3 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Enschede

Beantwoording artikel 35 vragen E

Een raadslid stelde op 3 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (38 vragen).

In het kort

38 vragen en wat het college antwoordt

  • Is het college bekend met het artikel waarin wordt geconcludeerd dat er in Enschede en de regio een aanzienlijk tekort bestaat aan plaatsen voor beschermd en begeleid… → Helaas geeft u niet een vindplaats en/of datum voor het betreffende artikel, we moeten er naar gissen welk artikel u bedoelt.
  • Kan het college aangeven hoeveel mensen momenteel op een wachtlijst staan voor: a. beschermd wonen op grond van de Wmo; b. beschermd wonen of geclusterde woonzorg binnen… → Beschermd wonen is voor mensen met een tijdelijke ongeplande hulpvraag die 24/7 zorg en begeleiding nodig hebben (met of zonder nabijheid).
  • Deelt het college de opvatting dat iedere bestaande en goed functionerende woonplek voor kwetsbare inwoners momenteel van grote maatschappelijke waarde is? → Het college hecht grote waarde aan kwalitatief goede zorg en waarbij de woonlocatie ook voldoet aan de regels in het kader van de Omgevingswet.
  • Hoe verhoudt het jarenlang procederen tegen negen bestaande woonplekken zich tot de door het college erkende tekorten aan beschermd en begeleid wonen binnen zowel de Wmo… → De aanleiding voor het handhavingstraject is dat er sprake is van gebruik dat strijdig is met door uw Raad vastgesteld beleid.
  • Hoeveel cliënten wonen momenteel aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 en moeten als gevolg van de uitspraak worden herplaatst? → Voor zover ons bekend gaat het om 7 WLZ-clienten.
  • Hoeveel van de huidige bewoners aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 ontvangen zorg op grond van de Wmo en hoeveel op grond van de Wlz? → Er zijn geen bewoners die BW in het kader van de Wmo op deze locatie ontvangen.
  • Kan het college garanderen dat voor alle huidige bewoners tijdig een gelijkwaardige woonplek beschikbaar is, passend bij hun Wmo- of Wlz-indicatie? → De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij Azibo en bij het zorgkantoor.
  • Indien deze garantie niet kan worden gegeven, waarom acht het college voortzetting van de handhaving dan verantwoord? → Gelet op de ruimte begunstigingstermijn van zes maanden, verwachten wij dat de herhuisvesting geen probleem gaat zijn.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is het college bekend met het artikel waarin wordt geconcludeerd dat er in Enschede en de regio een aanzienlijk tekort bestaat aan plaatsen voor beschermd en begeleid wonen binnen zowel de Wmo als de Wlz?

Antwoord van het college

Helaas geeft u niet een vindplaats en/of datum voor het betreffende artikel, we moeten er naar gissen welk artikel u bedoelt. Het college kent de cijfers rond het aanbod en de vraag naar plekken voor Beschermd Wonen zoals die in de centrumgemeenteregio Enschede bestaan. Vraag

Vraag 2

Kan het college aangeven hoeveel mensen momenteel op een wachtlijst staan voor: a. beschermd wonen op grond van de Wmo; b. beschermd wonen of geclusterde woonzorg binnen de Wlz; binnen Enschede en de centrumgemeenteregio?

Antwoord van het college

Beschermd wonen is voor mensen met een tijdelijke ongeplande hulpvraag die 24/7 zorg en begeleiding nodig hebben (met of zonder nabijheid). Beschermd wonen binnen de Wlz is voor inwoners die levenslang en levensbreed een ongeplande hulpvraag hebben die 24/7 zorg en begeleiding nodig hebben (met of zonder nabijheid). Op 1 juni 2026 stonden er in centrumregio Enschede op grond van de Wmo 64 inwoners op de wachtlijst staat voor beschermd wonen. Dit wordt maandelijks gemonitord. Van het Zorgkantoor hebben we vernomen dat zij deze gegevens voor de Wlz niet specifiek bijhouden. De regiobeelden/-inzichten Wlz zijn te vinden op de website van Menzis. Vraag

Vraag 3

Deelt het college de opvatting dat iedere bestaande en goed functionerende woonplek voor kwetsbare inwoners momenteel van grote maatschappelijke waarde is?

