raadsvragen Christen Unie Ontwikkelingen biomassa warmtenet en aardwarmte
Een raadslid stelde op 24 januari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ede (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Wat is de omvang van de biomassaproductie in de gemeente Ede? → Uitgesplitst in verschillende categorieën (zoals biomassa van de werf, uit landschapsbeheer en bosbeheer).
- Kan er een apart overzicht gemaakt worden van de door gemeente Ede jaarlijks geleverde biomassa? → Duurzaamheidsrapportage biomassacentrales
- Heeft het aangeleverde hout een keurmerk (zoals FSC en/of PEFC) zodat gewaarborgd is dat het uit een duurzaam beheerd bos wordt aangeleverd? → Kunt u aangeven of al het hout voorzien is van een keurmerk?
- Kan er in de duurzaamheidsrapportage van het warmtebedrijf een extra tabel worden opgenomen waarin de ingekomen biomassa wordt uitgesplitst per certificaat? → 6.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording raadsvragen
2022/78
Schriftelijke vragen zoals omschreven in artikel 42 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Ede.
Datum:
22 december 2022
Onderwerp:
Ontwikkelingen biomassa, warmtenet en aardwarmte
Indieners:
Bram van der Beek & Arie Barendrecht – ChristenUnie
Inleiding biomassa:
Voor het stoken van de centrales wordt biomassa gebruikt. Dit komt zoveel mogelijk uit bossen uit de nabije omgeving, waarvan gedeeltelijk als bijproduct van bosbeheer. We zijn benieuwd naar de productie van de biomassa in de gemeente van Ede, als maat voor de draagkracht voor energievoorziening op biomassa. Door allerlei ontwikkelingen in het bosbeheer is daar een duidelijke trend zichtbaar van minder productie.
Vragen:
Biomassa potentie in Ede
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat is de omvang van de biomassaproductie in de gemeente Ede?
Antwoord van het college
Uitgesplitst in verschillende categorieën (zoals biomassa van de werf, uit landschapsbeheer en bosbeheer).
Vraag 2
Kan er een apart overzicht gemaakt worden van de door gemeente Ede jaarlijks geleverde biomassa?
Antwoord van het college
Duurzaamheidsrapportage biomassacentrales
Vraag 3
Heeft het aangeleverde hout een keurmerk (zoals FSC en/of PEFC) zodat gewaarborgd is dat het uit een duurzaam beheerd bos wordt aangeleverd?
Antwoord van het college
Kunt u aangeven of al het hout voorzien is van een keurmerk?
Vraag 4
Kan er in de duurzaamheidsrapportage van het warmtebedrijf een extra tabel worden opgenomen waarin de ingekomen biomassa wordt uitgesplitst per certificaat?
Antwoord van het college
6. Kan er in de duurzaamheidsrapportage van het warmtebedrijf een extra tabel worden opgenomen met daarin de ingekomen biomassa uitgesplitst per type biomassa (zoals van de werf, en landschapsbeheer, bosbeheer, etc.) Monitoring en handhaving uitstoot
7. Kan het college een kort overzicht geven van alle verdere mogelijke monitoringsmaatregelen (zoals continu meten, worst-case-scenario meten, etc.).
Inleiding warmtenet:
Het warmtebedrijf en de gemeente Ede hebben een gezamenlijke ambitie om te verduurzamen én hebben een gezamenlijke groeiambitie: van 20.000 woningequivalenten (hierna Weq.) naar 30.000 Weq. De ChristenUnie Ede vindt het belangrijk dat een dergelijke groei alleen gerealiseerd wordt onder de voorwaarde dat het warmtenet in gelijke tred verduurzaamd wordt.
Vragen:
8. Is er in de afspraken tussen Ede en het warmtebedrijf een koppeling gemaakt tussen de groei van het aantal aansluitingen en de verduurzaming van de warmtebronnen?
9. Welke voorwaarden zijn er verder gesteld aan de groei van het aantal aansluitingen van het warmtenet?
10. Is het college het met de ChristenUnie Ede eens dat een verdere uitbreiding van het warmtenet, maar een uitblijvende verduurzaming (bijvoorbeeld door tegenslag in de ontwikkeling van nieuwe bronnen) onwenselijk is?
11. Kan het college een overzicht verstrekken waarin de toename van duurzame bronnen (bijv. hybride ketels, restwarmte, riothermie, etc.) wordt getoond over de tijd, in relatie tot het aantal Weq. die deze bronnen verduurzamen?
