Principebesluit Best - Oirschot
Een raadslid (Best Open) stelde op 23 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Best.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording technische vragen Vragen:
U kunt uw vraag mailen naar [email protected] * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp
Leon Kennis Best Open 25032 - Principebesluit reguliere samenvoeging van de gemeenten Best en Oirschot
Vragen en antwoorden:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 [email protected] www.gemeentebest.nl
Vraag 1:
Wat zijn concreet de geconstateerde 'zwakten' van Oirschot ?
Antwoord 1:
In verschillende bouwstenen is ingegaan op de kwetsbaarheden van de gemeente Oirschot. Bouwsteen 3 belicht de financiële positie, terwijl bouwsteen 4 ingaat op de kwetsbaarheid van de organisatie in relatie tot de omvang van de huidige én toekomstige opgaven.
Oirschot kent financiële risico’s, met name in het meerjarenperspectief. De begroting voor 2025 is sluitend, maar daarna is sprake van onzekerheid. Nieuw beleid en ambities zijn nog niet volledig financieel onderbouwd en landelijke ontwikkelingen kunnen hierin verdere impact hebben.
Vraag 2:
Antwoord 2:
Vraag 3:
Antwoord 3:
Tegelijkertijd is de ambtelijke organisatie kwetsbaar. Er is sprake van structurele onderbezetting, veel openstaande vacatures, een hoge afhankelijkheid van eenpitters en externen, en een overwegend jonge, onervaren instroom. Dit beperkt de uitvoeringskracht en vergroot de druk op de bestaande teams. In het licht van de groeiende opgaven en de schaalsprong in de regio, wordt het voor Oirschot steeds lastiger om de ambities waar te maken. Het vraagt nu én in de toekomst veel van de organisatie om hierin structureel mee te kunnen bewegen.
Is Best op díe punten (vraag 1) sterk(er) ? Graag concreet beantwoorden !
Best kent in de begroting van de meerjaren exploitatie minder sterke fluctuaties dan Oirschot. Tegelijkertijd zijn ook hier ontwikkelingen – bijvoorbeeld binnen het sociaal domein – nog niet volledig vertaald in de begroting, wat toekomstige druk kan veroorzaken. De organisatie beschikt over betrokken en capabele medewerkers, maar loopt steeds vaker tegen haar grenzen aan. De werkdruk is hoog en met het oog op de groeiende opgaven dreigt ook in Best structurele overbelasting. Zonder gerichte versterking van capaciteit en organisatiekracht wordt het lastig om blijvend te voldoen aan de toenemende eisen en verwachtingen.
Kan (samengaan met) Best die in Bouwsteen 1 geconstateerde Oirschotse 'zwakten' compenseren ?
Wordt Best er na een fusie op die vlakken ook sterker van ?
En op andere onderwerpen ?
Het samengaan van Best met Oirschot is niet bedoeld om de zwakten van Oirschot te compenseren. Het gaat om samen sterker worden. Beide gemeenten hebben en krijgen te maken met vergelijkbare, steeds complexere opgaven die reeds in beide organisaties (in wisselende mate) hun weerslag hebben.
De snel toenemende druk vanuit de maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities, mede als gevolg van de ligging in de Brainportregio – wat enorme opgaven met zich meebrengt rondom thema’s zoals wonen, bereikbaarheid, mobiliteit, voorzieningen en zorg - raakt direct aan de uitvoeringskracht en daarmee aan de kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Een gezamenlijke, robuuste organisatie voor het gehele gebied Best-Oirschot biedt betere mogelijkheden om deze uitdagingen 1
Beantwoording technische vragen toekomstbestendig en kwalitatief goed het hoofd te bieden.
Een mogelijke bestuurlijke fusie tussen Best en Oirschot is dan ook geen vlucht naar voren, noch een reactie uitsluitend op urgente organisatorische disbalans. Het is bovenal een beweging vanuit zelfbewustzijn en regie op de eigen bestuurlijke toekomst en daarmee het behouden en versterken van de leefbaarheid in de wijken en kernen van het gebied. Vanuit een krachtig gemeentebestuur, een robuuste organisatie en begroting en een sterke positie aan regionale tafels.
Vraag 4:
Antwoord 4:
Wat gaat er bij een fusie “zichtbaar/tastbaar/voelbaar/merkbaar” positief veranderen voor de inwoners van Best ?
Best als grotere gemeente is beter opgewassen tegen de complexe taken die er op ons en de regio waar we deel van uitmaken, afkomen. Groter worden hoeft niet ten koste te gaan van wat we belangrijk vinden om te behouden. Juist niet. Met grotere slagkracht hebben we meer invloed op keuzes die we wel of niet willen maken. En minder kwetsbaar in omvang en spankracht.
Door het bundelen van capaciteit, kennis en middelen is het veel kansrijker om een toekomstbestendige organisatie in te richten die adequaat kan reageren op steeds meer complexe opgaven zoals woningbouw, mobiliteit, bereikbaarheid, voorzieningenniveau en zorg.
