13 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Dijk en Waard

Collegebericht beantwoorden schriftelijke vragen BvDW Veegwagens besluitvorming en herverontreiniging na de brand bij De Mossel

Een raadslid stelde op 13 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard (33 vragen).

In het kort

33 vragen en wat het college antwoordt

  • Wie heeft op 1 januari 2026 opdracht gegeven tot het inzetten van veegwagens in het gebied rond De Mossel? → Kan het college bevestigen dat de veegactie reeds in de avond van 1 januari 2026 is uitgevoerd, terwijl de eerste asbestinventarisatie door SGS Search pas op 2 januari 2026 heeft…
  • Op welk tijdstip is dit besluit genomen en door wie is dit besluit formeel vastgelegd (bestuurlijk of ambtelijk)? → Antwoord van het college: Op 1 januari is dit besluit rond 17.15 uur genomen.
  • Op basis van welk deskundig advies (brandweer, Omgevingsdienst, saneringsdeskundige of andere) is besloten tot het inzetten van veegwagens? → Antwoord van het college: De genoemde disciplines zijn in het CoPi met elkaar tot de conclusie gekomen dat er een veegwagen ingezet moest worden.
  • Wat was het exacte type veegwagen dat is ingezet (nat of droog, mechanisch of zuigend)? → Antwoord van het college: Het betrof een veegwagen met een zuigmond en watersproeiers.
  • Was deze veegwagen geschikt of gecertificeerd voor gebruik bij asbestincidenten? → Zo ja: onder welke norm, richtlijn of certificering?
  • Is expliciet overwogen om niet te vegen, gelet op het risico op verplaatsing of secundaire emissie van asbestvezels? → Antwoord van het college: Er is gekozen om te vegen, omdat het alternatief waarbij alle brandresten op straat zouden blijven liggen, het risico op verspreiding zou vergroten.
  • Welke concrete werkwijze is toegepast bij het vegen (bijvoorbeeld vooraf bevochtigen, nat vegen, gefaseerd vegen, handmatig verwijderen)? → Antwoord van het college 2 De brandresten zijn met een zuigmond opgezogen, terwijl meerdere watersproeiers het afval bevochtigden.
  • Is vooraf beoordeeld of het inzetten van veegwagens op dat moment kon leiden tot secundaire emissie of herverdeling van asbestdeeltjes? → Zo ja: waar is deze beoordeling schriftelijk vastgelegd?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

COLLEGEBERICHT Beantwoording schriftelijke vragen Aan:

Van:

Datum:

Zaaknummer:

Onderwerp:

De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 7 april 2026 00001225813 Schriftelijke vragen BvDW Veegwagens besluitvorming en herverontreiniging na de brand bij De Mossel

Aanleiding Op 16 februari 2026 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van raadslid Bosscher van de fractie BvDW over Schriftelijke vragen BVDW Veegwagens besluitvorming en herverontreiniging na de brand bij De Mossel. In dit collegebericht staan de antwoorden op deze vragen.

Toelichting van de vragensteller(s) Na de brand bij garage De Mossel op 1 januari 2026 is vastgesteld dat asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. In de eerste fase na het incident zijn in de openbare ruimte onder meer veegwagens ingezet, bestuurlijke besluiten genomen en is richting bewoners gecommuniceerd over risico’s, gedragsinstructies en vervolgstappen.

In de weken daarna is geconstateerd dat reeds gesaneerde en schoon verklaarde percelen opnieuw zijn vervuild met asbesthoudende brandresten. Dit betreft herverontreiniging van eerder gesaneerde locaties.

De volgorde en samenhang van maatregelen, communicatie, rapportages en handhaving roepen vragen op over besluitvorming, toepassing van richtlijnen, zorgplicht en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Met onderstaande vragen beoogt onze fractie helderheid te krijgen over deze aspecten vragen:

Beantwoording Het college beantwoordt de gestelde vragen als volgt.

Inleiding op de beantwoording De fractie van BvDW BvDW heeft tot nu toe in totaal 7 sets vragen gesteld over de afwikkeling van de brand aan De Mossel. De gemeente is volop bezig met het afhandelen van de gevolgen van deze gebeurtenis. De gemeenteraad van Dijk en Waard heeft middels een unaniem aangenomen motie verzocht om specifiek de afhandeling van de brand aan De Mossel te evalueren. In het kader van deze evaluatie zullen we terugblikken op het proces en zullen vragen over het handelen van de gemeente en instanties aan bod komen. Vooruitlopend op deze evaluatie doen wij ons best om de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Inleiding:

A. Besluitvorming en inzet van veegwagens (1 januari 2026)

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Wie heeft op 1 januari 2026 opdracht gegeven tot het inzetten van veegwagens in het gebied rond De Mossel?

Antwoord van het college

Kan het college bevestigen dat de veegactie reeds in de avond van 1 januari 2026 is uitgevoerd, terwijl de eerste asbestinventarisatie door SGS Search

pas op 2 januari 2026 heeft plaatsgevonden?

Antwoord van het college:

Tot het vegen op 1 januari is besloten in het CoPi, het Commando Plaats Incident. Bij branden van oudere panden wordt altijd uitgegaan van aanwezigheid van asbest.

