10 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Amsterdam

vragen van stadsdeelcommissielid Versteeg c.s. van 10 december 2025

Een raadslid stelde op 10 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (16 vragen).

In het kort

16 vragen en wat het college antwoordt

  • Bent u bekend met het onderzoeksrapport van de Rekenkamer Amsterdam getiteld ‘Toegankelijkheid van buurthuizen’? → Ja.
  • Welke buurthuizen zijn in stadsdeel Oost onderzocht? → Op basis van opgave Rekenkamer (bijlage) van de 184 locaties in gehele stad zijn 39 nader onderzocht op diverse aspecten van toegankelijkheid.
  • Op welke manier is het stadsdeel vooraf en tijdens het onderzoek betrokken? → Twee medewerkers van het stadsdeel zijn in verband met dit onderzoek geïnterviewd door de rekenkamer (adviseur Maatschappelijke Voorzieningen en accounthouder Civic).
  • Zijn de conclusies en aanbevelingen in lijn met de verwachtingen of wijken deze af? → Er is breed naar toegankelijkheid gekeken.
  • De functie van de buurthuizen hangt samen met veel verschillende beleidsterreinen in de stad. → De hoofdfunctie van een buurthuis is die van de Sociale Basis of zogenaamde nuldelijns zorg: een voor iedere Amsterdammer toegankelijke voorziening ten behoeve van bevordering van…
  • Is er bekend hoeveel bezetting de verschillende buurthuizen in oost hebben? → De laatste meting is gedaan in eigen beheer dit was in 2023.
  • Hoe beoordeelt het dagelijks bestuur de sociale en informatieve toegankelijkheid van deze voorzieningen (zoals openingstijden, zichtbaarheid in de wijk, duidelijke… → De Rekenkamer oordeelt dat gemeentebreed met name zichtbaarheid en communicatie (website) verbetering behoeven om sociale toegankelijkheid te verbeteren.
  • In hoeverre worden de openingstijden van de buurthuizen in oost afgestemd op de behoeften van de buurtbewoners? → Het is eerst aan de uitvoerende partijen om uit de buurt de behoefte op te halen, vervolgens in het gesprek met stadsdeel om ervoor te zorgen dat we voorwaarden en mogelijkheid scheppen om…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen van de leden Versteeg (PvdA), De Zwart (D66), Willemsen (Méérbelangen), Amraoui (DENK) en Tjon-Fo (GroenLinks) naar aanleiding van onderzoeksrapport van Rekenkamer AmsterdamZaanstad over toegankelijkheid van buurthuizen 10 december 2025

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Bent u bekend met het onderzoeksrapport van de Rekenkamer Amsterdam getiteld ‘Toegankelijkheid van buurthuizen’?

Antwoord van het college

Ja.

Vraag 2

Welke buurthuizen zijn in stadsdeel Oost onderzocht? Is dat het complete aantal buurthuizen in ons stadsdeel?

Antwoord van het college

Op basis van opgave Rekenkamer (bijlage) van de 184 locaties in gehele stad zijn 39 nader onderzocht op diverse aspecten van toegankelijkheid. Hiervan 19 buurthuizen en 20 buurtkamers.

De rekenkamer heeft geen informatie gedeeld over de exacte locaties die bezocht zijn.

Vraag 3

Op welke manier is het stadsdeel vooraf en tijdens het onderzoek betrokken?

Antwoord van het college

Twee medewerkers van het stadsdeel zijn in verband met dit onderzoek geïnterviewd door de rekenkamer (adviseur Maatschappelijke Voorzieningen en accounthouder Civic).

Vraag 4

Zijn de conclusies en aanbevelingen in lijn met de verwachtingen of wijken deze af? Zo ja, waar? Zo nee, waarom?

Antwoord van het college

Er is breed naar toegankelijkheid gekeken. Dat hebben we als stadsdeel zelf nog niet eerder op deze wijze gedaan. Er waren dus geen specifieke verwachtingen omdat, zoals de rekenkamer ook aangeeft, de gemeente geen beeld heeft van de brede toegankelijkheid van buurthuizen. De brede inventarisatie die nu is gedaan biedt een waardevol kader om de toegankelijkheid in zo breed mogelijke zin te verbeteren voor bestaande locaties en te waarborgen voor toekomstige.

Vraag 5

De functie van de buurthuizen hangt samen met veel verschillende beleidsterreinen in de stad. Kunt u aangeven welke dit zijn en hoe deze zich allemaal tot elkaar verhouden?