Inleiding aardwarmte:
In het memo ‘voortgang aardwarmte ontwikkeling’ wordt een beeld geschetst waaruit blijkt dat het onmogelijk wordt om voor 2026 deze duurzame bron in te koppelen op het warmtenet, terwijl in gezamenlijke ambitie was afgesproken om in 2025 de basislast aan warmtevraag te voorzien uit aardwarmte.
Vragen:
12. Welke consequenties trekt het college uit de achterblijvende voortgang van de ontwikkeling en aansluiting van aardwarmte?
13. Wat is de ambitie van het college met betrekking tot de verduurzaming van de bronnen op het warmtenet ook na (de afspraken van) 2024?
Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 24 januari 2023 Ad 1. Dit vraagstuk leeft in meerdere Gelderse gemeenten. De provincie Gelderland heeft in het kader van de uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES) de zogenaamde “warmte atlas” opgesteld. Deze Gelderse warmte atlas geeft het meest actuele en gedetailleerde inzicht voor de potentie van verschillende warmtebronnen in de gemeente Ede. In de atlas is de potentie van duurzame warmte uit biogrondstoffen onderverdeeld naar de verschillende categorieën opgenomen. Onderstaande tabel geeft het beschikbare aanbod van biogrondstoffen in tonnen en Gigajoules per jaar in de gemeente Ede weer. De belangrijkste grondstoffen bestaan uit het aanbod van laagwaardige verbrandbare en vergistbare biomassa. Het gaat hierbij enkel om het jaarlijkse (groei)overschot (bron: Gelderse warmteatlas) Tabel 1: potentie biogrondstoffen grondgebied gemeente Ede
Categorie biogrondstof Beheer en onderhoud hout biomassa Beheer en onderhoud hout verbranding energie Mest Pluimvee Volume Mest Pluimvee energie Akkerbouw Snoeihout volume Akkerbouw Snoeihout energie Grof Tuinafval Volume Huisafval Grof Tuinafval energie Huisafval HoutAB Volume Huisafval HoutAB energie Huisafval HoutC Volume Huisafval HoutC energie Totaal Verbranding Biomassa Totaal Verbranding Biomassa
hoeveelhei d 28.252 226.016 52.718 127.535 250 2.002 2.393 16.751 2.064 30.960 374 5.610 408.874 86.051
eenheid ton GJ/jaar ton GJ/jaar ton GJ/jaar ton GJ/jaar ton GJ/jaar ton GJ/jaar GJ/jaar ton
De volledige warmte atlas is hier te vinden (kaart biomassa selecteren): https://rhk.maps.arcgis.com/apps/MinimalGallery/index.html?appid=65f26148fc784f12b37ddc3e8fa0ad5a# Ad 2. De informatie is niet bijzonder dynamisch waardoor geen grote verschillen per jaar verwacht zouden kunnen worden. De gemeente is niet voornemens deze gegevens zelf te onderzoeken en te actualiseren.
Ad 3. Een overzicht van de door de gemeente Ede geleverde hoeveelheid biogrondstoffen in de afgelopen periode is hieronder opgenomen:
Tabel 2: hoeveelheden geleverde biogrondstoffen door de gemeente Ede
periode 28-02-2020 t/m 30-04-2021 13-02-2019 t/m 27-02-2020 01-01-2018 t/m 12-02-2019 01-10-2016 t/m 31-12-2017
geleverde hoeveelheid biogrondstoffen (ton) 2.032 3.102 3.175 3.324
Ad 4. deel 1. Het deel van de door de gemeente geleverde biogrondstoffen afkomstig van bosonderhoud is afkomstig uit FSC gecertificeerde bossen.
Ad 4. deel 2. De vraag met betrekking tot certificering van het deel van de biogrondstoffen dat niet door de gemeente wordt aangeleverd kan het college niet beantwoorden, de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het warmtebedrijf.
Ad 5 en 6. Deze vragen kan het college niet beantwoorden, de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het warmtebedrijf.
Ad 7. De Omgevingsdienst de Vallei (Oddv) voert in opdracht van de gemeente minimaal jaarlijks controles uit bij de bio-energiecentrales in Ede. Wanneer er sprake is van klachten uit de omgeving wordt er vaker gecontroleerd.
