Raadsvraag AB, 274, Overlast speeltuinen
Een raadslid stelde op 22 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Elburg (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe gaat deze overlast worden beëindigd? → De inzet van extra beveiligers, cameratoezicht en jeugdboa’s draagt zeer zeker bij aan het verminderen van overlast door jeugd.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording raadsvragen
Schriftelijke vragen op basis van artikel 155 Gemeentewet en de artikelen 3.2.6 (rondvraag), 3.4.6 (schriftelijke vragen) en 3.4.7 (vragenhalfuur) Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2018 Vraagstelling
IDnr actiepunt 274
☒
Beantwoording: Schriftelijk binnen 30 dagen
Artikel 3.4.6 Schriftelijke vragen
Indiener: mevrouw A.E. de Weerd-Deetman Fractie: Algemeen Belang Datum: 15 april 2025 Zaaknummer:
Onderwerp: Aanpak overlast en vandalisme speeltuinen Elburg Raadsvragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe gaat deze overlast worden beëindigd? Toelichting: De overlast door jongeren in speeltuinen rondom winkelcentrum De Vrijheid, met name bij De Fuik, vormt een toenemend probleem. Omwonenden ervaren hinder door luidruchtig gedrag, vernielingen en mogelijke drugsactiviteiten. Uit meldingen blijkt dat angst onder bewoners toeneemt, mede door intimiderend gedrag van de jongeren. Het gaat om speeltuinen in de bijgevoegde kaart, alsmede het winkelcentrum ‘De Vrijheid’. De gemeente heeft in het verleden stappen ondernomen om dit probleem aan te pakken, zoals extra handhaving en de aanschaf van mobiele camera's. Desondanks blijft de overlast bestaan en lijkt deze in de lente en zomer zelfs toe te nemen. Wij willen daarom graag inzicht in de voortgang en effectiviteit van de eerder genomen maatregelen en in mogelijke aanvullende acties om de leefbaarheid en veiligheid in deze wijken te verbeteren. Beantwoording raadsvragen Antwoorden: Algemeen: Op basis van de geregistreerde politiemeldingen is het een feit dat het aantal meldingen door jeugdoverlast toeneemt. In de grafiek is dat zichtbaar. Om de toename tegen te gaan worden zowel ‘hard-skills als ‘soft-skills’ ingezet. De hard-skills liggen meer in de lijn van ‘bestraffen’ en de soft-skills liggen in de lijn van gedragsverandering. Bij de beantwoording wordt ingegaan op beide onderdelen. Gemiddeld aantal meldingen per maand 25 20 15 10 5 0 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Vraag 1: Evaluatie van eerdere maatregelen: In de afgelopen jaren zijn extra maatregelen genomen, zoals het inzetten van beveiligers tijdens de zomerperiode, de inzet van mobiele camera’s en de introductie van jeugdboa's. Hoe evalueert de gemeente de effectiviteit van deze maatregelen tot nu toe?
Antwoord van het college
De inzet van extra beveiligers, cameratoezicht en jeugdboa’s draagt zeer zeker bij aan het verminderen van overlast door jeugd. Sinds het eind van de coronaperiode én de inzet van de genoemde middelen, is de hoeveelheid meldingen afgenomen.
De effectiviteit hangt echter wel sterk af van de manier waarop deze middelen worden ingezet, de locatie, de periode, de soort jeugd en in welke context.
▪ De beveiligers kunnen snel reageren op situaties en incidenten en zorgen vooral voor zichtbaarheid in de openbare ruimte.
▪ Cameratoezicht kan effectief zijn voor het vastleggen van incidenten en het creëren van een gevoel van veiligheid. Het nadeel is echter dat cameratoezicht alleen niet voorkomt dat jongeren overlast veroorzaken.
▪ Jeugdboa's hebben een specifieke focus op het handhaven van de regels en wetgeving gericht op jongeren. Ze zijn opgeleid in het omgaan met jongeren en kunnen begeleiden naar oplossingen voor hun gedrag. Zij hebben veelvuldig contact met jeugdgroepen, zijn daar bekend en hebben ook kennis van de jeugdgroepen.
▪ Vanuit het jongerenwerk wordt met name geïnvesteerd in een duurzame gedragsverandering.
Vooral door het opbouwen van een relatie tussen professionals, jongeren én de buurt.
Vraag 2:
Op welke wijze betrekt de gemeente de omwonenden van overlastlocaties, zoals De Fuik, bij het ontwikkelen en evalueren van overlastmaatregelen?
Antwoord:
Jongerenwerk gaat altijd actief met bewoners in gesprek, niet alleen om hun klachten te horen, maar ook om – waar mogelijk – samen te zoeken naar manieren waarop zij op een veilige, sociale manier met jongeren in contact kunnen treden.
Deze aanpak vereist maatwerk. Niet elke bewoner voelt zich hiertoe in staat. Toch zien we regelmatig dat jongeren juist gevoelig zijn voor aanspreken door betrokken buurtbewoners, mits dat gebeurt in een context van contact en wederzijds respect. Op deze sociale verbinding wordt de komende periode extra ingezet door straathoekwerkers en buurtwerkers. Zij werken met bewoners aan het vergroten van zeggenschap en betrokkenheid.
Ook door de extra surveillance en handhaving van politie en boa’s hebben in deze situatie extra gesprekken plaatsgevonden. Uit deze gesprekken komt waardevolle informatie.
Beantwoording raadsvragen Vraag 3:
Hoe gaat de gemeente om met deze vernielingen en het afval dat deze jeugd achterlaat?
Antwoord:
Vernielingen en zwerfafval zijn zichtbaar bewijs van wat zich onder de oppervlakte afspeelt: een gebrek aan binding, betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel. De jongerenwerkers spreken jongeren actief aan op hun gedrag – ook op het achterlaten van afval of het vernielen van objecten.
Als er gemeentelijke eigendommen worden vernield zal daarvan aangifte worden opgenomen en waar mogelijk wordt de schade verhaald op de dader. Dit is ook expliciet als onderwerp in het collegeprogramma opgenomen (lik op stuk).
Daarnaast wordt de jongeren actief betrokken bij het nemen van verantwoordelijkheid voor hun omgeving. Dit kan in de vorm van positieve activering, vrijwilligerswerk of projecten zoals de Maatschappelijke Diensttijd, of door gesprekken over wat hun gedrag doet met de buurt. Deze aanpak is geen ‘quick fix’, maar draagt bij aan gedragsontwikkeling en verantwoordelijkheid.
Vraag 4:
Naast handhaving wordt in het artikel gesproken over het belang van preventie en hulpverlening, vooral bij jeugdigen onder de twaalf jaar. Hoe geeft de gemeente invulling aan deze preventieve aanpak en welke resultaten zijn hiermee geboekt?
Antwoord:
Preventie bij jonge kinderen begint bij het op tijd signaleren van risico’s, het versterken van het netwerk rond het kind en het bieden van een veilige speel- en leefomgeving. Bij dit netwerk horen ook partners zoals basisscholen, het VO, CJG etc. Jongere broertjes en zusjes van oudere jongeren die op straat rondhangen, zien we soms in dezelfde speeltuinen. Hier liggen kansen om vroegtijdig in gesprek te gaan met ouders, het gezinssysteem te betrekken en waar nodig door te verwijzen naar passende hulp.
Preventieve interventies zijn het meest effectief wanneer er sprake is van samenwerking in de wijk: tussen scholen, ouders, jeugdwerk, handhaving en hulpverlening. Dat vraagt investering in onderlinge afstemming en bereikbaarheid van professionals.
Vraag 5:
Volgens een artikel in de Stentor bevestigt de gemeente dat er recent 27 meldingen van overlast zijn binnengekomen. Welke concrete acties onderneemt de gemeente om de veiligheid en leefbaarheid in de getroffen speeltuinen te verbeteren?
Antwoord:
De meldingen onderstrepen het belang van een gezamenlijke aanpak. Samen inzetten op:
▪ Zichtbare, preventieve aanwezigheid
▪ Contact met jongerengroepen en buurt
▪ Het onderzoeken van mogelijkheden om jongeren een aantrekkelijk alternatief voor de straat te bieden, in de vorm van jongerencentra of activiteiten
▪ Extra controle door surveillance en handhaving
▪ Aanvullende bebording (spelregels) Bij wijze van test worden bij de nu in het oog springende locaties aanvullende borden geplaatst.
Dit maakt het optreden tegen diverse situaties eenvoudiger.
Beantwoording raadsvragen Vraag 6:
Er zijn signalen van mogelijk drugsgebruik en -handel in de speeltuinen. Welke stappen onderneemt de gemeente om dit te onderzoeken en aan te pakken?
Antwoord:
Drugsgebruik onder jongeren is een reëel vraagstuk. Niet elk vermoeden is terecht, maar het vraagt wel alertheid. Jongeren gebruiken bij voorkeur buiten het zicht van volwassenen, dus het is voorstelbaar dat speeltuinen daarvoor worden gebruikt.
Vroegsignalering en gedragsbeïnvloeding is belangrijk. De aanwezigheid van politie, boa’s en jongerenwerk op straat vormt dan ook een belangrijke preventieve factor. Signalen die duiden op handel worden onderling gedeeld.
Daarnaast worden alle signalen ‘in beeld gebracht’. Hierdoor kan eventueel van de groepsgerichte aanpak opgeschaald worden naar een persoonsgerichte aanpak.
Vraag 7:
Hoe gaat deze overlast worden beëindigd?
Antwoord:
De komende periode ligt de focus op de combinatie van gesprek, handhaving en het creëren van bewustwording. Doel is het creëren van een leefbare buurt waar ruimte is voor jeugd, maar geen plek voor intimidatie, vernieling of onveiligheid.
Bekijk de brief: Beantwoording Raadsvraag AB, 274, Overlast speeltuinen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Elburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.