schriftelijke vragen BBR BDO rapport
de fractie van Burgerbelangen BodegravenReeuwijk stelde op 5 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording schriftelijke vragen Onderwerp Registratienummer Datum Aan Van Portefeuillehouder Ambtelijk contact
Beantwoording raadsvragen BBR BDO rapport Evertshuis Z/25/210421 / DOC-25480591 28 mei 2025 De leden van de gemeenteraad Het college van Burgemeester en Wethouders Elly de Vries Paul Vonk (concercontroller)
Geachte leden van de raad Beantwoording schriftelijke vragen van de fractie van Burgerbelangen BodegravenReeuwijk (BBR):
Vragen BBR: -
Waarom is het onderzoek beperkt tot het weergeven van feiten?
Antwoord:
Het onderzoek is beperkt tot het geven van feiten aangevuld met de context zoals deze door Stichting Evertshuis en Stichting Bij Everts (hierna tevens: ‘betrokkenen’) in het kader van wederhoor is geschetst. Zoals uit paragraaf 6 van de getekende opdrachtbevestiging blijkt is geen opdracht gegeven tot het geven van een oordeel door BDO. Met een dergelijke opdracht had BDO, of een vergelijkbare andere onderzoekspartij, ook niet akkoord kunnen gaan. Voor het uitvoeren van een objectief feitenonderzoek naar een betrokken (rechts)persoon dient een zekere mate van onafhankelijkheid ten opzichte van de opdrachtgever bewaakt te worden. De opdrachtgever heeft BDO aangesteld en heeft de uit te voeren werkzaamheden bepaald. Stichting Evertshuis en stichting Bij Everts hebben daar geen enkele inspraak in gehad. Het geven van een oordeel van BDO aan de opdrachtgever creëert de suggestie van een disbalans in de onafhankelijke positie van BDO jegens de betrokkenen, wiens belangen door een onafhankelijk c.q. objectief onderzoek juist gewaarborgd dienen te worden. Om het onderzoek zo objectief mogelijk te houden legt BDO de feiten bloot op basis waarvan de gebruikers van het rapport zelf hun oordeel kunnen vellen.
Onderstaand de passage uit de getekende opdrachtbevestiging waaraan wordt gerefereerd: “Het financiële onderzoek resulteert in een rapport. In het rapport geven wij de observaties weer, zoals deze blijken uit de ter beschikking gestelde data. Wij geven bij de analyse geen oordeel, dit laten wij aan u als de gebruiker van het rapport. Naast observaties bevat het rapport mogelijk aanbevelingen voor vervolgonderzoek.”
-
Heeft het college geen opdracht gegeven tot het geven van een oordeel door BDO? Zo nee, waarom heeft het college de opdracht niet gegeven tot het geven van een oordeel door BDO?
Antwoord:
Zie vorige vraag
-
Kan de opdracht van het college aan BDO en de opdrachtbevestiging van BDO worden verstrekt? Graag de originele documenten.
Antwoord:
Ja. Deze wordt als bijlage meegestuurd.
Toelichting BBR: In de RIB staat dat het college (in plaats van BDO) op basis van het rapport constateert dat er weinig bijzonderheden en/of onregelmatigheden hebben plaatsgevonden.
Vraag BBR: -
Op basis van welke bevindingen trekt het college de conclusie dat er weinig bijzonderheden en/of onregelmatigheden hebben plaatsgevonden? Graag een toelichting.
Antwoord:
Wat wij in dit kader verstaan onder onregelmatigheden is dat de gelden besteed worden aan het doel waarvoor deze middelen verstrekt zijn dan wel wanneer een opzettelijke handeling is uitgevoerd waarbij gebruik gemaakt wordt van misleiding teneinde een onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen.
Wij hebben in het rapport vooralsnog geen aanleiding gevonden om te concluderen dat hiervan sprake is. Maar het college behoudt zich in dezen het recht voor om van mening te veranderen als blijkt dat met stichting Evertshuis en stichting Bij Everts geen overeenstemming kan worden bereikt over het afwikkelen van de huurschuld, waardoor de gemeente uiteindelijk toch benadeeld wordt. In dit verband heeft het college gewezen op de ‘verwarring’ die de afwikkeling van de huurschuld wekt.
Toelichting BBR: Daarna wordt in de RIB opgemerkt dat ‘het vervolgproces bij het college voor verwarring leidt’. Vervolgens worden een aantal feiten opgesomd die tot verwarring leiden.
Vragen: -
Hoe verhoudt bovenstaande passage zich met de constatering dat er weinig bijzonderheden/onregelmatigheden hebben plaatsgevonden? Want als er bij het college sprake is van ‘verwarring’ over een aantal feiten, hoe kan er door het college dan zo’n conclusie getrokken worden? Graag ontvangen we een toelichting.