Een controle kan bestaan uit een bedrijfsbezoek waarbij onder andere wordt gekeken naar de kwaliteit van de aangeleverde biogrondstoffen. Daarnaast voeren toezichthouders administratieve controles uit waarbij zij bijvoorbeeld inzage vragen in de begeleidingsbrieven/weegbrugbestanden van de aangeleverde biogrondstoffen en van de afgiftebewijzen van afvalstoffen zoals verbrandingsresten. Verder kunnen onderhouds-en keuringsrapportages van bijvoorbeeld de stook- en filterinstallaties worden opgevraagd en beoordeelt de Oddv de emissierapportages van de bio- energiecentrales. Als er meldingen van wijzigingen van de bedrijfsvoering worden ingediend, worden de gevolgen voor het milieu door OddV beoordeeld.
Wat deze emissiemetingen betreft kan er sprake zijn van afzonderlijke metingen (ambtshalve) en continumetingen.
Afzonderlijke metingen vormen een momentopname. Met continumetingen kan beter inzicht worden verkregen in de emissies gedurende het jaar. Continumetingen zijn wettelijk verplicht als er emissie reducerende technieken toegepast worden, tenzij de ondernemer kan aantonen dat hij zoveel gegevens van de uitstoot meet en bijhoudt (‘logt’) dat hij daarmee aannemelijk kan maken dat de emissie reducerende technieken altijd in werking zijn en de emissiegrenswaarden niet worden overschreden. In bepaalde gevallen zou een ondernemer dat ook zichtbaar kunnen maken door middel van een zogenoemde 'worst-case-meting'. Dat is een emissiemeting op basis van de ondergrens van de omstandigheden waaronder de ketels en emissie reducerende technieken nog goed werken.
Als een ondernemer aantoont dat de omstandigheden niet onder deze ondergrenzen komen en uit de ‘worst casemetingen’ blijkt dat de emissiegrenswaarden niet worden overschreden, dan mag aangenomen worden dat de emissies binnen de emissiegrenswaarden blijven. Wanneer er een nieuwe ketel in gebruik wordt genomen brengt dat een wettelijke verplichting mee om zogenaamde ‘start-emissiemetingen’ uit te voeren. De Oddv ziet erop toe dat de emissiemetingen conform de daarvoor geldende regelgeving worden uitgevoerd.
Ad 8. Beide zaken zijn belangrijk voor de warmtetransitie. De koppeling bestaat uit het feit dat beide zaken zijn opgenomen in de “strategische agenda duurzame warmtevoorziening 2022-2024” en hier dus op ingezet wordt. Op beide zaken worden resultaten geboekt, zo is de ombouw van bio-energie installaties naar hybride gaande en neemt het aantal warmteaansluitingen toe.
Ad 9. De gemeente Ede heeft geen voorwaarden gesteld aan de groei van het aantal aansluitingen.
Ad 10. Het college deelt deze visie niet. Het college maakt onderscheid in de warmte-infrastructuur (warmtenet) en de (duurzame) warmtebron. Het is de verwachting dat beide onderdelen in sommige gevallen een eigen tijdspad voor wat betreft de ontwikkeling hebben om de voortgang in de warmtetransitie te boeken zoals bedacht in de Transitievisie Warmte. De ontwikkeling van warmte-infrastructuur en het aansluiten van warmteconsumenten is door de hoeveelheid betrokkenen ingewikkeld. Dit kan bijvoorbeeld ook samenvallen met onderhoudswerkzaamheden. Het overkoppelen op een duurzame warmtebron zodra deze beschikbaar komt, relatief eenvoudig. Het einddoel is duidelijk, 100% duurzame warmte in 2050.
Ad 11. Deze vraag kan het college niet beantwoorden, de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het warmtebedrijf.
Ad 12. De ontwikkeling van aardwarmte is een onzeker en ingewikkeld traject. De geologische situatie in de diepe ondergrond is in hoge mate bepalend voor de kans van slagen maar tevens ingewikkeld om exact in kaart te brengen. De gemeente Ede is goed aangesloten en betrokken bij de ontwikkelingen op het gebied van aardwarmte en probeert vanuit een faciliterende rol projecten te bespoedigen en zo kansrijk mogelijk te maken.
Ad 13. Het einddoel is duidelijk, 100% duurzame warmte in 2050 (Routekaart Ede energieneutraal). De beschikbaarheid van voldoende duurzaam geproduceerde warmte is een belangrijk aandachtspunt. Zo is er bijvoorbeeld nog geen duidelijkheid over de rol van duurzame gassen (waterstof, groen gas) voor verwarming van de gebouwde omgeving. Op landelijk niveau vinden op dit vlak allerlei ontwikkelingen plaats die gevolgd worden en waar nodig tot bijstelling leiden.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.