asielopvang, incidenten en sportcapaciteit
Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Delft (12 vragen).
In het kort
12 vragen en wat het college antwoordt
- Naar aanleiding van de steekpartijen op 24 april (Campanile hotel), 18 april (Phoenixstraat) en 28 april 2026 (Bikolaan): a. → het betreffen drie afzonderlijke incidenten waar geen onderling verband tussen bestaat.
- Delft telt vier asielopvanglocaties: het Campanile hotel, het Manderspark, de Adri Boslaan (opening juni 2026) en het Nootdorpsepad (gepland). → Delft heeft op dit moment twee COA asielopvanglocaties: het Campanile hotel en het Manderspark.
- De Adri Boslaan-locatie opent in juni 2026, direct naast meerdere sportverenigingen. a. → Zie antwoord op vraag 2a.
- Wethouder Gooijer deed twee publieke uitspraken die de eigen brief van 14 april 2026 tegenspreken: dat het college geen sportvelden opoffert, en dat de verenigingen… → De beide uitspraken zijn niet onjuist.
- De Delftse sportverenigingen kampen al jaren met wachtlijsten waardoor Delftse kinderen niet kunnen sporten. → Het college acht de gezondheid van Delftse inwoners en voldoende voorzieningen om te kunnen sporten en bewegen van groot belang.
- In haar brief van 14 april 2026 gebruikt het college twee argumenten die de eigen locatiekeuze rechtvaardigen, maar die juist het tegendeel bewijzen: a. → Het college onderkent het belang van Sportpark Brasserskade voor Delftse inwoners en, gezien de ligging, ook voor inwoners uit omliggende gemeenten.
- De Delftse sportverenigingen draaien op vrijwilligers; zonder hen kunnen de verenigingen niet bestaan. a. → Uit eerdere gesprekken met de omgeving van de locatie en met de sportverenigingen, zijn actuele zorgpunten met betrekking tot de veiligheid in het gebied naar voren gekomen.
- De Delftse sportverenigingen wezen in hun bezwaarbrief op meerdere bezwaren die het college in haar antwoordbrief van 14 april 2026 onbeantwoord liet. a. → Het college was op de hoogte van bodemverontreiniging.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Samenleving Advies
bezoekadres:
Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Internet www.delft.nl Telefoon 14015 Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
De fractie van Forum voor Democratie t.a.v. dhr. Samuel van Rij
Datum
Onderwerp
23-06-2026
Schriftelijke vragen inzake asielopvang, incidenten en sportcapaciteit
Ons kenmerk Uw brief van
5 mei 2026 Uw kenmerk
6496104 Bijlage
Geachte heer Van Rij, Op 5 mei 2026 heeft u schriftelijke vragen gesteld over asielopvang, incidenten en sportcapaciteit. Hierbij treft u de beantwoording aan.
In deze brief beantwoorden we puntsgewijs uw vragen.
Voorafgaand daaraan benoemen wij graag het volgende. In uw inleiding en vragen suggereert u dat de drie genoemde, recente incidenten verband houden met elkaar. Het betreft echter drie afzonderlijke incidenten, waar geen verband tussen bestaat.
Daarnaast suggereert u een causaal verband tussen de misdaadcijfers in Delft en de uitbreiding van asielopvang in Delft. Het college herkent zich niet in deze conclusie, en is niet bekend met informatie die dit verband aantoont.
De politieonderzoeken naar de genoemde incidenten lopen nog. Voor meer informatie hierover verwijzen we u naar de politie.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Naar aanleiding van de steekpartijen op 24 april (Campanile hotel), 18 april (Phoenixstraat) en 28 april 2026 (Bikolaan): a. Zijn naar aanleiding van de steekpartijen op 18 en 28 april verdere aanhoudingen verricht, en welke conclusies verbindt het college aan alle drie de incidenten voor het eigen veiligheidsbeleid?
Antwoord van het college
het betreffen drie afzonderlijke incidenten waar geen onderling verband tussen bestaat. Het huidige veiligheidsbeleid wordt daarom als toereikend beschouwd. Het politieonderzoek naar deze incidenten loopt.
Over lopende politiezaken doen wij nooit inhoudelijke uitspraken.
Datum
23-06-2026
b. Welke aanvullende maatregelen heeft het college zelf genomen, en welke het COA, en op welke grond acht het college de huidige situatie veilig genoeg om de asielopvang voort te zetten?
Antwoord: Het politieonderzoek naar de incidenten loopt. Wij doen hierover geen uitspraken. Met betrekking tot het incident op 24 april jl. heeft het COA laten weten dat zij het incident zorgvuldig heeft geanalyseerd en geëvalueerd met de betrokken partijen. Er wordt extra aandacht besteed aan vroegtijdige signalering van spanningen die mogelijk kunnen leiden tot een incident.
Vraag 2
Delft telt vier asielopvanglocaties: het Campanile hotel, het Manderspark, de Adri Boslaan (opening juni 2026) en het Nootdorpsepad (gepland). Het college maakt met het COA afspraken over veiligheid. a. Welke concrete veiligheidsafspraken zijn reeds gemaakt voor elk van deze vier locaties, en worden deze afspraken met de gemeenteraad gedeeld?
Antwoord van het college
Delft heeft op dit moment twee COA asielopvanglocaties: het Campanile hotel en het Manderspark. In de zomer opent een derde opvanglocatie aan de Adri Boslaan. Hier verhuizen de 50 alleenreizende minderjarige vluchtelingen (AMV) naartoe die nu in het Campanile-hotel worden opgevangen.
Voor alle asielopvanglocaties maken de gemeente, het COA en de politie werkafspraken met betrekking tot veiligheid. Deze afspraken zijn onderdeel van de bestuursovereenkomst tussen het COA en de gemeente. Eind december 2024 zijn de werkafspraken veiligheid voor de opvanglocatie aan het Manderspark gedeeld met de raad (RIS zaaknummer 2451691). Zie ook: https://delft.notubiz.nl/document/14972263/2?connection_type=16&connecti on_id=1000850 Daarnaast is er per asielopvanglocatie een regulier veiligheidsoverleg tussen het COA, gemeente, politie en toezicht en handhaving. Voor de nieuwe opvanglocatie aan de Adri Boslaan start het veiligheidsoverleg deze zomer, na opening van de locatie.
b. Hoe borgt het college de veiligheid rondom het Nootdorpsepad, waar meer dan 350 volwassen asielzoekers worden geplaatst, ruim driemaal zoveel volwassenen als in het Campanile hotel waar onlangs een steekpartij plaatsvond, direct naast sportfaciliteiten bezocht door kinderen, jeugd en recreanten?
Antwoord: Zie antwoord op vraag 2a.
2/11
Datum
23-06-2026
c. Welke aanvullende maatregelen worden getroffen nu de jongeren die in juni naar de Adri Boslaan gaan rechtstreeks afkomstig zijn uit het Campanile hotel waar die steekpartij plaatsvond, ter bescherming van kinderen, jeugd en recreanten op en rondom het sportpark?
Antwoord: Zie antwoord op vraag 2a.
Vraag 3
De Adri Boslaan-locatie opent in juni 2026, direct naast meerdere sportverenigingen. a. Het college stelt in haar brief van 14 april 2026 dat het COA verantwoordelijk is voor de veiligheid op de locatie. Welke concrete stappen onderneemt het college als het COA tekortschiet, en wat kan de gemeenteraad dan ondernemen?
Antwoord van het college
Zie antwoord op vraag 2a. De gemeente, het COA en politie maken werkafspraken over de veiligheid en hebben periodiek veiligheidsoverleg.
b. Hoe worden bewoners ervan weerhouden overlast te veroorzaken op of rondom het sportpark, en heeft het college deze risico's in kaart gebracht?
Antwoord: Veiligheid op en rond alle Delftse sportparken is een belangrijk aandachtspunt van het college/ belangrijk thema voor het college.
Voor de sportparken waar in de directe omgeving een opvang van asielzoekers wordt gerealiseerd geldt daarnaast dat het COA inzet op goede begeleiding, huisregels, dagbesteding en nabuurschap en verbinding met de omgeving. Ook is er 24/7 beveiliging aanwezig en hangen er camera's op het terrein.
