Besluitvorming World Food Experience - 2023-55
Een raadslid stelde op 7 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ede (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Wat waren de uitkomsten van het bestuurlijk overleg met de provincie op 15 september 2023? → ◦ Op welke manier willen het college van B en W en Gedeputeerde Staten de komende maanden samen optrekken in de besluitvorming over de World Food Experience? ◦ Wat is de tijdplanning voor…
- In het memo van 29 augustus staat: “De periode tot besluitvorming in de colleges van Gelderland en Ede gebruiken we om de uitgangspunten in de businesscase van de… → Zo nee, waarom niet? 3.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording raadsvragen
2023/55
Schriftelijke vragen zoals omschreven in artikel 43 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Ede.
Datum:
12 oktober 2023
Onderwerp:
Besluitvorming over de World Food Experience
Indiener:
Erik Wesselius – Mens en Milieu Ede
Inleiding:
Twee maanden geleden vroeg Mens en Milieu Ede het college wanneer de raad een voorstel kon verwachten over de toekomst van de World Food Experience. Op 29 augustus antwoordde het college van B en W via het memo “Planning besluitvorming WFC Experience” (zaaknummer 415883) dat er op 15 september een bestuurlijk overleg over de Experience met de provincie zou plaatsvinden en dat de raad na dat overleg zou worden geïnformeerd over de planning van de besluitvorming.
Elke maand uitstel van een besluit over de World Food Experience kost € 30.000,-. Tot op heden heeft het college van B en W de raad niet nader geïnformeerd over de uitkomst van het bestuurlijk overleg met de provincie.
Daarom leg ik de volgende dringende vragen voor aan het college. Gezien de urgentie van een beslissing over de Experience verzoekt de fractie van Mens en Milieu Ede het college van B en W bovenstaande vragen te beantwoorden binnen 10 dagen, dat wil zeggen uiterlijk op 22 oktober a.s.
Vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat waren de uitkomsten van het bestuurlijk overleg met de provincie op 15 september 2023?
Antwoord van het college
◦ Op welke manier willen het college van B en W en Gedeputeerde Staten de komende maanden samen optrekken in de besluitvorming over de World Food Experience?
◦ Wat is de tijdplanning voor deze besluitvorming in de colleges?
Vraag 2
In het memo van 29 augustus staat: “De periode tot besluitvorming in de colleges van Gelderland en Ede gebruiken we om de uitgangspunten in de businesscase van de Experience verder te beoordelen.”. ◦ Heeft deze beoordeling van de uitgangspunten van de businesscase intussen plaatsgevonden en zo ja: wat is de definitieve beoordeling?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
3. In het memo “Nieuw plan voor Mauritskazerne” van 12 juni 2023 (zaaknummer 403365) schreef het college: “De periode tot besluitvorming in de colleges van Gelderland en Ede gebruiken we om de uitgangspunten in de businesscase van de Experience verder te beoordelen. Uw raad ontvangt daarom op een later moment nadere informatie over de businesscase, de mogelijke lening voor het vastgoed van de Experience en de risico’s voor de gemeente, zodat u een weloverwogen oordeel kunt vellen over een mogelijk voorstel van de colleges aan de gemeenteraad en Provinciale Staten.”.
◦ Er zijn sinds het memo van 12 juni intussen vier maanden verstreken. Waarom heeft de raad de in het memo aangekondigde informatie nog steeds niet ontvangen?
◦ Kan het college van B en W deze informatie op korte termijn aan de raad verstrekken? Zo ja, op welke datum? Zo nee, waarom niet?
4. Welk scenario (het nieuwe plan of stoppen met de Experience) heeft op dit moment de voorkeur van het college van B en W?
5. In het memo van juni 2023 staat dat het college van B en W erover nadenkt of vooruitlopend op het vervolgtraject de omgevingsvergunning voor de verbouwing van de Mauritskazerne alvast aangevraagd kan worden. Het memo benadrukt de “noodzaak om nog in 2023 over een omgevingsvergunning voor de verbouw te beschikken”, omdat na die datum waarschijnlijk een (provinciale) vergunningplicht gaat gelden voor intern salderen.
◦
◦
Is intussen duidelijk of er vanaf 1 januari 2024 een (provinciale) vergunningplicht gaat gelden voor intern salderen?
Is het college van B en W nog steeds voornemens om voor 1 januari 2024 te beschikken over een omgevingsvergunning voor het nieuwe plan voor de Experience?
