vragen fracties CDA, DOP, LDW, VVD, D66, PvdA, GL, SDW, CU Interpellatiedebat de Mossel
Een raadslid stelde op 27 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard (13 vragen).
In het kort
13 vragen en wat het college antwoordt
- Incidentverloop en bestuurlijke reflectie 1. → GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure.
- Kan het college een algehele reflectie geven op de afwikkeling van de gevolgen van de brand? → De brand bij De Mossel op 1 januari 2026 heeft grote impact gehad op bewoners en ondernemers.
- Hoeveel huishoudens en ondernemers zijn getroffen door de brand en de asbestneerslag? → In het asbestgebied liggen rond de 70 woningen.
- Is het getroffen gebied op basis van latere metingen en bevindingen vergroot ten opzichte van de eerste inschatting, en hoe wordt hierop gemonitord? → Er wordt in de sanering in eerste instantie uitgegaan van het gebied dat is aangewezen in de asbestinventarisatierapporten.
- In hoeverre hebben verzekeraars collectief, al dan niet in overleg met de gemeente, opdracht gegeven tot sanering? → 4 - - - De sanering van de openbare ruimte is meteen na de brand begonnen, heeft even stil gelegen vanwege de sneeuw en is inmiddels nagenoeg afgerond.
- Welke afwegingen (juridisch, financieel en praktisch) lagen hieraan ten grondslag? → De gemeente is niet primair verantwoordelijk voor sanering van vervuilde particuliere percelen.
- Hoe ondersteunt de gemeente inwoners en ondernemers die vastlopen in: - communicatie met hun verzekeraar; - onduidelijkheid over dekking; - organisatorische of… → De collectieve aanpak is gestart, inwoners worden ontzorgd.
- Welke rol speelt de Omgevingsdienst bij de sanering en hoe is het toezicht georganiseerd? → De Omgevingsdienst houdt namens de gemeente toezicht op de sanering.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
COLLEGEBERICHT Beantwoording Interpellatiedebat Aan:
Van:
Datum:
Zaaknummer:
Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 27 januari 2026 00001168968 Brand De Mossel
Aanleiding Op 25 januari 2026 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van de raadsleden John (CDA), Tesselaar (DOP), Van der Zee (LDW), Lammerts (VVD), Grim (D66), Louis (PvdA), Van Eijk (GroenLinks), Van Ruitenbeek (Senioren Dijk en Waard) en Visser-Hogeterp (ChristenUnie) over de brand De Mossel, voorafgaand aan het interpellatiedebat op 27 januari 2026.
In dit collegebericht staan de antwoorden op deze vragen. Het college heeft zich ingespannen om onderstaande vragen in korte tijd te beantwoorden.
Beantwoording
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Incidentverloop en bestuurlijke reflectie 1. Kan het college op hoofdlijnen een beeld schetsen van het verloop van het incident en de afhandeling hiervan? En kan het college hierbij ook inzicht in de werking van een GRIP 1 situatie.
Antwoord van het college
GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. Dit is een landelijke opschalinsprocedure die wordt gebruikt bij incidenten waarbij meerdere hulpdiensten betrokken zijn en afstemming nodig is. Het systeem kent verschillende niveaus van opschaling, afhankelijk van de aard en omvang van het incident.
Bij GRIP 1 is er sprake van een incident waarbij ter plaatse coördinatie nodig is tussen de verschillende hulpdiensten, zoals brandweer, politie en ambulance. In deze situatie wordt een CoPI (Commando Plaats Incident) ingericht. In het CoPI stemmen de operationeel leidinggevenden van de betrokken diensten hun inzet op elkaar af.
GRIP 1 betekent:
•
•
•
•
Er is één incidentlocatie.
Er is behoefte aan gestructureerde multidisciplinaire afstemming.
De coördinatie vindt plaats op operationeel niveau.
Er is nog géén bestuurlijke crisisstructuur opgeschaald (zoals bij GRIP 3 of GRIP 4).
Bij de brand op 1 januari is opgeschaald naar GRIP 1 vanwege:
•
•
De omvang van de brand en rooktonwikkeling (NL Alert).
Het vermoeden van asbestverspreiding.
•
De noodzaak tot snelle afstemming tussen brandweer, politie en andere betrokken partijen.
In de eerste uren lag de nadruk op drie zaken:
1. Blussen van de brand en voorkomen van uitbreiding: Er was sprake van een forse brand met een hoge rookkolom. Er is opgeschaald vanwege de omvang, de rookontwikkeling en het mogelijke risico op asbestverspreiding.
2. Bescherming van de volksgezondheid: Vanwege de rookontwikkeling is een NL-Alert verstuurd met het advies om binnen te blijven, ramen en deuren te sluiten en mechanische ventilatie uit te schakelen. Er zijn direct meetploegen ingezet die continu metingen verrichtten in de omgeving. Op basis van deze metingen is besloten dat evacuatie niet noodzakelijk was. Evacuatie had in deze situatie juist kunnen leiden tot grotere blootstelling aan rook.
Tegelijkertijd lag er wel een plan klaar voor het geval de situatie zou verslechteren, bijvoorbeeld bij brandoverslag naar andere panden.
3. Handelen alsof er asbest aanwezig is: Vanwege het bouwjaar van het pand (voor 1994) is het pand als asbestverdacht aangemerkt. De brandweer handelt in zo’n situatie alsof daadwerkelijk asbest aanwezig is, totdat onderzoek anders uitwijst.
Er zijn tijdens de bewonersavond vragen gesteld over explosiegevaar en koelinstallaties in het naastgelegen pand. Op basis van beschikbare informatie en controles was er geen sprake van explosiegevaar. Eventuele koelinstallaties worden wettelijk periodiek gecontroleerd.
Ook zijn vragen gesteld over medische ondersteuning. Medische ondersteuning was beschikbaar.
Asbest, afzetting en eerste beheersmaatregelen Toen duidelijk werd dat het pand asbesthoudende materialen bevatte, is:
• Een veiligheidsgebied ingesteld.
• Een ruimere afzetting toegepast dan strikt noodzakelijk, uit voorzorg.
• Gestart met inventarisatie van mogelijke verspreiding.
• Salvage ingeschakeld (de organisatie die namens verzekeraars optreedt bij brandincidenten).
• Een gespecialiseerd bureau gestart met asbestinventarisatie en bemonstering.
In de openbare ruimte zijn eerste voorzorgsmaatregelen getroffen om verdere verspreiding te beperken. Daarbij is:
• Een gespecialiseerd reinigingsvoertuig ingezet om zichtbare brandresten te verwijderen.
• De openbare ruimte deels afgezet.
• Gestart met het systematisch in kaart brengen van besmetting via bemonstering.
• Dit betrof een eerste beheersmaatregel van de asbest in openbare ruimte, geen definitieve sanering. Definitieve sanering vindt uitsluitend plaats door gecertificeerde asbestsaneerders (SC-540) onder toezicht van de Omgevingsdienst.
Communicatie in de eerste fase Op de avond van 1 januari is een bewonersbrief verspreid in samenwerking met de Veiligheidsregio.
Overgang naar de nafase
2
Nadat de brand was geblust en de situatie was gestabiliseerd, vond de overdracht plaats van de Veiligheidsregio naar de gemeente. Daarmee ging het incident over van de warme fase naar de nafase.
De Omgevingsdienst heeft op 6 januari twee, bijgevoegde brieven verstuurd, op grond van de Omgevingswet Wettelijk is bepaald dat een eigenaar van een perceel verantwoordelijk is voor de staat waarin een perceel zich bevindt. Wat zich op het perceel bevindt, mag geen schade doen aan de volksgezondheid. Ook is met deze brief geregeld dat na de gestelde termijn de gemeente bevoegd is het perceel te betreden om de asbest te saneren. In de aanbiedingsbrief die is meegestuurd is vermeld dat dit een zakelijke juridische brief betreft waarin staat welke maatregelen van perceeleigenaren verwacht worden en welke stappen er ondernomen worden indien onverhoopt mocht blijken dat er geen of onvoldoende maatregelen zijn genomen. In de brief wordt de perceeleigenaren geadviseerd contact op te nemen met hun verzekeraar, zodat hun verzekering tijdig de nodige stappen kan ondernemen.
Ondanks de duiding in de aanbiedingsbrief, zijn er toch zijn er veel vragen over deze brieven gekomen. Dat dit om verzekeringswerk gaat is te weinig duidelijk geworden.