Antwoord van het college

Het college hecht grote waarde aan kwalitatief goede zorg en waarbij de woonlocatie ook voldoet aan de regels in het kader van de Omgevingswet. Vraag

Vraag 4

Hoe verhoudt het jarenlang procederen tegen negen bestaande woonplekken zich tot de door het college erkende tekorten aan beschermd en begeleid wonen binnen zowel de Wmo als de Wlz?

Antwoord van het college

De aanleiding voor het handhavingstraject is dat er sprake is van gebruik dat strijdig is met door uw Raad vastgesteld beleid. Het aanbieden van begeleid wonen aan kwetsbare volwassenen met een lichte verstandelijke beperking, psychiatrische problematiek en/of autisme is niet in overeenstemming met de bestemming. Tijdens het gehele handhavingsproces zijn alle belangen continu afgewogen en is er gekeken of legalisatie eventueel mogelijk zou zijn. Er is meegedacht over andere passende locaties. Gedurende het handhavingstraject heeft Azibo een extra locatie in Haaksbergen geopend. De aanbieder had daarmee gelegenheid om de betrokken cliënten een alternatieve plek te bieden. De locatie aan de Hendrik ter Kuilestraat biedt geen goed woon- en leefklimaat voor de cliënten van Azibo, het gaat hier immers om een kwetsbare doelgroep. Het pand bevindt zich op het Havengebied en op deze bestemming zijn bedrijven tot categorie 4.1 toegestaan. Enkele meters verderop zijn zelfs bedrijven tot de categorie 4.2 toegestaan. We spreken hier over zware industrie op een gezoneerd industrieterrein. Het college heeft er een groot belang bij om het gezoneerde industrie terrein vrij te houden voor hetgeen waarvoor het bedoeld is. Het Havengebied huisvest zware industrie, waar enkel bedrijfsfuncties de ruimte krijgen om goederen op te slaan, te verwerken of te vervaardigen. Zoals bekend, is er twee weken geleden uitspraak gedaan in hoger beroep door de Raad van State. Ook de rechter heeft een volledige afweging gemaakt. Hierbij zijn alle feiten, omstandigheden en onze belangenafweging beoordeeld. De Raad van State heeft het college in het gelijk gesteld en geoordeeld dat Azibo binnen 6 maanden een andere locatie moet vinden. Het college evenals Azibo dienen zich te houden aan deze uitspraak en mogen hiervan niet afwijken. Sinds 2021 richt Azibo zich niet meer op BW op grond van de Wmo. Sinds 2022 wonen er geen BW-cliënten meer op deze locatie op grond van de Wmo. De uitspraak van de rechter heeft dus geen invloed op de wachtlijst BW. Vraag

Vraag 5

Hoeveel cliënten wonen momenteel aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 en moeten als gevolg van de uitspraak worden herplaatst?

Antwoord van het college

Voor zover ons bekend gaat het om 7 WLZ-clienten. Op 1 juni hebben wij vernomen dat in ieder geval voor vier cliënten alternatieve zorg geregeld. Voor de overige cliënten wordt door Azibo in afstemming met het zorgkantoor nog naar een passende locatie gekeken. Vraag

Vraag 6

Hoeveel van de huidige bewoners aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 ontvangen zorg op grond van de Wmo en hoeveel op grond van de Wlz?

Antwoord van het college

Er zijn geen bewoners die BW in het kader van de Wmo op deze locatie ontvangen. Er woont één persoon die ambulante ondersteuning in het kader van de Wmo ontvangt. Van de overige bewoners weten wij niet op welke grondslag een Wlz-indicatie is afgegeven. Vraag

Vraag 7

Kan het college garanderen dat voor alle huidige bewoners tijdig een gelijkwaardige woonplek beschikbaar is, passend bij hun Wmo- of Wlz-indicatie?

Antwoord van het college

De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij Azibo en bij het zorgkantoor. Onze wijkteams en het zorgkantoor hebben regelmatig afstemming op casusniveau. De zorg voor individuele cliënten wordt daar zo optimaal mogelijk afgestemd. N.a.v. deze afstemming maken ons op dit moment geen zorgen voor individuele cliënten. Vraag

Vraag 8

Indien deze garantie niet kan worden gegeven, waarom acht het college voortzetting van de handhaving dan verantwoord?

