vragen van stadsdeelcommissielid Tjon-Fo van 13 januari 2026
Een raadslid stelde op 3 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (21 vragen).
In het kort
21 vragen en wat het college antwoordt
- De Sluisbuurt beschikt momenteel slechts over één supermarkt (AH). → Het bestemmingsplan Sluisbuurt staat 6.400 m² bruto vloeroppervlak detailhandel toe.
- Welke inspanningen worden geleverd om meer (betaalbare) dagelijkse voorzieningen en sportmogelijkheden naar de Sluisbuurt te halen? → In de Sluisbuurt verrijst momenteel een permanente sporthal (locatie 2C, zie afbeelding hieronder).
- Kan de bestuurder toelichten wat de stand van zaken is rond de geplande schoolvoorzieningen en welke gevolgen de vertraging heeft voor gezinnen in de wijk? → Momenteel wordt op basis van de nieuwe woningbouwcijfers en prognoses een nieuwe leerling prognose voor Sluisbuurt opgesteld.
- Bewoners melden structurele diefstal van fietsen en postpakketten uit flatgebouwen. → De politie hoort van bewoners dat er pakketjes worden gestolen uit het flatgebouw en informeert bewoners om aangifte te doen.
- Hoe beoordeelt de bestuurder het feit dat politie en woningcorporaties elkaar verwijzen en bewoners zich niet geholpen voelen? → In de Sluisbuurt zijn er veel nieuwe panden en nieuwe bewoners.
- Welke stappen kan de bestuurder zetten om samen met corporaties en politie tot concrete oplossingen te komen, zoals betere toegangsbeveiliging of cameratoezicht? → De belangrijkste stappen die genomen kunnen worden zijn: - Bewoners moeten aangifte doen van diefstal.
- Herkent het college het gevoel van onveiligheid in de avonduren, met name voor vrouwen die van tramhaltes naar studenten- en statushouders woningen lopen? → Bij politie is niet bekend op basis van registraties/aangiftes dat bewoners zich onveilig voelen.
- Welke maatregelen worden overwogen om de sociale veiligheid in de avond en nacht te verbeteren (bijv. verlichting, activering van de plinten, toezicht)? → Uit de inventarisatie naar sociaal onveilige locaties van oktober 2025 is de Sluisbuurt niet naar boven gekomen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragen van het lid Tjon-Fo (GroenLinks) over leefbaarheid, veiligheid en voorzieningen in de Sluisbuurt 13 januari 2026 Bewoners van de Sluisbuurt geven aan over het algemeen tevreden te zijn met hun buurt en zien met vertrouwen uit naar het moment waarop de wijk volledig is afgerond. Tegelijkertijd signaleren zij een aantal hardnekkige knelpunten op het gebied van afval, veiligheid, voorzieningen, bereikbaarheid en wonen. Deze signalen raken direct aan de leefbaarheid en veiligheid in de wijk en vragen om aandacht van het college / dagelijks bestuur. (Voorzieningen in de wijk)
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De Sluisbuurt beschikt momenteel slechts over één supermarkt (AH). Is de bestuurder het met bewoners eens dat dit onvoldoende is voor een wijk van deze omvang?
Antwoord van het college
Het bestemmingsplan Sluisbuurt staat 6.400 m² bruto vloeroppervlak detailhandel toe. Het bestemmingsplan vormt dan ook geen belemmering om een of meerdere supermarkten toe te laten.