Antwoord van het college

De hoofdfunctie van een buurthuis is die van de Sociale Basis of zogenaamde nuldelijns zorg: een voor iedere Amsterdammer toegankelijke voorziening ten behoeve van bevordering van participatie, welzijn en gezondheid vooral gericht op de kwetsbaarder groepen. Activiteiten in het kader van andere beleidsterreinen is mogelijk voor zover dit de hoofdfunctie niet in de weg zit, en wenselijk voor zover het de doelstellingen van de Sociale Basis bevordert (met name aantrekkelijkheid en menging van doelgroepen).

Vraag 6

Is er bekend hoeveel bezetting de verschillende buurthuizen in oost hebben? Oftewel hoeveel uren per week deze locaties geopend zijn? En of daar ook een relatie ligt tussen de subsidie die zij ontvangen en de kosten van de instandhouding van zo’n locatie?

Antwoord van het college

De laatste meting is gedaan in eigen beheer dit was in 2023. Door de bank genomen zit de bezetting tussen 40 en 60% tijdens werktijden. Destijds zaten er geen locaties tussen die hier ver onder zaten, met wel enkelen hier aanzienlijk boven. Rekening moet worden gehouden met het gebied: in de meer geïsoleerd gelegen buurten in de Watergraafsmeer is bezetting gemiddeld lager dan in het dichtbevolkte oud-Oost.

Buurthuizen worden door de beheerder bemand tijdens werkdagen. Avond- en weekendopenstelling wordt (naar behoefte) mogelijk gemaakt voor vaste partijen door middel van zelfbeheer. (Het betreft hier dus niet volwaardige opstelling: niet voor vrije inloop maar voor specifieke groepen/activiteiten.) Buurtkamers hebben doorgaans geen permanent aanwezige beheerder. Vrije inloop tijdens werktijden is hier doorgaans dus niet gegarandeerd.

Wat betreft de subsidie bestaan de aanvragen van buurthuizen voor een deel uit vaste lasten: denk daarbij aan huurlasten, verzekeringen, beheer en onderhoud, schoonmaak, internet , gas, water en elektriciteit. Een ander deel hangt samen met de openingstijden en de activiteiten die daar plaatsvinden. Dit is voor ieder buurthuis of buurkamer verschillend. We vragen beherende partijen daarom een realistische begroting in te dienen. Als we daar vragen over hebben gaan we daarover met de betreffende partij in gesprek

Vraag 7

Hoe beoordeelt het dagelijks bestuur de sociale en informatieve toegankelijkheid van deze voorzieningen (zoals openingstijden, zichtbaarheid in de wijk, duidelijke communicatie over activiteiten en voor wie de locatie bedoeld is)?

Antwoord van het college

De Rekenkamer oordeelt dat gemeentebreed met name zichtbaarheid en communicatie (website) verbetering behoeven om sociale toegankelijkheid te verbeteren. Dit is een conclusie die we voor Oost herkennen. Het stadsdeel werkt op dit moment aan een verbeterplan. Onderdeel hiervan is ook dat beherende partijen in 2026 subsidie kunnen aanvragen om hun website op toegankelijkheid te laten toetsen. Eind 2026 zal u en de Raad over de stand van zaken worden geïnformeerd.

Vraag 8

In hoeverre worden de openingstijden van de buurthuizen in oost afgestemd op de behoeften van de buurtbewoners? Meer specifiek: Wat is de rol / verantwoordelijkheid van de bewoners als het om inspraak gaat over o.a. de brede toegankelijkheid, kleinschalige en bewonersgedreven initiatieven?

Antwoord van het college

Het is eerst aan de uitvoerende partijen om uit de buurt de behoefte op te halen, vervolgens in het gesprek met stadsdeel om ervoor te zorgen dat we voorwaarden en mogelijkheid scheppen om te voorzien in die behoeften. In zijn algemeenheid: we gaan aan de hand van het rapport kijken hoe we het gesprek hierover met onze uitvoerende partners structureler en kwalitatief beter te voeren.

In zijn algemeenheid is door de rekenkamer geconcludeerd dat buurthuizen niet altijd open zijn op momenten dat mensen er gebruik van willen maken, bijvoorbeeld in de weekenden. Dat heeft

enerzijds te maken met kosten maar anderzijds ook met tekort aan personeel en met name aan vrijwilligers. Dus niet alles wat wenselijk zou zijn vanuit bewoners is ook mogelijk binnen de huidige financiën. Wat wel soms gebeurt is dat bewonersinitiatieven een sleutel krijgen en op die manier ook buiten de officiële openingstijden gebruik kunnen maken van een ruimte in het buurthuis. ( zie ook antwoord op vraag 6).