Antwoord van het college

Gelet op de ruimte begunstigingstermijn van zes maanden, verwachten wij dat de herhuisvesting geen probleem gaat zijn. Vraag

Vraag 9

Hoeveel plaatsen voor beschermd en begeleid wonen zijn de afgelopen tien jaar gerealiseerd, uitgesplitst naar: a. Wmo-gefinancierde plaatsen; b. Wlz-gefinancierde plaatsen?

Antwoord van het college

Wij monitoren het aantal inwoners met een indicatie BW in het kader van de Wmo, het aantal geplaatste cliënten en het aantal wachtende cliënten. Op 1 juni 2026 was het aantal inwoners met een BW-indicatie 460 waarvan 64 cliënten wachten op een plek met overbruggingszorg. Het zorgkantoor houdt deze gegevens voor Wlz-cliënten niet specifiek bij. Het Zorgkantoor verwijst voor de regiobeelden naar hun website. Vraag

Vraag 10

Hoeveel plaatsen zijn in dezelfde periode verdwenen, uitgesplitst naar Wmo- en Wlz-plaatsen?

Antwoord van het college

Dit hebben wij Wmo-plaatsen niet exact in beeld. Ook het Zorgkantoor heeft dit voor de Wlzplaatsen niet in beeld. Vraag

Vraag 11

Is het college bekend met signalen dat cliënten juist baat hebben bij langdurige stabiliteit en continuïteit van hun woonomgeving?

Antwoord van het college

De Wmo is ontwikkelgericht en waar mogelijk stromen inwoners uit. De Wlz is gericht op levenslange en levensbrede ondersteuning. Wij hebben frequent overleg met onze gesubsidieerde aanbieders BW. Stabiliteit van zorg en tegelijkertijd het bieden van ontwikkelperspectief voor de cliënt zijn daarbij onderwerp van gesprek. Vraag

Vraag 12

Welke gevolgen verwacht het college voor de huidige bewoners van de zorgvilla als zij binnen zes maanden moeten verhuizen?

Antwoord van het college

Wij verwachten dat Azibo in staat zal zijn voor alle bewoners een nieuwe woonplek te vinden die aansluit bij de behoefte van iedere client. Zoals vermeldt heeft Azibo recent elders een locatie geopend, met dergelijke oplossingen kan de aanbieder werken aan een goede woonplek voor deze cliënten. Vraag

Vraag 13

Heeft het college onderzocht welke maatschappelijke kosten gepaard gaan met het gedwongen verplaatsen van deze bewoners?

Antwoord van het college

Nee Vraag

Vraag 14

Kan het college aangeven hoeveel ambtelijke uren sinds 2018 zijn besteed aan toezicht, handhaving, bezwaar-, beroeps- en hogerberoepsprocedures rondom deze locatie?

Antwoord van het college

We houden niet bij hoeveel uren worden besteed aan een concrete handhavingscasus. Vraag

Vraag 15

Wat zijn de totale externe juridische kosten die de gemeente heeft gemaakt in deze zaak?

Antwoord van het college

Er zijn geen externe kosten in deze juridische procedure gemaakt. Vraag

Vraag 16

Welk bedrag aan interne personeelskosten is aan deze procedure toe te rekenen?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 14. Vraag

Vraag 17

Uit welk budget zijn deze kosten betaald?

Antwoord van het college

Uit de AD-middelen. Antwoord

Vraag 18

Zijn deze kosten geheel of gedeeltelijk betaald uit middelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang of Wmo-taken?

Antwoord van het college

Deze kosten zijn niet betaald uit de middelen die door het rijk beschikbaar zijn gesteld voor MO-, BW- of lokale Wmo-taken. Vraag

Vraag 19

Indien dat niet het geval is, uit welke begrotingsposten zijn deze kosten dan wel gefinancierd?

Antwoord van het college

Uit de AD-middelen. Vraag

Vraag 20

Hoeveel extra woonplekken hadden met deze middelen kunnen worden gerealiseerd binnen: a. het Wmo-domein; b. het Wlz-domein?

Antwoord van het college

Dit is niet van toepassing, er zijn geen BW-middelen ingezet voor handhaving. Vraag

Vraag 21

Heeft het college ooit onderzocht of legalisatie van de bestaande situatie mogelijk was, gelet op het tekort aan woonplekken?

