bosbrand op 3 april veroorzaakt door Defensie
Een raadslid stelde op 6 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ede (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Kunt u bevestigen dat de brand inderdaad is ontstaan door een oefening van Defensie, waarbij een rookof oefenhandgranaat is ingezet? → Wij zijn in afwachting van de antwoorden van de Staatsecretaris van Defensie en de Commandant Der Strijdkrachten (DCS).
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording raadsvragen
2025/34
Schriftelijke vragen zoals omschreven in artikel 43 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Ede.
Datum:
6 mei 2025
Onderwerp:
Bosbrand op 3 april veroorzaakt door Defensie
Indiener:
Wesley Glasmacher - Forum voor Democratie
Inleiding:
Op 3 april jl. heeft zich een ernstige bosbrand voorgedaan op de heide bij Ede, die volgens berichtgeving is veroorzaakt door het gebruik van een rook- of oefenhandgranaat door Defensie. Deze brand heeft geleid tot aanzienlijke schade aan de natuur en heeft voor onrust gezorgd onder de inwoners van Ede.
Allereerst willen wij onze waardering uitspreken en de hulpdiensten hartelijk bedanken voor hun snelle en professionele inzet bij het bestrijden van deze brand en het waarborgen van de veiligheid van onze inwoners.
Namens de fractie van Forum voor Democratie willen wij vervolgens de volgende vragen stellen:
Vragen en beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 6 mei 2025
•
Oorzaak en verantwoordelijkheid
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat de brand inderdaad is ontstaan door een oefening van Defensie, waarbij een rookof oefenhandgranaat is ingezet?
Antwoord van het college
Wij zijn in afwachting van de antwoorden van de Staatsecretaris van Defensie en de Commandant Der Strijdkrachten (DCS). Zodra deze er zijn, zullen wij deze met u delen. 2.
Hoe is het mogelijk dat in een periode van verhoogd brandgevaar dergelijke oefeningen worden toegestaan?
Antwoord:
Zie antwoord bij vraag 1.
3.
Op welke manier wordt Defensie hiervoor verantwoordelijk gehouden of aansprakelijk gesteld?
Antwoord:
De kosten v.w.b. de inzet van de brandweer kan de veiligheidsregio zelfstandig proberen te verhalen op defensie, als ze over bewijs beschikken dat de brand door (nalatig) handelen van een of meerdere Defensiemedewerker(s) is ontstaan.
•
Schade en gevolgen
4. Wat is de geschatte schade aan natuur, flora en fauna als gevolg van deze brand?
Antwoord:
Het getroffen gebied betreft een heideterrein met een aantal kleine delen bos binnen Natura 2000-gebied Veluwe. De brand heeft in een groot gebied van circa 130 hectare schade gegeven, maar het gebied is niet geheel verloren gegaan. Er is een verkoolde vlakte ontstaan, maar door de harde wind is de brand vooral oppervlakkig geweest. Behalve heide is er ook veel pijpenstrootje verbrand, een gras dat door stikstofdepositie dominant is geworden in heidegebieden. Plaatselijk zijn kleine delen met heide gespaard gebleven.
1
5.
Is bekend hoeveel dieren zijn omgekomen bij de brand, en om welke soorten het mogelijk gaat?
Antwoord:
Hoeveel dieren er zijn omgekomen is niet bekend. In het gebied leven veel (beschermde) soorten. Een voorbeeld zijn reptielen zoals de zandhagedis en de hazelworm.
6.
Wat zijn de korte- en langetermijneffecten van deze brand op de natuur en biodiversiteit in het getroffen gebied?
Antwoord:
Korte termijn: Een aantal dagen na de brand zijn er reptielen en muizen in het gebied gezien die de brand hebben overleefd. De brand verplaatste zich relatief snel door het gebied, maar niet alle individuen hebben dit overleefd. In het gebied zijn ook dode reptielen aangetroffen.
Lange termijn: Op lange termijn zal het gebied zich naar verwachting herstellen. Het is zelfs mogelijk dat de brand een positief effect heeft op de heidevegetatie: het pijpenstrootje (grassoort met hoge gele sprieten) wordt onderdrukt en jonge heide en andere plantensoorten krijgen de kans om te ontkiemen. In oudere heiden - zoals in het getroffen gebied - kan sprake zijn van een verschuiving van soorten.
7.
Wordt de schade op enige manier verhaald op Defensie, en zo ja, op welke manier en in welke mate?
Antwoord:
Voor wat betreft de natuur: het betreft defensieterrein beheerd door het Rijksvastgoedbedrijf zij zijn zelf verantwoordelijk om hierin de vervolgstappen te verkennen.
Er is geen schade aan gebouwen, goederen of personen ontstaan.
•
Veiligheid en risico’s 8.
Was er sprake van opslag van munitie, explosieven of ander risicovol defensiematerieel in of nabij het getroffen gebied?
Antwoord:
Nee, alleen voertuigen van Defensie stonden op het MOB-complex 9.
Is er gevaar geweest voor eventuele ontploffingen of secundaire branden?
Antwoord:
De brand ging erg snel en moeilijk onder controle te krijgen er ontstond vliegvuur. Door de enorme hoge temperaturen van de bodem is er nog lang nageblust.
10. Waren er militaire voertuigen of ander materieel aanwezig dat bij de brand betrokken is geraakt of beschadigd is?
Antwoord:
Er is een voertuig van de brandweer Barneveld beschadigd door de brand.
•
Communicatie en preventie
11. Is er vooraf overleg geweest tussen Defensie en de gemeente over deze oefening? Zo ja, wat was de aard en inhoud van dat overleg?
Antwoord:
De oefening was op eigen terrein en niet aangekondigd door defensie.
12. Welke preventieve maatregelen worden er genomen om te voorkomen dat dit soort incidenten zich in de toekomst opnieuw voordoen?
Antwoord:
Zie antwoord bij vraag 1.
13. Acht het college het verantwoord dat Defensieoefeningen met pyrotechnisch materiaal uitvoert in of nabij natuurgebieden, zeker bij verhoogde droogte of risico op natuurbranden? Graag zien wij een toelichting bij het antwoord.
Antwoord:
Het college gaat ervan uit dat defensie met zorg handelt en voorkomt dat er brand ontstaat. Of hieraan is voldaan is nog niet bekend.
2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.