7 november 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Apeldoorn

17 Beantwoording Raadsvragen PMA beschermde gezichten

Een raadslid stelde op 7 november 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Het is mij niet helder wat de consequenties zijn van het aanwijzen van een gemeentelijk beschermd gezicht. → Het belangrijkste doel van een gemeentelijk beschermd gezicht is om grote ruimtelijke veranderingen die niet passend zijn binnen de karakteristiek van het gebied te kunnen voorkomen.
  • Heeft een pand/perceeleigenaar voor elke aanpassing een vergunning nodig? → Allereerst: ongeacht of een pand in een beschermd gezicht staat zal een initiatiefnemer moeten nagaan of voor werkzaamheden een omgevingsvergunning of melding nodig is.
  • Als een vergunning wordt aangevraagd waar wordt deze dan aan getoetst? → Wanneer een reguliere omgevingsvergunning nodig is, wordt onder meer getoetst aan het bestemmingsplan/omgevingsplan en de Welstandsnota Apeldoorn.
  • Zijn er zaken die überhaupt nooit aangepast mogen worden? → Nee.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Het is mij niet helder wat de consequenties zijn van het aanwijzen van een gemeentelijk beschermd gezicht. In bijlage 8 staat dat de kernkwaliteiten van de gebieden beschermd moeten worden via het omgevingsplan maar het is mij niet duidelijk hoe deze bescherming eruitziet, hoever strekt deze?

Antwoord van het college

Het belangrijkste doel van een gemeentelijk beschermd gezicht is om grote ruimtelijke veranderingen die niet passend zijn binnen de karakteristiek van het gebied te kunnen voorkomen. De bescherming draagt eraan bij dat er geen gaten in de bebouwing ontstaan, of dat er bouwwerken komen die de karakteristiek van de wijk of de woonbuurt verstoren. Na het aanwijzen van de beschermde gezichten wordt een separaat traject gestart voor het aanpassen van het omgevingsplan (naar verwachting is het vanaf 2026 technisch mogelijk om omgevingsplannen nieuwe-stijl te maken). In het omgevingsplan wordt de beschrijving van het gebied opgenomen. Daarbij worden de beschreven waarden vertaald in ruimtelijke regels en aanduidingen op de kaart in het omgevingsplan, zoals bouwhoogte, bouwvlak en groenbestemmingen. Dit met als doel om de karakteristieke elementen van het gebied te beschermen. Het ontwerp-omgevingsplan ligt t.z.t. voor een ieder ter inzage en staat open voor het indienen van een zienswijze.

Vraag 2

Heeft een pand/perceeleigenaar voor elke aanpassing een vergunning nodig?

Antwoord van het college

Allereerst: ongeacht of een pand in een beschermd gezicht staat zal een initiatiefnemer moeten nagaan of voor werkzaamheden een omgevingsvergunning of melding nodig is. Bij het gemeentelijk beschermde gezicht komt daar een omgevingsvergunning voor (gedeeltelijke) sloop bij. Bij gedeeltelijke sloop denken we aan het vervangen van een dak, het afbreken van een schoorsteen, afbreken van bijgebouwen etc. De aanwijzing is een gebiedsgerichte bescherming. De impact hiervan op de individuele bebouwing is beperkt. Eigenaren/bewoners kunnen hun woning nog steeds verduurzamen, verbouwen en/of onderhouden. Wat algemeen vergunningsvrij is (volgens artikel 2.29 in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van de Omgevingswet) blijft ook vergunningsvrij binnen het aangewezen gebied.

Vraag 3

Als een vergunning wordt aangevraagd waar wordt deze dan aan getoetst?

Antwoord van het college

Wanneer een reguliere omgevingsvergunning nodig is, wordt onder meer getoetst aan het bestemmingsplan/omgevingsplan en de Welstandsnota Apeldoorn. In de redengevende beschrijving van het gebied is opgenomen wat binnen dat gebied van waarde is. Deze beschrijving vormt daarmee een aanvullend toetsingskader voor wat passend is binnen de gebiedskarakteristiek Voor nieuwbouwplannen wordt gekeken of deze aansluiten bij de karakteristiek van de wijk. Wanneer een omgevingsvergunning nodig is voor (gedeeltelijke) sloop wordt een herbouwplan verlangd. Dit (her)bouwplan moet passend zijn binnen de karakteristieken van het gebied. Hiermee voorkomen we dat er gaten in de bebouwing ontstaan, of dat er bouwwerken (voor in de plaats) komen die deze karakteristiek verstoren.

Vraag 4

Zijn er zaken die überhaupt nooit aangepast mogen worden?