Vraag 9

Het blijkt dat de openingstijden van de buurthuizen soms niet overeenkomen met de daadwerkelijke openingstijden. Waarom worden buurthuizen soms onaangekondigd gesloten?

Antwoord van het college

Onder verwijzing naar antwoord op vraag 8, dit is eerst de vraag aan uitvoerende partijen.

Vraag 10

Hoe beïnvloeden beperkte avond en weekend uren de toegankelijkheid voor verschillende doelgroepen? Is hier een analyse voor gemaakt?

Antwoord van het college

Hier is geen analyse voor gemaakt. Verder, zie ook hier antwoord op vraag 8: dit zal een element in het gesprekken met de beherende partijen moeten zijn.

Vraag 11

Ie er bekend welke groepen per locatie in oost gebruik maken van een buurthuis? En of daar nog ruimte is voor nieuwe groepen? En zo ja, wie en op welke manier wordt bepaald welke groep/ groepen toegelaten worden?

Antwoord van het college

Van de partijen die door stadsdeel Oost gesubsidieerd zijn weten we in welke gebieden en meestal ook welke locaties ze actief zijn. Van niet-gesubsidieerde bewonersinitiatieven en -activiteiten houden we geen overzicht bij. Overzicht hiervan wordt niet centraal bijgehouden.

Buurthuizen zijn bedoeld zijn voor alle partijen en bewoners die zonder winstoogmerk activiteiten willen organiseren met nadruk op activiteiten voor kwetsbare bewoners. Daarbij wordt goed gekeken naar een mix van activiteiten die aansluit bij de behoefte van bewoners en de opgave van het gebied of de wijk ( GOS: Gebieds Opgave Sociaal). Ruimtes in een buurthuis zijn bedoeld voor gedeeld gebruik. Er worden dus geen ruimtes exclusief gereserveerd voor een bepaalde organisatie of initiatief, maar een ruimte waar om 10.00 uur de ene activiteit plaatsvindt kan om 12.00 beschikbaar zijn voor een andere activiteit. Op die manier proberen we ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk activiteiten een plekje kunnen krijgen in een buurthuis.

Vraag 12

De programma's/activiteiten in buurthuizen en buurtkamers in Oost worden door maatschappelijke instellingen uitgevoerd en de beschikbare middelen voor toegankelijkheidsmaatregelen worden door deze instituten beheerd. Wat is de rol/ verantwoordelijkheid en samenwerking van het stadsdeel/ gemeente met de maatschappelijke instellingen?

Antwoord van het college

Kaderscheppend

Aangeven welke inhoudelijke prioriteiten (doelstellingen en doelgroepen) er binnen de diverse gebieden spelen, hiermee indirect sturing gevend aan de activiteiten in onze buurthuizen en kamers.

Faciliterend Allereerst voorzien van voldoende middelen zodat uitvoerende partners in staat zijn de exploitatie van de locaties te kunnen uitvoeren. Daarnaast mogelijke inzet van eigen vastgoed om buurthuizen in te vestigen.

Op dit moment hebben partijen weinig of geen middelen om daadwerkelijk de wat grotere knelpunten rond toegankelijkheid aan te pakken en de gemeente heeft hiervoor ook maar beperkt middelen gereserveerd. In 2026 komt er een subsidieregeling speciaal voor buurthuizen om wat kleinere maatregelen te kunnen uitvoeren om de toegankelijkheid te verbeteren. In 2026 willen we ook een paar buurthuizen laten scannen op basis van de NEN 9120 norm om meer inzicht te krijgen in welke bedragen er gemoeid zijn met het maximaal toegankelijk maken van buurthuizen volgens deze landelijke norm. Eind 2026 zal de raad hierover worden geïnformeerd.

Vraag 13

Hoeveel fte's wordt door het stadsdeel/gemeente ingezet om de werkzaamheden/taken uit te voeren en hoeveel fte's/ vrjjwilligers zetten de maatschappelijke instellingen in?

Antwoord van het college

De vraag over werkzaamheden/taken is veelomvattend en daarom moeilijk te beantwoorden. Vanuit het stadsdeel zijn meerdere medewerkers betrokken bij de buurthuizen. Het DB beschikt niet over een totaaloverzicht van de inzet vrijwilligers door de maatschappelijke partners.

Vraag 14

In hoeverre vormt de schaarste aan geschikte betaalbare ruimtes in Oost een risico voor het voortbestaan en de toegankelijkheid van de sociale basiseel?