Op 13 januari is er een brief naar de bewoners gegaan over een collectieve saneringsopdracht, asbestinventarisatierapport en tijdelijk parkeerverbod. In die brief is gesproken over de intentie van de verzekeraar van het autobedrijf om de saneringswerkzaamheden aan een bedrijf te gunnen. Later bleek de verzekeraar toch geen opdracht te gaan geven voor collectieve sanering.
In deze brief is ook de planning voor de sanering in de openbare ruimte weergegeven, inclusief het verzoek op plekken tijdelijk niet te parkeren. Ook is de mogelijkheid geboden het asbestinventarisatierapport van SGSsearch op te vragen ten behoeve van de verzekering.
Op 13 januari is er ook een collegebericht verstuurd.
Op 16 januari is op de website extra toelichting gegeven over sanering in risicoklasse 2 en het handelingsperspectief voor bewoners.
Op 19 januari was de termijn voor de verzekeraars verlopen en heeft de gemeente besloten over te gaan tot collectieve sanering. Die avond is er een bewonersavond gehouden in de Binding, in aanwezigheid van de burgemeester en wethouder Does, de Veiligheidsregio, de Omgevingsdienst en de GGD.
Op 21 januari is de collectieve sanering van de private percelen gestart. Op die dag is er ook een bewonersbrief door de brievenbussen gedaan en is een bericht van het college gestuurd naar aanleiding van berichten in de media.
Vraag 2
Kan het college een algehele reflectie geven op de afwikkeling van de gevolgen van de brand?
Antwoord van het college
De brand bij De Mossel op 1 januari 2026 heeft grote impact gehad op bewoners en ondernemers. Niet alleen de brand zelf, maar vooral de nasleep met vragen over asbest, gezondheid, sanering en kosten heeft geleid tot onrust en onzekerheid.
Wij hebben geconstateerd dat onrust is ontstaan over de brieven van de Omgevingsdienst, die in dit soort gevallen altijd gestuurd wordt om de volksgezondheid te beschermen. Dat dit om verzekeringswerk gaat is te weinig duidelijk geworden. 3
De organisaties zoals de Veiligheidsregio, Stichting Salvage, de Omgevingsdienst en de GGD hebben hun werk gedaan volgens de protocollen die zij hebben te volgen. Dit zijn sterke organisaties, die we niet voor niets met alle 16 gemeenten in Noord-Holland Noord samen financieren.
De gemeente heeft in eerste instantie vooral ambtelijk uitvoerend opgetreden en heeft later opgeschaald in de vorm van een beleidsteam, bestaande uit de burgemeester, wethouder Ruiten en adviserende medewerkers. Er is inmiddels gezorgd voor informatie op de website, brieven aan bewoners, een bewonersavond en het inrichten van een steunpunt. Op dinsdag 3 en 10 februari van 16:00 tot 18:00 uur en op donderdag 19 februari van 10:00 tot 12:00 uur zijn er extra inloopspreekuren in De Binding over asbest en gezondheid.
Leerpunten uit deze gebeurtenis nemen wij mee in de evaluatie.
2. Omvang van het incident en afbakening van het getroffen gebied
Vraag 3
Hoeveel huishoudens en ondernemers zijn getroffen door de brand en de asbestneerslag?
Antwoord van het college
In het asbestgebied liggen rond de 70 woningen. Binnen het bedrijventerrein zitten er vaak meerdere bedrijven per adres.
Vraag 4
Is het getroffen gebied op basis van latere metingen en bevindingen vergroot ten opzichte van de eerste inschatting, en hoe wordt hierop gemonitord?
Antwoord van het college
Er wordt in de sanering in eerste instantie uitgegaan van het gebied dat is aangewezen in de asbestinventarisatierapporten.
Het is niet uitgesloten dat door verspreiding vanuit het asbestgebied, asbestbesmetting buiten het eerder vastgestelde gebied heeft plaatsgevonden. Dit kan komen door bewegingen in het gebied, bijvoorbeeld door de wind of via het meenemen onder schoeisel. Er vindt daarom een nacontrole plaats door een gespecialiseerd bedrijf, onder toezicht van de Omgevingsdienst.
3. Voortgang en regie van de asbestsanering
Vraag 5
In hoeverre hebben verzekeraars collectief, al dan niet in overleg met de gemeente, opdracht gegeven tot sanering?
