raadsvragen fractie D66 Elfvering jeugdzorg voor kinderen met een eetstoornis
Een raadslid stelde op 30 augustus 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Ede (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Op welke manier is de zorg voor kinderen met een eetstoornis geregeld in Ede? → Welke aanbieders zijn hierbij betrokken en welke soort zorg verlenen zij?
- Is de hulp aan jonge patiënten met eetstoornissen verslechterd sinds de verantwoordelijkheid hiervoor is overgegaan van het Rijk naar de gemeente? → Is Ede na de decentralisatie overgestapt op andere partners en zijn er aanbieders bijgekomen of afgevallen?
- Is er zicht op de omvang van het probleem in Ede? → Is daarbinnen ook zicht op een eventuele trend in de aantallen en/of de soort eetstoornissen?
- In het onderzoek van de gezondheidsraad wordt aangegeven dat er vaak wordt gekozen voor kortlopende contracten. → Hoe lang is de looptijd van de lopende contracten?
- Hoeveel plekken voor klinische opnamen van kinderen met een eetstoornis zijn er in Ede? → Hoe verhoudt dat zich tot andere vergelijkbare gemeentes?
- Voldoet alle zorg aan kinderen met een eetstoornis die in Ede wordt verleend (door de gemeente Ede wordt erkent) aan de zorgstandaard eetstoornissen? → Hoe wordt hier toezicht op gehouden?
- Is het college het met D66 eens dat het zo vroeg mogelijk signaleren van eetstoornissen bijdraagt aan het herstel van de kinderen en het voorkomen van ergere… → Op welke manier zet de gemeente op dit moment in op vroege signalering en preventie van eetstoornissen? 1 Gezondheidsraad, 28 juni 2022…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording raadsvragen
2022/35
Schriftelijke vragen zoals omschreven in artikel 42 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Ede.
Datum:
4 juli 2022
Onderwerp:
Jeugdzorg voor kinderen met een eetstoornis
Indiener:
Sam Elfvering - D66
Inleiding Goede en benaderbare zorg is voor D66 cruciaal. Juist door in te zetten op benaderbare en laagdrempelige zorg voorkomen we erger. Sinds 2015 is de jeugdzorg inclusief de zorg voor kinderen met een eetstoornis gedecentraliseerd. Vanaf 2015 zijn gemeenten dus verantwoordelijk voor het organiseren van de zorg voor kinderen met een eetstoornis.
Uit een recent onderzoek van de Gezondheidsraad (Preventie en vroege behandeling van eetstoornissen) blijkt dat sinds de decentralisatie van de jeugdzorg de zorg voor kinderen met een eetstoornis is verslechterd 1. Zo is er slecht zicht op de omvang en de ernst van het probleem en zouden er veelal kortlopende contracten worden afgesloten. Iets wat de kwaliteit van de zorg voor deze kwetsbare jongeren niet ten goede komt.
D66 maakt zich naar aanleiding van dit onderzoek vanuit de gezondheidsraad zorgen over de gesteldheid van de zorg voor kinderen met een eetstoornis in Ede. Krijgen zij de zorg die zij juist in de vormende periode van hun leven zo hard nodig hebben?
Vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Op welke manier is de zorg voor kinderen met een eetstoornis geregeld in Ede?
Antwoord van het college
Welke aanbieders zijn hierbij betrokken en welke soort zorg verlenen zij?
Vraag 2
Is de hulp aan jonge patiënten met eetstoornissen verslechterd sinds de verantwoordelijkheid hiervoor is overgegaan van het Rijk naar de gemeente?
Antwoord van het college
Is Ede na de decentralisatie overgestapt op andere partners en zijn er aanbieders bijgekomen of afgevallen?
Vraag 3
Is er zicht op de omvang van het probleem in Ede?
Antwoord van het college
Is daarbinnen ook zicht op een eventuele trend in de aantallen en/of de soort eetstoornissen?