Antwoord van het college

Het beschikbaar krijgen en houden van geschikte panden voor buurthuizen blijft een uitdaging. Op dit moment is ongeveer 30% van de buurthuizen gevestigd in panden die eigendom zijn van de gemeente. Voor het overige betreft het panden die zijn gehuurd of in bruikleen gekregen van derden. Betaalbare ruimte voor buurthuizen in Amsterdam is en blijft schaars. Met name de nieuwbouw kent hoge huren.

Het is belangrijk dat stedelijk de referentiebedragen voor kostprijs dekkende huren periodiek worden bijgewerkt, zodat de subsidiebudgetten voor stadsdelen voor uitvoering van de Sociale Basis tijdig worden opgehoogd. Zolang dit gebeurt kunnen wij de subsidies voor de stijgende exploitatiekosten voldoende verhogen.

Blijvende aandacht is nodig oom bezettingsgraden hoog te houden (zodat minder vierkante meters nodig zijn) en waar mogelijk functies te mengen (zowel inhoudelijk als financieel voordelig).

Zoals subsidiebudgetten worden overvraagd is ook de vraag naar goedkope ruimte groter dan het aanbod. Schaarste is een gegeven en keuzes zullen blijvend moeten worden gemaakt. Over geheel Oost genomen zijn er echter voor wat betreft de in het kader van de Sociale Basis gesubsidieerde of subsidiabele activiteiten geen structurele knelpunten. Een uitzondering hierop is een jongerenvoorziening in het Oostelijk Havengebied (hiervoor is nu een tijdelijke oplossing gevonden in de voormalige PO ’t Gouden Ei.

Vraag 15

Welke rol ziet het dagelijks bestuur hierin voor zichzelf, met name ten aanzien van gemeentelijk vastgoed en langdurige zekerheid voor sociale voorzieningen? In Oost Begroot zijn er reeds financiële middelen ingezet om de huisvesting van een aantal buurthuizen te verbeteren. Zijn de gewenste doelen zoals toegankelijkheid bereikt? En voor hoe lang is het huurcontract vastgelegd en zijn de huurprijzen na de verbouwing ook betaalbaar gebleven? Liggen er nieuwe verbouwingen en zo ja, kunnen de plannen / afspraken nog gewijzigd worden?

Antwoord van het college

Vanuit stadsdeel Oost investeren we in kleine verbeteringen van buurthuizen en buurtkamers of in het mogelijk maken van tijdelijke initiatieven. Voor structureel onderhoud of grote investeringen (meer dan een ton) is Gemeentelijk Vastgoed verantwoordelijk. Voor toegankelijkheid is daarnaast naar aanleiding van het Rekenkamerrapport een nieuwe subsidieregeling geopend.

Ons beeld is dat de fysieke toegankelijkheid van onze vaste locaties goed op orde is.

Blijvende aandacht is nodig oom bezettingsgraden hoog te houden (zodat minder vierkante meters nodig zijn) en waar mogelijk functies te mengen (zowel inhoudelijk als financieel voordelig).

De aanbevelingen van de Rekenkamer over toegankelijkheid van psychisch kwetsbare groepen en ruimere avondopenstelling neemt het stadsdeel ter harte. Komende jaar onderzoeken we hier ook de financiële consequenties hiervan.

Vraag 16

Hoe ziet de verdere aanpak er uit? Er komen extra financiële middelen beschikbaar in 2026, op welke manier worden die ingezet? Wanneer wordt de stadsdeelcommissie hierbij betrokken?

Antwoord van het college

Het stadsdeel werkt aan een verbeterplan, eind 2026 zal u en de Raad hierover worden geïnformeerd.

De stedelijke middelen voor 2026 worden op 2 manieren ingezet. Er komt een speciale subsidieregeling om de toegankelijkheid van buurthuizen te verbeteren. Gezien het beschikbare bedrag (€ 400.000) richten we ons daarbij vooral op kleine aanpassingen tot € 25.000. Een klein deel van het beschikbare bedrag wordt ingezet voor ambtelijke capaciteit om de buurthuizen en buurtkamers te helpen met hun subsidieaanvragen en om ze te helpen met het invoeren van de zogenaamde toolkit toegankelijkheid. Op die manier proberen we om zoveel mogelijk buurthuizen een eerste stap te laten zetten in verbetering van de toegankelijkheid.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen van stadsdeelcommissielid Versteeg c.s. van 10 december 2025

Bron: raadsinformatie van de gemeente Amsterdam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Amsterdam

Alle artikel 35-vragen in Amsterdam