk. Wat is precies de status? En is dit plan door de aandeelhouder goedgekeurd?
e. Hoe verhoudt dit strategische plan zich tot het plan dat de kwartiermaker gaat opstellen?
f. Bij het besluit tot verkopen zijn er verschillende raadsmoties aangenomen over duurzaamheid en taakstelling. Worden de opdrachten van deze moties ook verwerkt in het toekomstplan van AEB als deelneming? Geeft het college deze mee aan de kwartiermaker?
Opgave AEB AEB zelf heeft een stevige opgave om de onderneming sterker neer te zetten. Het gaat hier in eerste instantie om het verbeteren van de financiële prestaties en alles wat daar bij komt kijken.
AEB opereert in een volatiele omgeving. Hierdoor is AEB een onrustig bezit voor de gemeente. De financiële risico’s die verbonden zijn met de onderneming zijn uiteindelijk voor de aandeelhouder van het bedrijf. Zowel positieve resultaten als negatieve resultaten
zijn voor rekening van of ten gunste van de aandeelhouder. De afgelopen tien jaar is maar één keer dividend uitgekeerd, terwijl de gemeente regelmatig een vinger aan de pols moest houden. Daarnaast wordt voorzien dat de onderneming de komende jaren grote investeringen moet doen.
Het is voor de continuïteit van de onderneming en daarmee ook voor de continuïteit van de met AEB verbonden publieke diensten van afvalverwerking en warmtelevering noodzakelijk dat AEB financieel een steviger fundament heeft. Dat ligt in de kern dat AEB, ook met onvoorziene tegenslagen, zijn eigen broek moet kunnen ophouden. Een solide rendement kunnen draaien is daarvoor nodig en daarvoor moet AEB nog grote stappen zetten. AEB heeft niet de financiële buffers of slagkracht om hier flexibeler in te zitten. De gemeente is daarnaast ook met handen gebonden door de verleende staatssteun en mag niet nog een keer bij AEB inspringen.
In deze opgave ligt primair een taak bij de directie van AEB. Wim van Lieshout heeft zich daar als algemeen directeur aan gecommitteerd. De directie heeft deze lijn direct ingezet en zal daar de komende periode en daarna doorlopend aan blijven werken. Ook van de gemeente als aandeelhouder zal hierin zal telkens een zakelijke houding worden gevraagd.
Governance AEB De gemeente gaat verder samen met AEB bezien welke aanpassingen in de governance nodig zijn nu de gemeente langjarig aandeelhouder blijft, met duidelijke afspraken over rollen, aansturing en toezicht. Dit moet worden vastgelegd in nieuwe afspraken tussen gemeente, AEB directie en AEB raad van commissarissen. De ondernemingsraad van AEB heeft hierin ook een rol. De vormgeving van deze hernieuwde inrichting is opgestart en zal met alle zorgvuldigheid de komende maanden plaatsvinden. Hierin is Wim van Lieshout als algemeen directeur kwartier maker bij AEB.
De uitgangspunten die het college hierbij hanteert zijn:
Behoud is een keuze voor lange termijn De keuze voor behoud wordt gemaakt voor de voorzienbare toekomst van naar onze inschatting zeker 10 jaar. Deze termijn is nodig omdat de onderneming stabiliteit en een helder richtpunt nodig heeft om goed te functioneren. Ook is een derde verkoopproces de komende jaren niet realistisch.
Rendement staat ten doel van het publieke belang De publieke diensten die AEB levert moeten geborgd blijven en daarmee staat de continuïteit van de onderneming altijd voorop. Voor de continuïteit van een onderneming is waardebehoud van het geïnvesteerde maatschappelijke kapitaal belangrijk. Het daarvoor benodigde te halen rendement verschilt per bedrijf. Uitgangspunt is dat het daadwerkelijke rendement dicht blijft bij het rendement dat nodig is voor waardebehoud en daar niet onder komt. Financieel rendement is daarmee geen doel, maar een middel voor waardebehoud en de continuïteit van de onderneming.
Financieel en administratief solide Voor de continuïteit van een onderneming is enig vet op de botten belangrijk, zodat het bedrijf ook in mindere tijden zijn eigen broek kan ophouden. Overtollig kapitaal vloeit weer terug naar de aandeelhouder. Er worden daartoe afspraken gemaakt.
De governance van de onderneming is sterk en zodanig ingericht dat de verschillende organen van de onderneming: directie, raad van commissarissen en aandeelhouder elkaar scherp kunnen houden.