Vraag 2

Op welk tijdstip is dit besluit genomen en door wie is dit besluit formeel vastgelegd (bestuurlijk of ambtelijk)?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Op 1 januari is dit besluit rond 17.15 uur genomen.

Vraag 3

Op basis van welk deskundig advies (brandweer, Omgevingsdienst, saneringsdeskundige of andere) is besloten tot het inzetten van veegwagens?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

De genoemde disciplines zijn in het CoPi met elkaar tot de conclusie gekomen dat er een veegwagen ingezet moest worden.

B. Type veegwagen en geschiktheid

Vraag 4

Wat was het exacte type veegwagen dat is ingezet (nat of droog, mechanisch of zuigend)?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Het betrof een veegwagen met een zuigmond en watersproeiers.

Vraag 5

Was deze veegwagen geschikt of gecertificeerd voor gebruik bij asbestincidenten?

Antwoord van het college

Zo ja: onder welke norm, richtlijn of certificering?

Zo nee: waarom is desondanks besloten tot inzet in een gebied waar asbestdeeltjes aanwezig waren?

Antwoord van het college:

Dit soort wagens wordt in Nederland vaker gebruikt na branden waarbij asbest vrij is gekomen.

De ingezette wagen is vaker ingezet bij (asbest)branden om de buitenruimte schoon te maken.

Deze wagen is daarvoor uitgerust met sproeiers om de brandresten nat te maken, voordat deze worden opgezogen.

Vraag 6

Is expliciet overwogen om niet te vegen, gelet op het risico op verplaatsing of secundaire emissie van asbestvezels?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Er is gekozen om te vegen, omdat het alternatief waarbij alle brandresten op straat zouden blijven liggen, het risico op verspreiding zou vergroten.

C. Werkwijze en risico-inschatting

Vraag 7

Welke concrete werkwijze is toegepast bij het vegen (bijvoorbeeld vooraf bevochtigen, nat vegen, gefaseerd vegen, handmatig verwijderen)?

Antwoord van het college

Antwoord van het college

2

De brandresten zijn met een zuigmond opgezogen, terwijl meerdere watersproeiers het afval bevochtigden.

Pagina 2 van 3

Vraag 8

Is vooraf beoordeeld of het inzetten van veegwagens op dat moment kon leiden tot secundaire emissie of herverdeling van asbestdeeltjes?

Antwoord van het college

Zo ja: waar is deze beoordeling schriftelijk vastgelegd?

Zo nee: waarom is deze beoordeling achterwege gelaten?

Antwoord van het college:

De inzet was gericht op het opruimen en daarmee voorkomen van verspreiding.

Vraag 9

Welke alternatieve maatregelen zijn overwogen om verdere verspreiding te beperken?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Het alternatief was de openbare weg dagenlang helemaal af te sluiten. Sanering kon sowieso nog niet starten vanwege de verwachte sneeuwval.

D. Locaties, afzetting en uitvoering

Vraag 10

Op welke exacte locaties is geveegd (straten, stoepen, parkeerplaatsen, fietspaden)?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Er is geveegd op de verharde wegen, (deels) voetpaden, parkeervakken en verhardingen rondom de bedrijfsgebouwen in het asbestverdachte gebied.

Vraag 11

Vonden deze werkzaamheden geheel of gedeeltelijk plaats binnen het afgezette gebied, en zo ja: op basis van welke afbakening?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Ja, deze afbakening heeft plaatsgevonden op basis van monsters die vlak na de brand zijn genomen.

Vraag 12

Is bij de uitvoering rekening gehouden met verkeersbewegingen, looproutes en weersomstandigheden?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Ja E. Metingen, controle en vastlegging

Vraag 13

Zijn voor en na de veegactie controles of metingen uitgevoerd om vast te stellen of herverdeling of verspreiding van asbestdeeltjes heeft plaatsgevonden?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Er heeft een nacontrole plaatsgevonden.

Vraag 14

Door wie zijn deze controles uitgevoerd, op welk moment en met welke methode?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Door SGS search, tijdens de uitvoering van de saneringswerkzaamheden.

3

Vraag 15

Indien er geen controles of metingen zijn uitgevoerd: waarom is daarvan afgezien?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Zie het antwoord op vraag 14.

Vraag 16

Bestaan er logboeken of registraties van de veegactie met daarin opgenomen: ingezette voertuigen ,tijden, routes, uitgevoerde werkzaamheden?

Antwoord van het college

En zo ja: zijn deze beschikbaar voor de raad?

Antwoord van het college:

Nee F. Afvoer en verwerking

Vraag 17

Waar is het opgeveegde materiaal afgevoerd?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Het vrijgekomen materiaal is afgevoerd naar een erkende verwerker van asbesthoudend afval.

Vraag 18

Hoe is dit materiaal geclassificeerd, opgeslagen en verwerkt, en is het geregistreerd als (mogelijk) asbesthoudend afval?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Het materiaal is geclassificeerd als asbesthoudend afval en afgevoerd naar een erkende verwerker.

