12 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

vragen van stadsdeelcommissielid Pieterse van 20 april 2026

Een raadslid stelde op 12 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Welke andere mogelijkheden, anders dan financiële participatie, zijn er om als Amsterdammer mee te doen bij dit soort grootschalige elektriciteitsopwek? → De ontwerp-Verordening gaat over het juridisch én economisch in mede-eigendom hebben van een installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen in…
  • De werkateliers hebben de meeste inhoudelijke input opgeleverd voor het aanscherpen van de verordening. → Voor het werkatelier was er ingezet op het verkrijgen van perspectieven van de volgende groepen: producenten/netbeheerders (2), initiatiefnemers, (organisaties die ondersteuning bieden aan)…
  • In het participatieverslag staat dat er mogelijk perspectieven ontbraken, omdat niet iedereen aanwezig was bij de werkateliers. → Het perspectief van de koepelorganisaties van energiegemeenschappen (denk aan APEC en Oranje Energie) ontbrak tijdens het werkatelier.
  • Zijn er ook ervaringen opgehaald bij energiecoöperaties, bewoners of commerciële partijen die zo’n proces al hebben doorlopen? → De Energiewet, die de grondslag biedt voor een dergelijke verordening, is op 1 januari 2026 in werking getreden.
  • Tot slot wil het dagelijks bestuur ook het advies meegeven om energiegemeenschappen, producten en initiatiefnemers gelijk te trekken in het participatietraject. → *Er wordt met producten, producenten bedoeld?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen van het lid Pieterse over de ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam 20 april 2026

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Welke andere mogelijkheden, anders dan financiële participatie, zijn er om als Amsterdammer mee te doen bij dit soort grootschalige elektriciteitsopwek? Hoe doe je als Amsterdammer mee als je niet de financiële middelen hebt om in te stappen?

Antwoord van het college

De ontwerp-Verordening gaat over het juridisch én economisch in mede-eigendom hebben van een installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen in de nabije omgeving van die installatie.

De verordening zelf zorgt niet direct voor inclusie van mensen met een kleine beurs. Maar door de inspanningsverplichting die de verordening stelt aan de producent, en door de eisen aan toegankelijkheid en andere mogelijkheden tot financiële participatie (bijvoorbeeld omgevingsfonds) wordt er ruimte (en intentie) gewaarborgd om mensen zonder veel vermogen mee te laten doen. Zie in dit verband de Monitor financiële participatie hernieuwbare energie op land 2023, d.d. 4 oktober 2024 (Eerste Kamer der Staten-Generaal ).

Daarbij kunnen inwoners zich aansluiten bij energiegemeenschappen. Veel energiegemeenschappen zijn georganiseerd op een manier die laagdrempelig is ingericht (ook financieel) voor inwoners. Zie in dit verband ook het antwoord onder 1. hierboven.

De ontwerp-Verordening komt energiegemeenschappen verder als volgt tegemoet:

Voor die gevallen dat een project de drempelwaarden van artikel 2 overschrijdt én een energiegemeenschap de producent is, is in artikel 6 een vereenvoudigde onderbouwing van de inspanningsverplichting geregeld. Indien meer dan de helft van de leden, aandeelhouders of vennoten van de energiegemeenschap bestaat uit de kring van partijen zoals omschreven in deze verordening volstaat namelijk een verklaring van de accountant daarover. Deze ontwerpVerordening beoogt met dit artikel te voorkomen dat extra regels opgelegd worden aan energiegemeenschappen die in feite al voldaan hebben aan de inspanningsverplichting. Mocht minder dan 50% van de leden, aandeelhouders of vennoten uit de kring van partijen zijn zoals omschreven in deze verordening, dan zijn de artikelen 3, 4 en 5 wel van toepassing.

Vraag 2

De werkateliers hebben de meeste inhoudelijke input opgeleverd voor het aanscherpen van de verordening. Tegelijkertijd kwamen hier minder deelnemers op af dan verwacht. Heeft het DB inzichtelijk welke deelnemers wel aanwezig waren bij de werkatelier? Wie zijn er gesproken?

Antwoord van het college

Voor het werkatelier was er ingezet op het verkrijgen van perspectieven van de volgende groepen: producenten/netbeheerders (2), initiatiefnemers, (organisaties die ondersteuning bieden aan) energiegemeenschappen (6), grondeigenaren (5). Verder is er ingezet op de aanwezigheid van ongeveer 15 à 20 deelnemers. De uiteindelijke opkomst: 13 deelnemers. Binnen deze groep waren alle doelgroepen vertegenwoordigd.

Vraag 3

In het participatieverslag staat dat er mogelijk perspectieven ontbraken, omdat niet iedereen aanwezig was bij de werkateliers. Heeft het DB inzicht in welke perspectieven dat zijn en wat er nog gedaan is/wordt om die perspectieven wel op te halen?

Antwoord van het college

Het perspectief van de koepelorganisaties van energiegemeenschappen (denk aan APEC en Oranje Energie) ontbrak tijdens het werkatelier. Deze partijen waren wel uitgenodigd voor het werkatelier.

De APEC is in een eerder stadium van het participatietraject geïnterviewd en heeft daarbij zienswijzen ingediend tijdens de periode van de terinzagelegging van de ontwerp-Verordening. Deze zienswijze wordt samen met de andere zienswijzen waaronder de adviezen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp, behandeld in de Nota van Beantwoording.

Vraag 4

Zijn er ook ervaringen opgehaald bij energiecoöperaties, bewoners of commerciële partijen die zo’n proces al hebben doorlopen? Zijn die inzichten meegenomen?

Antwoord van het college

De Energiewet, die de grondslag biedt voor een dergelijke verordening, is op 1 januari 2026 in werking getreden. Veel landelijke ervaring is er daarom nog niet. Enkele energiegemeenschappen en commerciële partijen hebben deelgenomen aan het werkatelier zodat inzichten uit de praktijk opgehaald zijn. Van de deelnemers aan het werkatelier zijn overigens geen zienswijzen ontvangen.

Vraag 5

Tot slot wil het dagelijks bestuur ook het advies meegeven om energiegemeenschappen, producten en initiatiefnemers gelijk te trekken in het participatietraject. Wat bedoelt het DB hiermee?

Antwoord van het college

*Er wordt met producten, producenten bedoeld?

Een participatietraject is bedoeld om de diverse perspectieven te horen en vandaar uit de juiste beslissingen te nemen. Ons advies is om de diverse betrokken partijen gezamenlijk met elkaar in gesprek te laten gaan. Nu worden deze partijen apart gesproken. Dit zien wij als een gemiste kans om het goede gesprek en daarmee de mogelijkheid om gezamenlijk tot een besluit te komen.

Ons advies is organiseer bijeenkomsten waarbij alle betrokken partijen, energiegemeenschappen, producenten, initiatiefnemers, bewoners en ondernemers tegelijk samen met de gemeente in gesprek zijn. Zo heeft iedereen vanuit zijn rol invloed. En vergeet hierbij niet ook de “tegenstem” uit te nodigen voor een helder tegengeluid.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen van stadsdeelcommissielid Pieterse van 20 april 2026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam