schriftelijke vragen GB en CDA - Grondbeleid.pdf
Een raadslid stelde op 6 april 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college het eens dat de ontwikkeling van de kleinere bouwlocaties ook belangrijk is voor Hoogeveen? → Ja, ook de ontwikkeling van kleinere bouwlocaties zijn van belang voor Hoogeveen.
- Is het college het eens dat het niet ontwikkelen van deze locaties een onwenselijk situatie oplevert? → Ja, het niet ontwikkelen van deze locaties kan leiden tot verpaupering, afkalving van het voorzieningenniveau en het niet realiseren van onze woondoelstellingen, in het bijzonder de…
- Zo ja, met welke snelheid stapt de gemeente in op het moment dat blijkt dat er bouwlocaties zijn die niet aantrekkelijk zijn voor de ‘markt’? → Dat kan snel.
- Op basis van welk criterium wordt – onvoldoende – getoetst, indien de markt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet of onvoldoende oppakt”? → Criteria die daarbij een rol zullen spelen zijn o.a.: • Zijn alle kanalen om de markt te interesseren voor de locatie voldoende bewandeld? • Zijn alle mogelijkheden voor subsidie voldoende…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan de leden van de Gemeenteraad
Datum: 4 april 2022 Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen Gemeentebelangen en CDA ontwikkeling van kleinere bouwlocaties
Ons kenmerk:
Geachte heer, mevrouw, Op 28 maart 2023 hebben de fracties van Gemeentebelangen en CDA schriftelijke vragen gesteld over de ontwikkeling van kleinere bouwlocaties.
De vragen luidden als volgt (cursief) en de antwoorden zijn toegevoegd:
Aanleiding In de raadsvergadering van 6 april 2023 aanstaande komt het onderwerp grondnota aan bod, er wordt van de raad gevraagd de nota grondbeleid 2023–2027 en de beleidsregels grondbeleid 2023-2027 vast te stellen. In het raadsbesluit onder uitgangspunten nota grondbeleid Artikel 2. Staat dat
1. De gemeente Hoogeveen zal zoveel mogelijk facilitair grondbeleid voeren en daarbij sturing geven aan de ruimtelijke ontwikkeling door de wettelijke instrumenten zo effectief mogelijk in te zetten. En 2. Indien de markt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet of onvoldoende oppakt, kan - indien de risico’s die hiermee gepaard gaan op verantwoorde wijze in de gemeentebegroting gedragen kunnen worden - gekozen worden voor actief grondbeleid.
Over het algemeen telt de regel, hoe groter het project hoe makkelijker een projectontwikkelaar aansluit en er wel ‘brood’ inziet, maar de woningbouwopgave die Hoogeveen telt in de kernen, maar ook bij de dorpen gaat niet altijd over grote projecten, maar behelst ook een gedeelte kleinere woningbouwlocaties en ontwikkelingen die niet per se interessant zijn voor ontwikkelaars of die niet in aanmerking komen voor de markt.
Het grondbeleid kan daarin een aanjager zijn, het nieuwe beleid richt zich op faciliteren tenzij. Voor Gemeentebelangen en het CDA is het wel belangrijk om te weten hoe de tenzij moet worden gelezen wanneer het kleinere woningbouwlocaties aangaat en percelen bij de dorpen.
Gemeentebelangen en het CDA Hoogeveen hebben over het bovenstaande de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college het eens dat de ontwikkeling van de kleinere bouwlocaties ook belangrijk is voor Hoogeveen?
Antwoord van het college
Ja, ook de ontwikkeling van kleinere bouwlocaties zijn van belang voor Hoogeveen.
Vraag 2
Is het college het eens dat het niet ontwikkelen van deze locaties een onwenselijk situatie oplevert?
Antwoord van het college
Ja, het niet ontwikkelen van deze locaties kan leiden tot verpaupering, afkalving van het voorzieningenniveau en het niet realiseren van onze woondoelstellingen, in het bijzonder de bouwdoelstelling voor eigen inwoners.
Pagina 1 van 2
Vraag 3
Zo ja, met welke snelheid stapt de gemeente in op het moment dat blijkt dat er bouwlocaties zijn die niet aantrekkelijk zijn voor de ‘markt’?
Antwoord van het college
Dat kan snel. Er zullen situaties zijn waarin overduidelijk is dat er geen interesse van de markt is. In die gevallen komt de optie om actiever grondbeleid te voeren vlot op tafel. Over deze optie kunnen we met de nieuwe nota grondbeleid ook snel beslissen. Dit omdat we via de reserve grondexploitaties geld reserveren voor de verevening van de negatieve en positieve grondexploitaties én voor de verwerving van gronden. Daardoor kunnen aankoopbesluiten snel genomen worden en hoeven we niet te wachten tot de integrale afweging in de P&C-cyclus.
Uiteraard gaat daar de afweging of we de kosten wel moeten willen dragen aan vooraf. Een goede maatschappelijke kosten-baten analyse kan daarbij behulpzaam zijn. Naast de vraag naar woningen speelt daarin ook de kwaliteit die op de betreffende locatie kan worden toegevoegd een rol. Ook is het van belang te kijken naar de spreiding van de locaties die wel door de markt worden opgepakt. Niet alleen in Hoogeveen, maar ook in de dorpen zullen woningen gebouwd moeten worden.
Vraag 4
Op basis van welk criterium wordt – onvoldoende – getoetst, indien de markt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet of onvoldoende oppakt”?
Antwoord van het college
Criteria die daarbij een rol zullen spelen zijn o.a.:
• Zijn alle kanalen om de markt te interesseren voor de locatie voldoende bewandeld?
• Zijn alle mogelijkheden voor subsidie voldoende onderzocht?
• Is het wenselijk en/of nodig (voldoende vraag) dat de locatie wordt opgepakt of is er in de buurt een andere locatie die ook voldoet en wel door de markt wordt opgepakt?
• Kan de gemeentebegroting het tekort/de risico’s dragen?
• Staan de kosten in verhouding tot maatschappelijke baat.
Ter aanvulling op bovenstaande antwoorden, willen wij u attenderen op de mooie praktijkvoorbeelden waaruit blijkt dat de markt ook de kleinere ontwikkelingen oppakt. Denk daarbij aan de ontwikkelingen in Hollandscheveld en de locaties in Fluitenberg.
Tot slot willen we nog vermelden dat de gemeente ook de mogelijkheid heeft om een bestemmingsplan dat financieel niet haalbaar is toch vast te stellen. De gemeente verhaalt dan haar kosten op de marktpartij tot zover dat mogelijk is en neemt het resterende tekort voor haar rekening. Dit kan uiteraard enkel tot zover de gemeentelijke begroting het tekort kan dragen en nadat echt alle andere mogelijkheden om de ontwikkeling rendabel te maken onmogelijk of onvoldoende zijn gebleken. Zoals in de nota grondbeleid is beschreven, is het grondbeleid maatwerk. Iedere ontwikkeling, ook die van marktpartijen, wordt zorgvuldig door de ambtelijke organisatie doorgerekend, zodat te allen tijde inzichtelijk is welke financiële ruimte een ontwikkeling in zich heeft.
Wij gaan ervan uit dat wij u hiermee voldoende hebben geïnformeerd.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen GB en CDA - Grondbeleid.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hoogeveen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.