Antwoord van het college

Zie de beantwoording op vraag 4. Vraag

Vraag 22

Welke concrete pogingen heeft het college ondernomen om behoud van de locatie mogelijk te maken?

Antwoord van het college

Zie de beantwoording op vraag 4. Vraag

Vraag 23

Waarom heeft het college niet gekozen voor een pragmatische oplossing waarbij de zorgfunctie behouden kon blijven terwijl eventuele planologische bezwaren werden opgelost?

Antwoord van het college

Zie de beantwoording op vraag 4. Vraag

Vraag 24

Hoe beoordeelt het college het feit dat cliënten jarenlang door of via gemeentelijke voorzieningen naar deze locatie zijn verwezen, terwijl tegelijkertijd werd gesteld dat de woonvorm planologisch niet was toegestaan?

Antwoord van het college

De zorgverlener is verantwoordelijk voor de realisatie van dit soort zorg- en woonplekken en moet zorgen dat die voldoen aan regelgeving zoals het omgevingsplan. Bij het toekennen van zorgindicaties aan cliënten wordt door het Cimot (centrale toegang BW Wmo) niet getoetst op ruimtelijke regelgeving. Na augustus 2019 zijn er geen nieuwe BW-cliënten in het kader van de Wmo meer geplaatst door de gemeente. Vraag

Vraag 25

Begrijpt het college dat dit bij betrokkenen de indruk wekt dat de overheid met twee maten meet?

Antwoord van het college

Nee. Wij hebben hier het door de Raad vastgesteld ruimtelijk beleid gevolgd. In de afwegingskaders die hier bij gegeven zijn zien we geen ruimte voor een andere afweging. Vraag

Vraag 26

Is het college van mening dat de maatschappelijke functie van deze locatie voldoende is meegewogen in de uiteindelijke belangenafweging?

Antwoord van het college

Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om alle betrokken belangen af te wegen. Dat is deze keer ook gebeurd. Vraag

Vraag 27

Hoe verhoudt deze zaak zich tot de ambitie van het college om meer maatwerk en menselijke maat toe te passen in het sociaal domein?

Antwoord van het college

Het college beperkt de menselijke maat niet tot één domein. Bij alle besluiten willen wij de menselijke maat in acht nemen. Wanneer het besluiten betreft bijvoorbeeld in de sfeer van handhaving, kan dat niet betekenen dat in alle gevallen van handhavend optreden wordt afgezien. De menselijke maat is ook duidelijk communiceren over wat niet mogelijk is en dat besluit op een goede manier overbrengen. Rondom deze casus menen wij dat wij zorgvuldig hebben onderzocht of er mogelijkheden zijn om tegemoet te komen aan het verzoek van de zorgaanbieder. De toets van de rechter bevestigt wat ons betreft dat wij belangen op een juiste manier hebben afgewogen en dit ook goed hebben onderbouwd in onze beschikking. Vraag

Vraag 28

Welke lessen trekt het college uit deze acht jaar durende procedure?

Antwoord van het college

Dat wij een zorgvuldige belangenafweging hebben gemaakt, gelet op de uitspraak van de Raad van State. Vraag

Vraag 29

Kan het college uitsluiten dat vergelijkbare zorginitiatieven elders in Enschede door dezelfde planologische benadering onder druk komen te staan?

Antwoord van het college

Zolang er geen sprake is van strijdig gebruik, zullen zorginitiatieven niet onder druk komen te staan. Indien een zorginstelling op een plek zit waar dit planologisch niet is toegestaan, dan hebben wij een beginselplicht tot handhaving. Van zorgaanbieders verwachten wij dat zij de juiste plek kiezen voor hun activiteiten en zo het risico voorkomen dat de zorg onder druk komt te staan. Vraag

Vraag 30

Hoeveel locaties voor beschermd of begeleid wonen bevinden zich momenteel binnen Enschede op bestemmingen waar een vergelijkbare juridische discussie zou kunnen ontstaan, uitgesplitst naar Wmo- en Wlz-voorzieningen?