Transparantie en voorspelbaarheid is hierbij cruciaal. Over wat de doelen en verwachtingen zijn ten aanzien van de ondernemingen en elkaar. Over het hoe, waarom en wanneer van (verwacht) handelen. Rapportage is het sluitstuk.
Strategisch plan/ meerjarenvisie Het huidige strategisch plan dateert van einde 2023, is door het college vastgesteld en met de raad gedeeld met de raadsvoordracht van 28 november 2023. Hierbij zit een openbaar stuk strategisch plan en een geheim deel. Er is geen recente aparte meerjarenvisie.
Axeco heeft in samenwerking met AEB ten behoeve van het verkoopproces een zogenaamde management case opgesteld met financiële prognoses. Axeco heeft eind dit jaar deze management case geactualiseerd. Deze management case is de onderbouwing voor het nu voorliggende financieringsvoorstel.
Moties Er staan geen moties meer open op AEB. De kern blijft overigens staan. Ook het college zet de publieke belangen centraal met hoe ze met AEB omgaat.
Vraag 10
Wat is de actuele status van de termijnen van de leden van de RvC en zijn zij voornemens aan te blijven nu het bedrijf niet wordt verkocht?
Antwoord van het college
De leden van de raad van commissarissen, Gerard Boot, Marlies Mulder en Huub Cuijpers, zijn in 2023 herbenoemd en in geval van mevrouw Mulder benoemd voor een periode van 4 jaar.
Vraag 11
De wethouder heeft als ambitie uitgesproken dat het AEB in de toekomst geleid moet worden door een bestuur. Hoe zal dit bestuur er volgens het college uit moeten zien?
Antwoord van het college
Wat zou dit bestuur betekenen voor de totale loonsom van Amsterdam?
AEB wordt geleid door een bestuur, in de vorm van een statutaire directie met drie leden.
De directie werkt niet voor of bij Amsterdam, maar voor en bij AEB.
Vraag 12
In hoeverre heeft het college na het niet-verkopen contact met Provincie, Rijk of andere relevante overheid voor een gezamenlijk aandeelhouderschap?
Antwoord van het college
Hier is geen sprake van op het moment.
Financiën
Vraag 13
Welke investeringen zijn er nodig om het AEB toekomstbestendig en duurzamer te maken?
Antwoord van het college
Kunnen deze investeringen uiteengezet worden, inclusief de bedragen?
Hiervoor verwijs ik u naar het strategisch plan van AEB. Het huidige strategisch plan dateert van einde 2023, is door het college vastgesteld en met de raad gedeeld met de raadsvoordracht van 28 november 2023. Hierbij zit een openbaar stuk strategisch plan en een geheim deel.
Vraag 14
In hoeverre is de huidige financiële slagkracht van Amsterdam in staat om deze toekomstbestendige investeringen te financieren?
Antwoord van het college
Voor nu voorzien we dat AEB alleen voor de investering in een CO2 afvang installatie aanvullende financiering van de gemeente nodig zal hebben.
AEB zal hiertoe naar verwachting in 2026 een investerings- en financieringsvoorstel voorleggen aan de gemeente. Dit zal aan de gemeenteraad voor wensen en bedenkingen worden voorgelegd. Dan zal worden bekeken of dit voorstel rendabel is, wat de risico’s zijn en of de gemeente het publiek belang voldoende belangrijk vind om deze risico’s aan te gaan
Vraag 15
In hoeverre is er contact met de Rijksoverheid voor een bijdrage vanuit hen voor deze doelen?
Antwoord van het college
AEB is in overleg met te Rijk in het kader van de zogenaamde maatwerkafspraken, waarvan het doel in het kort is om met een specifiek bedrijf dat veel CO2 uitstoot te bezien of tot (extra) reductie gekomen kan worden.
Projecten en risico’s
Vraag 16
Wat is de actuele stand van de kwaliteit van de installaties?
Antwoord van het college
Is in 2024 al het benodigde (periodieke) onderhoud gepleegd?
20. Het onderhoud en de investeringen staan al sinds 2019 op een laag pitje. Welke (inhaal)investeringen zijn nodig om AEB goed te laten functioneren naar de komende 10 jaar Dit is voor een grote industriële onderneming als AEB een continu proces. Op basis van het onderzoek van de technisch adviseur die de gemeente heeft ingeschakeld voor het verkoopproces en de informatie van de onderneming zelf is het beeld overwegend positief.