Antwoord:
Zie ook het antwoord op de vorige vraag. In verder antwoord op deze vraag: bij het college ontstond verwarring omdat het de bedoeling was dat het bedrag dat de gemeente als subsidie aan stichting Evertshuis gaf ten behoeve van het afbetalen van de huurschuld aan de gemeente, doorgegeven zou worden aan stichting Bij Everts. Het bedrag is door stichting Evertshuis echter niet doorgegeven, maar geléénd aan stichting Bij Everts. Hierdoor doet de subsidie de facto geen dienst als subsidie voor het afbetalen van de huurschuld van stichting Bij Everts aan de gemeente, maar als versterking van het eigen vermogen van stichting Evertshuis. Boekhoudkundig kan het wat stichting Evertshuis hier doet. Maar wat stichting Evertshuis doet is niet de bedoeling van de subsidie. Het college wil stichting Evertshuis de mogelijkheid geven haar handelen in dezen zo veel als mogelijk te corrigeren door de opnieuw ontstane huurschuld zo spoedig mogelijk te betalen.
Zodat de gemeente uiteindelijk niet benadeeld wordt door de handelswijze van stichting Evertshuis. Het college zal deze schuld, conform de opdracht van de gemeenteraad, derhalve niet ook kwijtschelden.
-
Heeft het college met BDO gesproken over deze verwarring? Zo ja, wat heeft BDO hierover aangegeven? Zo nee, waarom is dit niet met BDO besproken?
Antwoord:
Pagina 2/5
Raadsinformatiebrief Z/25/210421 / DOC-25480591
Bij het onderzoek is de genoemde verwarring feitelijk blootgelegd. BDO vermeldt in het rapport hoe een en ander administratief is verwerkt (feiten) en wat daarbij de context is geweest vanuit de betrokkenen (wederhoor). Verder heeft BDO inzichtelijk gemaakt waar gelden aan worden besteed en bij verschillende posten ook onderbouwing (facturen/bankafschriften) bekeken.
Toelichting BBR: In paragraaf 1.5 van het rapport staat dat ‘in 2019 de gemeente een extra subsidie heeft verleend aan het Evertshuis van € 397.180. Het Evertshuis heeft de ontvangen subsidie vervolgens overgemaakt naar Bij Everts en daarmee heeft Bij Everts de volledige huurschuld die op 1 januari 2019 bij de gemeente openstond voldaan.
In de administratie van beide stichtingen is de overboeking van Evertshuis naar Bij Everts verwerkt in de onderlinge rekening courant verhouding. Daarmee ontstond een vordering van het Evertshuis op Bij Everts van € 397.180.’ Bovenstaande tekst van BDO is een feitelijke beschrijving van de transacties en de boekingen in de administratie. Wat ontbreekt is een beschrijving van de onderliggende afspraken. Ook elders in het rapport is een beschrijving van de afspraken niet terug te vinden.
Vragen BBR: -
Waarom ontbreekt in het rapport een beschrijving van de onderliggende afspraken?
Antwoord:
BDO is ingeschakeld om inzicht te geven in de administratie en onderliggende documenten van Bij Everts en Evertshuis voor zover de gemeente die niet zelf tot haar beschikking heeft. De gemeente beschikt zelf reeds over de afspraken die met stichting Bij Everts en stichting Evertshuis in deze kwestie zijn gemaakt. De subsidieverstrekking is immers door de gemeente zelf gedaan en de beoordeling van de verwerking ervan kan daarom ook door de gemeente gedaan worden. Op basis van overleg met BDO na de eerste fase van het onderzoek is daarnaast gebleken dat geen verschil van inzicht bestaat tussen de gemeente en betrokkene over het doel van de subsidie, namelijk het voldoen van de huurschuld van Bij Everts. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de ‘Toelichting van de heer Kwakernaak op de huurschuld’ op pagina 11 van het rapport. Derhalve was het niet nodig om deze afspraken in het rapport op te nemen.
-
Voldoet BDO hiermee wel aan de opdracht? Eén van de deelvragen is immers: ‘Welke documenten / afspraken liggen ten grondslag aan deze transactie boekingen?’ (paragraaf 1.3 van het rapport) Antwoord:
Zie het antwoord op de vorige vraag. De gemeente heeft transacties geselecteerd voor nader onderzoek waarover zij zelf niet over onderliggende documenten beschikt, mede om te voorkomen dat de kosten van het onderzoek door BDO onnodig zouden oplopen.
-
Wat waren de afspraken van de gemeente met het bestuur van de stichtingen Bij Everts en Het Evertshuis over de subsidie van € 397.180? Waar was de subsidie voor bestemd en voor welke stichting was de subsidie bestemd?
Antwoord:
Wij hebben via de mail met het bestuur van stichting Bij Everts en stichting Evertshuis gecommuniceerd dat wij éénmalig een bedrag gingen overmaken van € 397.180,60 inzake extra bijdrage huisvesting en hierbij het verzoek gedaan daarmee de openstaande kosten te voldoen.
Het bedrag van € 397.180,60 was precies het bedrag van de openstaande huurschuld.
-…
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen BBR BDO rapport
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.