Bij de ontwikkeling van nieuwe woongebieden is er vaak spanning in de beginfase: de eerste bewoners hopen op een compleet pakket aan (commerciële) voorzieningen, terwijl de ondernemers pas geïnteresseerd raken als er voldoende draagvlak/verdienpotentieel aanwezig is. Dat houdt in dat er voldoende bewoners moeten zijn om commerciële voorzieningen zoals winkels rendabel te laten zijn. En dat is veelal in de eindfase van gebiedsontwikkeling. In de Sluisbuurt komen uiteindelijk circa 5600 woningen, dus circa 11.000 bewoners. Eind 2025 woonden er een kleine 500 bewoners in de buurt. Een vuistregel is dat een moderne supermarkt van circa 1200-1400 m² winkelvloeroppervlak ongeveer 4000 tot 5000 bew0ners nodig heeft om rendabel te functioneren. Op dit moment past het dat er slechts één supermarkt is. Op termijn is dit inderdaad onvoldoende voor een wijk van deze omvang, maar dan biedt het bestemmingsplan voldoende ruimte voor supermarkten en andere winkels voor de dagelijkse boodschappen om zich te vestigen in de Sluisbuurt.
Vraag 2
Welke inspanningen worden geleverd om meer (betaalbare) dagelijkse voorzieningen en sportmogelijkheden naar de Sluisbuurt te halen?
Antwoord van het college
In de Sluisbuurt verrijst momenteel een permanente sporthal (locatie 2C, zie afbeelding hieronder).
Overdag gebruikt het Montessori Lyceum Pax deze hal, in de avonduren krijgen sportverenigingen toegang. De oplevering hiervan staat gepland voor eind 2026. Welke verenigingen er in de hal komen, is nog niet bekend.
Bij de lagere school is ook een gymzaal. Daar worden nog afspraken gemaakt over mogelijk gebruik buiten schooltijden.
Plantsoenen Van de diverse plantsoenen in de openbare ruimte wordt de helft geprogrammeerd met sport en spel. Bij de andere helft ligt de nadruk meer op ecologie, maar zal alsnog sport en/of spel worden mee ontworpen. Plantsoen 6 wordt een basketbalveld. Plantsoen 2 is in samenspraak met het Montessori Lyceum ontworpen als buitensport locatie. Buiten lestijden is dit voor eenieder te gebruiken. Daarna staan plantsoenen 4 en 1 op de rol om gerealiseerd te worden.
Waterplein Het waterplein zal de grootste openbare sport en spel locatie worden (sowieso op mooie dagen) met een buurt overstijgende functie.
Sluispark Dit jaar nog willen we de overleggen met RWS weer oppakken over het Sluispark, waar we ook sport en spel faciliteren.
Daarnaast wordt er gewerkt aan een Rondje Zeeburgereiland (hardlopen, fietsen, trimtoestellen of iets dergelijks). Als we specifiek praten over verdere sportmogelijkheden dan verwijzen we de bewoners ook nog naar de grote Urban Sportzone, naastgelegen in de Sportheldenbuurt.
Er worden randvoorwaarden geschept voor de commerciële functies in de blokken van ontwikkelaars, maar de daadwerkelijke invulling is aan de markt. De mogelijkheid bestaat dat commerciële sportaanbieders zich hiervoor inschrijven.
Vraag 3
Kan de bestuurder toelichten wat de stand van zaken is rond de geplande schoolvoorzieningen en welke gevolgen de vertraging heeft voor gezinnen in de wijk?
Antwoord van het college
Momenteel wordt op basis van de nieuwe woningbouwcijfers en prognoses een nieuwe leerling prognose voor Sluisbuurt opgesteld. Op basis hiervan zal een herijking komen op het aantal te bouwen scholen.
Voor het Voortgezet onderwijs wordt nu gebouwd aan Pax Sluisbuurt, een school van Montessori Lyceum Amsterdam. De verwachting is dat deze school begin 2027 wordt opgeleverd.
Voor het Primair onderwijs start eveneens in 2027 een school, Kindcentrum Sluisbuurt.
De verwachting is dat in ieder geval één Primair Onderwijs (PO) school gebouwd gaat worden in de Baaibuurt vanwege de relatief geïsoleerde ligging in de Sluisbuurt.
Voor overige PO scholen moet eerst de nieuwe leerling prognose worden afgewacht om concreet te kunnen zeggen welke scholen nog wel/niet gebouwd moeten gaan worden.
(Veiligheid, diefstal en sociale veiligheid)
Vraag 4
Bewoners melden structurele diefstal van fietsen en postpakketten uit flatgebouwen. Is het college hiervan op de hoogte?