In de afgelopen jaren heeft AEB veel geïnvesteerd om de lachgasproblematiek op te lossen. Er zijn geen inhaalvesteringen nodig. Wel verwacht AEB de komende jaren te investeren in de reguliere revisies van de afvalcentrales en het meerjarenonderhoudsplan.
Daarnaast mogelijk ook in andere (grootschalige) projecten zoals de CO2 afvanginstallatie en stoomleidingen.
21. Er zou, als onderdeel van de voorbereiding op de verkoop van AEB, een terrein worden gezocht voor de op- en overslag van het gemeentelijke afval, om daarvoor niet a ankelijk te blijven van het AEB.
a. Betekent het behoud van AEB als deelneming dat de werving van een terrein voor op- en overslag van afval ook van de baan is?
b. Waren er al kosten gemaakt voor de werving van een terrein? Zo ja: hoeveel, waar kwamen deze middelen vandaan en gaat de gemeente ook nog kosten maken voor het annuleren?
Dit terrein is voorafgaande aan het starten van het verkoopproces verworven. Het aankoopbedrag was €12,1 miljoen. Voor het aankoopbedrag is een investeringskrediet verleend (opgenomen in het investeringsportfolio van 2024). De exploitatie- en kapitaallasten van het terrein zijn nu opgenomen in de exploitatie van de afvalstoffenheffing.
Het is nog niet duidelijk of het behouden van AEB consequenties heeft voor het eventueel op- en overslaan en/of verwerken van gemeentelijk afval op de verworven locatie. Eerder hebben wij u geïnformeerd dat de verworven locatie ook inzetbaar is als (tijdelijke) werflocatie. De gemeente gaat de verworven locatie inderdaad in gebruik nemen als
werflocatie. Dit past naast het voorgenomen ruimtebeslag voor ontvangst en eventueel verwerking van gemeentelijk afval.
Hier wil ik het graag bij laten aangezien de verworven locatie onderdeel uitmaakt van eventuele contractonderhandelingen tussen AEB en de gemeente. Het is niet in het belang van de gemeente om voorafgaand aan eventuele gesprekken hier dieper op in te gaan.
22. Over de voorgenomen realisatie van de Carbon Capture and Storage-installatie (CCS).
a. Wat is de actuele stand van zaken rondom de realisatie van de infrastructuur voor CCS onder de Noordzee waar het AEB op wil aansluiten?
b. Wat is de actuele stand van zaken omtrent het logistieke projectplan voor de CCS-installatie in het AEB? Wie doet de uitvoering, wat is de planning en hoe wordt het toezicht geregeld?
De verwachting is dat in de loop van volgend jaar de investering in CO2 afvang bij AEB tot een extra financieringsvraag zal leiden. Indien het college hier dan toe besluit zal er eventuele nieuwe financiering voor wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd. Ht college is voornemens om uw raad nog voordat het besluit voor komt te liggen bij het college een technische sessie aan te bieden over dit project. Een logisch moment lijkt nu einde 2025 (november). AEB ligt op schema, maar is voor de doorgang en timing van het project a ankelijk van de partners die de CO2 moeten gaan vervoeren en opslaan. Met name het Aramis project dat voor het vervoer en opslag op zee moet zorg gaan dragen loopt uit.
23. Ik las dat AEB een inzamelingsactie heeft georganiseerd (is die nog steeds gaande?) voor lachgascilinders. Heeft dat effect gehad?
24. Ik lees dat er in samenspraak met een aantal ministeries overleg wordt gevoerd over een structurele oplossing voor het probleem met de lachgascilinders. Hoe staat het hiermee? Wat zijn de voorlopige uitkomsten van dit overleg en wanneer worden deze bekend gemaakt?
De lachgasproblematiek heeft een sterke wissel getrokken op AEB. Inmiddels zijn de gevolgen hiervan grotendeels onder controle gebracht. AEB werkt daarin nauw samengewerkt met gemeente Amsterdam als klant en andere klanten. De inzamelactie is al een tijd geleden gestopt. Het Rijk is vooralsnog niet met een structurele oplossing of compensatie voor geleden schade gekomen.
Gemeentelijke beleidsdoelen
25. Wat is de prognose ten aanzien van afvalimport in relatie tot de doelstelling om meer uit grondstoffen te herwinnen en daardoor minder te verbranden?
Momenteel gebeurt er veel in Den Haag op dit vlak. Zie de recente visie van het Rijk op de toekomst van afvalverbranding, waarin o.a. gesproken wordt van een significante vermindering van de Nederlandse verbrandingscapaciteit op termijn. Verder gaat over een aantal jaar de Nederlandse CO2-heffing omhoog, wat voor buitenlandse aanbieders van afval de keuze voor verwerking in Nederland minder waarschijnlijk maakt. Ook op andere vlakken overweegt het Rijk maatregelen die effect zullen hebben op import en op herwinning van grondstoffen. Zodra hieruit een enigszins definitief beeld ontstaat, kan de onderneming bepalen of de verbrandingscapaciteit die vrijkomt door meer herwinning
ingevuld gaat worden met buitenlands afval. De maatwerkafspraken die AEB maakt met het Rijk zullen daarop ook van invloed zijn.
26. De koers die het AEB aangeeft is ‘maximale waarde uit afval’. Meer inzet op hergebruik van grondstoffen, minder op opwekken van energie. Dit sluit aan bij een aantal duurzaamheidsambities van de gemeente, maar kent ook kanttekeningen waarbij de vraag is of de risico’s goed in beeld zijn. Uit het Strategisch plan 2024-2030: “We accepteren dat grondstoffenterugwinning kan zorgen voor een afname van volumes voor verbranding”
a. Hoe verhoudt deze ambitie zich tot de andere belangen die via het AEB worden gerealiseerd (warmtenet en stabiele opwekking van energie)?
b. Heeft het college in beeld hoe de inzet op meer scheiding en hergebruik van invloed is op energieopwekking en de financiële risico’s die met a ouw gepaard gaan (want: het verdienmodel van AEB is grotendeels gestoeld op het opwekken van energie en dat is een relatief stabiele inkomstenbron)?
Het is een geleidelijke verschuiving naar steeds meer opwerken en minder verbranden.
AEB is daarbij niet alleen a ankelijk van de eigen financiële realiteit, gedane investeringen en lopende contracten. Maar in hoge mate ook van markten waar AEB zich op beweegt en het wel of juist niet/ te weinig bijsturen door de Rijksoverheid daarop. De betrouwbaarheid van warmtelevering zal niet in het geding komen.
Lessen uit de raadsenquête
27. Welke lessen uit de raadsenquête geeft het college mee aan de kwartiermaker bij het opstellen van het plan als het gaat om:
a. De aansturing en verschillende rollen die de gemeente t.a.v. het AEB heeft?
De raadsenquêtecommissie concludeert hierover dat de gemeente in het verleden het AEB gefragmenteerd heeft aangestuurd. De rollen van aandeelhouder, opdrachtgever en financier waren bij verschillende wethouders belegd en onvoldoende afgestemd. Dit stond goede aansturing op de gemeentelijke ambities die het bestuur via het AEB wilde realiseren in de weg.
b. De afweging van verschillende publieke belangen?
Uit het rapport: ‘Er worden publieke taken die het AEB uitvoert beschreven (afvalinzameling, afval- en reststoffenverwerking, alsmede de productie, distributie en levering van (duurzame) energie en warmte), maar er wordt niet voldoende geëxpliciteerd wat de gemeente met het AEB wil bereiken en geoperationaliseerd hoe de gemeente dit wil bereiken.’ Welke belangen stelt het college voorop met het behoud van het AEB, hoe gaat het college daarop sturen? Welke prestaties en hoe meten we die?
c. Financiële risico’s?
Een reden voor verkoop was dat het hebben van een groot bedrijf ook grote financiële risico’s met zich meebrengt. Hoe gaat het college deze risico’s waar mogelijk mitigeren in het nieuwe scenario?
Dit zijn inderdaad lessen die het college en AEB meenemen in het vormgeven van de hernieuwde governance. Over deze hernieuwde governance wordt u naar verwachting rond de zomer geïnformeerd.
28. In de krant stond het volgende: ‘’AEB krijgt van Van Dantzig voortaan meer ruimte om te ondernemen. “We moeten niet op de stoel van de directie gaan zitten. We zijn aandeelhouder.” Van Dantzig noemt het een les uit het verleden. “Het vergt van het stadsbestuur zich niet te bemoeien met zaken die gaan tot op het niveau van het behang in de kantine.” Wat wordt hiermee bedoeld en hoe verhoudt dit zich tot de conclusies uit de eerdere raadsenquête?
Hiervoor verwijs ik u naar het antwoord op vraag 12.
29. In de brief van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van 17 januari 2025 staat dat AEB en AVR op dit moment het meest rijp zijn voor het opstarten van een 'maatwerktraject afvalverbrandingsinstallaties' in het kader van het Nationaal Programma Circulaire Economie.
a. Welke informatie heeft het AEB of het college aangeleverd, op basis waarvan het ministerie deze conclusie trekt?
b. Heeft er al een gesprek plaatsgevonden, of is er een gesprek gepland met het ministerie?
c. Hoe verhoudt dit proces zich tot het opstellen van het toekomstplan door de kwartiermaker?
Een adviseur van de ministeries van KGG en I&W heeft een verkenning gedaan naar mogelijke maatwerkafspraken met afval verbranding installaties (Verkenning maatwerkafspraken Afvalverbrandingsinstallaties – september 2024). Hierbij heeft AEB zijn projecten en visie gedeeld. Hieruit volgde een advies dat KGG en I&W hebben overgenomen. Dit is aan de Tweede Kamer meegedeeld. AEB is nu begonnen met gesprekken met I&W en KGG over mogelijke maatwerkafspraken.
Het opstellen van het toekomstplan en het proces om te komen tot maatwerkafspraken zijn aan elkaar gerelateerd.
Toekomst
30. Wordt de afvalverbranding van Amsterdams afval in 2025 weer aanbesteed?
Het college was voornemens om na de verkoop van AEB een nieuwe inkoopprocedure te voeren om te komen tot een nieuwe afvalverwerker (kan ook AEB zijn). De gemeente heeft met AEB een overgangscontract gesloten voor de komende drie jaar + mogelijke verlenging.
Met het behouden van AEB ligt het in de rede dat de gemeente het huishoudelijk afval blijft inbesteden bij AEB. Anders zou de situatie ontstaan dat de gemeente 100% aandeelhouder is van een onderneming die geen gemeentelijk afval verwerkt.
Om zowel helderheid naar AEB te creëren als de inspanningen van de gemeente te richten is het van belang duidelijk neer te zetten welk principe het college hanteert. Om niet volledig vast te zitten, maar wel rekenschap te geven van AEB als gemeentelijke deelnemingen kiest het college voor het principe langjarig inbesteden van het gehele gemeentelijk huishoudelijk afvalcontract bij AEB en overige gemeentelijke afvalstromen,
waarbij bij afwijkingen van dit principe altijd de (financiële) effecten op AEB worden meegewogen.
31. Wat zijn de gevolgen voor de levensvatbaarheid van AEB als het contract niet wordt verlengd?
Dit is niet aan de orde.
32. Er is overcapaciteit in de markt, afval wordt nu uit Italië gehaald. Wat zijn de liquidatiekosten als AEB zou worden ontmanteld?
Dit is niet aan de orde.
33. De rijksoverheid heeft CO2 reductie doelstellingen. Zou de overheid bereid zijn om AEB uit te kopen ten einde die doelstellingen te halen?
34. Welke alternatieve warmtebron is er voor Westpoort Warmte?
Het ligt niet in de rede dat het Rijk hiertoe bereidt is. AEB is net gesprekken gestart met het Rijk over het maken van maatwerkafspraken om te komen tot (extra) CO2 reductie.
Bijvoorbeeld door het zomers afschalen van de verbrandingscapaciteit. Hierbij moet AEB altijd rekening houden met de leveringsverplichtingen aan klanten, waaronder niet in de minste plaats de warmtelevering aan Westpoort Warmte welke vooralsnog vrijwel geheel a ankelijk is van de levering van warmte door AEB. Daarvoor zijn momenteel geen alternatieven anders dan noodoplossingen.
Informatievoorziening aan de raad Tenslotte een wat langere noot over de informatievoorziening en overwegingen daarbij.
Informatievoorziening Omdat het college beseft dat het behoud van AEB een ingrijpende gebeurtenis is heeft het college op een zo kort mogelijke termijn na het besluit een uitgebreid openbaar verantwoordingsverslag aan de raad gestuurd met toelichting op het doorlopen proces en een doorkijk naar de toekomst.
En verder informatie in het geheime stuk. Het college hecht er sterk aan de raad goed en tijdig te informeren en had de raad graag nog eerder meegenomen. Dat was om verschillende redenen niet mogelijk. Ik neem u daar in mee om dat te laten zien.
Tot zaterdagochtend 8 februari was de gemeente in onderhandeling met een potentiële koper voor het AEB. In goed vertrouwen in juridische termen, dat betekent dat het college oprecht tot een verkoop trachtte te komen tot zeker dat moment. Op 8 februari heeft de wethouder AEB, die onder mandaat van het college het verkoopproces voerde, geconcludeerd dat er geen aanleiding meer was te vooronderstellen dat partijen tot een voor de gemeente acceptabele uitkomst zouden komen en besloten deze conclusie voor te leggen aan het college. Dit in nauw overleg en advies van zijn team en de adviseurs en in goede afstemming met de partij waar de gemeente mee in onderhandeling was. Formeel is daarna op dinsdag 11 februari door het college dezelfde conclusie getrokken en besloten over de benodigde vervolgstappen.
Er is tijdens de verkoop ook gewerkt aan het terugvalscenario behoud van AEB als deelneming, maar wel altijd zorgvuldig afwegend dat er nooit een dynamiek of beeld kan ontstaan dat de
gemeente niet serieus en in goed vertrouwen tot een verkoop probeerde te komen. Hier is zorgvuldig mee om het verkoopproces niet te schaden of in gevaar te brengen en het risico op claims te minimaliseren. Daarom heeft het college altijd transparant richting de raad gemaakt dat tijdens het verkoopproces radiostilte geldt. Ook binnen het college en het ambtelijk apparaat Dit gold dat informatie alleen op een need-to-know basis is gedeeld.
Op 10 december 2024 heeft het college een brede afweging voorgelegd gekregen over het de door onze adviseur geschatte uitkomt en consequenties in een verkoopscenario versus de consequenties in het behoud scenario. Om deze reden was het mogelijk voor het college om na 8 februari op 11 februari een goed onderbouwde keuze te kunnen maken.
Keuzes rond bekendmaking Er is gekozen om de dag erna, woensdag 12 februari om 12:00 het nieuws te communiceren om rust en regie te hebben om dit ook voor de onderneming ingrijpende bericht en tegelijk het lekrisico te beperken. Het nieuws is dinsdagmiddag onder embargo gedeeld met de directie en raad van commissarissen. De ondernemingsraad van AEB hebben we in een fysiek gesprek woensdag van 11:00-11:30 geïnformeerd, vlak voor het personeel van AEB door de directie is geïnformeerd. Rond dat moment is een belronde gemaakt naar raadsleden en heeft AEB zijn grootste klanten geïnformeerd. Terugkijkend had het college de raad idealiter de avond van te voren of vroeg in de ochtend van woensdag 12 februari al onder embargo geïnformeerd direct na het informeren van de directie van de onderneming.
Keuzes rond agendering De raad gaat over zijn eigen agenda. De indieningstermijn voor stukken voor de commissie FKD, 7 februari, was reeds verstreken. Dat betekent dat het college in principe voor behandeling in maart/april aanlevert. Nadat op woensdag bleek dat leden van de raadscommissie FKD en de raad het nieuws omtrent AEB als actualiteit wensten te agenderen is direct donderdagochtend in overleg met de griffie besloten om voor de raad de mogelijkheid te creëren het onderwerp integraal te behandelen. Om de raad te faciliteren. Het college heeft daarvoor op instigatie van de griffie een verzoek ingediend bij het presidium van de raad om behandeling van de stukken mogelijk te maken op 27 februari in raadscommissie FKD en de raad van 5 maart. Dit verzoek is gehonoreerd. Als deadline voor het aanleveren van de stukken is 21 februari 12:00 meegegeven door de griffie. Op 18 februari is verzocht indien mogelijk de stukken toch eerder te sturen. Deze zijn vervolgens op 19 februari aangeleverd. Er is kortom alles op alles gezet door het college en ondersteuning om de raad te faciliteren. De raad gaat over zijn eigen agenda en heeft om haar moverende redenen gekozen de aangeleverde stukken toch een maand door te schuiven. Zonder dat te willen invullen voor de raad of individuele leden is de achtergrond in het beeld van het college een zeer drukke agenda in combinatie met de wil van de raad dit onderwerp goed te willen behandelen. Er is netjes door de griffie vooraf gepolst of dat tot problemen zal leiden, wat niet zo is. Kortom een net proces waarin ieder zich inspant om binnen het mogelijke te komen tot een goed product.
De raadscommissie FKD heeft ervoor gekozen wel de actualiteit te behandelen op 27 februari.
Omdat de stukken zijn doorgeschoven heeft het college dit geïnterpreteerd als een mogelijkheid voor de raad aan de voorkant reeds vragen te kunnen stellen en eventuele zorgen te uitten. Deze zijn in deze beantwoording geadresseerd.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen - Openbare deel
Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.