G. Richtlijnen en afwijkingen

Vraag 19

Welke landelijke of regionale richtlijnen zijn gevolgd bij de beslissing om te vegen na het asbestincident?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

De inzet van een veegwagen na een brand is een gebruikelijke werkwijze in Nederland.

Vraag 20

Is expliciet getoetst aan de Brancherichtlijn Brandweeroptreden bij Asbestincidenten?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Nee, deze richtlijn gaat over de inzet van de brandweer, niet over de (eventuele) inzet van een veegwagen.

Vraag 21

Indien van deze of andere richtlijnen is afgeweken: op basis van welke inhoudelijke en bestuurlijke afweging is deze afwijking gerechtvaardigd?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Er is niet van richtlijnen afgeweken H. Communicatie en vertrouwen

Vraag 22

Hoe verhoudt de inzet van veegwagens zich tot gelijktijdige communicatie richting bewoners waarin enerzijds werd aangekondigd dat nog diezelfde avond zou worden geveegd, terwijl anderzijds werd gewezen op het belang van het niet verstoren van mogelijk neergeslagen asbestdeeltjes?

Antwoord van het college

4

Antwoord van het college:

De veegwagen heeft niet geveegd op particuliere percelen, vandaar dit advies.

Vraag 23

Acht het college het aanvaardbaar dat bewoners op basis van de veegactie konden aannemen dat het gebied na vegen veilig was, terwijl later alsnog sanering noodzakelijk bleek?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Er is steeds aangekondigd dat het gebied nog gesaneerd moest worden.

I. Huidige herverontreiniging

Vraag 24

Erkent het college dat thans sprake is van herverontreiniging van reeds gesaneerde percelen?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

a) Ja, er is een melding in de Langestraat bekend waarbij na sanering wederom asbest is gevonden. Hierop is een medewerker van de Omgevingsdienst bij de betreffende bewoners langgewenst. Na dit bezoek heeft de gemeente geen verzoek gehad om opnieuw te saneren. Ook heeft de verzekeraar van dit perceel zich niet bij de gemeente gemeld.

b) Er is een nacontrole gedaan vanwege de kans op latere verspreiding door de wind of door schoeisel. Er is op een aantal percelen buiten het eerder vastgestelde asbestverspreidingsgebied alsnog asbest gevonden. Deze percelen zijn daarna ook gesaneerd. Het gaat daarbij dus niet om een herverontreiniging na sanering van het betreffende perceel.

Pagina 3 van 3

Vraag 25

Op welk moment is deze herverontreiniging voor het eerst vastgesteld door of namens de gemeente?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Zie het antwoord op vraag 24.

Vraag 26

Welke oorzaken ziet het college voor deze herverontreiniging, en is onderzocht of deze herleidbaar is tot nog niet gesaneerde percelen, openbare ruimte of eerdere maatregelen?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Verspreiding door de wind of door schoeisel.

Vraag 27

Is onderzocht of de inzet van veegwagens of andere vroege maatregelen heeft bijgedragen aan deze herverontreiniging?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Nee.

J. Handhaving, regie en kosten

Vraag 28

Waarom zijn niet alle bekende besmette locaties gelijktijdig en integraal gesaneerd?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

5

Niet alles kan tegelijk. Eerst is de openbare ruimte gesaneerd, daarna de particuliere percelen.

Vraag 29

Welke handhavingsmaatregelen zijn inmiddels genomen ten aanzien van percelen die nog niet zijn gesaneerd?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Vrijwel alle percelen zijn inmiddels gesaneerd via de gecoördineerde aanpak.

Vraag 30

Wie voert op dit moment de regie over het voorkomen van verdere herverontreiniging?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

De gemeente, de Omgevingsdienst houdt toezicht. Er heeft inmiddels een nacontrole plaatsgevonden.

Vraag 31

Wie draagt volgens het college de financiële verantwoordelijkheid voor sanering als gevolg van herverontreiniging?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

De financiële verantwoordelijkheid ligt bij de veroorzakende partijen.

Vraag 32

Kan het college bevestigen dat kosten voortvloeiend uit herverontreiniging niet worden verhaald op bewoners die aantoonbaar aan hun saneringsplicht hebben voldaan?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Bewoners zijn geïnformeerd dat ze bij verdachte vondsten zich bij de gemeente kunnen melden.

De gemeente overlegt met verzekeraars.

K. Slotvraag

Vraag 33

Kan het college aangeven welke concrete en afdwingbare maatregelen zijn genomen of worden genomen om verdere herverontreiniging te voorkomen, en op welke termijn hierover volledige duidelijkheid aan bewoners en raad wordt gegeven?

Antwoord van het college

Antwoord van het college:

Het gebied is inmiddels vrijgegeven. Als er verdachte vondsten zijn kunnen inwoners en ondernemers zich bij de gemeente melden.

Bijlagen Geen

6

Bekijk de brief: Collegebericht beantwoorden schriftelijke vragen BvDW Veegwagens besluitvorming en herverontreiniging na de brand bij De Mossel

Bron: raadsinformatie van de gemeente Dijk en Waard (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Dijk en Waard

Alle artikel 35-vragen in Dijk en Waard