In Delft zijn, in samenwerking met het COA, ook veel vrijwilligers actief, die activiteiten organiseren. Kinderen en jongeren gaan naar school en veel volwassenen volgen Nederlandse les, doen vrijwilligerswerk of betaald werk.
c. Sportverenigingen op Brasserskade melden al overlast en schade te ondervinden door bewoners van het Campanile hotel. Wie is aansprakelijk voor dergelijke schade en bekostigt dit, het COA of de gemeente als grondeigenaar? En hoe garandeert het college dat dit bij de nieuwe en zelfs grotere locaties niet opnieuw gebeurt?
Antwoord: De verenigingen op Sportpark Brasserskade ervaren al enige tijd overlast van jongeren. Dit was al voordat asielzoekers werden opgevangen in het Campanile hotel. Daarnaast heeft een van de verenigingen aangegeven dat derden schade hebben veroorzaakt aan haar eigendommen.
3/11
Datum
23-06-2026
Het is niet bekend wie de jongeren zijn die deze overlast veroorzaken.
Daarmee is ook niet te stellen noch uit te sluiten dat het zou gaan om jongeren van de opvanglocatie in het Campanile-hotel, of jongeren uit Delft of de omgeving van het Sportpark.
Over het algemeen geldt dat, indien sprake is van schade aan gemeentelijke eigendommen, zoals velden of hekwerken, de gemeente, als eigenaar, de schade moet herstellen. Indien sprake is van schade aan eigendommen van derden, zoals bijvoorbeeld tribunes, clubaccommodaties, reclame-uitingen bij sportverenigingen, zijn zij zelf verantwoordelijk voor het herstellen van de schade en het eventueel verhalen van kosten. In veel gevallen is deze schade verzekerd en kan dit worden verhaald op de verzekering.
Vraag 4
Wethouder Gooijer deed twee publieke uitspraken die de eigen brief van 14 april 2026 tegenspreken: dat het college geen sportvelden opoffert, en dat de verenigingen voldoende ruimte hebben om hun activiteiten voort te zetten. Veld 3 verdwijnt, de plannen van Squash Delft zijn geblokkeerd, en verenigingen als Concordia en DHC hebben herhaaldelijk bij de gemeente aangegeven dat zij die ruimte juist hard nodig hebben. a. Erkent de wethouder dat beide uitspraken onjuist waren? Zo nee, hoe verklaart het college dat veld 3 verdwijnt, de plannen van Squash Delft worden geblokkeerd, en verenigingen als Concordia en DHC structureel ruimtetekort hebben terwijl de wethouder stelde dat er geen sportvelden worden opgeofferd en er voldoende ruimte is om hun activiteiten voort te zetten?
Antwoord van het college
De beide uitspraken zijn niet onjuist. Zoals het college heeft aangegeven, heeft de gemeente de afgelopen jaren de speel- en trainingscapaciteit op sportpark Brasserskade uitgebreid. En de bezetting van de velden samen met de sportverenigingen geoptimaliseerd. Daarmee is er voldoende ruimte voor de sportverenigingen om hun huidige activiteiten voort te zetten.
Het genoemde ‘veld 3’, betreft een veld dat niet of nauwelijks meer door de verenigingen werd gebruikt. Dit seizoen betreft dit één avond in de week door één vereniging. De gemeente gaat met deze sportvereniging in gesprek over een alternatieve locatie. Met het vervallen van veld 3 verdwijnt dus vrijwel geen ruimte die in de huidige situatie actief wordt gebruikt voor sportbeoefening.
b. Squash Delft voerde jarenlang overleg met de gemeente over de realisatie van padelbanen, dat zich in een vergevorderd stadium bevond. Vindt het college het rechtvaardig dat Squash Delft de gevolgen van een eenzijdig besluit volledig zelf draagt? Is het college bereid Squash Delft te compenseren?
4/11
Datum
23-06-2026
Antwoord: Het college begrijpt dat Squash Delft teleurgesteld is over de gang van zaken en de gevolgen van het besluit om de locatie beschikbaar te stellen aan het COA en dat de beoogde padelvoorziening hierdoor niet meer kunnen worden gerealiseerd. De gemeente is hierover met Squash Delft in gesprek.