Antwoord van het college
De politie hoort van bewoners dat er pakketjes worden gestolen uit het flatgebouw en informeert bewoners om aangifte te doen. De bewoners doen hier geen aangifte van. Politie heeft een mogelijk verdachte gecontroleerd maar dit heeft niet geleid tot verdere strafvervolging.
Het fenomeen pakkettendiefstal is een stedelijk probleem bij appartementencomplexen. Bezorgers leggen de pakketten in de gezamenlijke ruimte omdat: 1. bewoners bestellen maar niet thuisblijven om pakketten in ontvangst te nemen, 2. pakketbezorgers te druk zijn en geen tijd hebben om het pakket naar boven te brengen, 3. Pakketten blijven beneden liggen en hierdoor kunnen ze gemakkelijker gestolen worden (ook verantwoordelijkheid van de bewoners om onderling hier afspraken over te maken).
Het is van belang dat huurders met de verhuurder in gesprek gaan over veiligheidsmaatregelen
Vraag 5
Hoe beoordeelt de bestuurder het feit dat politie en woningcorporaties elkaar verwijzen en bewoners zich niet geholpen voelen?
Antwoord van het college
In de Sluisbuurt zijn er veel nieuwe panden en nieuwe bewoners. Het heeft ook tijd nodig om goed contact te maken met de bewoners en verhuurders, er is goed contact met MVGM (verhuurder). De wijkagent investeert in het contact, verspreid flyers met zijn contactgegevens bij de bewoners in de brievenbus. En maakt uiteraard ook het contact fysiek met bewoners op straat.
Het is belangrijk dat bewoners goed worden geïnformeerd over wie welke rol heeft als het gaat om veiligheid. Politie is niet verantwoordelijk voor de inpandige veiligheid, dat is de verhuurder. Politie gaat over strafzaken (ook achter gesloten deuren) en de openbare orde.
Bewoners moeten aangiften doen van diefstal bij de politie. Daarnaast met hun eigen verhuurder in gesprek over de te nemen beveiligingsmaatregen inpandig. Politie en gemeente kunnen hier altijd over meedenken en adviseren.
Vraag 6
Welke stappen kan de bestuurder zetten om samen met corporaties en politie tot concrete oplossingen te komen, zoals betere toegangsbeveiliging of cameratoezicht?
Antwoord van het college
De belangrijkste stappen die genomen kunnen worden zijn:
- Bewoners moeten aangifte doen van diefstal. Zonder aangiftes zijn er geen registraties en kan politie geen opsporingsonderzoek starten.
- De verhuurder is verantwoordelijk voor het beveiligen van het pand.
- Bewoners moeten aangiften doen van diefstal bij de politie. Daarnaast met hun eigen verhuurder in gesprek over de te nemen beveiligingsmaatregen inpandig. Politie en gemeente kunnen hier altijd over meedenken en adviseren.
-
Bewoners moeten zelf ook hun verantwoordelijkheid nemen bij bestellingen. Blijf thuis of laat je pakket bij een afhaaladres bezorgen.
Liggen er pakketjes in de gezamenlijke ruimte neem het mee voor je buren.
Vraag 7
Herkent het college het gevoel van onveiligheid in de avonduren, met name voor vrouwen die van tramhaltes naar studenten- en statushouders woningen lopen?
Antwoord van het college
Bij politie is niet bekend op basis van registraties/aangiftes dat bewoners zich onveilig voelen. Ook het stadsdeel heeft geen signalen gekregen over een gevoel van onveiligheid. We zien wel dat het een kaal en donker stukje is om te lopen. Om als stadsdeel een beeld te krijgen is het van belang dat bewoners meldingen doen. Dat kan bijvoorbeeld via de Amsterdam App. Bij strafbare feiten is het van belang dat bewoners aangifte doen.
Vraag 8
Welke maatregelen worden overwogen om de sociale veiligheid in de avond en nacht te verbeteren (bijv. verlichting, activering van de plinten, toezicht)?
Antwoord van het college
Uit de inventarisatie naar sociaal onveilige locaties van oktober 2025 is de Sluisbuurt niet naar boven gekomen. Het hoort nu dus niet bij de ongeveer 40 locaties in Oost (stadsbreed ong. 160) waar wordt gekeken naar kleine maatregelen (snoeiwerk, verlichting, kleine aanpassingen) om de omgeving sociaal veiliger te maken. We nemen deze vraag wel mee als signaal en zullen de situatie in de gaten houden.
(Openbaar vervoer)
Vraag 9
Klopt het dat tramlijnen 26 en 37 regelmatig uitvallen?
Antwoord van het college
In het verleden is er sprake geweest van hoge rituitval bij tram. De laatste maanden is dit gestabiliseerd en lijn 26 scoort nu beter dan het gemiddelde van alle tramlijnen samen. Bij bus hebben we te maken met een lage personele beschikbaarheid. We werven volop nieuwe mensen, maar vooralsnog blijven we tekorten houden. Dit zien we helaas terug in rituitval op alle buslijnen, en dus ook lijn 37.
Vraag 10
Wat is de oorzaak hiervan en welke acties worden ondernomen om de betrouwbaarheid van het OV naar en vanuit de Sluisbuurt te verbeteren?
Antwoord van het college
Op lijn 26 is de rituitval stabiel. Op lijn 37 is de rituitval hoger dan gewenst, de hoofdoorzaak is personele beschikbaarheid. GVB doet er alles aan om nieuwe buschauffeurs te werven, op te leiden en te behouden. In het eerste kwartaal van 2026 verwachten we een grotere instroom van nieuwe medewerkers dan uitstroom. De resultaten hiervan moeten dan ook zichtbaar worden in een daling van de rituitval. (Parkeren en handhaving)
Vraag 11
Bewoners zijn tevreden over het aantal parkeerplekken, maar ervaren tegelijkertijd zeer strenge handhaving bij laden en lossen. Is de verantwoordelijke bestuurder bereid te kijken naar maatwerk of duidelijkere communicatie hierover?
Antwoord van het college
Het beeld dat er zeer streng wordt gehandhaafd bij laden en lossen wordt niet herkend. Handhaving vindt plaats binnen de geldende regels. Er zijn op dit moment geen signalen of klachten bekend over de handhaving rondom laden en lossen. Tegelijkertijd wordt het belang van duidelijke communicatie richting bewoners onderschreven. Indien er in de toekomst signalen binnenkomen, kan worden bekeken of aanvullende toelichting of verduidelijking van de regels wenselijk is.
(Wonen en huurdersrechten)
Vraag 12
Klopt het dat verhuurders van studenten- en statushouders woningen verplicht zijn te zorgen voor overdekte fietsenstallingen?
Antwoord van het college
Bij nieuwbouw van woningen geldt op grond van het Bouwbesluit 2012 de verplichting om te voorzien in een (fiets)berging op eigen terrein. Het Bouwbesluit stelt functionele eisen aan deze berging, maar schrijft niet voor dat deze in alle gevallen individueel of volledig overdekt moet zijn.
In gemeentelijke uitwerkingen en beleidsstukken is nader geconcretiseerd dat een (fiets)berging:
• Bescherming moet bieden tegen weer en wind;
• Afsluitbaar moet zijn en niet openbaar toegankelijk;
• Een minimale oppervlakte van 5 m² moet hebben;
• Rechtstreeks bereikbaar zijn vanaf de openbare weg via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte.
Het Bouwbesluit biedt ruimte voor gelijkwaardige oplossingen. In gemeentelijk beleid is vastgelegd dat een gezamenlijke fietsenstalling als gelijkwaardig alternatief kan gelden voor individuele bergingen, mits aan de functionele eisen wordt voldaan.
Voor het project in de Sluisbuurt wordt voorzien in een gezamenlijke, overdekte fietsenstalling, waarmee wordt voldaan aan de geldende regelgeving.
Vraag 13
Wordt hierop gehandhaafd, en zo ja, hoe?
Antwoord van het college
Er wordt bij de toetsing van het Definitief Ontwerp (DO) en bij de vergunningverlening gecontroleerd of deze voorziening is opgenomen en voldoet aan de geldende eisen.
Toezicht en handhaving zien op de realisatie van de vereiste voorzieningen, niet op het feitelijk gebruik daarvan door bewoners. Dat bewoners ervoor kiezen hun fiets in de openbare ruimte te plaatsen, vormt op zichzelf geen handhavingsgrond, tenzij sprake is van een overtreding van andere regelgeving (zoals een parkeerverbod).
Indien na realisatie blijkt dat niet is gebouwd conform het DO of de vergunning, kan een melding worden gedaan bij Bouw- en Woningtoezicht.
Vraag 14
Worden de studentenwoningen in de Sluisbuurt meegeteld in het afgesproken percentage sociale huur 40/40/20? Zo ja, acht de bestuurder dit wenselijk en transparant richting bewoners?
Antwoord van het college
Ja. Zelfstandige studentenwoningen die vallen binnen het sociale-huursegment worden meegeteld in de afgesproken percentages sociale huur binnen de Sluisbuurt.
Het college acht dit wenselijk, omdat studenten een doelgroep vormen met een aantoonbare behoefte aan betaalbare woonruimte. Studentenhuisvesting maakt daarom onderdeel uit van het sociale segment. Tegelijkertijd wordt bij gebiedsontwikkelingen gestuurd op een evenwichtige verdeling, zodat het aandeel woningen voor specifieke doelgroepen niet onevenredig groot wordt ten opzichte van de totale woningprogrammering.
Vraag 15
Is het college bekend met situaties waarbij woningen zijn toegewezen met zeer beperkt of geen direct daglicht, zoals woningen die uitkijken op een blinde muur?
Antwoord van het college
Het college is niet bekend met dit soort situaties in de Sluisbuurt. Uitkijken op een blinde muur betekent overigens niet dat er per definitie sprake is van zeer beperkt of geen daglicht.
Vraag 16
Hoe wordt bij woningtoewijzing geborgd dat woningen voldoen aan minimale eisen voor daglicht, gezondheid en woonkwaliteit?
Antwoord van het college
Alle nieuwbouwwoningen moeten voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit, waaronder de normen voor daglichttoetreding, gezondheid en woonkwaliteit (zoals vastgelegd in onder andere NEN 2057).
Deze eisen worden getoetst bij vergunningverlening.
Het stellen van aanvullende eisen bovenop het Bouwbesluit is juridisch niet toegestaan (tweewegen-leer).
De gemeente wijst zelf geen woningen toe: de woningtoewijzing aan studenten, statushouders en andere woningzoekenden vindt plaats door woningcorporaties en verhuurders. Indien er signalen zijn dat gerealiseerde woningen niet voldoen aan de wettelijke eisen, kan hiervan een melding worden gedaan bij Bouw- en Woningtoezicht.
(Positieve ontwikkelingen)
Vraag 17
De verantwoordelijke bestuurder wordt gevraagd te reflecteren op de positieve ervaringen met buurtfeesten en activiteiten vanuit het buurthuis. Is de bestuurder bereid deze initiatieven structureel te ondersteunen, gezien hun belangrijke rol in verbinding, participatie en het begrijpen van overheidscommunicatie?
Antwoord van het college
In de Sluisbuurt is op dit moment nog geen buurthuis of buurtkamer gerealiseerd. Hoewel er inmiddels bewoners wonen, is de bevolkingsomvang nog relatief beperkt. Naast twee woongebouwen bevinden zich in de Sluisbuurt de Hogeschool Inholland en broedplaats Baggerbeest.
Het belang van ontmoeting en laagdrempelige activiteiten voor verbinding en participatie in een wijk wordt onderschreven. In dat kader wordt de inzet richting de Sluisbuurt momenteel verder versterkt.
Bewoners van de Sluisbuurt zijn actief uitgenodigd voor de halfjaarlijkse Meet-Up, evenals voor
initiatieven en activiteiten die voor het gehele eiland worden georganiseerd. In de definitieve plannen voor de Sluisbuurt zijn diverse maatschappelijke ruimtes opgenomen.
(Afval en openbare ruimte)
Vraag 18
Is de verantwoordelijke bestuurder bekend met de situatie dat afvalcontainers in de Sluisbuurt wel worden geleegd, maar dat het zwerfafval rondom de containers structureel blijft liggen?
Antwoord van het college
Dit beeld wordt niet herkend. De containers in de Sluisbuurt worden conform de basisdienstregeling geleegd. Wanneer nieuwe containers worden geplaatst, verloopt dit via Areaalbeheer en worden deze verwerkt in de routes. De bijplaatsingen, het zwerfafval en het eventueel aanwezige grofvuil worden opgepakt via de reguliere aanpak bijplaatsingen. Op termijn zullen de (tijdelijke) bovengrondse containers overigens verwijderd worden in verband met de komst van het Ondergronds Afval Transportsysteem (OAT). Tot die tijd is de gemeente actief bezig om containeradoptanten te werven.
Vraag 19
Wie is verantwoordelijk voor het schoonmaken rondom afvalcontainers, en hoe wordt hierop gehandhaafd?
Antwoord van het college
Het schoonhouden rondom afvalcontainers maakt onderdeel uit van de reguliere inzet van de inzameling. Bijplaatsingen en grofvuil worden meegenomen in de uitvoering of opgepakt op basis van signalen en meldingen. Het aantal meldingen vanuit het meldpunt over dit gebied is tot op heden zeer beperkt.
Vraag 20
Herkent de bestuurder het beeld dat zwerfafval toeneemt en grofvuil niet altijd tijdig wordt opgehaald?
Antwoord van het college
Nee, wat betreft grofvuil wordt dit beeld niet herkend. Er is sprake van een regulier aanbod en het afval wordt tijdig ingezameld volgens de geldende dienstregeling. In geval van een calamiteit wordt dit uiterlijk de eerstvolgende werkdag vanaf 07.30 uur opgepakt. Wat wel wordt herkend is dat het voor veel (nieuwe) bewoners onduidelijkheid is over het correct aanbieden van grofafval. Hierdoor wordt er regelmatig grofafval aangeboden op verkeerde plekken en niet op de juiste dagen. Zoals u weet zorgt de gemeente de komende jaren voor duidelijke plekken voor grof afval. Conform de door uw stadsdeelcommissie aangenomen motie 121.23 ‘Betere communicatie naar bewoners’ worden de locaties voor grof afval voorzien van een tegel waarmee duidelijk wordt aangegeven waar grof afval geplaatst kan worden. Dit zal ook in de Sluisbuurt gebeuren.
Vraag 21
Welke maatregelen worden genomen om de openbare ruimte in de Sluisbuurt structureel schoon en veilig te houden?
Antwoord van het college
De openbare ruimte wordt schoon en veilig gehouden door uitvoering van de basisdienstregeling, de aanpak van bijplaatsingen en het opvolgen van meldingen en signalen. Op dit moment geven de beschikbare data en meldingen geen aanleiding om aanvullende maatregelen te treffen.
Ten aanzien van achtergebleven zwerfvuil het volgende:
In de regel blijft er bij het inzamelen van een afvalbak geen zwerfvuil achter. Namelijk de bak wordt direct geleegd zonder dat daar vuil wordt rondgestrooid. Kleine beetjes vuil ruimt de inzameling op zodat de locatie netjes achter wordt gelaten. Mocht er als gevolg van de (weggeduwde) bijplaatsingen veel zwerfvuil blijven liggen, dan zal de afvalinzamelaar contact opnemen met de reiniging. De reinigers zullen vervolgens langsgaan om de restanten op te ruimen/ te vegen.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen van stadsdeelcommissielid Tjon-Fo van 13 januari 2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.