EHO cie ROLO 13092023
Een raadslid stelde op 13 september 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Heerlen.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording vragen JPH inzake Eurohandelsonderneming Cie ROLO 13092023
VRAGENSET A: BESTEMMINGSPLAN EN HANDHAVING Vraag A1 Gedurende de laatste tien jaar zijn er diverse toezeggingen, zowel mondeling als schriftelijk, gedaan aan Eurohandelsonderneming door ambtenaren en wethouders. Kunt u in chronologische volgorde aangeven welke toezeggingen dit zijn geweest door ambtenaren van de gemeente Heerlen en namens het college? Ter verduidelijking: naast het opvragen van deze informatie uit de gemeentelijke administratie, verzoeken wij ook deze informatie direct op te vragen bij de directie van Eurohandelsonderneming.
Antwoord A1 Voor een overzicht van de door Eurohandelsonderneming ingediende verzoeken en de behandeling daarvan verwijzen naar de tijdlijn die u ontvangen heeft als bijlage bij de beantwoording van de art. 33-vragen van OPH, PVV en HartLeers.
Wellicht ten overvloede willen wij opmerken dat wij in zijn algemeenheid willen meedenken met ondernemers die willen c.q. investeren/uitbreiden in onze stad. Dat is in deze casus zeer zeker ook steeds het geval geweest. Daarbij is ook aangegeven dat dit een moeilijk traject zou worden en dat daarvoor instemming nodig zou zijn van o.a. de regio en Provincie. Uit de periode nadien is gebleken dat het niet mogelijk was om met een plan te komen, dat past binnen de kaders. Daarnaast is het zo dat iedere vorm van medewerking, toezegging of anderszins nooit een resultaat resultaatverplichting kan betreffen, maar altijd een inspanningsverplichting. Die bevoegdheid ligt immers bij de raad (en regio en provincie).
Uw vraag over informatie die bij de Eurohandelsonderneming aanwezig is, kunt u rechtstreeks aan de directie van de Eurohandelsonderneming stellen.
Vraag A2 Wat is de reden dat de gemeente op dit moment overgaat tot handhaving en kunt u toelichten waarom juist nu?
Antwoord A2 Zie de tijdlijn die u ontvangen heeft als bijlage bij de beantwoording van de art. 33-vragen van OPH, PVV en HartLeers. Meer gedetailleerd: na een lange tijd van overleg bleek dat er geen ontwikkelmogelijkheden waren om de strijdigheden op het terrein te legaliseren. Na meerdere gesprekken is in een brief van het college in april 2022 aan de Eurohandelsonderneming een termijn gegeven van een half jaar om de strijdigheden op te heffen. Uit controles in november 2022 bleek dat sprake was van een groot aantal overtredingen. Dit heeft geleid tot de start van de handhavingsprocedure, in de vorm van een voornemen dwangsom.
Vraag A3 Gezien de voortdurende toezeggingen en wellicht gewekte verwachtingen in het verleden, bent u het met de Jongerenpartij eens dat dit onjuist is en dat dit niet eenzijdig op Eurohandelsonderneming afgewenteld mag worden? Indien u het hier niet mee eens bent, kunt u dit dan toelichten?
Antwoord A3 Nee. Er is enkel toegezegd dat de mogelijkheden tot legalisatie onderzocht zouden worden. Het gaat derhalve om een inspanningsverplichting, niet een resultaatsverplichting. Het is steeds duidelijk geweest dat de situatie op en rond het terrein van de Eurohandelsonderneming niet voldeed aan het bestemmingsplan en de voorschriften. Na vele jaren planvorming en overleggen is de conclusie getrokken dat er geen oplossing was binnen de kaders.
Er zijn geen toezeggingen gedaan waar een resultaatsverplichting uit voort kwam. Er is een bereidwilligheid uitgesproken om over de plannen in gesprek te gaan. Dat is iets anders dan expliciet of impliciet toestemming te verlenen om een illegale situatie te continueren.
Zie verder het antwoord op vraag A2.
Vraag A4 Kunt u aangeven welke consequenties er zijn verbonden aan het handhaven en gedogen van de huidige bedrijfsvoering en eventueel daarmee samenhangende illegale activiteiten?
Antwoord A4 De consequenties van handhaven zijn het wegnemen van een oneerlijke concurrentiepositie ten opzichte van andere Heerlense (en regionale) bedrijven: een “gelijk speelveld” creëren. Met handhaving wordt invulling gegeven aan de beginselplicht tot handhaving en ons eigen VTH-beleid.
Het is in het algemeen belang om in beginsel handhavend op te treden tegen overtredingen en precedentwerking te voorkomen.