Vraag 5
De Delftse sportverenigingen kampen al jaren met wachtlijsten waardoor Delftse kinderen niet kunnen sporten. Het college verplichtte zich in de Visie Sport en Bewegen 2017-2025 en het Delfts Sportakkoord aan het behoud van sportvoorzieningen. a. Acht het college het opofferen van sportcapaciteit te rechtvaardigen tegenover Delftse kinderen die op wachtlijsten staan? Zo ja, hoe weegt het college het belang en de gezondheid van deze kinderen af tegen de locatiekeuze?
Antwoord van het college
Het college acht de gezondheid van Delftse inwoners en voldoende voorzieningen om te kunnen sporten en bewegen van groot belang. Het college heeft daarom met de Visie Sport en Bewegen een heldere ambitie gesteld. En met de daaropvolgende Investeringsagenda Sportaccommodaties hier uitvoering aangegeven door juist te investeren in sportvoorzieningen.
Het gaat om Sportpark Biesland (extra rugbyveld), Sportpark Brasserskade (omvormen natuurgrasvelden naar kunstgrasvelden), herontwikkeling van Skatepark De Middenberm en een wandel/hardlooproute in/om de binnenstad. Daarnaast wordt aan diverse opgaves nu uitvoering gegeven, zoals op Sportpark Hof van Delft (extra hockeyveld en nieuwe clubaccommodatie), Sportcentrum Maria Duystlaan en Sportpark Kruithuisweg (extra honk- en softbalveld én extra hockeyveld). Deze investeringen zorgen ervoor dat er in Delft per saldo meer ruimte voor sport is/wordt gerealiseerd.
b. Erkent het college dat het locatiebesluit in strijd is met de bovengenoemde beleidskaders? Zo nee, hoe is het besluit hiermee verenigbaar?
Antwoord: Nee, het locatiebesluit is niet in strijd met de beleidskaders. Zoals in de beantwoording op vraag 4a aangegeven is de aangewezen locatie al geruime tijd vrijwel niet actief in gebruik voor sportbeoefening. De sportverenigingen op Sportpark Brasserskade kunnen de huidige activiteiten voortzetten. Daarnaast is in de beantwoording op vraag 5a aangegeven dat het college, in lijn met de beleidskaders, de afgelopen jaren juist fors heeft geïnvesteerd in sport- en beweegvoorzieningen in Delft.
5/11
Datum
23-06-2026
c. Waar gaat het college compenserende sportcapaciteit realiseren voor de Delftse sportverenigingen die al kampen met ruimtetekort en wachtlijsten? Erkent het college dat het verspreid laten trainen van verenigingen de sociale cohesie binnen die verenigingen schaadt? En is dit niet juist een reden om Sportpark Brasserskade als sportpark te behouden?
Antwoord: Zoals bij vraag 4a is aangegeven, zijn er voldoende sportvoorzieningen op sportpark Brasserskade. In dat kader is er ook geen sprake van compensatie van velden.
Wat betreft het spreiden van trainingen, begrijpt het college de wens van sportverenigingen voor eigen voorzieningen op één locatie. In dat kader streeft het college juist efficiënt en optimaal gebruik van beschikbare voorzieningen na. Dit is ook zo geformuleerd in de Visie Sport en Bewegen 2025 – 2027.
Vraag 6
In haar brief van 14 april 2026 gebruikt het college twee argumenten die de eigen locatiekeuze rechtvaardigen, maar die juist het tegendeel bewijzen: a. Het college stelt in haar brief van 14 april 2026 dat er "grenzen zijn aan wat de gemeente Delft kan en wil faciliteren" ten aanzien van sportgebruikers uit andere gemeenten. Is het college het met Forum voor Democratie Delft eens dat het gegeven dat 40 tot 50 procent van de sportgebruikers op Brasserskade uit andere gemeenten afkomstig is, de regionale betekenis van het sportpark juist onderstreept en een argument vormt vóór bescherming, niet voor inperking? Zo nee, op welke grond?
Antwoord van het college
Het college onderkent het belang van Sportpark Brasserskade voor Delftse inwoners en, gezien de ligging, ook voor inwoners uit omliggende gemeenten. In dat kader heeft het college ook geïnvesteerd in het Sportpark door de speel- en trainingscapaciteit uit te breiden. Aangezien veld 3 niet of nauwelijks werd benut, is er daarmee geen sprake van inperking van sportcapaciteit. Zoals ook in de brief van 14 april 2026 (registratiekenmerk 6463882) is aangegeven, zijn er grenzen aan wat de gemeente kan en wil faciliteren voor inwoners van andere gemeenten.
b. Het college financiert het project "Open Sportpark 015 Jeugd" om overlast van jongeren rondom Brasserskade te verminderen. Erkent het college daarmee dat er al een overlastprobleem is, nog voordat de grootschalige opvanglocatie er staat? Zo nee, waarom acht het college dit project dan noodzakelijk?
Antwoord: Het college ziet dat er al enige tijd overlast wordt ervaren op het sportpark. (zie antwoord op vraag 3c).
Het project 'Open Sportpark 015 Jeugd op Brasserskader' geeft jongeren door middel van sporten en bewegen zinvolle invulling van hun vrije tijd.
6/11
Datum
23-06-2026
Daarnaast kan het project jongeren begeleiden naar regulier sport- en beweegaanbod bij de verenigingen. Dit kan ertoe leiden dat er minder overlast wordt ervaren. Met de komst van de opvanglocatie en de flexwoningen op de Sportring ziet het college mogelijkheden om de leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid van het omliggende gebied te verbeteren.
Vraag 7
De Delftse sportverenigingen draaien op vrijwilligers; zonder hen kunnen de verenigingen niet bestaan. a. Heeft het college in kaart gebracht wat het locatiebesluit doet met het veiligheidsgevoel van ouders van kinderen die zelfstandig naar het sportpark gaan, en met de bereidheid van vrijwilligers om actief te blijven? Zo nee, is het college bereid dit te onderzoeken voordat de locaties openen?
Antwoord van het college
Uit eerdere gesprekken met de omgeving van de locatie en met de sportverenigingen, zijn actuele zorgpunten met betrekking tot de veiligheid in het gebied naar voren gekomen. Het gaat daarbij onder andere om beperkte verlichting, woekerend groen en verkeersveiligheid. Het college heeft toegezegd om bestaande aandachtspunten ten aanzien van de (sociale) veiligheid aan te willen pakken. Denk hierbij aan het verbeteren van zichtlijnen en openbare verlichting. De gemeente gaat hierover ook in (vervolg)gesprek met de verenigingen en omgeving Met de komst van de opvanglocatie voor asielzoekers en flexwoningen ziet het college mogelijkheden om de leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid van het omliggende gebied te verbeteren.
Vraag 8
De Delftse sportverenigingen wezen in hun bezwaarbrief op meerdere bezwaren die het college in haar antwoordbrief van 14 april 2026 onbeantwoord liet. a. De sportverenigingen wijzen op ernstige bodemverontreiniging die de locatie ongeschikt maakt voor wonen en verblijf. Heeft het college de bodemgesteldheid laten onderzoeken voordat het locatiebesluit werd genomen? Zo ja, wat zijn de uitkomsten? Zo nee, hoe kan het college een locatie aanwijzen zonder de bodemgesteldheid te hebben beoordeeld?
Antwoord van het college
Het college was op de hoogte van bodemverontreiniging. De mate van verontreiniging en noodzakelijke maatregelen worden meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek van het COA.
7/11
Datum
23-06-2026
b. De sportbestemming van de locatie staat een woonfunctie in de weg. Is de realisatie van asielopvang strijdig met het vigerende bestemmingsplan? Erkent het college dat sportgrond moet blijven, en zo nee, op welke grond acht het college het gerechtvaardigd de sportbestemming te doorbreken voor asielopvang?
Antwoord: De vergunningsaanvraag van het COA gaat het reguliere proces doorlopen. Het college kan, als de aanvraag voldoet aan de eisen, een vergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarbij zij toestemming verleent om (tijdelijk) af te wijken van de regels van het omgevingsplan. Een BOPA verandert niet de onderliggende regels van het omgevingsplan zélf: de sportgrond blijft dus als zodanig bestemd. Het college acht deze tijdelijke afwijking gerechtvaardigd vanwege de maatschappelijke noodzaak tot opvang van asielzoekers en omdat de opvang tijdelijk van aard is.
c. De sportverenigingen wijzen op verdwijnende parkeerplaatsen als direct gevolg van de locatiekeuze, en op een al gevaarlijke kruising en gebrekkige verlichting die door de komst van honderden bewoners verder onder druk komen te staan. Zijn deze problemen meegewogen in de locatiekeuze? Zo nee, op welke grond acht het college de locatie desondanks geschikt?
Antwoord: Bij de locatiekeuze is op hoofdlijnen gekeken naar onder andere verkeersveiligheid, parkeergelegenheid en sociale veiligheid. De gekozen locatie aan het Nootdorpsepad/Sportring is in eigendom van de gemeente en qua omvang en beschikbaarheid het meest geschikt.
Vraag 9
Het college stelt in haar brief van 14 april 2026 dat na een positieve beoordeling van het COA het college het definitieve besluit neemt. FVD Delft is van mening dat de gemeenteraad het laatste woord heeft over een besluit van deze omvang en duur. a. Wanneer verwacht het college de COA-beoordeling te ontvangen, is het college bereid de uitkomst openbaar te maken, en is het college bereid de nieuwe raad hierover formeel te laten stemmen via een raadsvoorstel voordat het definitieve besluit wordt genomen?
Antwoord van het college
Zo nee, is de gemeenteraad niet de baas van de stad?
Het aanwijzen van een locatie is de bevoegdheid van het college, zoals vastgelegd in de Spreidingswet, artikel 7. De raad stelt de kaders en geeft deze mee aan het college.
Het COA is momenteel bezig met het haalbaarheidsonderzoek. Daarbij is niet alleen instemming van het bestuur van het COA noodzakelijk, maar ook een advies van het ministerie van Asiel en Migratie. De gemeente is hierbij afhankelijk van de planning en besluitvorming van het COA en het
8/11
Datum
23-06-2026
ministerie. De verwachting van het COA is dat dit proces rond de zomer is afgerond.
Op basis van de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek neemt het college een definitief besluit over het ter beschikking stellen van de locatie aan het COA. Uiteraard informeert het college de raad over dit besluit en over de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek.
b. De Spreidingswet verplicht niet tot deze specifieke locatie. Erkent het college dat de keuze voor Brasserskade een eigen collegekeuze is? Zo ja, op welke gronden zijn alternatieve locaties afgewezen, en is het college bereid deze afweging openbaar te maken?
Ja, het aanwijzen van een locatie is de bevoegdheid van het college zoals vastgelegd in de Spreidingswet, artikel 7.
Op basis van onder andere de criteria omvang, aanwezige voorzieningen, eigendom, beschikbaarheid (zowel vanaf wanneer en voor hoelang) is gekeken naar diverse locaties in Delft. De gekozen locatie aan het Nootdorpsepad/Sportring is in eigendom van de gemeente en qua omvang en beschikbaarheid het meest geschikt.
Eind februari jl. is in de beantwoording van de technische vragen van de VVD-fractie een kaart gedeeld met de commissie SDW met daarop het grootste gedeelte van de locaties van de longlist.
Vraag 10
De locatie Nootdorpsepad is aangewezen voor vijftien jaar, met evaluatie elke vijf jaar. a. Kan de gemeente de overeenkomst met het COA eenzijdig beëindigen op basis van een evaluatie, en is de terugkeer naar sportbestemming na vijftien jaar contractueel gegarandeerd? Zo nee, wat houdt de evaluatie dan concreet in?
Antwoord van het college
Opzegging kan als de huurder toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van een van zijn andere verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst of de bestuursovereenkomst. De huurovereenkomst en bestuursovereenkomst worden in een latere fase opgesteld en getekend.
De Spreidingswet bepaalt hoeveel opvangplekken Delft moet aanbieden.
Een evaluatie op zichzelf vormt geen automatische of zelfstandige beëindigingsgrond. De evaluatie heeft als doel om gedurende de looptijd gezamenlijk te beoordelen hoe de opvanglocatie functioneert in de praktijk.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar veiligheid, leefbaarheid, samenwerking met omwonenden, beheer van de locatie, druk op voorzieningen en naleving van gemaakte afspraken. Op basis van deze evaluatie kunnen gemeente en COA met elkaar in gesprek gaan over eventuele verbetermaatregelen, bijsturing of aanvullende afspraken.
Ten aanzien van de terugkeer naar de sportbestemming geldt dat het uitgangspunt is dat de locatie na afloop van de overeengekomen periode
9/11
Datum
23-06-2026
weer beschikbaar komt voor de oorspronkelijke functie. Met het COA worden afspraken gemaakt dat de locatie na maximaal vijftien jaar wordt teruggegeven aan de gemeente.
b. Voor hoe lang is de Adri Boslaan-locatie aangewezen, en is ook daar een contractuele terugkeergarantie?
Antwoord: Het COA heeft een huurovereenkomst voor het perceel aan de Adri Boslaan voor de periode 1 augustus 2025 tot en met 30 april 2031. De huurperiode kan maximaal 4 keer met 1 jaar worden verlengd. Er is geen sprake van een contractuele terugkeergarantie.
Vraag 11
Drie van de vier nieuwe en geplande Delftse asielopvanglocaties liggen op of direct naast een gemeentelijk sportpark. Is het college bereid dit patroon te doorbreken? Zo nee, hoe rechtvaardigt het college dat sportcapaciteit waar duizenden Delftenaren gebruik van maken en kinderen voor op wachtlijsten staan, structureel de prijs betaalt voor asielopvang?
Antwoord van het college
Delft heeft op dit moment twee COA asielopvanglocaties, zie antwoord op vraag 2a. In een compacte stad als Delft zijn beschikbare, gemeentelijke gronden (zeer) beperkt beschikbaar. In dat kader kijkt het college breed naar waar mogelijkheden zijn. Deze ruimte is gevonden op of nabij gemeentelijke sportparken. Daarbij benadrukt het college nogmaals dat de komst van opvanglocaties niet ten koste gaat van ruimte die in de huidige situatie actief wordt gebruikt voor sportbeoefening. Het college heeft juist de afgelopen periode fors geïnvesteerd in sport- en beweegvoorzieningen en blijft dit de komende tijd ook doen.
Vraag 12
Het college nodigt de sportverenigingen uit mee te denken, maar stelt dat het besluit niet ter discussie staat. Is het college, gelet op de steekpartij van 24 april 2026, de aantoonbare stijging van onveiligheid en misdaden in Delft, het aantoonbare verlies van sportcapaciteit en alle bovengenoemde punten en bezwaren, bereid de locatiekeuzes voor zowel Brasserskade als Adri Boslaan alsnog te heroverwegen?
Antwoord van het college
nee.
Zo nee, op welke grond acht het college verdere inspraak zinvol en echte participatie mogelijk als het besluit bij voorbaat vaststaat?
Antwoord: De locatiekeuze is een collegebevoegdheid. Het college hecht veel waarde aan inspraak vanuit de omgeving voor de verdere uitwerking van het plan en de inpassing in het gebied. Er is een omgevingsmanager
10/11
Datum
23-06-2026
aangesteld die verantwoordelijk is voor de participatie en inspraak van de partijen in het gebied.
De gemeenteraad is op 13 januari 2026 gevraagd om haar wensen en bedenkingen mee te geven. De raad heeft hier gehoor aan gegeven en 74 wensen en bedenkingen geuit. Het college neemt deze wensen en bedenkingen mee in de verdere uitwerking van het plan.
Is het college bereid de Delftse inwoners via een referendum zelf te laten beslissen over een besluit met onomkeerbare gevolgen voor hun stad?
Antwoord: Het college is niet bevoegd een referendum uit te schrijven.
Alleen inwoners kunnen een aanvraag voor een referendum doen. En de raad beslist op basis van de verordening of dit mogelijk is.
Referendumverordening 2025 | Lokale wet- en regelgeving
Bron: raadsinformatie van de gemeente Delft (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.