15 april 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

vragen van stadsdeelcommissielid Talbi van 11 april 2025

Een raadslid stelde op 15 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Op welke manier wordt de inzet van de mobiele gebruikersruimte op het ’s-Gravesandeplein gemonitord en geëvalueerd? → Het doel van de mobiele gebruikersruimte is: 1.
  • Sluiten deze criteria aan bij eerdere monitoring en evaluatie van gebruikersruimten elders in de stad, waardoor die bijvoorbeeld ook onderling te vergelijken zijn? → De inzet van de mobiele gebruikersruimte dient zowel een zorg als overlast doel.
  • Hoe en wanneer wordt bij deze monitoring en evaluatie contact onderhouden met de buurt, waaronder (maar niet beperkt tot) het OLVG, bassisschool Aldoende, en… → Voor het monitoren onderhouden we contact met een klankbordgroep van omwonenden en het OLVG.
  • Voor wanneer is de formele evaluatie van de inzet van de mobiele gebruikersruimte gepland? → De evaluatie vindt plaats in het najaar 2025.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen van het lid Talbi (GroenLinks) over de mobiele gebruikersruimte nabij het Oosterpark 11 april 2025 Al geruime tijd zijn er in Amsterdam-Oost zorgen over groeiende overlast door drugsgebruik in en rondom het Oosterpark. Als mogelijke oplossing hiervoor stelt het dagelijks bestuur de inzet voor van een mobiele gebruikersruimte op het ’s Gravesandeplein.

Tijdens de stadsdeelcommissievergadering van 8 april jl. kwam deze gebruikersruimte in het debat ter sprake. Om meer helderheid te verkrijgen over de plaatsing van de mobiele gebruikersruimte in de buurt, de evaluatie en monitoring van de ruimte, verzoeken wij de portefeuillehouder antwoorden te formuleren op te volgende vragen:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Op welke manier wordt de inzet van de mobiele gebruikersruimte op het ’s-Gravesandeplein gemonitord en geëvalueerd?

Antwoord van het college

Het doel van de mobiele gebruikersruimte is:

1. Dat er minder openlijk drugsgebruik is op straat in het overlastgebied (Dapperbuurt, Oosterparkbuurt, Boerhavebuurt en het Oosterpark);

2. Dat kwetsbare mensen worden toe geleid naar opvang en hulp;

3. Meer inzicht in de doelgroep gebruikers;

4. Minder drugsgerelateerd afval in het overlast gebied.

De inzet van de mobiele gebruikersruimte dient derhalve zowel een zorg als overlast doel. In overleg met de stedelijke dienst JZD (Jeugd, Zorg en Diversiteit) zijn wij afspraken aan het maken over de wijze van monitoren en evaluatie.

Om de inzet te monitoren gebruiken we:

- de registraties van handhaving en politie w.o. overlastmeldingen, meldingen openlijk gebruik, enz.;

- signalen van omwonenden (klankbordgroep);

- registraties van De Regenboog Groep (bezoekersaantallen, hulpvraag, enz.)

- Ervaringen van maatschappelijke organisaties in de wijk (effect in de wijk).

Tweemaandelijks wordt er gezamenlijk gemonitord door het stadsdeel en afdeling Zorg (dienst JZD) met input van handhaving, politie, De Regenboog Groep, en een klankbordgroep van bewoners (omwonenden).

In het najaar vindt er een evaluatie plaats. Aan de hand van de evaluatie en afhankelijk van de zoektocht naar een vast inloophuis met gebruikersruimte in Oost, wordt een besluit genomen over een eventuele verlenging van de inzet de mobiele gebruikersruimte voor 2026 en de locatie waar deze het beste kan staan.

Vraag 2

Sluiten deze criteria aan bij eerdere monitoring en evaluatie van gebruikersruimten elders in de stad, waardoor die bijvoorbeeld ook onderling te vergelijken zijn?

Antwoord van het college

De inzet van de mobiele gebruikersruimte dient zowel een zorg als overlast doel. In overleg met de stedelijke dienst JZD (Jeugd, Zorg en Diversiteit) zijn wij afspraken aan het maken over de wijze van monitoren en evaluatie en welke criteria daarbij worden gehanteerd.

Er is geen vanzelfsprekendheid dat deze een-op-een overeenkomen met criteria de elders in de stad gelden voor gebruikersruimtes. De capaciteit van een gebruikersbus is heel anders dan een inloophuis. In de praktijk moet blijken hoeveel gebruikers je maximaal kunt bedienen met de bus.

Daarnaast is een gebruikersbus in onze beleving meer laagdrempelig toegankelijk, maar ook een erg zichtbare voorziening midden op een plein waardoor die laagdrempeligheid ook nog moet blijken.

Zo zijn er nog veel variabelen waarvan moet blijken hoe deze uitpakken. Door dit goed te monitoren proberen we waar nodig bij te sturen.

Vraag 3

Hoe en wanneer wordt bij deze monitoring en evaluatie contact onderhouden met de buurt, waaronder (maar niet beperkt tot) het OLVG, bassisschool Aldoende, en buurtbewoners op en rondom het ’s Gravesandeplein?

Antwoord van het college

Voor het monitoren onderhouden we contact met een klankbordgroep van omwonenden en het OLVG. De basisschool Aldoende ligt wat verder in de Boerhaavepleinbuurt en is geen directe gesprekspartner.

Vraag 4

Voor wanneer is de formele evaluatie van de inzet van de mobiele gebruikersruimte gepland?

Antwoord van het college

De evaluatie vindt plaats in het najaar 2025.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen van stadsdeelcommissielid Talbi van 11 april 2025

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam