12 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

vragen van stadsdeelcommissielid Beek van 13 april 2026

Een raadslid stelde op 12 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (11 vragen).

In het kort

11 vragen en wat het college antwoordt

  • Kunnen wij een kaart ontvangen met alle parken in oost die van belang zijn voor de indicator afstand tot buurt- en stadspark? → De kaarten per thema en alle data die gebruikt is voor het MJP Groen zijn te vinden in: https://maps.amsterdam.nl/meerjarenplangroen/
  • Waarom is er bij ronde 1 geen rekening gehouden met hoeveel groen er per persoon is (of bevolkingsdichtheid die wel naar voren komt in ronde 2? → Er is in ronde 1 wel rekening gehouden met bevolkingsdichtheid.
  • Zijn privétuinen meegenomen? → Nee, het MJP gaat over openbaar groen en wat openbaar toegankelijk is.
  • Zijn gedeelde moestuinen en/of volkstuinen meegenomen? → Openbare moestuinen en volkstuinen zijn meegenomen als buurtgroen omdat deze door iedereen te bezoeken zijn.
  • Wat is de reden dat er geen indicator is opgenomen die ingaat op de kwaliteit van de woningen (isolatie, zonwering, woningtype, ventilatiemogelijkheden) en de impact die… → Daar is niet voor gekozen omdat het stuk een analyse is over de hoeveelheid openbaar groen (en de afstand daartoe) in de verschillende buurten van het stadsdeel.
  • Hoe worden de indicatoren gewogen in ronde 2? → Alle indicatoren worden gelijk gewogen.
  • In het stuk wordt aangegeven: “In de prioritering wordt grotere waarde gegeven aan de eerste ronde (tekort aan groen). → De factoren van de tweede ronde, sociale aspecten, zijn een extra wegingsfactor waardoor de context wordt meegewogen in de prioritering.
  • De dagelijks bestuurder geeft in de memo aan dat het Meerjarenplan geen beleidsstuk is, maar een interne leidraad/programmeertool. → De prioritering uit het MJP groen laat zien waar de behoefte aan vergroening het grootst is.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen van de leden van de fractie PRO over het Meerjarenplan Groen Oost 13 april 2026

Methodiek

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Kunnen wij een kaart ontvangen met alle parken in oost die van belang zijn voor de indicator afstand tot buurt- en stadspark?

Antwoord van het college

De kaarten per thema en alle data die gebruikt is voor het MJP Groen zijn te vinden in: https://maps.amsterdam.nl/meerjarenplangroen/

Vraag 2

Waarom is er bij ronde 1 geen rekening gehouden met hoeveel groen er per persoon is (of bevolkingsdichtheid die wel naar voren komt in ronde 2? Is dit wel overwogen?

Antwoord van het college

Er is in ronde 1 wel rekening gehouden met bevolkingsdichtheid. Dit komt terug in de sociale aspecten. Buurten met een hoge bevolkingsdichtheid scoren hoger wat weer meeweegt in de prioritering (scoren hoger).

Vraag 3

Zijn privétuinen meegenomen? Waarom wel/niet?

Antwoord van het college

Nee, het MJP gaat over openbaar groen en wat openbaar toegankelijk is.

Vraag 4

Zijn gedeelde moestuinen en/of volkstuinen meegenomen? Waarom wel/niet?

Antwoord van het college

Openbare moestuinen en volkstuinen zijn meegenomen als buurtgroen omdat deze door iedereen te bezoeken zijn. Deze wegen dus mee in hoeveel openbaar groen er in een buurt is en wat de afstand tot buurtgroen is.

Vraag 5

Wat is de reden dat er geen indicator is opgenomen die ingaat op de kwaliteit van de woningen (isolatie, zonwering, woningtype, ventilatiemogelijkheden) en de impact die dat heeft op behoefte aan groene omgeving en beperking van hittestress? Is dit wel overwogen?

Antwoord van het college

Daar is niet voor gekozen omdat het stuk een analyse is over de hoeveelheid openbaar groen (en de afstand daartoe) in de verschillende buurten van het stadsdeel. Het is een goede suggestie die wordt meegenomen in de toekomst.

Vraag 6

Hoe worden de indicatoren gewogen in ronde 2? Worden alle categorieën gelijk gewogen?

Antwoord van het college

Alle indicatoren worden gelijk gewogen. De sociale indicatoren zijn wel als extra factor in de weging meegenomen. Groene indicatoren (eerste ronde) wegen meer.

Vraag 7

In het stuk wordt aangegeven: “In de prioritering wordt grotere waarde gegeven aan de eerste ronde (tekort aan groen). De waardering van de tweede ronde is dus niet gelijkwaardig aan de waardering van de eerste ronde.” Waarom is dit? En hoe is dit besluit tot stand gekomen?

Antwoord van het college

De factoren van de tweede ronde, sociale aspecten, zijn een extra wegingsfactor waardoor de context wordt meegewogen in de prioritering. Echter, het groen (hoeveelheid, afstand, klimaatadaptieve aspecten) is de primaire indicator en weegt daarom het zwaarst.

Structuur, financiering en vervolgproces

Vraag 8

De dagelijks bestuurder geeft in de memo aan dat het Meerjarenplan geen beleidsstuk is, maar een interne leidraad/programmeertool. Wat wordt hiermee bedoeld? Is het doel van het Meerjarenplan om te helpen bij prioritering door het dagelijks bestuur en geeft het daarmee richting aan de keuzes voor Oost de komende jaren? Moeten deze inzichten leiden tot het kiezen van buurten waar het dagelijks bestuur inzet op wilt plegen?

