opvolging eerder gestelde vragen-080925
Een raadslid stelde op 10 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ede (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Acht het college het gepast om een raadslid, dat zijn controlerende rol uitoefent, eerst via een gesprek over persoonlijke bejegening tegemoet te treden, in plaats van… → Het college heeft schriftelijk antwoord gegeven op de gestelde raadsvragen van de fractie van FvD (zaaknummer 495336).
- Hoe verhoudt dit handelen zich tot de eerdere door mij geschetste ervaringen van een dreigende toon, een verzoek om mij “even afzijdig te houden”, en het feitelijk… → Het college verwijst hiervoor naar de beantwoording van de eerder gestelde raadsvragen (zaaknummer 495336).
- Wat was de intentie van het aangekondigde gesprek op 19 augustus, en waarom is daar tot op heden geen enkel vervolg aan gegeven? → Het gaat hier om een initiatief vanuit de griffier, om de ‘kou uit de lucht te halen’.
- Deelt het college de mening dat een gesprek over bejegening nooit een vervanging kan zijn voor de wettelijke verplichting om schriftelijke raadsvragen te beantwoorden? → Ja, daarom heeft het college ervoor gekozen om eerst de vragen schriftelijk te beantwoorden.
- Kan het college aangeven wanneer de eerder gestelde vragen alsnog volledig en schriftelijk beantwoord zullen worden? → Zie beantwoording raadsvragen FvD (zaaknummer 495336).
- Welke waarde hecht het college aan bestuurlijke betrouwbaarheid, en hoe denkt het college het vertrouwen van de raad te herstellen nu zowel de beantwoording als het… → Het college hecht veel waarde aan bestuurlijke betrouwbaarheid.
- Deelt het college de mening dat dit patroon – dreigende toon, uitsluiting, uitblijvende beantwoording en onbehandelde verzoeken – de basis van het dualisme uitholt en… → Het college herkent zich hier niet in.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Acht het college het gepast om een raadslid, dat zijn controlerende rol uitoefent, eerst via een gesprek over persoonlijke bejegening tegemoet te treden, in plaats van inhoudelijk antwoord te geven op gestelde raadsvragen?
Antwoord van het college
Het college heeft schriftelijk antwoord gegeven op de gestelde raadsvragen van de fractie van FvD (zaaknummer 495336). Een gesprek is nog niet gepland.
Vraag 2
Hoe verhoudt dit handelen zich tot de eerdere door mij geschetste ervaringen van een dreigende toon, een verzoek om mij “even afzijdig te houden”, en het feitelijk buitensluiten van de raad bij het participatieproces?
Antwoord van het college
Het college verwijst hiervoor naar de beantwoording van de eerder gestelde raadsvragen (zaaknummer 495336).
Vraag 3
Wat was de intentie van het aangekondigde gesprek op 19 augustus, en waarom is daar tot op heden geen enkel vervolg aan gegeven?
Antwoord van het college
Het gaat hier om een initiatief vanuit de griffier, om de ‘kou uit de lucht te halen’. Het college heeft ervoor gekozen om de raadsvragen eerst schriftelijk te beantwoorden en daarna een gesprek te voeren.
Vraag 4
Deelt het college de mening dat een gesprek over bejegening nooit een vervanging kan zijn voor de wettelijke verplichting om schriftelijke raadsvragen te beantwoorden?
Antwoord van het college
Ja, daarom heeft het college ervoor gekozen om eerst de vragen schriftelijk te beantwoorden.
Vraag 5
Kan het college aangeven wanneer de eerder gestelde vragen alsnog volledig en schriftelijk beantwoord zullen worden?
Antwoord van het college
Zie beantwoording raadsvragen FvD (zaaknummer 495336).
Vraag 6
Welke waarde hecht het college aan bestuurlijke betrouwbaarheid, en hoe denkt het college het vertrouwen van de raad te herstellen nu zowel de beantwoording als het aangekondigde gesprek zijn uitgebleven?
Antwoord van het college
Het college hecht veel waarde aan bestuurlijke betrouwbaarheid. De raadsvragen zijn beantwoord, door het reces iets later dan normaal het geval is. Met de snelheid waarmee deze aanvullende raadsvragen, ingediend door FvD, zijn beantwoord laat het college zien dat onder normale omstandigheden indien noodzakelijk raadsvragen sneller dan de termijn voorschrijft worden behandeld.
Vraag 7
Deelt het college de mening dat dit patroon – dreigende toon, uitsluiting, uitblijvende beantwoording en onbehandelde verzoeken – de basis van het dualisme uitholt en aanleiding kan zijn voor een interpellatie of zelfs een motie van wantrouwen?
Antwoord van het college
Het college herkent zich hier niet in. Interpellatie en moties van wantrouwen zijn een verantwoordelijkheid van de raad zelf. Het staat ieder raadslid vrij moties in te dienen en te debatteren over welk onderwerp dan ook. Dat is de basis van het dualisme.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.