Antwoord van het college

Nee. In principe is alles aanpasbaar, voor sommige aanpassingen is een omgevingsvergunning nodig, waarbij we als gemeente aanvullende voorwaarden kunnen meegeven om het te laten passen binnen het beschermde gezicht. 1 Willeke de Jager – Meindertsma, ChristenUnie Apeldoorn 1. Klopt het dat de woningen aan de Dreven, in de Maten, oorspronkelijk zijn bedoeld om door bewoners zelf op te toppen als ze dat wilden, of om ze te splitsen? Zo ja, hoe krijgt dit oorspronkelijke idee ruimte in de beschermde status? Antwoord: De architect van de Versprongen woning heeft de woningen niet zodanig ontworpen dat een eventuele optopping voorzien was. Maar het is inmiddels wel op bepaalde plekken toegestaan, en het omgevingsplan van rechtswege schrijft voor waar het wel of niet kan. De status van beschermd stadsgezicht gaat daar geen extra belemmering voor opwerpen. Het belangrijkste doel van een gemeentelijk beschermd gezicht is om grote ruimtelijke veranderingen die niet passend zijn binnen de karakteristiek van het gebied te kunnen voorkomen. De bescherming draagt eraan bij dat er geen gaten in de bebouwing ontstaan, of dat er bouwwerken komen die de karakteristiek van de wijk of de woonbuurt verstoren. In het algemeen geldt dus dat in de bestemmingsplannen (omgevingsplan) is geregeld of een extra bouwlaag kan worden gerealiseerd. Deze bestaande regels zullen in beginsel worden overgenomen in het omgevingsplan dat t.z.t. voor het beschermde gezicht zal worden opgesteld. Door de gevarieerde opzet was De Maten bij uitstek het laboratorium voor het programma Experimentele Woningbouw, een door de rijksoverheid gesubsidieerd programma ter stimulering van vernieuwing op het gebied van volkshuisvesting en stadsvernieuwing in de periode 1968-1980. Het programma had betrekking op woonvormen en woningtypen die afweken van de gebruikelijke vormen en typen. Het ging om de woning zelf (indeling, uitrusting en constructie van de woning); de woonvorm (wijze van aaneenvoegen of opeenstapelen van woningen, met inbegrip van de uitrusting van het gebouw); en het woonmilieu (wijze waarop een samenspel is bereikt tussen woningtype, woonvorm en naaste omgeving van de woning). De Dreven/De versprongen woningen waren inderdaad één van deze experimentele woningbouwprojecten. Het experiment betrof met name een vernieuwende plattegrond, maar de architect heeft, zover wij weten, geen specifieke uitbreidingsmogelijkheden voor deze woningen getekend. Aan het Holtrichtersveld/Edelenveld is een ander woningbouwexperiment gerealiseerd: deze woningen waren zo ontworpen dat bewoners wél hun woning makkelijk konden uitbreiden, vandaar dat dit de Uitbreidbare woningen werden genoemd. Deze woningen vallen overigens niet onder een beschermd stadsgezicht. 2. In hoeverre blijven de veelal creatieve ideeën achter de jaren 70 woningen ruimte houden als ze beschermd worden? Bijvoorbeeld: Is het nog mogelijk de woningen nadat ze zijn beschermd op te toppen of om ze te splitsen? Of om dakkapellen of zonnepanelen te plaatsen? Antwoord: De aanwijzing is een gebiedsgerichte bescherming. De impact hiervan op de individuele bebouwing is beperkt. Eigenaren/bewoners kunnen hun woning nog steeds verduurzamen, verbouwen en/of onderhouden. In het algemeen geldt dat in de bestemmingsplannen (omgevingsplan) is geregeld of een extra bouwlaag kan worden gerealiseerd en of woningsplitsing is toegestaan. Ook moeten initiatiefnemers nagaan of voor werkzaamheden een omgevingsvergunning of melding nodig is. Wat in het algemeen vergunningsvrij is (volgens artikel 2.29 in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van de Omgevingswet), blijft vergunningsvrij. Denk bijvoorbeeld aan het leggen van zonnepanelen of het vervangen van dakbedekking door eenzelfde soort dakbedekking waarbij het dak niet wordt opgehoogd. Een gemeentelijk beschermd gezicht geeft wat betreft dakkappellen en zonnepanelen, of wat betreft de creatieve insteek van het ontwerp, niet meer beperkingen dan een niet-beschermd gezicht. Bij het beschermde gezicht is wél een omgevingsvergunning voor (gedeeltelijke) sloop nodig. Bij gedeeltelijke sloop denken we aan het vervangen van een dak, het afbreken van een schoorsteen of afbreken van bijgebouwen etc. 2

Bekijk de brief: 17 Beantwoording Raadsvragen PMA beschermde gezichten

Bron: raadsinformatie van de gemeente Apeldoorn (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Apeldoorn

Alle artikel 35-vragen in Apeldoorn