We hebben als gemeente Heerlen niet gedoogd. We zijn al die jaren voortdurend in gesprek geweest met de Eurohandelsonderneming. Toen duidelijk was dat er geen ruimtelijke oplossing te vinden was voor de overtredingen, is (na een coulancetermijn van een half jaar) het handhavingstraject gestart.
Indien het college nu een gedoogbesluit zou nemen om de huidige vastgestelde overtredingen te gedogen, zou dit leiden tot precedentwerking. Dit betekent dat wij vergelijkbare overtredingen op andere locaties ook zouden moeten gedogen vanwege het gelijkheidsbeginsel.
Vraag A5 Heeft de huidige situatie financiële consequenties voor de gemeente en/of andere belanghebbenden?
Zo ja, wie zijn deze mogelijke andere belanghebbenden?
Antwoord A5 Voor de gemeente heeft de huidige situatie geen financiële consequenties. Voor andere belanghebbenden leidt de huidige situatie tot een oneerlijke concurrentiepositie omdat de Eurohandelsonderneming bedrijfsactiviteiten ontplooit zonder de daarvoor benodigde toestemmingen en daarmee handelt in strijd met wet- en regelgeving.
Vraag A6 Heeft het handhaven en gedogen van de huidige situatie financiële consequenties voor de gemeente en/of andere belanghebbenden? Indien ja, wie zijn dan de mogelijke andere belanghebbenden?
Antwoord A6 Zie het antwoord op vraag A4.
Het handhavingstraject en de daar uit voortkomende Woo-verzoeken vragen zeer veel capaciteit van de betrokken afdelingen van de gemeente Heerlen. Deze capaciteit kan niet worden ingezet voor de afhandeling van andere casussen.
Voor andere belanghebbenden leidt de huidige situatie tot een oneerlijke concurrentiepositie omdat de Eurohandelsonderneming bedrijfsactiviteiten ontplooit zonder de daarvoor benodigde toestemmingen.
Vraag A7 Er zijn bij Eurohandelsonderneming voornamelijk medewerkers werkzaam die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben op basis van hun ervaring en opleidingsachtergrond. Hierdoor is ook de werkgelegenheid in gevaar. Kunt u aangeven wat de omvang hiervan is?
Antwoord A7 Deze vraag is uitgebreid beantwoord in de antwoorden op de art. 33-vragen van de OPH, HartLeers en de PVV.
Vraag A8 Leiden de door het college voorgenomen maatregelen tot ontslag, collectief ontslag, of zelfs tot sluiting van Eurohandelsonderneming? Indien ja, hoeveel medewerkers worden hierdoor getroffen en wat is dit uitgedrukt in fulltime equivalenten (fte)?
Antwoord A8 Deze vraag is uitgebreid beantwoord in de antwoorden op de art. 33-vragen van de OPH, HartLeers en de PVV.
Vraag A9 Gezien de omvang van het dossier, de lopende discussies binnen de Heerlense politiek, commissie en raad, en om de vragen zorgvuldig te kunnen beantwoorden, zijn wij van mening dat uitstel gerechtvaardigd is. Bent u bereid de behandeling van dit dossier, deze casus en de voorgenomen maatregelen met drie maanden op te schorten?
Antwoord A9 De vraag lijkt te suggereren dat ons college dit dossier (het verzoek om wijziging van het bestemmingsplan én het handhavingstraject) niet met alle te betrachten zorgvuldigheid behandelt, hetgeen uitdrukkelijk niet het geval is.
Voor zover deze vraag het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan betreft: dit is formeel een bevoegdheid van de gemeenteraad. Ons college raadt af van uitstel.
De keuze om het handhavingstraject al dan niet op te schorten, is aan het college. Wij zien hiertoe op dit moment geen aanleiding. Tegen het handhavingsbesluit staat een juridische procedure open. Het staat het bedrijf vrij een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechter.
VRAGENSET B: MIJNWATER Vraag B1 Kunt u bevestigen dat het Mijnwater project rond het terrein van Eurohandelsonderneming is stopgezet omdat de gemeente Heerlen geen gesprek wilde voeren met de advocaat van Mijnwater, aangezien Eurohandelsonderneming ook aan tafel zat? Indien ja, kunt u dit toelichten? Indien nee, wat is de reden?
Antwoord B1 Nee. Het is aan Mijnwater om overeenstemming te bereiken met de betreffende grondeigenaren waarin zijn de leiding wensen aan te leggen. Mijnwater was in gesprek met EHO om te komen tot overeenstemming. De gemeente is daarin geen partij en zit daarbij ook niet aan tafel. Volgens Mijnwater wenste EHO niet meer mee te werken na het handhavingstraject. Mijnwater kiest ervoor om het tracé over andere gronden te laten lopen.…
Bekijk de brief: Beantwoording vragen JPH inzake EHO cie ROLO 13092023
Bron: raadsinformatie van de gemeente Heerlen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.