Vraag 5:
Antwoord 5:
Daarnaast zorgt de schaalvergroting voor meer slagkracht, stabiliteit en een breder aanbod aan expertise. Inwoners zullen zeker profiteren van een organisatie die sneller en effectiever kan inspelen op veranderingen en vraagstukken die hen direct raken. Best en Oirschot als nieuwe samengevoegde gemeente wordt de derde gemeente in regio.
Met die nieuwe positie neemt ook de bestuurlijke slagkracht toe. Dat maakt de invloed op regionale vraagstukken groter- maar tegelijk wordt daarmee ook de ruimte groter om lokale belangen beter in te bedden in regionale keuzes. Dat is direct in het belang van de eigen inwoners.
Heeft een fusie financiële consequenties voor de Bestse en Oirschotse inwoners ?
Welke ?
Wat krijgen met name de Bestse inwoners, ondernemers etc. “er voor terug” ?
De woonlasten voor inwoners van Best en Oirschot liggen in absolute zin momenteel dicht bij elkaar; het verschil bedraagt circa €64 per jaar voor een meerpersoonshuishouden met een koopwoning. Best kent hogere lasten op afvalstoffenheffing, terwijl de OZB in Oirschot hoger ligt.
Bij een fusie schrijft de wet voor dat de OZB-tarieven op het moment van fusie (2028) worden geharmoniseerd. De exacte financiële gevolgen zijn nu nog niet aan te geven, omdat het harmonisatiebesluit pas kort na de fusiedatum door de nieuwe gemeenteraad wordt genomen. Daarbij zal ofwel één van de bestaande tarieven worden overgenomen, ofwel gekozen worden voor een nieuw, gezamenlijk tarief. In beide gevallen geldt dat dit voor (een deel van) de inwoners kan leiden tot hogere lasten. Voor andere heffingen en leges, zoals riool- en afvalstoffenheffing, geldt dat deze binnen twee jaar na fusie gelijkgetrokken moeten worden. Tot die tijd kunnen de huidige tarieven van kracht blijven.
Wat inwoners ervoor terugkrijgen, is een organisatie die beter is toegerust op de groeiende en complexer wordende opgaven. Een gezamenlijke, robuuste ambtelijke organisatie versterkt de kwaliteit, continuïteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening
– wat uiteindelijk ten goede komt aan alle inwoners. 2
Beantwoording technische vragen Vraag 6:
Antwoord 6:
Is nu de bestuurlijke positie (bv. lobbymacht, invloed, verantwoordelijkheid) van grotere gemeenten zoals bijv. Veldhoven of Geldrop-Mierlo binnen de regio groter dan die van Best ?
Is dit bv. met gegevens (al-dan-niet uit het verleden) aantoonbaar of louter een veronderstelling ? Kortom, waaruit blijkt dit. (De BMC-Quick-Scan kon daarop geen antwoord geven. U nu wel nemen we aan.) Het Rijk beschouwt ‘de regio’ meer en meer als dé ingang voor gesprek over de inhoudelijke ontwikkelingen/ investeringen in het gebied en als vehikel voor geldstromen. De relatie naar de individuele gemeenten voor impulsen in het gebied neemt daarmee sterk af.
Dit impliceert dat een gemeente invloed moet hebben aan regionale tafels, om het belang van de regio als geheel én van het eigen gebied te behartigen. Zeker als de voor het eigen gebied (als gevolg van regionale ontwikkelingen) groot zijn.
Hoewel in vele samenwerkingsverbanden bestuurlijk wordt gestreefd naar consensus en er beperkt sprake is van formeel stemgedrag, telt het getal weldegelijk. We zien in deze regio en op andere plekken in het land dat grotere (fusie)gemeenten veelal bestuurlijk vertegenwoordigd zijn (of voorzittersrollen innemen) in dagelijks besturen van (grote) samenwerkingsverbanden, meer betrokken zijn bij ‘kopgroepen’ of ‘stuurgroepen’ en zo directer invloed hebben op keuzes van belang voor de regio en het eigen gebied.
Naast de bestuurlijke rolneming, speelt ook de robuustheid en de kans op het inbedden van specialistische functies in de nieuwe organisatie een voorname rol in de lobby- en invloedssferen. De nieuwe omvang biedt de kans om aan regionale ambtelijke tafels (altijd) vertegenwoordigd te zijn, ook daaraan positie in te nemen (stuurgroepen, voorzittersrol) en zodoende vroegtijdig invloed uit te oefenen.
Dit alles gaat niet vanzelf. De nieuwe bestuurders, politici en ambtelijke organisatie zullen zich moeten gaan verhouden tot deze nieuwe rol en positie van derde gemeente in de regio. De daarbij behorende verantwoordelijkheid moet ook worden ingevuld: door zichtbaarheid, inbreng en bijpassend gedrag.
Vraag 7:
Antwoord 7:…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Best (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.