Antwoord van het college
4
-
-
-
De sanering van de openbare ruimte is meteen na de brand begonnen, heeft even stil gelegen vanwege de sneeuw en is inmiddels nagenoeg afgerond. Op het moment van de brand was bekend dat er sneeuw in aantocht was. Gezien het vermoeden van asbest is vanuit het COPI toen besloten om de doorgaande routes schoon te laten maken door een gespecialiseerd bedrijf, dat een hiervoor geschikte wagen heeft ingezet.
Nadat de sneeuw weg was, is de sanering van de openbare ruimte verder gegaan. Een aantal groenstroken is nog niet gedaan, de sanering hiervan volgt later. Het bedrijf is eerst particuliere percelen gaan saneren. Bij asbest dat op groenstroken ligt, is de kans klein dat het wegwaait.
De sanering van de particuliere percelen onder regie van de gemeente, aangezien een collectieve opdracht van de verzekeraars uitbleef, is gestart op donderdag 22 januari. Een aantal inwoners heeft via hun verzekering geregeld dat hun perceel reeds gesaneerd is.
Ook de sanering van percelen van bedrijven vindt nu onder regie van de gemeente plaats. Ook deze is van start gegaan, door een ander gespecialiseerd bedrijf.
4. Keuzes rond saneringsstrategie en ondersteuning van betrokkenen
Vraag 6
Welke afwegingen (juridisch, financieel en praktisch) lagen hieraan ten grondslag?
Antwoord van het college
De gemeente is niet primair verantwoordelijk voor sanering van vervuilde particuliere percelen.
De analogie is dat bij een kettingbotsing op de openbare weg, de veroorzaker de schuld draagt.
Als de veroorzaker en zijn of haar verzekeraar het niet oppakken, dan moeten de particulieren met schade aan hun auto naar hun eigen verzekeraar. De gemeente heeft hier geen rol in.
Volgens de Nederlandse wet blijft de eigenaar altijd verantwoordelijk voor zijn perceel. De omgevingsdienst heeft de perceeleigenaren hier in het kader van de volksgezondheid op gewezen. Ook is met deze beschikking de toestemming tot het betreden van het perceel voor de sanering geregeld. Zie ook het antwoord op vraag 1.
De eigenaren van de percelen waar de brand heeft plaatsgevonden hebben tot 19 januari de tijd gekregen om te starten met de asbestsanering. Dit gold ook voor de verzekeraars van de particuliere percelen.
In dit geval is er daarom - na het aflopen van de bestuursdwang aan de veroorzaker en nadat er geen collectieve opdracht van verzekeraars kwam - voor gekozen alsnog als gemeente de regie in handen te nemen van de sanering van de percelen die nog niet gesaneerd worden. Waar dit kan, zal de gemeente de kosten verhalen op de verzekeraars.
Vraag 7
Hoe ondersteunt de gemeente inwoners en ondernemers die vastlopen in: - communicatie met hun verzekeraar; - onduidelijkheid over dekking; - organisatorische of financiële problemen bij sanering?
Antwoord van het college
De collectieve aanpak is gestart, inwoners worden ontzorgd. Aangezien de meeste mensen verzekerd zijn, zal hun nog worden gevraagd contact op te nemen met hun verzekeraar, zodat 5
deze contact kan opnemen met de gemeente. De gemeente doet de verdere communicatie met de verzekeraar. De gemeente betaalt de collectieve sanering en verhaalt waar mogelijk de kosten.
5. Veiligheid, toezicht en gezondheidsrisico’s
Vraag 8
Welke rol speelt de Omgevingsdienst bij de sanering en hoe is het toezicht georganiseerd?
Antwoord van het college
De Omgevingsdienst houdt namens de gemeente toezicht op de sanering. Zij moet erop toezien dat de asbest opgeruimd wordt. De Omgevingsdienst doet de sanering dus niet zelf.
De aannemer maakt per perceel een rapportage op, een schoonverklaring, die gaat naar de Omgevingsdienst. De Omgevingsdienst controleert dit en houdt hier toezicht op.
Vraag 9
Wat zijn volgens de GGD en andere betrokken deskundigen de gezondheidsrisico’s op korte en lange termijn voor omwonenden?
Antwoord van het college
De GGD geeft het volgende aan: Bij kortstondige blootstelling aan asbest – zoals na een brand – is de kans op gezondheidsklachten erg klein. Gezondheidsproblemen ontstaan meestal pas na langdurige of herhaalde blootstelling over vele jaren. Asbestvezels kunnen vooral klachten veroorzaken wanneer ze worden ingeademd.
6. Crisisaanpak, verantwoordelijkheden en lessen
Vraag 10
Beschikt de gemeente over een draaiboek voor incidenten met gevaarlijke stoffen zoals asbest, en hoe verloopt dit draaiboek in grote lijnen?
Antwoord van het college
Bij incidenten met gevaarlijke stoffen wordt altijd vanuit de hulpdiensten gewerkt met protocollen vanuit de Veiligheidsregio. In grote lijnen bestaat de aanpak uit:
1. Acute fase (bronbestrijding en veiligheid): inzet brandweer/ politie/ GHOR/ Bevolkingszorg, afzetten gebied, NL-Alert/waarschuwingen, eerste risicobeoordeling.
2. Onderzoek/inventarisatie: vaststellen of en waar gevaarlijke stoffen (zoals asbest) zijn neergekomen; bepalen saneringsgebied en maatregelen.
3. Nafase (sanering en herstel): De gemeente coördineert de opruimwerkzaamheden, verzorgt de communicatie en heeft afstemming met de GGD, verzekeraars en uitvoerende partijen. De Omgevingsdienst wijzen de betrokkenen op hun verantwoordelijkheden en vervult haar wettelijke rol in toezicht, beoordeling van saneringsplannen en vrijgave. Alle omgevingsdiensten in Nederland handelen volgens dit wettelijk kader.
4. Nazorg en evaluatie: informatievoorziening, vragen/klachten, afronding en evaluatie van het proces, door gemeente en Omgevingsdienst
Vraag 11
Welke verantwoordelijkheid heeft de gemeente daarin zelf, en welke ligt bij andere partijen? 6
Antwoord van het college
•
•
•
•
•
Veiligheidsregio/Brandweer: primaire verantwoordelijkheid in de acute fase (brandbestrijding, veiligheidsmaatregelen, opschaling GRIP, bron- en effectbestrijding, AGS-advies (Adviseur Gevaarlijke Stoffen)).
Stichting Salvage: Verleent eerste hulp aan gedupeerden bij schade door brand, blikseminslag, explosie, water, storm en/of aanrijding namens de gezamenlijke brandverzekeraars in Nederland. Stichting Salvage heeft de opdracht tot asbestsanering gegeven.
Omgevingsdienst: wettelijke taken rond milieu/asbest (toezicht/handhaving, beoordeling saneringsaanpak, controle en vrijgave).
Eigenaren/veroorzaker/verzekeraars: uitvoering en financiering van sanering op privaat terrein en schadeafhandeling (afhankelijk van dekking en aansprakelijkheid), vaak via Salvage/verzekeraars.
GGD: advisering over volksgezondheid, gezondheidskundige duiding en handelingsperspectief voor bewoners.
De gemeente is verantwoordelijk voor het afzetten van de openbare ruimte, informatievoorziening aan inwoners en coördineert de opruimwerkzaamheden in de openbare ruimte. Na het verstrijken van de wettelijke termijn is de regie op de sanering bij de gemeente komen te liggen, vanuit het belang van de volksgezondheid. De gemeente betaalt de sanering en verhaalt waar mogelijk de kosten op de verzekeraar(s)..
Vraag 12
Welke omstandigheden (zoals weersomstandigheden, communicatie, capaciteit of regelgeving) hebben een sterke invloed gehad op de afhandeling van dit incident?
Antwoord van het college
Ook in deze crisissituatie hebben zich onverwachte gebeurtenissen voorgedaan. Binnen die context is er gehandeld. Uit de evaluatie zal blijken wat er goed is gegaan en wat er beter had gekund.
Vraag 13
Welke “lessons learned” ziet de portefeuillehouder nu al in de periode van 1 januari 2026 tot heden?
Antwoord van het college
Zoals uit deze beantwoording blijkt, trekken we lessen uit deze situatie zoals het eerder organiseren van een bewonersavond en het eerder opschalen. Andere leerpunten uit deze gebeurtenis nemen wij mee in de evaluatie.
Bijlagen: -
Bewonersbrief 1 januari Twee brieven van Omgevingsdienst over bestuursdwangbeschikking Bewonersbrief 13 januari Collegebericht 13 januari Bewonersbrief uitnodiging bewonersavond 19 januari Bewonersbrief 21 januari Collegebericht 21 januari
7
Bron: raadsinformatie van de gemeente Dijk en Waard (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.