13 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Horst aan de Maas

vragen Perspectief 29 december 2025

Een raadslid stelde op 13 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas (28 vragen).

In het kort

28 vragen en wat het college antwoordt

  • Opname van gesprekken Op pagina 6 van het rapport wordt vermeld dat de betrokken ambtenaar een opname heeft laten horen van een gesprek met de gemeentesecretaris en een… → Ja. b.
  • Saneringsovereenkomst en bestuurlijke opstelling a. → b.
  • Grondbeschikking Boomsweg a. → b.
  • Waardering bouwcontingenten a. → b.
  • Publicatieplicht bij grondverkoop a. → Ja; dit is een gevolg van het zogenaamde Didam-arrest van november 2021. b.
  • Rol van de notaris a. → b.
  • Verlening bouwvergunning voormalig ambtenaar a. → Deze vergunning is verleend volgens de reguliere procedure voor het bouwen en een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan binnen de wettelijke termijn van 8 weken.
  • Eigendomsrecht Americaanseweg 99 Welke betekenis heeft het volledig en hypotheekvrij eigendom van de grond aan de Americaanseweg 99, zoals blijkt uit het kadaster en… → Het bestemmingsplan Americaanseweg 99 is opgesplitst in meerdere kavels.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Voordat wij de meeste van uw vragen concreet en volledig beantwoorden, hechten wij eraan om te schetsen wat er gebeurd is in de aanleiding voor dit rapport. Die is namelijk anders dan u in de vraagstelling doet vermoeden en is relevant voor het begrip van het handelen van de gemeente.

In de periode oktober 2024 tot en met januari 2025 kregen wij vragen van De Limburger naar aanleiding van de de grondtransactie tussen de voormalig medewerker en de ondernemer. De vragen gingen (kortgezegd) over de zuiverheid van de grondtransactie. Er was in die fase geen sprake van eventuele verdenking van het aannemen van geld en/of een lening.

Wij hebben de gestelde vragen beantwoord, net als de vervolgvragen. Ook hebben wij gesproken met De Limburger en hebben we hen openbare stukken toegestuurd en inzage verleend in diverse documenten. In dat proces hebben wij zelf bezien of er aanleiding was om te twijfelen aan de zuiverheid van die grondtransactie.

We constateerden dat de voormalig medewerker het voornemen van aankoop had gemeld bij zijn leidinggevende en dat de toenmalige gemeentesecretaris in dat proces betrokken is. Ook kregen wij vragen van De Limburger die naar hun aard niet door ons beantwoord konden worden omdat wij geen partij waren in hetgeen De Limburger vroeg en/of de vragen diep inhoudelijk over enkele dossiers gingen. In de beantwoording van die vragen hebben wij de voormalig medewerker betrokken. In de loop van januari 2025 hebben wij De Limburger laten weten dat wat ons betreft alle vragen beantwoord waren.

In maart 2025 kregen wij in relatie tot dezelfde voormalig medewerker en die grondtransactie de melding dat financiering van de aankoop van de grond had plaatsgevonden door een schenking van de ondernemer die later is omgezet naar een lening. Dat is uiteraard een heel ander signaal en melding dan de vragen die over de grondtransactie gesteld waren.

Op basis van dit signaal/deze melding hebben wij de voormalig medewerker expliciet bevraagd. In een eerste gesprek werd ontkend dat er sprake was van een schenking en/of lening aan de voormalig ambtenaar door de ondernemer. Daags na dit gesprek werden wij gebeld door de voormalig ambtenaar met de mededeling dat het toch anders in elkaar zat en er wél sprake was geweest van een schenking die is omgezet in een lening, verkregen van de betreffende ondernemer.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Opname van gesprekken Op pagina 6 van het rapport wordt vermeld dat de betrokken ambtenaar een opname heeft laten horen van een gesprek met de gemeentesecretaris en een HR-adviseur. a. Was bij aanvang van dit gesprek expliciet gemeld dat het gesprek werd opgenomen?

Antwoord van het college

Ja.

b. Is daarbij ook de reden van de opname kenbaar gemaakt?

Ja.

c. Heeft de gemeentesecretaris hier expliciet naar gevraagd en wat was de reactie?

Ja. Het gesprek is door ons opgenomen. Hier is voorafgaand aan het gesprek expliciet toestemming gevraagd aan de voormalig medewerker. Die toestemming is verleend onder de voorwaarde dat de geluidsopname enkel en alleen gebruikt zou worden voor ordentelijke verslaglegging van het gesprek.

Vraag 2

Saneringsovereenkomst en bestuurlijke opstelling a. Klopt het dat volgens de saneringsovereenkomst de vergunning per 2017 was ingetrokken en het bestemmingsplan was aangepast?

Antwoord van het college

b. Zo ja, was het beoogde doel daarmee niet reeds bereikt?

c. Waarom is de gemeente, nadat het beoogde doel van de saneringsovereenkomst was bereikt, alsnog meegegaan in de redenering van de ambtenaar, met redelijkerwijs te verwachten voordeel voor de ondernemer?

d. Waar, door wie en op welk moment is deze bestuurlijke afweging expliciet gemaakt, vastgelegd en gemotiveerd, en in welk bestuurlijk document (bijvoorbeeld collegebesluit, memo, ambtelijk advies of overeenkomst) is deze afweging terug te vinden?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 3

Grondbeschikking Boomsweg a. Welke wethouder was destijds bestuurlijk verantwoordelijk voor deze constructie?

Antwoord van het college

b. Is bij vergelijkbare dossiers eenzelfde constructie gehanteerd en heeft dit financiële nadelen voor de gemeente gehad?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 4

Waardering bouwcontingenten a. Hoe is de waarde van de te verrekenen bouwcontingenten vastgesteld, welke methodiek of normering is daarbij gehanteerd, en door wie en wanneer is deze waardering vastgesteld?

Antwoord van het college

b. Hoe verklaart het college dat binnen één dossier verschillende waarden (€ 75.000 en € 125.000 per contingent) zijn gehanteerd, waar is deze afwijking gemotiveerd en vastgelegd, en acht het college deze handelwijze verenigbaar met het gelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 5

Publicatieplicht bij grondverkoop a. Klopt het, dat bij verkoop van gemeentelijke gronden in beginsel een verplichting bestaat tot openbare bekendmaking en het bieden van mededingingsruimte, behoudens gemotiveerde uitzonderingen?

Antwoord van het college

Ja; dit is een gevolg van het zogenaamde Didam-arrest van november 2021.

b. Is dit in dit geval gebeurd, mede gezien de zeer korte doorlooptijd tussen aankoop en doorverkoop van de naastliggende grond van de betreffende ondernemer?

Nee, omdat in deze situatie er sprake is geweest van een grondtransactie tussen een ondernemer en particulier. Als u met uw vraag doelt op de verkoop van bouwgrond aan De Steegh in Lottum: daarvan heeft de

verkoop in 2019 plaatsgevonden en betrof het een afspraak op grond van de saneringsovereenkomst uit 2010.

De verplichtingen voortvloeiend uit het Didam-arrest golden toen niet.

c. Acht het college deze gang van zaken verenigbaar met het voorkomen van directe bevoordeling, en op welke wettelijke grondslag is in dit geval afgezien van openbare bekendmaking of mededinging?

De vraag is niet aan de orde; zie antwoorden bij 5a en 5b.

Vraag 6

Rol van de notaris a. Heeft de notaris opmerkingen gemaakt over de aankoop en doorverkoop van de grond op dezelfde dag?

Antwoord van het college

b. Zo ja, welke opmerkingen zijn gemaakt en hoe heeft de gemeente daarop gehandeld? Is hierover schriftelijke vastlegging beschikbaar?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 7

Verlening bouwvergunning voormalig ambtenaar a. Betreft 4 augustus 2022 de datum van definitieve vergunningverlening, en is deze vergunning verleend via de reguliere procedure en gebruikelijke doorlooptijd?

Antwoord van het college

Deze vergunning is verleend volgens de reguliere procedure voor het bouwen en een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan binnen de wettelijke termijn van 8 weken. Er is een principeverzoek behandeld van 11 april 2022 tot en met 7 juni 2022. Dit is gevolgd door een definitieve aanvraag om vergunning op 2 juli 2022. De vergunning is verleend op 4 augustus 2022.

b. Zo nee: op welke onderdelen is afgeweken van de reguliere gang van zaken, wie heeft daartoe besloten, en op welke inhoudelijke of procedurele gronden?

Niet van toepassing, omdat de reguliere procedure is gevolgd.

c. Hoe is daarbij omgegaan met de interne kanttekeningen van de stedenbouwkundige dat geen noodzaak bestond voor versnelling en dat het plan niet volgens de gebruikelijke werkwijze is behandeld?