6. Hoe beoordeelt het college van B en W het risico van een nieuw beroep bij de Raad van State naar aanleiding van de mogelijk onterechte aanname dat het nieuwe plan binnen de bestaande Natuurvergunning zou kunnen worden uitgevoerd?
7. Het memo van 12 juni geeft ten slotte aan dat voor het toekomstige gebruik van de tijdelijke bananenkas ten behoeve van de Experience wel een nieuwe omgevingsvergunning nodig is.
◦ Wie is de eigenaar van de kas en wie is eigenaar van de grond waar de kas op staat?
◦ Tot wanneer loopt het bestemmingsplan voor de tijdelijke kas?
◦ Wanneer loopt het huurcontract voor de huidige kas af? Wie is de huurder?
◦ Is er een overname van de bananenkas voorzien en zo ja, welk bedrag is daar mee gemoeid en waarom is deze informatie niet verwerkt in de businesscase en/of gedeeld met de gemeenteraad?
Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023 Ad 1.
Vanuit Gedeputeerde Staten van de provincie is aangegeven dat zij graag eerst een informatieve en oordeelsvormende bijeenkomst organiseren met Provinciale Staten. In november wordt een Statenbrief in het college van Gedeputeerde Staten (GS) vastgesteld. Daarin zal staan dat voor Provinciale Staten (PS) op 29 november een beeldvormende vergadering en op 6 december een oordeelsvormende vergadering volgt. Het college van GS neemt geen besluit vooraf. Na bespreking in PS volgt besluitvorming door GS.
Het college van Ede trekt samen op met de provincie. Op 23 november is een beeldvormende bijeenkomst en op 30 november een oordeelsvormende bijeenkomst. Na deze beeldvormende en oordeelsvormende ronde (bij zowel gemeente en provincie) legt het college haar voorstel voor aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Dit conform de afspraak met de provincie over gelijktijdige besluitvorming.
Ad 2.
Wij zijn op dit moment bezig met de afronding van de beoordeling van deze uitgangspunten. De businesscase en beoordeling zal worden toegelicht in de informatieve bijeenkomst van 23 november.
Ad 3.
Zoals onder 2 aangegeven zijn wij op dit moment bezig met de afronding van de beoordeling van deze uitgangspunten. De conclusies hiervan zullen daarna gedeeld worden met de raad zodat deze kunnen worden meegenomen bij de twee geplande bijeenkomsten.
Ad 4.
Het nieuwe plan, waarover u binnenkort verder wordt geïnformeerd.
Ad 5.
Op dit moment is nog niet met zekerheid te zeggen of vanaf 1 januari 2024 er een vergunningplicht gaat gelden voor intern salderen. Gelet op de aanstaande verkiezingen is het echter onwaarschijnlijk dat het wetsvoorstel ‘wijziging van de Omgevingswet (omgevingswaarde stikstofdepositie 2030 en vergunningplicht voor stikstofgerelateerde wijzigingen)’ per 1 januari in werking treedt.
Op dit moment is er nog geen definitief bouwplan en kan ook nog geen omgevingsaanvraag worden ingediend. Er zal dus niet voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning zijn.
Ad 6.
Het bouwplan voor de bestaande Mauritskazerne past binnen het huidige bestemmingsplan. De stikstofopgave wordt onderbouwd via intern salderen. In hoeverre op termijn beroep wordt aangetekend tegen een besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning, kan het college niet inschatten.
Ad 7.
De TEKA groep is eigenaar van de bananenkas. De gemeente is eigenaar van de grond. Er is een bruikleenovereenkomst afgesloten met TEKA groep. Er is destijds een tijdelijke vergunning afgegeven die op 21 december 2024 verloopt. De verwachting is dat er een nieuwe vergunning aangevraagd zal worden.
Er is een overname van de bananenkas voorzien in de plannen. Hierover hebben gesprekken met de beoogd exploitant en huidige eigenaar plaatsgevonden. Specifieke afspraken over de overname zijn onderdeel van de overeenkomst die nog moet worden opgesteld met de exploitant. Voor de investeringen in de kas en de overname zijn middelen opgenomen in de investeringsraming behorend bij de businesscase.
Daarbij is een bedrag van € 100.000 opgenomen voor de casco kas en wordt daarnaast de investering in de invulling behandeld op blz. 17 en 18 van de opgestelde businesscase. De stichting heeft aangegeven dat invulling afhankelijk zal worden van bijdragen vanuit externe financiers zoals bedrijven en fondsen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.