27 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Helmond

20260126 Beantwoording vragen (VVD) BSD rekenkameronderzoek

Een raadslid (VVD) stelde op 27 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Helmond (6 vragen).

In het kort

6 vragen en wat het college antwoordt

  • De wethouder was voorzitter van de Stichting en het college had zitting in het stichtingsbestuur. → De wethouder was bestuurder (voorzitter) van de stichting, niet het college.
  • Met circa 40 consortia en diverse pioniers zijn intentieovereenkomsten gesloten. → De betreffende intentieovereenkomsten zijn overeengekomen tussen de Stichting BSD en marktpartijen.
  • Op welk moment in de verdere uitwerking van Nieuw Brandevoort is het college voornemens de financiële randvoorwaarden vast te stellen en deze aan de raad voor te leggen… → De Grondexploitatie van Nieuw Brandevoort staat gepland voor eind dit jaar.
  • Is het college voornemens voor Nieuw Brandevoort te werken met een vaste rapportage voor grote projecten (vaste ijkmomenten, stop/gocriteria)? → Ja, dit gebeurt al.
  • In het rapport wordt een toename van het tekort van circa €35 mln naar €67 mln genoemd. → Zo ja, waarom is geen uitsplitsing opgenomen?
  • U constateert dat niet duidelijk is of sprake is geweest van een formele afronding richting consortia en pioniers. → Betreft vragen aan de Rekenkamercommissie.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen bij een geagendeerd onderwerp Vergadering Agendapunt Ingekomen Indiener Partij Portefeuillehouder Datum antwoord

Gemeenteraad

: Raad 27 januari 2026 : Raadsvoorstel 2026-006 Rapport Rekenkameronderzoek BSD : 20 januari 2026/ 26 januari 2026 : Theo Manders/ Joyce Willems-Kardol/Pieter Vervoort : VVD en vragen tijdens de commissie van de VVD en het CDA : Gaby van den Waardenburg : 26 januari 2026

Korte inleiding bij de vragen Dit betreft een aanvulling op de vragen die reeds eerder zijn beantwoord in aanvang van de commissie. Vanwege de zeer korte termijn waarin wij hebben gepoogd de vragen te beantwoorden, is toen bij enkele vragen de toezegging gedaan dat beantwoording vóór aanvang van de raadsvergadering zou volgen. Daarnaast hebben we de toezeggingen van de wethouder uit de commissie behandeling meegenomen. Tevens zijn ná de commissie nog aanvullende vragen gesteld door de VVD. Er zijn ook een aantal vragen gesteld die meer zijn gericht op de ontwikkeling van Nieuw Brandevoort. Deze zijn in deze notitie ook beantwoord.

Technische vragen voor het college, vragensteller raadslid Manders:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

De wethouder was voorzitter van de Stichting en het college had zitting in het stichtingsbestuur. Welke afspraken golden destijds om belangenverstrengeling en onduidelijke sturing te voorkomen? Graag ingaan op afspraken over mandaat, wel of niet meebeslissen, verslaglegging en momenten waarop de raad werd betrokken.

Antwoord van het college

De wethouder was bestuurder (voorzitter) van de stichting, niet het college. In de statuten van de stichting zijn afspraken vastgelegd o.a. over het bestuur. Besluitvorming binnen de gemeente ten aanzien van BSD en de stichting BSD heeft plaatsgevonden in het college en op bepaalde moment in de raad. De wethouder was voor dergelijke besluiten dus niet gemandateerd.

Vraag 2

Met circa 40 consortia en diverse pioniers zijn intentieovereenkomsten gesloten. Hoe is de beëindiging van deze afspraken formeel afgehandeld? Graag aangeven of LOI’s officieel zijn beëindigd, of er afspraken zijn gemaakt over compensatie, of er claims of lopende risico’s zijn, en of hieruit nog aandachtspunten volgen voor de gemeente.

Antwoord van het college

De betreffende intentieovereenkomsten zijn overeengekomen tussen de Stichting BSD en marktpartijen. De gemeente was hierbij geen partij. De intentieovereenkomsten zijn als gevolg van de koerswijziging niet verlengd. Aan de betrokken partijen is aangegeven dat uw raad op 2 juli 2024 heeft besloten te stoppen met het project BSD en de gemeente het gebied zelf zal gaan ontwikkelen.

Voor zover de gemeente bekend zijn er geen afspraken met partijen gemaakt over compensatie, nu er sprake was van een intentiefase waarbij elke partij de eigen kosten zou dragen.

Vraag 3

Op welk moment in de verdere uitwerking van Nieuw Brandevoort is het college voornemens de financiële randvoorwaarden vast te stellen en deze aan de raad voor te leggen, waaronder het maximaal acceptabele tekort, de risicobuffer en de bijsturingsmomenten?

Antwoord van het college

De Grondexploitatie van Nieuw Brandevoort staat gepland voor eind dit jaar.

Vraag 4

Is het college voornemens voor Nieuw Brandevoort te werken met een vaste rapportage voor grote projecten (vaste ijkmomenten, stop/gocriteria)? Zo ja, welke frequentie wordt voorzien, welke vaste onderdelen worden opgenomen (bijvoorbeeld financiën, planning en risico’s) en op welke wijze wordt de raad geïnformeerd (integraal, niet via één afzonderlijk kanaal)?

Antwoord van het college

Ja, dit gebeurt al.

Technische vragen aan de Rekenkamercommissie

Vraag 5

In het rapport wordt een toename van het tekort van circa €35 mln naar €67 mln genoemd. Heeft de Rekenkamer de onderliggende rekenmodellen en doorrekeningen ingezien?

Antwoord van het college

Zo ja, waarom is geen uitsplitsing opgenomen? Zo nee, welke informatie adviseert u de raad om alsnog bij het college op te vragen?

Vraag 6

U constateert dat niet duidelijk is of sprake is geweest van een formele afronding richting consortia en pioniers. Heeft u geprobeerd dit te verifiëren? Zo nee, welke documenten of informatie adviseert u de raad om op te vragen om dit zorgvuldig en risicoarm in beeld te krijgen?

Antwoord van het college

Betreft vragen aan de Rekenkamercommissie.

Technische vragen voor het college, vragensteller raadslid Willems-Kardol:

Stichting BSD In de begroting 2026 (p. 62 en p. 171) staat dat de subsidie aan Stichting Brainport Smart District wordt verlaagd, maar dat de stichting tot minimaal 2029 wordt voortgezet en gefinancierd. En het antwoord in de technische vragen was:

Vanwege het stopzetten van de gebiedsontwikkeling van Brainport Smart District (BSD) heeft de betrokken partner, Stichting BSD, minder middelen nodig voor de uitvoering van haar activiteiten.

In juni 2025 is een NGF-subsidie van €6,1 miljoen definitief toegekend voor innovatie in de woningbouw. Deze middelen zijn rechtstreeks beschikt aan de deelnemende partijen, waarvan €210.000 aan Stichting BSD. De subsidie is bedoeld voor programmamanagement en het stimuleren van innovatie, onder meer via kennisdeling, netwerkvorming en inzet van expertise binnen de projectgroep. De subsidie wordt ingezet binnen de vastgestelde looptijd van het programma. 1a. Welke concrete werkzaamheden en opgaven voert Stichting BSD uit in de periode 2026–2029?

Gelden deze werkzaamheden volledig voor Nieuw Brandevoort, of (mede) voor andere projecten? Zo ja, welke?

Antwoord:

De werkzaamheden betreffen de verantwoordelijkheid voor een tweetal zogenaamde werkpakketten die binnen de totale NGF lopen. Een groot deel betreft de begeleiding van de NGF middelen die aan een tweetal ontwikkelaars is verleend welke afspraken hebben gemaakt ten tijde van BSD. Deze ontwikkelingen lopen nog steeds en hangen dus samen met de NGF-middelen. 1b. Welke concrete activiteiten en meetbare resultaten worden met de € 210.000 NGF-middelen door Stichting BSD uitgevoerd?

Antwoord: zie 1a.

1c. Waarom is de website van Stichting BSD, inclusief het digitale archief, al geruime tijd offline?

Waar zijn de documenten en het digitale archief van Stichting BSD momenteel opgeslagen en op welke wijze zijn deze toegankelijk voor de raad en het publiek?

Is bij het offline halen van de website rekening gehouden met de archiefplicht en transparantie richting de raad?

Antwoord: ja, het digitale archief bestaat nog steeds. Tevens zijn relevante stukken verstrekt bij raadsinformatiebrief 2024/41. 1d. In de stukken staat dat sprake is van een subsidierelatie omdat uitsluitend publieke partijen deelnemen aan de stichting.

Wie maken momenteel deel uit van:

• het bestuur en/of de directie van Stichting BSD; en

• welke (innovatie)samenwerkingspartners zijn op dit moment nog aan de stichting verbonden?

Antwoord:

In de stichting hebben op dit moment zitting: de heer Salet vanuit TUe en de heer Van Nunen vanuit Brainport Development.

Via het NGF zijn 2 partijen verbonden. Dit zijn Hendriks Coppelmans en Cedrus. Zij werken voor de ontwikkeling van de NGF woningen samen met verschillende bedrijven. 1e. Het rekenkamerrapport concludeert: “Het idee van de Stichting BSD was goed bedoeld, maar de werkzaamheden hadden – achteraf bezien – niet op deze wijze buiten de gemeentelijke organisatie moeten plaatsvinden.” Hoe reflecteert het college op deze conclusie, en waarom is ervoor gekozen de samenwerking met Stichting BSD voort te zetten?

Antwoord:

Er is voorlopig gekozen voor voortzetting van de stichting BSD, omdat hier de kennis rond de aanvraag van de NGF zit. Vanuit het college was er de wens om ervoor te zorgen dat deze middelen in Helmond zouden landen. 1e – NGF-kennis en financiering Welke specifieke kennis met betrekking tot het Nationaal Groeifonds is binnen Stichting BSD aanwezig die niet (meer) binnen de gemeentelijke organisatie beschikbaar is?

Hoeveel middelen zijn of worden ontvangen vanuit het NGF en welk deel hiervan betreft cofinanciering door de gemeente?

Antwoord: de stichting heeft de aanvraag NGF gedaan en heeft daardoor deze specifieke kennis. De stichting is momenteel ook de penvoerder als het gaat om de begeleiding van de uit de NFG voortkomende bouwprojecten.

Vanuit NGF betreft het 220.000. De gelden van de stichting zijn opgenomen in de begroting en bedragen voor de komende jaren in totaal 711.000. 1f. Kan het college de jaarstukken over 2024 en 2025 van Stichting BSD bij de beantwoording met de raad delen?

Antwoord:

Wanneer deze beschikbaar zijn zullen ze worden gedeeld.

Rol Stichting BSD bij Nieuw Brandevoort 2a. Welke rol vervult Stichting BSD bij de ontwikkeling van Nieuw Brandevoort?

Antwoord:

De stichting BSD heeft geen enkele rol bij de ontwikkeling. Ze hebben enkel betrokkenheid bij de NGF woningen.

2b. Hoe is de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeente en Stichting BSD formeel vastgelegd?

Antwoord:

Formeel is de doelstelling van Stichting BSD vastgelegd in haar statuten en wel als volgt: "Het initiëren ondersteunen van onderzoek naar, het valoriseren van, het realiseren van en het adviseren -ook van marktpartijen- ten aanzien van innovatieve systematische en duurzame oplossingen voor hedendaagse (globale) maatschappelijke probleemstellingen te einde gebruikmaking van circulaire materialenstromen, nieuwe technologische inzichten en toepassingen een duurzame, sociale en aantrekkelijke woon-, werk-, en leefomgeving te creëren, middels een systeem van open innovatie, alsmede het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn".

Met andere woorden, de innovatie bevorderende verantwoordelijkheid, uit te voeren in de gemeente Helmond als daarbuiten, ligt bij de stichting.

Tegelijkertijd gebeurt dat heel nadrukkelijk onder de volgende voorwaarden van de gemeente, conform het Collegebesluit van 1-5-2018:

· De gemeente Helmond draagt geen publiekrechtelijke bevoegdheden over aan de stichting.

· De gemeente Helmond behoudt de volledige zeggenschap over de gemeentelijke grondexploitatie.

· De gemeente Helmond kan een bindende voordracht doen voor het aanwijzen van de voorzitter van het bestuur van de stichting. Een lid van het College neemt namens de Gemeente zitting in het bestuur en is tevens voorzitter van het bestuur van de stichting.

· De gemeente Helmond heeft bij het innemen van het voorzitterschap een vetorecht in het bestuur van de stichting. Dit betreft de volgende onderwerpen:

1. Besluiten, die naar het uitsluitend oordeel van de voorzitter, negatieve gevolgen zouden kunnen hebben op (het saldo van) de gemeentelijke grondexploitatie door de Gemeente Helmond in de wijk Brandevoort;

2. Besluiten als bedoeld in artikel 6, 11, 12 en/of 13 van de statuten;

3. Besluiten waarbij, naar het uitsluitend oordeel van de voorzitter, fundamenteel wordt afgeweken van het Brainport Smart District-concept.

In het rekenkamerrapport wordt opgemerkt dat relatief laat is onderkend dat sprake was van meerdere grondeigenaren en bouwclaims. 2c. Welke grondeigenaren en bouwclaims zijn van kracht bij de ontwikkeling van Nieuw Brandevoort?

Antwoord:

Er is een deel van de gronden die bestemd zijn voor het bedrijventerrein in handen van MASA development. Daarnaast heeft de Hoa partner Cead vanuit eerdere bouwclaims een positie.

Huisvesting Stichting BSD 3a. Stichting BSD is gehuisvest aan Diepenbroek 8 (locatie Stadsboerderij). Wanneer en voor welk bedrag is dit pand door de gemeente aangekocht?

Antwoord:

Dit is in 2010 gebeurd. De aankoopsom bedroeg 1,5 miljoen euro. 3b. Sinds wanneer is sprake van anti-kraakgebruik, en is dit momenteel nog het geval?

Antwoord:

Het woongedeelte is direct gebruikt als anti-kraak en dit is nog steeds het geval. Het werkgedeelte is tot eind 2025 in gebruik geweest bij de stichting.

3c. Kan het college het gemeentelijk onderzoek delen waaruit blijkt dat dit pand geen gemeentelijke waarde heeft?

Antwoord:

De cultuurhistorische waarde van het pand is meerdere malen onderzocht. Zo blijkt uit de inventarisatie en waardering boerderijen brandevoort II MAB (4-3-2005) dat het pand over onvoldoende waarde beschikt voor de aanwijzing als monument, maar wel voldoende voor de aanwijzing als beeldbepalend object. Deze waardering is in 2020 nogmaals beoordeeld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en in 2024 geactualiseerd door een bouwhistoricus van het monumentenhuis.

Verder heeft het college op 9 juli ingestemd met het herstellen van het rieten dak naar aanleiding van de huidige maatschappelijke functie van het pand. Ook ten behoeve van een mogelijke maatschappelijke functie die het pand kan vervullen in de toekomstige ontwikkeling. 3d. Waarom acht het college dit pand desondanks nog steeds belangrijk voor de gemeente, positioneert deze het centrum van Nieuw Brandevoort hieromheen, terwijl uit onderzoek blijkt dat het niet is aangewezen als gemeentelijk monument en geen historische waarde heeft?

Antwoord:

Dit pand heeft weliswaar geen monumentale waarde maar is wel een potentieel beeldbepalend pand en zal liggen tegen het groene gebied aan. Door deze te bewaren laten we een deel van de geschiedenis van het gebied in ere. De gedachte is vanuit het gebied de wijk te ontwikkelen waarbij zoveel mogelijk de huidige kwaliteit behouden blijft.

Leerpunten en doorwerking naar Nieuw Brandevoort 4a. Daarnaast moest het onderzoek met leerpunten een solide basis bieden voor toekomstige gebiedsontwikkelingen in Helmond en ontwikkeling van het plangebied wijk BrandevoortNoord. Heeft het college, naast de aanbevelingen van de Rekenkamer, aanvullende leerpunten geïdentificeerd? Zo ja, welke zijn dit specifiek in relatie tot Nieuw Brandevoort?

Antwoord:

Hierbij verwijzen wij naar de college reactie. 4b. Hoe zijn deze leerpunten concreet verwerkt in het raadsvoorstel Nieuw Brandevoort dat in februari 2026 aan de raad wordt voorgelegd?

Antwoord:

Helaas is het rapport te laat verschenen om direct meegenomen te worden in het raadsvoorstel Nieuw Brandevoort. Wel zullen de opmerkingen zoals ook door het college is aangegeven meegenomen worden in de verdere uitwerking van de plannen. Tevens verwijzen wij u naar hetgeen staat omschreven op pagina 9 van het raadsvoorstel, onder het kopje ‘Geleerde lessen uit vorige plannen'. Dit sluit aan bij hetgeen is aangegeven in de bestuurlijke reactie. 4c. In het rapport wordt gesteld door de programmamanager: “Er zijn bijvoorbeeld ook heel wat studenten en PhD’s geweest die hierop gestudeerd en afgestudeerd zijn. Die kennis is niet weg, maar wel verspreid; er is geen document dat de lessen bundelt.” Welke studies zijn uitgevoerd in het kader van BSD, en wat zijn de belangrijkste lessons learned?

Zijn deze gebundeld in één document (zo ja, kan dit met de raad worden gedeeld)? Zo nee, wanneer volgt dit document?

Antwoord:

Zoals gesteld is er geen document beschikbaar die dit gebundeld heeft. Met name in de beginfase zijn er vanuit de TUe verschillende afstudeerders op onderdelen geweest. Doordat dit vooral in het begin gebeurd is, is er ook geen overkoepelende notitie meer te maken.

4d. In de college-reactie staat: “Concreet voor Nieuw Brandevoort geven we hier al invulling aan door het maken van formele afspraken over governance met betrokken externe partijen. Dit doen wij op basis van een deskundig (extern) advies en het inrichten van een stuur- en regiegroep met vastgelegde opdracht en bevoegdheden.” Welke externe partijen zijn hierbij betrokken, en welke stuur- en regiegroepen zijn ingericht?

Wat zijn hun opdrachten en bevoegdheden?

Antwoord:

CeAd is de partner met wie afspraken zijn gemaakt in het kader van de Head of Agreement, zoals bij uw raad bekend. Met een drietal woningcorporaties zijn ook afspraken gemaakt. Dit zijn Compaen, Wocom en Woonbedrijf. Zij zullen gezamenlijk invulling gaan geven aan de sociale woningopgave in Nieuw Brandevoort. CeAd (Hoa partner) heeft naast de gemeente zitting in de regiegroep en de stuurgroep. De woningcorporaties zitten in de stuurgroep. De HoA partner is mede opdrachtgever van de stedenbouwkundige ontwikkelvisie. 4e. De raad constateert dat bij BSD onvoldoende in scenario’s is gedacht.

Wordt scenario-denken inmiddels structureel toegepast bij Nieuw Brandevoort? Zo ja, op welke wijze?

Antwoord:

Nee, er wordt niet zozeer in scenario’s gedacht, maar het werken van grof naar fijn wordt toegepast.

Werken van grof naar fijn betekent dat de haalbaarheid van plannen op elk abstractieniveau getoetst wordt. Tevens wordt het gebied in delen ontwikkeld. Daarbij is er voor het hele gebied geen uitgewerkt plan, maar wordt het gebied in delen uitgewerkt zodat bijgestuurd kan worden als er de wens bestaat om de plannen aan te passen. Het raamwerk ligt vast daarbinnen wordt gestreefd naar zoveel mogelijk flexibiliteit.

Samenwerkingsovereenkomsten en bouwclaims 5a. In het rapport staat dat in 2006 een samenwerkingsovereenkomst/bouwclaimovereenkomst is gesloten voor Brandevoort Noord. Welke concrete afspraken zijn hierin gemaakt, en zijn deze afspraken nog van kracht?

Antwoord:

Dit betreft de Head of Agreement, die eerder met uw raad is gedeeld. Deze afspraken zijn in beginsel nog steeds van kracht. 5b. Welke andere bindende afspraken, allonges of intentieovereenkomsten (LOI’s) zijn momenteel nog van kracht?

Antwoord:

Er is met de woningcorporaties ook een overeenkomst gesloten (zie ook RIB 2023/44 over het convenant 'realisatie sociale ruggengraat BSD'). Deze is eind vorig jaar geactualiseerd naar de uitgangspunten voor Nieuw Brandevoort overeenkomstig het raadsbesluit van juli 2024. 5c.Verder staat vermeld dat in december 2017, september 2019, maart 2023 en oktober 2024 wijzigingen zijn aangebracht via allonges.

Wat is concreet in de allonge van oktober 2024 gewijzigd, en waarom?

Antwoord:

Deze aanvullende afspraken hielden verband met de koerswijziging BSD.

Vraag 6 – Koppeling grex en impact deelgebieden Brandevoort II 6a. De grondexploitatie van Brandevoort-Noord was gekoppeld aan BSD voor Brandevoort II en daar is veel over geschreven in het rapport. Wat is de (financiële) impact van BSD op andere projecten binnen Brandevoort II, zoals Hazenwinkel en Liverdonk, ten opzichte van de oorspronkelijke opzet?

Antwoord:

Het is de bedoeling om de huidige grondexploitatie Brandevoort 2 te gaan splitsen in 2 grondexploitaties. Een grondexploitatie Brandevoort 2 Zuid voor het gedeelte onder het spoor en een grondexploitatie Nieuw Brandevoort voor het gedeelte boven het spoor. Een belangrijke reden om dit te doen is de restant looptijd voor beide gebieden. Het gedeelte onder het spoor is in de laatste fase van het grondexploitatieproces, de laatste blokken in Hazenwinkel worden komende jaren ontwikkeld en Liverdonk is nagenoeg volledig klaar. De verwachte einddatum van deze grondexploitatie Brandevoort 2 Zuid zal ergens rond 2030 liggen. De verwachte einddatum van Nieuw Brandevoort ligt naar verwachting ergens rond of na 2040. Dus minimaal 10 jaar later.

Met de splitsing van deze 2 grondexploitaties komen ze ook financieel helemaal los van elkaar te staan. De keuzes die nog worden gemaakt op het gebied boven het spoor (Nieuw Brandevoort ) hebben dan dus geen financiële impact meer op het verwacht eindresultaat van de grondexploitatie Brandevoort Zuid (o.a. Liverdonk en Hazenwinkel).

Tot aan het moment van de splitsing hebben de keuzes die zijn gemaakt wel een financiële impact gehad. De gemaakte kosten en opbrengsten op enerzijds het zuidelijk gedeelte en anderzijds het noordelijk gedeelte zijn grotendeels los van elkaar gemaakt. Echter door de vertraging in de planuitvoering op het noordelijk gedeelte wordt het resultaat op het zuidelijk gedeelte tot aan de verwachte einddatum (JRK 2024: 1 januari 2041) meegerekend in het verwacht eindresultaat van de huidige grondexploitatie. Dit is van invloed geweest op de rentelast waar mee gerekend moest worden. Als straks de splitsing is gedaan komt deze rentelast (of inmiddels een rentebaat omdat het verwacht eindresultaat op het zuidelijk gedeelte positief is geworden) te vervallen. Maar zoals gezegd zijn de kosten en opbrengsten grotendeels los van elkaar gemaakt en hebben ze dus behoudens de rentelast geen of nauwelijks een financiële impact op elkaar gehad.

Vraag 7 – Afspraken woningcorporaties en bevoegdheden 7a. “Ook maakt het college in 2021 afspraken met de woningcorporaties Compaen, Woonbedrijf Eindhoven en woCom afspraken over de onderlinge samenwerking en het percentage sociaal woningbouwprogramma in BSD.” Wanneer zijn deze afspraken concreet gemaakt en hoe verhouden deze afspraken zich tot het raadsbesluit van 22 februari 2022, waarin hierover indirect is besloten?

Antwoord:

Op 22 februari 2022 heeft uw raad ingestemd met het Masterplan – Beeldkwaliteitsplan Brainport Smart District, d.d. december 2021, waarin een verhoging van 18% naar 25% sociale woningbouw was opgenomen.

In samenwerkingsafspraken die het college en de woningcorporaties in 2021 hebben gemaakt, is het volgende afgesproken: 'Een kleine projectorganisatie met deelnemers van de gemeente en corporaties (Compaen, Woonbedrijf en woCom) buigt zich over de lopende gebiedsontwikkeling en de sociale ruggengraat van Brandevoort/BSD.' Dit is in de reguliere prestatieafspraken in december 2022 bevestigd. Hierin is opgenomen dat de gemeente en de corporaties op de locatie Brainport Smart District (BSD) in overleg zijn om te komen tot een gezamenlijk gebiedsontwikkeling.

In april 2023 is met het convenant ‘Realisatie sociale ruggengraat BSD’ uitvoering gegeven aan de samenwerkingsafspraken. In dit convenant benadrukken partijen een partnership aan te gaan over BSD voor 25% van het totaal aantal te realiseren woningen in BSD (RIB 2023/44). 7b. In hoeverre is het college bevoegd - heeft ze mandaat om af te wijken van aantallen en typen woningen, zolang dit binnen de vastgestelde grondexploitatie past? En hoe is dit mandaat bij Nieuw Brandevoort?

Antwoord:

Hierbij verwijzen wij naar de MPG die in het najaar besproken is. Zoals eerder aangegeven wordt de grondexploitatie Nieuw Brandevoort door de raad aan het eind van het jaar vastgesteld.

Aanvullende vragen tijdens commissiebehandeling:

Wethouder Van den Waardenburg zegt toe om schriftelijk te antwoorden op de volgende vragen:

• Waarom is er bij BSD gekozen voor een stichting en niet voor een PPS-constructie;

Antwoord:

We kunnen niet direct meer achterhalen en of een PPS is overwogen. Wel had de gemeente negatieve ervaringen met de PPS-constructie (Suytkade). Bedoeling was een entiteit op afstand van de gemeente op te richten die beter in staat was de innovatieve kant van het geheel op te pakken en subsidies voor het gebied te verkrijgen. De relatie met de gemeente is vanaf het begin verankerd via het bestuur.

•

Zijn er unieke innovatieve ontwikkelingen voortgekomen uit BSD of alleen maar zaken die ook al elders zijn toegepast;

Antwoord:

BSD was in vele opzichten een innovatief project. Zo is er nagedacht over alternatieve watersystemen, in vergaande mate duurzaam bouwen, mobiliteit was een belangrijke opgave. Een groot deel van de zaken zijn later landelijk opgepakt. Voor een deel omdat de techniek zich snel ontwikkelde en de vernieuwingen door de tijd werden ingehaald, voor een deel omdat men gebruik maakte van de ervaringen uit het BSD traject.

Vraag:

• Worden de ontwikkelingskosten BSD als verlies afgeboekt of worden ze meegenomen in het nieuwe project voor Brandevoort.

Antwoord:

De ontwikkelingskosten van BSD zijn in de loop der jaren een integraal onderdeel geweest van de totale kosten op de huidige Grondexploitatie Brandevoort 2. Deze grondexploitatie Brandevoort 2 moet volgens de BBV voorschriften worden gewaardeerd op basis van het oude plan, totdat door de gemeenteraad een nieuwe grondexploitatie wordt vastgesteld. Voor het verwacht verlies op eindwaarde van het oude plan is een verliesvoorziening getroffen.

Zodra door de raad de nieuwe grondexploitatie voor Nieuw Brandevoort wordt geopend zal de huidige grondexploitatie Brandevoort 2 worden gesplitst in een Grondexploitatie Brandevoort 2 Zuid (het gebied onder het spoor) en een Grondexploitatie Nieuw Brandevoort. In deze Grondexploitatie Nieuw Brandevoort zijn in de boekwaarde (wat is er tot nu toe meer uitgegeven dan ontvangen) alle kosten en opbrengsten opgenomen die ooit zijn gemaakt voor het gebied boven het spoor, dus ook de in het rapport genoemde kosten die zijn gemaakt voor de planontwikkeling, interne uren en verwervingen in de periode dat BSD het uitgangspunt van de grondexploitatie was. De ontwikkelingskosten van BSD zijn dus een integraal onderdeel van de nieuwe grondexploitatie Nieuw Brandevoort en worden dus niet als een verlies afgeboekt. Wel wordt straks voor het verwacht verlies op eindwaarde van de nieuwe grondexploitatie Nieuw Brandevoort direct een verliesvoorziening gevormd.

Technische vragen voor het college, vragensteller raadslid Willems-Kardol: 3a – Aankoop pand Diepenbroek 8 Het pand aan Diepenbroek 8 is op 8 januari 2010 door de gemeente aangekocht voor circa € 1,5 miljoen, terwijl de WOZ-waarde destijds aanzienlijk lager lag (onder de € 400.000).

Welke overwegingen lagen ten grondslag aan de aankoop van dit pand en hoe is de aankoopprijs destijds tot stand gekomen?

Graag ook ingaan op de functie die het pand op dat moment had binnen het gemeentelijk beleid en de afweging ten opzichte van eventuele alternatieven.

Antwoord: Het pand was in gebruik als woonhuis én kantoor waar ongeveer 15 werkplekken gehuisvest waren. Het pand is aangekocht op onteigeningsbasis, dus verkoper is volledig schadeloos gesteld, conform een onafhankelijk taxatierapport.

3b – Huisvesting Stichting BSD Waar is Stichting BSD sinds 2026 gehuisvest?

Antwoord: deze is statutair gevestigd aan de Diepenbroek 8 3c – Aankoop overige panden Welke andere panden in dit gebied zijn door de gemeente aangekocht, wanneer en tegen welke waarde? Wat was de overweging om deze panden wel aan te kopen en andere panden, zoals Diepenbroek 3, niet?

Antwoord: Panden in de buurt zijn allemaal aangekocht op dezelfde basis, volledige schadeloosstelling (onteigeningsbasis) en panden moesten allemaal wijken voor de ontwikkeling van Brandevoort. Diepenbroek 3 is ook aangekocht op dezelfde basis als hiervoor. 3c en 3d – Beeldbepalend pand Indien is gekozen voor behoud vanwege de beeldbepalende waarde: waarom is het pand dan door de gemeente aangekocht en niet op de markt gelaten als woonhuis?

Waarom zijn andere panden in dit gebied in dat geval niet eveneens aangekocht?

Antwoord: vanwege de strategische ligging van de locatie. Tevens is het pand nadien in gebruik genomen als huisvestingslocatie van de stichting. Panden in de buurt van Diepenbroek 8 zijn allemaal aangekocht op dezelfde basis, met een volledige schadeloosstelling (op onteigeningsbasis). 4d en 5b – Afspraken woningcorporaties Welke (bindende) afspraken zijn gemaakt met de drie woningcorporaties?

Wat is eind vorig jaar concreet gewijzigd in deze overeenkomst en op basis van welke uitgangspunten voor Nieuw Brandevoort?

Antwoord: de afspraken waren gebaseerd op BSD. Daarin vormden ze de sociale ruggengraat. Eind vorig jaar is deze aangepast naar de door de raad vastgestelde uitgangspunten van Nieuw Brandevoort. Tevens zijn daarbij de afspraken opgenomen uit de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie. 5c – Allonge oktober 2024 Nogmaals het verzoek om concreet toe te lichten: wat is gewijzigd in de allonge van oktober 2024?

Antwoord: dit komt voort uit het raadsbesluit waarin de kaders voor Nieuw Brandevoort zijn vastgesteld.

Bekijk de brief: 20260126 Beantwoording vragen (VVD) BSD rekenkameronderzoek

Bron: raadsinformatie van de gemeente Helmond (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Helmond

Alle artikel 35-vragen in Helmond