Antwoord van het college

Er zijn verschillende vormen van beschermd wonen onder Wlz en de Wmo. Deze vormen kunnen vallen onder verschillende planologische regimes. Het college heeft niet in beeld op hoeveel plaatsen er mogelijk sprake is van een strijdige situatie, alleen al omdat de gemeente niet alle plekken in beeld heeft waar zorg wordt geboden via de specifieke vorm van Wlz waar sprake is van scheiden van wonen en zorg. Vraag

Vraag 31

Acht het college het wenselijk dat enerzijds wordt ingezet op uitbreiding van beschermd wonen binnen de Wmo en samenwerking met partners binnen de Wlz, terwijl tegelijkertijd bestaande woonplekken verdwijnen?

Antwoord van het college

Het college zet in op behoud én op uitbreiding van BW-plekken binnen de ruimtelijke regels en afspraken, waaronder de borging van veiligheid, die met de raad zijn gemaakt. Vraag

Vraag 32

Wat is volgens het college het netto-effect van deze procedure op de beschikbare capaciteit voor beschermd en begeleid wonen, uitgesplitst naar Wmo- en Wlz-plaatsen?

Antwoord van het college

Op de beschikbare capaciteit voor Beschermd wonen i.h.k. van de Wmo heeft het geen effect. Ook op de ambulante Wmo heeft dit geen effect. Het product begeleid wonen hanteren we niet binnen de Wmo. Het effect voor het Zorgkantoor is dat er 7 Wlz-plekken verdwijnen. Vraag

Vraag 33

Is het college bereid inzichtelijk te maken hoeveel geld sinds 2018 is besteed aan juridische procedures rondom deze locatie en dit te vergelijken met de kosten van behoud of legalisatie?

Antwoord van het college

Die informatie kunnen we niet reproduceren. We houden niet bij hoeveel uren en kosten er per handhavingszaak worden gemaakt. Zie ook de antwoorden op de vragen 14 t/m 19. Vraag

Vraag 34

Is het college bereid om te onderzoeken of de locatie alsnog behouden kan blijven via een aangepaste bestemming of maatwerkoplossing?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 4. Vraag

Vraag 35

Deelt het college de opvatting dat het sluiten van negen goed functionerende woonplekken moeilijk uitlegbaar is zolang wachtlijsten blijven oplopen?

Antwoord van het college

Nee, gelet op de verschillende belangen die gemoeid zijn met deze zaak, is het college van mening dat het besluit goed uit te leggen valt. Vraag

Vraag 36

Kan het college uitleggen hoe deze uitkomst zich verhoudt tot de door het college regelmatig uitgesproken ambitie om de menselijke maat centraal te stellen in het beleid?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 27. Vraag

Vraag 37

Heeft het college voorafgaand aan de handhaving onderzocht welk deel van de bewoners een Wlz-indicatie heeft en welke gevolgen sluiting heeft voor de regionale beschikbaarheid van Wlzwoonzorgplaatsen?

Antwoord van het college

Voor de toepassing van ruimtelijke regelgeving komt niet in beeld of bewoners een Wlz indicatie hebben of niet. Daarbij wordt bekeken welk planologisch regime geldt en of de aard van het gebruik van een pand daarbinnen past. Bij het beoordelen van de handhavingsinzet kunnen individuele factoren een rol spelen bijvoorbeeld rond het bepalen van een termijn waarop voldaan moet zijn aan een last onder dwangsom. In deze situatie is een termijn van 6 maanden redelijk en haalbaar geacht voor de zorgaanbieder om de bewoners te kunnen herhuisvesten. Vraag

Vraag 38

Heeft het college overleg gevoerd met het zorgkantoor en de betrokken zorgaanbieder over de gevolgen van het verdwijnen van deze woonplekken voor cliënten met een Wlz-indicatie, en zo ja, wat waren daarvan de uitkomsten?

Antwoord van het college

Het is primair de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder om de kwaliteit van zorg te borgen ook binnen de ruimtelijke regels. De afgelopen jaren is er gedurende de handhavingsprocedure regelmatig contact geweest met de zorgaanbieder hierover. Enschede, 24 juni 2026 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester, M.W. de Graaf R.W. Bleker

Bekijk de brief: Beantwoording art. 35 vragen van dhr. Versteeg van Belang van Enschede inzake de Zorgvilla Hendrik t

Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Enschede

Alle artikel 35-vragen in Enschede