Vraag 4
In het onderzoek van de gezondheidsraad wordt aangegeven dat er vaak wordt gekozen voor kortlopende contracten. Is het college het met D66 eens dat dit niet bevorderlijk zou zijn voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorg voor kinderen met een eetstoornis?
Antwoord van het college
Hoe lang is de looptijd van de lopende contracten? Hoe verhoudt zich dit tot de looptijd van de contracten voor de overheveling richting de gemeenten?
Vraag 5
Hoeveel plekken voor klinische opnamen van kinderen met een eetstoornis zijn er in Ede?
Antwoord van het college
Hoe verhoudt dat zich tot andere vergelijkbare gemeentes? Is het aantal plekken in de afgelopen jaren toe- of afgenomen?
Vraag 6
Voldoet alle zorg aan kinderen met een eetstoornis die in Ede wordt verleend (door de gemeente Ede wordt erkent) aan de zorgstandaard eetstoornissen?
Antwoord van het college
Hoe wordt hier toezicht op gehouden? Worden nieuwe aanbieders hier ook op getoetst?
Vraag 7
Is het college het met D66 eens dat het zo vroeg mogelijk signaleren van eetstoornissen bijdraagt aan het herstel van de kinderen en het voorkomen van ergere problematiek?
Antwoord van het college
Op welke manier zet de gemeente op dit moment in op vroege signalering en preventie van eetstoornissen?
1
Gezondheidsraad, 28 juni 2022, https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/preventie/documenten/adviezen/ 2022/06/28/preventie-en-vroege-behandeling-van-eetstoornissen
Beantwoording door het college van burgemeester en wethouders d.d. 30 augustus 2022 Ad 1.
Zorg voor kinderen met eetproblemen betreft complexe en specialistische zorg. Problemen met eten komt veel voor, relatief weinig komt de zwaardere problematiek zoals eetstoornissen voor. De meeste problematiek rondom eten wordt binnen de S- GGZ opgevangen bij aanbieders zoals Karakter en GGZ Centraal. Daarnaast is er een aantal aanbieders gecontracteerd via de landelijke zorg vanwege hun expertise en landelijke dekking. Dit betreffen Altrecht, SeysCentra en Rivierduinen. Vanuit Ede wordt gebruik gemaakt van het ambulante aanbod van GGZ aanbieders. Daarnaast zijn er een aantal GGZ instellingen met de mogelijkheid tot verblijf, zoals Rintveld van Altrecht en Amarum van GGNet. Het behandelen van eetproblematiek is het meest effectief als het systeem om de jeugdige heen ook kan profiteren van de geboden hulp. Dit is ook een reden waarom deze zorg veelal ambulant aangeboden wordt.
Ad 2.
Sinds de decentralisatie zien we dat er niet minder jeugdigen GGZ zorg ontvangen, eerder meer. Ook zijn er niet minder aanbieders beschikbaar sinds de decentralisatie, eerder meer. In 2015-2016 waren er 102 specialistische GGZ aanbieders die een overeenkomst hadden met Foodvalley / gemeente Ede, die nu nog actief zijn. In de jaren daarna, tot nu, zijn er 34 nieuwe aanbieders bijgekomen. Er zijn dus geen aanwijzing dat er minder behandelcapaciteit aanwezig is voor jongeren met eetproblematiek.
Ad 3.
We kunnen het aantal jeugdigen die GGZ zorg ontvangen vanwege eetproblemen niet uit de data filteren omdat we hulp registreren op basis van productcode van de zorg en niet op basis van problematiek. Wel kunnen we noemen dat we binnen het Regionaal Expert Team (RET) zien dat er met enige regelmaat een kind wordt aangemeld waarbij er sprake is van eetproblematiek. Daarbij valt op te merken dat eetproblemen veelal een uiting zijn van onderliggende problematiek. Vanuit de landelijke zorg helpen Altrecht en GGnet samen minder dan 20 jeugdigen uit Ede, gemiddeld zijn dit minder dan 10 nieuwe jeugdigen per jaar. Enkele jeugdigen worden ook (kort) opgenomen, dit gebeurt bij Altrecht. In de landelijke hulp is geen trend zichtbaar in toe- of afname. Het aantal jeugdigen wat de afgelopen jaren deze zorg heeft ontvangen is stabiel.