Antwoord van het college

De prioritering uit het MJP groen laat zien waar de behoefte aan vergroening het grootst is. Met deze prioritering kan het stadsdeel bij de centrale directie die over de openbare ruimte gaat Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) de prioriteiten agenderen. Daarnaast geeft het stadsdeel de bewoners zelf ook de mogelijkheid prioriteiten aan te brengen door de bewoners te laten stemmen op te vergroenen locaties per buurt (op basis van het MJP). Op basis van het beschikbare budget wordt de top zoveel aan locaties vervolgens vergroend. Voorbeelden hiervan zijn: Baron Tindalplein en Azartplein in het Oostelijk Havengebied, Het Theo van Goghpark en de Cas Oorthuyskade op IJburg, Dapperplein en Oostpoort in Oud – Oost.

Zie voor alle actuele vergroeningslocaties ook: Extra groen stadsdeel Oost | Gemeente Amsterdam

Vraag 9

Hoe wordt de stadsdeelcommissie betrokken bij de prioritering in Amsterdam-Oost als het gaat om vergroening en vaststellen van aandacht locaties (naast de advisering over individuele vergroeningsprojecten)?

Antwoord van het college

Het stadsdeel beschikt niet over eigen vrije middelen om zelfstandig grootschalige investeringen in de openbare ruimte te doen. Wel is er een beperkt gebiedsbudget beschikbaar, waarvan een deel wordt ingezet om binnen het Meerjarenplan (MJP) vergroening te realiseren. Het grootste deel van de middelen en het mandaat voor de verdeling van budgetten voor werkzaamheden in de openbare ruimte ligt bij de centrale directie Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR).

Binnen dit kader werkt het stadsdeel nauw samen met de centrale organisatie. Op basis van onderhoudslijsten en geplande vervangings- en vernieuwingsprojecten kijkt het stadsdeel actief mee of er kansen zijn om bijvoorbeeld een extra kwaliteitsimpuls te geven, zoals vergroening of het toevoegen van een groen vernieuwingsproject. Op die manier wordt geprobeerd om binnen bestaande projecten zoveel mogelijk meerwaarde te creëren.

De verdeling van middelen en de beleidsmatige kaders worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Zo heeft de raad de Groenvisie 2020–2050 vastgesteld, waarin is bepaald dat wordt ingezet op het verbeteren, verbinden en uitbreiden van groen in de stad. De gemeenteraad stelt daarnaast jaarlijks de begroting vast, waarin de beschikbare middelen voor groen worden vrijgemaakt. Het college van B en W is verantwoordelijk voor het opstellen van deze begroting.

Binnen de uitvoering ligt een belangrijke rol bij het dagelijks bestuur (DB) van het stadsdeel. Het DB is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van onder meer straten, pleinen, speelplekken, groen en parken. Daarnaast wijst het Dagelijks Bestuur locaties aan waar sprake is van hardnekkige problematiek in beheer en gebruik en waar een integrale en gebiedsgerichte aanpak nodig is. Ook stimuleert en faciliteert het Dagelijks Bestuur initiatieven van bewoners en ondernemers, zoals buurtrechten en vormen van medebeheer in de openbare ruimte.

Verder verleent het Dagelijks Bestuur verschillende vergunningen, zoals voor werkzaamheden in de openbare ruimte, kapvergunningen en objectvergunningen. De stadsdeelcommissie heeft hierbij geen beslissende bevoegdheid, maar vervult een adviserende rol en kan het dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren over de inrichting, het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte.

Vraag 10

In het Meerjarenplan staat opgenomen dat dit document steeds geactualiseerd zal worden. Hoe vaak zal dit gebeuren? Wie is hier verantwoordelijk voor? Hoe gaat het dagelijks bestuur de stadsdeelcommissie meenemen in de actualisatie?

Antwoord van het college

De scope van het MJP is de komende 4 jaren. Logischerwijs wordt (om en nabij) het einde van deze 4 jaar een geactualiseerde versie opgesteld. U wordt geïnformeerd over deze actualisatie.

Overige vragen

Vraag 11

Waarom scoren buurten in IJburg, die nog in de 21ste eeuw gebouwd zijn, zo slecht in ronde 1?

Antwoord van het college

Het principe blauw (water) is groen was een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van IJburg en hierdoor is er minder groen aangelegd. Dat maakt IJburg een behoorlijk versteende buurt waardoor het slecht scoort in ronde 1. In de (huidige) nieuwe ontwikkelingen op IJburg wordt meer rekening gehouden met de nieuwste inzichten en normen op het gebied van (afstand tot) groen.

Het ontwerp van Ijburg is in de jaren ‘9o van de vorige eeuw gebeurd en later met relatief weinig groen gerealiseerd. Dat heeft te maken met de verhoudingen in de straten (relatief brede straten met veel verharding). Toen was ook de relatie met het water een van de kwaliteiten van deze buurten. In de laatste jaren zijn de gedachtes over de verhoudingen tussen functies en kwaliteit van de openbare ruimte enorm veranderd in het voordeel van het groen. Groene normen voor nieuwe ontwikkelingen en gedachtes over percentages boomkroondekking of minimale afstanden tot

parken zijn pas later ontwikkeld. Daarnaast hebben bomen jaren nodig om tot wasdom te komen en de boomkroondekking op het gewenste niveau is.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen van stadsdeelcommissielid Beek van 13 april 2026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam