Beantwoording aanvullende vragen PVV, Enschede Anders en Groep Ek/Woltjer vermeende discriminatie Klachtencommissariaat
Alberto Blömer (PVV) stelde op 20 januari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Wat maakt dat de leidinggevende (KC) de medewerkster heeft doorverwezen naar de vertrouwenspersoon en de melding vanuit haar rol (leidinggevende) en positie (KC) niet… → 1a) Wat vindt de burgemeester als portefeuillehouder van het KC van deze werkwijze? 1b) Wat heeft de vertrouwenspersoon uiteindelijk met de melding gedaan?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording aanvullende vragen PVV, Enschede Anders en Groep Ek/Woltjer vermeende discriminatie Klachtencommissariaat.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat maakt dat de leidinggevende (KC) de medewerkster heeft doorverwezen naar de vertrouwenspersoon en de melding vanuit haar rol (leidinggevende) en positie (KC) niet zelf heeft opgepakt?
Antwoord van het college
1a) Wat vindt de burgemeester als portefeuillehouder van het KC van deze werkwijze? 1b) Wat heeft de vertrouwenspersoon uiteindelijk met de melding gedaan? Hoe is deze opgepakt? 1c) Op welke wijze is binnen de teamontwikkeling aandacht gevraagd en besteed aan de melding van vermeende discriminatie? Oftewel is er binnen de teamontwikkeling bij het KC hier iets mee gedaan of niet? Zo ja, wat? Zo nee, waarom niet en is onderzocht of dit gevolgen heeft gehad voor medewerkster/melder? Zo nee, waarom niet?
1) Dit is de gebruikelijke werkwijze om te werken met een vertrouwenspersoon. Medewerkster gaf tegenover de Klachtencommissaris aan dat ze het gevoel had dat ze vanwege haar etniciteit anders behandeld werd. Een vertrouwenspersoon kan een goede sparringpartner zijn om dergelijke gevoelens nader te onderzoeken. 1a) De burgemeester is op grond van artikel 170 Gemeentewet bestuurlijk verantwoordelijk voor het toezien op een goede klachtenafhandeling. Om die reden valt de Klachtencommissaris binnen zijn portefeuille. Dit staat los van de wijze waarop de Klachtencommissaris vanuit haar onafhankelijkheid haar rol vervult. 1b) Uitgangspunt is dat de vertrouwenspersoon vertrouwelijk omgaat met alle informatie die de vertrouwenspersoon tot zijn of haar beschikking krijgt. Dit begint bij de identiteit van degene zie zich meldt en omvat ook de inhoudelijke informatie die er wordt gedeeld. De vertrouwenspersonen werken vanuit de beroepscode van de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen. 1c) Het rapport van de ingeschakelde externe teamcoach is, zoals eerder aangegeven, niet zodanig specifiek dat hier uit te halen valt dat is aangegeven dat sprake zou zin van mogelijke discriminatie. Of binnen de teamontwikkeling hier aandacht voor is gevraagd is onbekend. 2a) Wat hebben de KC en de vertrouwenspersoon met de melding van vermeende discriminatie gedaan? 2b) Wat heeft de concerndirecteur met de melding van vermeende discriminatie gedaan? 2c) Waren de burgemeester, de gemeentesecretaris en de Wethouder Organisatie op de hoogte van de melding van vermeende discriminatie? Zo ja, wanneer was dat en wat hebben ze met de melding gedaan? 2a) De Klachtencommissaris heeft in 2018 verwezen naar de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon heeft met de medewerkster gesproken. Wat de vertrouwenspersoon met de melding heeft gedaan is ons niet bekend. 2b) Er is na gesprekken tussen medewerkster, concerndirecteur en Vizier besloten over te gaan tot het inschakelen van een extern bureau voor een onafhankelijk feitenonderzoek. 2c) Zoals eerder aangegeven is niet bekend of de Klachtencommissaris destijds de burgemeester of anderen heeft geïnformeerd.
3a) Wat heeft de leidinggevende (KC) gedaan met de melding van discriminatie na het gesprek met de klachtbehandelaar van het anti-discriminatiebureau dat in september 2021 heeft plaatsgevonden? Waarom is de melding 3 jaar na dit gesprek nog steeds niet afgehandeld? 3b) Kan het college aangeven waarom de medewerkster het "gevoel" kreeg dat zij gediscrimineerd werd? Wat heeft zich bij het KC voorgedaan om haar dit "gevoel" te geven? (Wat is er gezegd, gedaan of gebeurd? Om haar dat "gevoel" te geven?). 3a) Medewerkster is meerdere malen verzocht haar vermoedens van discriminatie concreet te maken. De gemeente is altijd bereid geweest met medewerkster in gesprek te gaan over haar gevoelens van discriminatie en heeft afgesproken met medewerkster dat het initiatief hiervoor bij haar lag. Dit heeft echter geen vervolg gekregen. 3b) De medewerkster werd geconfronteerd met negatieve uitspraken van een collega over mensen met een niet Nederlandse komaf. Verder heeft medewerkster het niet concreet gemaakt. 4a) Wat maakt dat het college geen eigen onderzoek doet naar een eventueel verband tussen de ontslagzaak en de melding van vermeende discriminatie en zich alleen maar richt op dossieronderzoek, waarbij op voorhand al min of meer vaststaat dat dit geen resultaten zal opleveren? 4b) Hoe luidt de onderzoeksvraag voor het externe bureau en op welke wijze wordt dit onderzoek uitgevoerd? 4c) Wanneer is dit onderzoek gestart en in welk stadium bevindt dit onderzoek zich? 4a) Het college wacht de uitkomst van het externe feitenonderzoek af en zal op basis daarvan beoordelen of er aanvullend onderzoek nodig is. 4b) Vastellen of de melding/klacht van de meldster een grondslag vindt in feiten. 4c) De opdracht voor het onderzoek is in augustus verstrekt en de analyse vindt nog plaats.
5) Aan wie (geen naam, alleen functies) heeft de KC de bevinden van haar dossieronderzoek mondeling teruggekoppeld en wanneer was dat? 6a) Wat maakt dat het college besluit om ten tijde van een bezuinigingsopgave voor de gemeente ervoor te kiezen om medewerkster niet in de oude functie terug te laten keren en deze plek op te laten vullen door iemand anders terwijl medewerkster 2 jaar na de rechterlijke uitspraak nog steeds niet aan het werk is? 6b) Hoe past dit bij de rehabilitatie die haar toegezegd is en haar toekomt?
5) Dit is de Klachtencommissaris in 2021 mondeling teruggekoppeld aan de afdeling Personeel & Organisatie. 6a) De invulling van vacatures is aan de leiding van de ambtelijke organisatie, en niet aan het college of de raad. Uiteraard matcht het ambtelijke management noodzakelijke capaciteit en competentie aan de opgaven die er liggen. 6b) Wederom geldt dat over individuele ambtenaren wij geen specifieke vragen beantwoorden.
Wat evident is dat te herplaatsen ambtenaren zo snel als mogelijk een passende functie krijgen aangeboden.
Enschede, 11 februari 2025 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de Burgemeester,
E.A. Smit
R.W. Bleker
Bekijk de brief: Beantwoording art. 35 vragen van de heer Alberto Blömer van de fractie PVV
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.