Ad 4.
Het onderzoekrapport heeft zich gebaseerd op een beperkt aantal bronnen. Sommige regio’s in het land werken met Europese aanbesteding, dit zijn ook meerjarige contracten. Vanuit de Jeugdhulpregio werken we met het principe van bestuurlijk aanbesteden, dit zijn contracten voor onbepaalde tijd. Landelijk zijn er ook meerjarige overeenkomsten. Het college is met u eens dat het niet bevorderlijk is voor de continuïteit en kwaliteit om kortlopende contracten af te sluiten.
Ad 5.
Er zijn geen specifieke plekken voor eetstoornissen in Ede ingekocht. Inkoop van capaciteit wordt regionaal georganiseerd. Binnen Gelderland zijn goede afspraken gemaakt voor de beschikbaarheid van klinische capaciteit.
Landelijke zijn er ook geen aanpassingen geweest van de capaciteit en contracten sinds 2015. Zie aantallen bij vraag 3. Klinische capaciteit is echt alleen nodig wanneer jeugdigen anders zelf niet meer eten. Het ziekenhuis met sondevoeding is dan de eerste stap en valt daarmee niet onder de jeugdhulp. Zoveel mogelijk wordt ambulant in het gezin opgelost. Ambulant kan er heel veel gedaan worden, Karakter heeft daar een specialistisch team voor.
Het LTA (landelijk transitie arrangement) voorziet in de meest complexe situaties en die komen relatief weinig voor.
Ad 6.
Jongeren die in zorg zitten voor eetproblemen ontvangen dit vanuit de GGZ. GGZ zorg is ook na hun 18 e jaar beschikbaar vanuit de zorgverzekeringswet. De landelijke aanbieders hebben ook een contract met zorgkantoren t.b.v. de ZVW. Uitzondering hierop is Karakter. Zij behandelen geen 18+. GGNet en Altrecht wel. Ook zij hebben expertise in eetproblematiek.
Ad 7.
Alle aanbieders staan onder toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Zij zien toe op de kwaliteit van zorg. Alle nieuwe aanbieders worden bij de aanvraag voor contractering getoetst op de kwaliteitseisen. Alleen als aanbieders aan de inkoopeisen voldoen, kunnen zij een contract met de Jeugdhulpregio aangaan.
Ad 8.
Het college is het met u eens. Dankzij de decentralisatie hebben we de vroeg signalering beter vorm kunnen geven dichtbij de gezinnen. Eetproblemen zijn veelal een uiting van onderliggende problematiek. Eetproblemen hangen veelal samen met emotie regulerende problemen. Gedrag-, emotie en sociale problemen zijn signalen dat het niet goed gaat met een kind of jeugdige. Het college is het eens dat al deze problemen zo vroeg als mogelijk moeten worden gesignaleerd om erger te voorkomen.
Om deze reden investeren we ook veel in de sociale basis, samenwerking met kinderopvang en scholen. Hier kunnen zij mogelijk zorgelijk gedrag meteen de aandacht geven die het verdiend. Om deze reden werken we nauw samen met de huisartsen middels de Specialistisch Ondersteuner Jeugd (SOJ) met als resultaat dat jeugdigen snellere de juiste behandeling ontvangen. Daarnaast gebruiken we NPO middelen om mentale gezondheid van jongeren te bevorderen en bieden we psycho-educatie over de invloed van sociale media. Ook werken we samen in het bovenregionale expertise centrum (BOEG) met K-EET (landelijke Ketenaanpak EETstoornissen) om de juiste expertise beschikbaar te maken voor onze teams en professionals in het werkveld.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Ede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.