De interne kanttekening is niet van belang, omdat de gebruikelijke werkwijze is gehanteerd en er geen sprake is van versnelling gezien het normale tijdsverloop van de behandeling.

Vraag 8

Eigendomsrecht Americaanseweg 99 Welke betekenis heeft het volledig en hypotheekvrij eigendom van de grond aan de Americaanseweg 99, zoals blijkt uit het kadaster en thans nog berustend bij de ondernemer, gehad of moeten hebben bij de beoordeling van financiële afhankelijkheidsrelaties en beïnvloedingsrisico’s, met name in relatie tot de lening/schenking van € 200.000?

Antwoord van het college

Het bestemmingsplan Americaanseweg 99 is opgesplitst in meerdere kavels. Het klopt dat bouwkavel Americaanseweg 99 eigendom is van de ondernemer. De voormalig medewerker heeft een andere bouwkavel in zijn bezit. De akte is op 24 juni 2022 gepasseerd.

II. Vragen over aspecten die niet of slechts beperkt zijn onderzocht

Vraag 9

Conclusie ‘geen directe bevoordeling’ a. Acht het college deze conclusie voldoende robuust zonder inzage in de lening/schenking van € 200.000?

Antwoord van het college

b. Welke concrete feiten liggen volgens het college ten grondslag aan deze conclusie ondanks de beperkte medewerking van de ondernemer?

c. Welke aannames zijn daarbij gehanteerd en waarop zijn deze gebaseerd?

d. Welke aanvullende waarborgen zijn toegepast om de beperkingen in de onderzoeksreikwijdte te compenseren?

e. Acht het college deze conclusie, gelet op de beperkte inzage in de lening/schenking van € 200.000, ook toereikend vanuit het oogpunt van integriteit en het herstel van vertrouwen bij de raad en de samenleving?

Berenschot is op basis van documenten en meerdere gesprekken tot deze conclusie gekomen. Deze conclusie trekt het college niet in twijfel. Wij vragen Berenschot of zij nog nadere informatie kunnen aanleveren.

Antwoord Berenschot Berenschot heeft onderzocht of de ondernemer dan wel één van zijn ondernemingen enig voordeel heeft genoten dankzij de handelwijze van de ambtenaar. Berenschot concludeert dat op basis van de verzamelde feiten en omstandigheden niet is vastgesteld dat de ambtenaar bij de onderzochte sleutelmomenten pogingen heeft ondernomen om de ondernemer een voordeel te verschaffen. Eventuele inzage in de lening zou hier weinig aan toevoegen. De feiten waarop de conclusie gebaseerd is, zijn bij elk sleutelmoment beschreven. Deze informatie is gebaseerd op het bestuderen van 80 documenten en 120 e-mails en het afnemen van tien interviews met direct betrokkenen. De eventuele medewerking van de ondernemer doet, zou hier weinig aan toevoegen.

Specifiek op vraag e): het lijkt ons een meer dan sterk signaal naar onze samenleving, de gemeenteraad en de organisatie dat wanneer wij kennis krijgen van een dergelijke gang van zaken, wij direct overgaan tot het nemen van vergaande arbeidsrechtelijke maatregelen tegen een medewerker.

Vraag 10

Rol van de betrokken ambtenaar bij de duiding en beantwoording In het Berenschot-rapport wordt vermeld dat de betrokken ambtenaar heeft meegewerkt aan de beantwoording van vragen van De Limburger. a. Welke concrete rol heeft de betrokken ambtenaar daarbij vervuld (aanleveren van feiten, selectie van informatie, formulering van antwoorden of duiding van gebeurtenissen)?

Antwoord van het college

De voormalig medewerker is in januari 2025 gevraagd om input te leveren om de inhoudelijke vragen van De Limburger feitelijk en volledig te kunnen beantwoorden. Daarvoor, van oktober 2024 tot en met januari 2025 hadden wij al meerdere (vervolg)vragen van De Limburger beantwoord, gesprekken gevoerd en inzage gegeven in documenten.

b. Welke waarborgen zijn toegepast om te voorkomen dat deze betrokkenheid heeft geleid tot beïnvloeding van de beeldvorming, duiding of feitenvaststelling in een dossier waarin de ambtenaar zelf onderwerp van onderzoek was?

Er was op dat moment geen sprake van een onderzoek. Op dat moment was er sprake van vragen van De Limburger die betrekking hadden op de grondtransacties. Daarover hadden wij al vragen beantwoord, gesprekken gevoerd en inzage in documenten gegeven. Vanwege de inhoudelijke kennis van de voormalig ambtenaar is hij in januari 2025 gevraagd input aan te leveren voor de beantwoording van vragen die toen nog gesteld werden.

Daarnaast heeft de onderzoeksjournalist gevraagd met de voormalig medewerker te kunnen spreken. Daar wilde de voormalig medewerker niet aan meewerken. Wel was hij bereid schriftelijke vragen schriftelijk te beantwoorden. Bij die beantwoording is de voormalig medewerker uiteraard dan ook betrokken geweest.

c. Is deze rol expliciet vastgelegd en vooraf beoordeeld vanuit het oogpunt van integriteit en onafhankelijkheid?

Zoals gesteld was er op dat moment geen sprake van een onderzoek, maar van het beantwoorden van vragen.

d. Acht het college deze werkwijze verenigbaar met de vereiste afstand en onafhankelijkheid die mag worden verwacht bij een integriteitsonderzoek, mede gelet op het belang van transparantie en publiek vertrouwen?

Zoals gesteld: er was op dat moment geen sprake van een integriteitsonderzoek.

Vraag 11

Mogelijke voordelen voor de ondernemer en rationaliteit van de betaling a. Welke concrete, voor de ondernemer herkenbare voordelen kunnen – los van de juridische kwalificatie van de betaling – redelijkerwijs hebben bestaan bij het overmaken van een bedrag van € 200.000 aan een ambtenaar die betrokken was bij dossiers die deze ondernemer direct raakten?

Antwoord van het college

Dit is een vraag die om speculatie van het college vraagt, maar beantwoord moet worden door de ondernemer.

Zoals u in het rapport heeft gelezen, is hij verzocht om mee te werken aan het onderzoek. Hij heeft te kennen gegeven vragen schriftelijk te willen beantwoorden. Uiteindelijk is dat niet gebeurd.

b. Is door of namens het college onderzocht of voor de ondernemer rationeel verklaarbare voordelen konden zijn gelegen in procedurele beïnvloeding, planologische uitkomsten, risicobeperking, informatiepositie of bestuurlijke toegang, en zo ja:

– welke van deze categorieën zijn expliciet onderzocht;

– welke zijn uitgesloten en op grond waarvan;

– waar zijn deze afwegingen vastgelegd?

Nee; zie de opdrachtformulering.

Antwoord Berenschot In het onderzoek heeft Berenschot acht sleutelmomenten tussen 2010 en 2024 nader geanalyseerd. Tijdens deze momenten was er sprake van intensief contact tussen de gemeente en de ondernemer over het realiseren van de bouwcontingenten met eventuele betrokkenheid van de onderzochte ambtenaar. Bij alle sleutelmomenten heeft Berenschot eerst de rolinvulling van de gemeente jegens de ondernemer geanalyseerd en vervolgens de betrokkenheid en handelwijze van de onderzochte ambtenaar bij het sleutelmoment beoordeeld of dit tot bevoordeling zou hebben geleid van de ondernemer. Hierbij heeft Berenschot aandacht besteed aan de onder meer in uw vraagstelling genoemde mogelijke voordelen.

c. Indien het college van oordeel is dat geen enkel rationeel verklaarbaar voordeel voor de ondernemer aannemelijk is, verzoeken wij het college dit oordeel inhoudelijk en gemotiveerd te onderbouwen, mede in het licht van de omvang van het bedrag en de langdurige dossierbetrokkenheid van de ambtenaar.

Niet van toepassing.

Vraag 12

Strafrechtelijk vervolg a. Is het college van mening dat alleen een strafrechtelijk onderzoek volledige duidelijkheid kan geven , met name ten aanzien van de aard, voorwaarden en achterliggende afspraken rond de lening/schenking van € 200.000?

Antwoord van het college

?

Niet per sé. Openheid en eerlijkheid van de bij deze schenking/kennelijke lening betrokken partijen zou hierover ook duidelijkheid kunnen verschaffen.

b. Is of wordt aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie?

c. Indien het college afziet van aangifte: op basis van welke juridische en inhoudelijke afwegingen is dit besloten, is extern juridisch advies ingewonnen en waar is dit vastgelegd?

Eind maart is er al contact geweest tussen de Rijksrecherche en de gemeentesecretaris. Na de toelichting door de gemeentesecretaris van de stappen die de gemeente had ondernomen, zag de Rijksrecherche op dat moment geen rol voor zichzelf. Na het verschijnen van het Berenschot-rapport heeft de burgemeester contact gehad met de Rijksrecherche met de vraag of zij in het rapport aanleiding zien om strafrechtelijk aangifte te doen tegen de voormalig ambtenaar en/of de ondernemer. Hierover zou afgelopen week contact zijn geweest maar dat is door de weersomstandigheden niet door kunnen gaan. Wij hopen u nog voor 13 januari deze informatie te kunnen geven en anders direct zodra wij deze hebben.

Vraag 13

Afwikkelingsafspraken en geschilbeheersing Is tussen de gemeente en de betrokken ambtenaar, in welke vorm of benaming dan ook, een afspraak, toezegging of handelwijze tot stand gekomen – schriftelijk, mondeling of feitelijk – die naar haar inhoud, strekking of werking was gericht op het voorkomen, beëindigen of reguleren van een (dreigend) arbeidsrechtelijk, disciplinair, civielrechtelijk of strafrechtelijk geschil?

Antwoord van het college

Wij hebben met de voormalig medewerker afspraken gemaakt van arbeidsrechtelijke aard. Die zijn gemaakt teneinde tijdrovende procedures te voorkomen. In die afspraken is niets opgenomen dat ons handelen met betrekking tot bijvoorbeeld het doen van aangifte beperkt. Wij doen verder geen uitspraken over de inhoud van die afspraken.

Zo ja:

a. op welke datum(s) zijn deze afspraken gemaakt en in welke fase van het dossier;

Wij hebben deze afspraken gemaakt nadat de voormalig medewerker ons informeerde dat hij een schenking, later kennelijk omgezet in een lening, had ontvangen.

b. door wie zijn deze afspraken namens de gemeente gemaakt of geaccordeerd (ambtelijk en bestuurlijk);

De toenmalig gemeentesecretaris en een medewerker van HRM hebben deze afwikkeling met de medewerker gemaakt, na advies van onze arbeidsrechtadvocaat en ruggespraak met de burgemeester.

c. wat was de inhoud en reikwijdte van deze afspraken, waaronder eventuele afspraken over vertrouwelijkheid, informatiegebruik, aansprakelijkheid, rechtspositionele gevolgen of wederzijdse verplichtingen;

Wij doen geen uitspraken over de inhoud van de afspraken.

d. waar en op welke wijze zijn deze afspraken bestuurlijk en juridisch vastgelegd en gemotiveerd;

Deze afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst.

e. is hierover extern juridisch advies ingewonnen en zo ja, van wie en met welke kernconclusies;

Ja; bij de totstandkoming van de afspraken hebben wij ons bij laten staan door onze arbeidsrechtadvocaat.

f. zijn in dit kader afspraken gemaakt die de openbaarheid of informatieverstrekking (kunnen) beperken, en hoe verhouden deze zich tot de Wet open overheid, de Gemeentewet en het informatierecht van de raad?

Ja: in de afspraken zijn wij overeengekomen geen mededelingen over de inhoud van de afspraken te doen. Dat past binnen de Woo (uitzonderingsgrond), de Gemeentewet en het informatierecht van de gemeenteraad.

Zo nee:

g. kan het college expliciet bevestigen dat geen enkele afspraak is gemaakt die naar inhoud of werking gericht was op het afwikkelen of beheersen van een dergelijk geschil? Een en ander voor zover deze informatie kan worden verstrekt met inachtneming van de geldende privacywetgeving, de Wet open overheid en het informatierecht van de raad.

Niet van toepassing.

Vraag 14

Indirecte bevoordeling en belangenbehartiging a. In hoeverre erkent het college dat procesmatige beïnvloeding, ook zonder directe financiële sturing, een wezenlijk voordeel kan opleveren, en hoe is dit aspect betrokken in de beoordeling van de feiten in dit dossier?

Antwoord van het college

b. Hoe wordt dergelijk handelen binnen de organisatie herkend, vastgelegd en begrensd?

Voor ons is niet duidelijk wat u bedoelt met procesmatige beïnvloeding. Kunt u dit duiden?

Vraag 15

Interne signalen en tegenspraak a. Hoe zijn de kritische opmerkingen van de stedenbouwkundige vastgelegd, beoordeeld en bestuurlijk besproken?

Antwoord van het college

Het advies van de CRK was positief, zodat deze een plek heeft gekregen in de verleende vergunning van 4 augustus 2022 voor het bouwen en het binnenplans afwijken van het bestemmingsplan.

b. Bestond hiervoor een vaste escalatieprocedure en is deze gevolgd?

De verleende vergunning is destijds collegiaal getoetst en met een positief advies van de CRK was (bestuurlijke) escalatie niet aan de orde.

c. Indien dit aspect geen onderdeel is geweest van het Berenschot-onderzoek: op welke gronden is ervoor gekozen dit buiten de onderzoekreikwijdte te laten, gelet op het belang van interne tegenspraak bij integriteitsvraagstukken?

Er is bij de beoordeling van het bouwplan in 2022, geen sprake geweest van een integriteitsvraagstuk.

Vraag 16

Reindoncker Kleiweg a. Welke rol heeft de betrokken ambtenaar gehad bij de advisering, besluitvorming of voorbereiding van besluiten rond de afsluiting en (eventuele) grondverkoop aan de Reindoncker Kleiweg?

Antwoord van het college

b. Hoe verhoudt het advies dat hij in 2016 heeft uitgebracht zich tot zijn verklaring dat hij zich vanaf 2015 niet meer inhoudelijk heeft bemoeid met zaken en dossiers die de ondernemer betroffen?

c. Handelde de ambtenaar bij het uitbrengen van dit advies in 2016 op basis van een expliciete opdracht, en zo ja: – door wie is deze opdracht verstrekt (ambtelijk of bestuurlijk); – met welke motivering; – en op welke wijze is deze opdracht vastgelegd?

d. Indien geen expliciete opdracht is verstrekt: – hoe beoordeelt het college het feit dat de ambtenaar in 2016 inhoudelijk adviseerde over een dossier van de ondernemer, terwijl hij heeft verklaard zich vanaf 2015 niet meer

inhoudelijk met diens zaken te hebben bemoeid; – en welke betekenis verbindt het college hieraan voor de beoordeling van consistentie, verantwoordelijkheid en integriteit?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

III. Vragen over de bredere bestuurlijke en politieke context

Vraag 17

Bestuurlijke contacten en ontwikkelingen rond de mestverwerker (2012–2020) a. Welke bestuurlijke en ambtelijke contacten hebben in de periode 2012–2020 plaatsgevonden tussen de ondernemer (mestverwerker) en ambtenaren, collegeleden of andere bestuurders, specifiek in relatie tot de ontwikkeling, uitbreiding, legalisatie of voortzetting van de mestverwerkingsactiviteiten?

Antwoord van het college

b. Welke verwachtingen zijn in deze contacten gewekt over planologische mogelijkheden, vergunningverlening, handhaving of bestuurlijke ondersteuning ten aanzien van de mestverwerker?

c. Hoe, waar en door wie zijn deze verwachtingen vastgelegd (bijvoorbeeld in e-mails, gespreksverslagen, memo’s of bestuurlijke besluiten)?

d. In hoeverre zijn deze contacten en verwachtingen betrokken bij latere bestuurlijke afwegingen, besluiten of het uitblijven daarvan, en acht het college deze gang van zaken achteraf verenigbaar met een zorgvuldige en onafhankelijke besluitvorming?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 18

Handhaving en meldingen (ondernemer/mestverwerker) a. Zijn er in relatie tot de mestverwerker/het mestverwerkingsbedrijf van de ondernemer meldingen gedaan over afwijkend procesgebruik, niet-handhaven of overtredingen van vergunningvoorschriften?

Antwoord van het college

b. Welke opvolging is aan deze meldingen gegeven, door wie, op welk moment, en waar is dit bestuurlijk en ambtelijk vastgelegd??

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 19

Relatie met de provincie (fase 1 en fase 2) a. Heeft de gemeente in fase 1 bezwaar gemaakt tegen de provinciale vergunningverlening, en zo ja: op welke gronden en met welke bestuurlijke en ambtelijke advisering?

Antwoord van het college

b. Heeft de gemeente in fase 2 bezwaar gemaakt tegen (wijzigingen van of vervolgbesluiten bij) de provinciale vergunningverlening, en zo ja: op welke gronden en met welke bestuurlijke en ambtelijke advisering?

c. Indien in één of beide fasen geen bezwaar is gemaakt:

– op basis van welke inhoudelijke, juridische en bestuurlijke afwegingen is daarvan afgezien;

– welke adviezen lagen hieraan ten grondslag; – waar zijn deze afwegingen vastgelegd??

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 20

Ambtelijke advisering en interne tegenspraak Welke ambtelijke adviezen lagen ten grondslag aan het instellen en voortzetten van het beroep tegen de provinciale vergunning, onderscheiden naar fase 1 en fase 2, en hoe zijn deze adviezen bestuurlijk gewogen?

Antwoord van het college

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 21

Politiek-bestuurlijke steun en bestuurlijke afweging a. Hoe verklaart het college dat gedurende een lange periode politiek-bestuurlijke steun is blijven bestaan voor de ondernemer, ondanks vastgestelde overtredingen, handhavingsvraagstukken en maatschappelijke kritiek?

Antwoord van het college

b. Op basis van welke bestuurlijke, juridische en politieke afwegingen is deze steun telkens gerechtvaardigd, en waar zijn deze afwegingen expliciet vastgelegd?

c. Acht het college deze steun achteraf, in het licht van het Berenschot-onderzoek en het integriteitsvraagstuk, bestuurlijk en politiek verantwoord?

d. Welke concrete lessen trekt het college hieruit voor de omgang met vergelijkbare dossiers in de toekomst, met name waar het gaat om consistent handhaven, gelijke behandeling en bestuurlijke distantie?

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

Vraag 22

Politieke verantwoordelijkheid (2012–heden) Hoe beoordeelt het college zijn eigen politieke verantwoordelijkheid voor het ontstane bestuurlijke klimaat over de periode waarin de relevante dossiers en contacten met de ondernemer speelden (circa 2012 tot heden), en welke concrete correcties zijn in die periode en daarna doorgevoerd?

Antwoord van het college

Deze vragen gaan over een van de dossiers. Zie inleiding.

IV. Vragen over organisatie, integriteit en lerend vermogen

Vraag 23

Organisatiecultuur en tegenspraak a. Welke concrete en formeel vastgestelde maatregelen zijn sinds het bekend worden van deze casus genomen om structurele tegenspraak binnen de ambtelijke organisatie te borgen (zoals escalatieprocedures, rolafbakening, vastlegging van afwijkende adviezen of bescherming van medewerkers)?

Antwoord van het college

b. Wanneer zijn deze maatregelen vastgesteld, door wie (ambtelijk en/of bestuurlijk) en waar zijn zij vastgelegd (bijvoorbeeld in een regeling, instructie, protocol of besluit)?

c. Op welke wijze en met welke toetsbare criteria wordt de werking van deze maatregelen geëvalueerd, door wie en met welke frequentie?

d. Welke concrete verbeterpunten zijn uit deze evaluatie(s) naar voren gekomen en welke vervolgstappen zijn daarop genomen of voorzien?

Wij hebben geen extra maatregelen genomen boven op de bestaande werkwijzen. Onafhankelijke ambtelijke advisering is een verankerde werkwijze binnen onze gemeente. De onderzochte kwestie heeft in de privésituatie plaatsgevonden (dat is iets anders dan dat het een privé-kwestie is overigens). Wanneer een medewerker op zijn privé-bankrekening geld aanneemt van een ondernemer, dan is dat helaas niet iets dat wij met welke formeel vastgelegde maatregel dan ook kunnen voorkomen. Hoe graag we dat ook zouden willen.

Vraag 24

Preventie en herhaling Welke maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen en hoe wordt de effectiviteit daarvan beoordeeld?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 23. Helaas kunnen wij precies zo'n situatie met geen enkele maatregel voorkomen.

Vraag 25

Procesrisico’s en toezicht Hoe krijgt het college structureel zicht op procesmatige risico’s, hoe wordt daarop bijgestuurd, en op welke wijze wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd zodat deze zijn controlerende rol kan uitoefenen?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 23. Helaas kunnen wij precies zo'n situatie met geen enkele maatregel voorkomen.

Vraag 26

Zorg voor medewerkers Welke begeleiding is geboden aan medewerkers die door deze kwestie zijn geraakt en hoe is de toereikendheid daarvan beoordeeld?

Antwoord van het college

De huidige medewerkers van onze gemeenten die door Berenschot geïnterviewd zijn, zijn door de toenmalig gemeentesecretaris aan de voorkant gevraagd of ze mee willen werken, hen is begeleiding aangeboden en na afloop zijn ze persoonlijk geïnformeerd over de uitkomst. Daarnaast heeft de toenmalig gemeentesecretaris voorafgaand het openbaar worden van het rapport van Berenschot de twee relevante afdelingen geïnformeerd over de uitkomsten van Berenschot. Voor hen was dat op dat moment voldoende.

Vraag 27

Leren van eerdere integriteitskwesties Welke concrete procedurele en bestuurlijke waarborgen hanteert het college om te verzekeren dat toekomstige integriteitskwesties met voldoende diepgang, onafhankelijkheid en bestuurlijke afstand worden onderzocht, en waarin wijken deze waarborgen aantoonbaar af van de aanpak in deze casus?

Antwoord van het college

Het is belangrijk hier zuiver te zijn in wat er gebeurd is. In eerste instantie is er sprake geweest van vragen van De Limburger. Die vragen hebben wij beantwoord, gesprekken gevoerd en documenten verstrekt. Pas daarna kwam het signaal/de melding van het aannemen van geld. Daarop hebben wij direct geschakeld en na een oorspronkelijke ontkenning een bekentenis gekregen. Daarop hebben wij direct arbeidsrechtelijke maatregelen genomen enerzijds en anderzijds het Berenschot-onderzoek gelast. De aanbevelingen van Berenschot over

hoe om te gaan met onverhoopte kwesties in de toekomst, nemen wij ter harte. Dat betekent concreet dat wij de aanbevelingen van pagina 36 en 37 overnemen, voor zover dat mogelijk is naar de situatie die zich dan voordoet. Waar dat afwijkt van de aanpak in deze kwestie is dat wij naar de toekomst bij een integriteitsonderzoek zullen handelen op basis van een vast te stellen protocol.

Vraag 28

Omgang met externe signalen en de ‘buitenwereld’ a. Hoe verklaart het college dat eerdere vragen en signalen vanuit de pers niet hebben geleid tot actieve verificatie van primaire bronnen, zoals e-mailcorrespondentie?

Antwoord van het college

Dat heeft wel plaatsgevonden. Maar ook hier is belangrijk te stellen dat er in eerste aanleg sprake was van vragen over een grondtransactie. Niet van signalen of een melding van het aannemen van een geldbedrag. Dat gebeurde pas later.

Actieve verificatie van verschillende bronnen heeft dan ook bij de beantwoording van de vragen plaats gevonden. Omdat er geen signalen waren dat deze grondtransactie niet zuiver verlopen was, ontbrak er een reden om over te gaan tot het zware middel van het doorlichten van de de e-mailcorrespondentie van de voormalig medewerker. Toen het signaal over het aannemen van het geldbedrag later binnenkwam, hebben wij wederom onmiddellijk gereageerd en zijn de e-mails veiliggesteld.

b. In hoeverre speelt binnen de organisatie een bestuurscultuur waarin intern vertrouwen (‘high trust’) prevaleert boven externe signalen?

Niet. Wij gaan ervan uit dat wij kunnen vertrouwen op onze collega's. Daar leggen zij immers ook een eed of belofte voor af. Wanneer dan blijkt dat dat niet zo is, volgt er ook “high penalty”. Externe signalen kunnen aanleiding geven om te onderzoeken of wij terecht uitgaan van het vertrouwen dat wij in onze collega's hebben.

c. Acht het college deze benadering verenigbaar met de eisen van zorgvuldigheid, waarheidsvinding en lerend vermogen?

Ja. Vertrouwen in onze collega's staat immers niet haaks op zorgvuldigheid, waarheidsvinding en lerend vermogen. Werken vanuit wantrouwen leidt tot een angstcultuur die dit college niet voorstaat.

d. Welke concrete maatregelen zijn genomen om externe signalen voortaan systematisch en onafhankelijk te toetsen?

Er zijn geen extra maatregelen getroffen. Zoals gesteld gaan wij de aanbevelingen van Berenschot overnemen en dus bijvoorbeeld aan de slag met een protocol en een aanscherping van het beleid rondom het melden van externe financiële bijdragen, schenkingen, gunsten of persoonlijke leningen van personen waar gemeenteambtenaren vanuit hun functie bij betrokken zijn.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen Perspectief 29 december 2025

Bron: raadsinformatie van de gemeente Horst aan de Maas (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Horst aan de Maas

Alle artikel 35-vragen in Horst aan de Maas