Zaak Ardesch/Wellinga en SteQ
Hidde Heutink (PVV) stelde op 9 mei 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe oordeelt het college over de (uitgebreide) analyse van 1twente en de uitkomsten van het WOB-verzoek? → Graag een gedetailleerd antwoord Naast een aantal onjuiste aannames, trekt 1Twente (wederom) onjuiste conclusies en dat zonder op een fatsoenlijke manier hoor en wederhoor toe te passen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Ardesch/Wellinga en SteQ.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe oordeelt het college over de (uitgebreide) analyse van 1twente en de uitkomsten van het WOB-verzoek?
Antwoord van het college
Graag een gedetailleerd antwoord Naast een aantal onjuiste aannames, trekt 1Twente (wederom) onjuiste conclusies en dat zonder op een fatsoenlijke manier hoor en wederhoor toe te passen. Bovendien noemt 1Twente individuele ambtenaren. Dat is volstrekt ongepast en ook niet relevant; wij zijn als college verantwoordelijk. Dus de gemeente-advocaat verwoordt het standpunt van de gemeente. . Zij handelt niet als individu maar als vertegenwoordiger van de gemeente. 1Twente (Ernst Bergboer) blijft uitgaan van een onjuist standpunt, namelijk dat partijen geen afspraken hebben gemaakt over afwijken van het advies van de KC. Dit is een punt dat partijen verdeeld houdt. 1Twente gaat overduidelijk uit van de stellingname van Ardesch in deze. Ondanks herhaalde toelichting op onze visie van de gang van zaken, blijkt dit nu als een waarheid te worden aangenomen door 1Twente. Dit onjuiste standpunt wordt nu als uitgangspunt genomen bij het “onderzoek” van 1Twente.
Daarnaast blijft 1Twente benoemen, dat wij op onheuse gronden en met een vooropgezet plan de heer Ardesch voor de rechter hebben gedaagd. Ook dit is volstrekt onjuist. Er bestond een aanzienlijke huurachterstand. Om die reden is de gemeente de gerechtelijke procedure gestart. Aan het begin van deze procedure en ook tijdens en na de procedure is er uitvoerig minnelijk overleg gevoerd met Ardesch. Helaas bleken partijen financieel dusdanig ver uit elkaar te liggen, dat al deze overleggen niet tot een oplossing hebben geleid.
Uiteindelijk heeft de Rechtbank een groot deel van de vordering van de gemeente toegewezen. Dit was vanzelfsprekend niet gebeurd als er daadwerkelijk op onheuse gronden was geprocedeerd.
Ten aanzien van het WOB-verzoek is relevant, dat gedurende dit traject er nieuwe jurisprudentie is gekomen. Jurisprudentie die voordien nog onduidelijk dan wel niet eenduidig was. Op basis van de oude jurisprudentie hebben wij destijds een beslissing op bezwaar genomen. In januari van dit jaar (dus na de beslissing op bezwaar) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover echter een duidelijk en meer eenduidige uitspraak gedaan. In lijn met deze uitspraak is er een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Dit is gedaan om onnodige beroepsprocedures over het WOB-verzoek te voorkomen. In tegenstelling tot wat 1Twente stelt, wordt er door de gemeente namelijk uitsluitend geprocedeerd indien dit noodzakelijk en effectief is.
3.
Waarom is de Nationale Ombudsman op het verkeerde been gezet? Is dit een bewuste keuze en zo ja, waarom?
In deze vraagstelling zit een onjuiste aanname en een suggestieve vraagstelling. Wij nemen nadrukkelijk afstand van deze insteek. Wij hebben de Nationale Ombudsman niet op het verkeerde been gezet.
4. Kunt u omschrijven wat er geschreven is aan de Nationale Ombudsman, wat er gewijzigd is en waarom er gekozen is voor deze aanpak?
Aan de Nationale ombudsman is uitgelegd wat partijen verdeeld hield en wat er tot dusver was ondernomen door de gemeente en in hoofdlijnen was besproken tussen partijen. Hierbij is tevens uitgelegd, dat de gemeente de nodige stappen had ondernomen om een procedure te voorkomen dan wel deze in te trekken. In de brief heeft de gemeente daarnaast toegelicht dat het door de KC geadviseerde feitenonderzoek op hoofdlijnen, naar verwachting niet tot een oplossing van het dispuut zou leiden. Het waren namelijk niet de feiten die partijen verdeeld hielden, maar de juridische implicaties van de feiten zoals bijvoorbeeld de uitleg van een overeenkomst.
In datgene wat beschreven is in de brief, is dus niks gewijzigd ten aanzien van al eerder ingenomen standpunten.
5. Is er alles aan gedaan om een rechtszaak in deze casus te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Ja. Voordat een kwestie met een wanbetalende huurder wordt overgedragen aan de deurwaarder, ontvangt deze huurder verschillende aanmaningen en verlengde betalingstermijnen van de gemeente. Vervolgens zal een deurwaarder, voordat hij overgaat tot dagvaarding altijd eerst het minnelijk overleg aangaan waarbij de mogelijkheid van een betalingsregeling wordt besproken. Ook in deze is dat gebeurd. Ardesch heeft zich alleen niet aan de overeengekomen betalingsregeling gehouden. Daarnaast is er in dit dossier uitvoerig minnelijk overleg gevoerd. Zowel tussen de partijen zelf als tussen de advocaten. Indien partijen hieruit waren gekomen, dan had dat kunnen leiden tot intrekking van de procedure.
6. Is het college van mening dat de menselijke maat hier tekort is geschoten? Zo nee, waarom niet?
Nee. Het handelt hier om een zakelijk conflict waarin echter ook veelvuldig is gesproken met de heer Ardesch om te proberen tot een minnelijk vergelijk te komen.
7. Bent u het met de PVV eens dat deze zaak veel vragen in de publieke opinie oplevert, en dat de uitkomsten van het WOB-verzoek hier niet positief aan bijdragen?
Zo ja, bent u bereid om de raad volledig over dit dossier te informeren opdat de waarheid boven tafel komt? Zo nee, waarom niet?
Nee. In de afgelopen jaren is uw raad uitvoerig geïnformeerd over de zaak. Zowel via eigen sessies als via het beantwoorden van artikel 35 vragen die door verschillende raadsleden zijn gedaan. Daarin hebben wij u laten zien dat het hier om een zakelijk conflict gaat en wij een vordering hebben op Wellinga die middels een rechtelijk vonnis is bekrachtigd. We hebben verteld over de vele gesprekken die we hebben gevoerd met de directeur/eigenaar om tot een vergelijk te komen voor en na de rechterlijke uitspraak. Betrokkene heeft alle mogelijkheden gehad om zijn ongenoegen en klachten te uiten bij ons en andere partijen. Op sommige punten heeft hij daarin gelijk gekregen maar ten aanzien van de kern van de zaak zeker niet.
8. Kan het college garanderen dat zij nooit meer bewust zullen aansturen op een rechtszaak terwijl er nog voldoende (alternatieve) oplossingen op tafel liggen?
De vraagstelling impliceert dat er in het verleden wel bewust op het voeren van een procedure is aangestuurd. Dit is incorrect. Dat is in het verleden niet gebeurd en zal ook in de toekomst niet gebeuren.
9. Bent u bereid om de Nationale Ombudsman alsnog te voorzien van het antwoord dat geen herformulering heeft ondervonden, opdat de Nationale Ombudsman een advies kan geven op de werkelijkheid?
In deze vraagstelling zit wederom een onjuiste aanname. De brief aan de Nationale Ombudsman is een juiste weergave van de feiten en standpunten van de gemeente.
Enschede, 1 juni 2022 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de Burgemeester,
E.A. Smit
R.W. Bleker
Bekijk de brief: Beantwoording art. 35 vragen (PVV)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.