24 oktober 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Huizen

belevingsonderzoek ‘Doen wat nodig is’.pdf

Een raadslid stelde op 24 oktober 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Huizen (8 vragen).

In het kort

8 vragen en wat het college antwoordt

  • Neemt het College de aanbevelingen uit het rapport van Movisie en Stichting Reindert over? → Het vertrekpunt van het belevingsonderzoek was om in kaart te brengen wat de geïnterviewde inwoners en betrokkenen bezig houdt, waar zij tegenaan lopen in hun woon- of werkomgeving en hoe…
  • Zo ja, is er een prioritering en (eerste opzet van) een tijdlijn? → De uitkomsten van het onderzoek zijn op verschillende ambtelijke niveaus gedeeld en besproken.
  • Zijn de bestaande middelen toereikend? → De aanpak zoals beschreven in de mededeling, waarbij sprake is van inhuur van proceskracht, kan gedekt worden uit bestaande (incidentele) budgetten.
  • Op pagina 13 van het rapport wordt gesproken over een integrale aanpak die moet bestaan uit een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen. → Dat wat in het rapport beschreven staat is vergelijkbaar met de aanpak in de nota integrale aanpak overlast openbare ruimte.
  • Wordt er gekeken naar verbindingen tussen de visie sociaal domein en de veerkrachtige wijken zoals beschreven in het rapport van Movisie en stichting Reindert? → Ja, dat past bij de integrale samenwerking die wij voorstaan.
  • Hebben we hier budget voor? → Zie het antwoord op vraag 3.
  • Focus ligt op Kostmand en Oostermeent. → Het belevingsonderzoek heeft zich gericht op de wijken Stad en Lande, Bovenmaten en Oostermeent.
  • Hoe gaat u het waterbedeffect voorkomen? → Het zogenaamde waterbedeffect is vaak het gevolg van repressie.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Graaf Wichman 10, 1276 KB Huizen Postbus 5, 1270 AA Huizen T 14 035 E [email protected] www.huizen.nl

Aan de leden van de commissie ABM

Onderwerp: beantwoording vragen belevingsonderzoek ‘Doen wat nodig is’

Huizen: 11 november 2024

Uw brief van:

Nummer:

Uw kenmerk:

Bijlagen: -

Bij beantwoording van deze brief, graag datum, nummer en onderwerp vermelden.

Geachte leden van de commissie ABM, In de commissievergadering van 24 oktober jl is de mededeling over het belevingsonderzoek ‘Doen wat nodig is’ geagendeerd. Het CDA heeft hierbij schriftelijk vragen gesteld. Deze vragen werden in de vergadering zelf gevolgd door mondelinge vragen van de ChristenUnie en Dorpsbelangen. De burgemeester zegde toe de vragen schriftelijk te zullen beantwoorden en doet dat met deze brief.

Vragen CDA

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Neemt het College de aanbevelingen uit het rapport van Movisie en Stichting Reindert over?

Antwoord van het college

Het vertrekpunt van het belevingsonderzoek was om in kaart te brengen wat de geïnterviewde inwoners en betrokkenen bezig houdt, waar zij tegenaan lopen in hun woon- of werkomgeving en hoe zij de gesignaleerde problemen beleven. Beleving is geen ‘harde’ wetenschap, wel laat het de gevoelens van inwoners zien. In het rapport is die beleving beschreven onder de noemer bevindingen met daarbij een aantal adviezen.

De belangrijkste overkoepelende aanbevelingen die hieruit voortkomen zijn gericht op het zorgen voor zichtbaarheid van de gemeente, de verbinding aangaan met inwoners en meer de focus te leggen op jongeren, waaronder de zogenoemde 2%-jeugd. Die aanbevelingen nemen wij integraal over, waarbij wij zoveel mogelijk aansluiten bij initiatieven die er al zijn.

Vraag 2

Zo ja, is er een prioritering en (eerste opzet van) een tijdlijn?

Antwoord van het college

De uitkomsten van het onderzoek zijn op verschillende ambtelijke niveaus gedeeld en besproken. Hier komt onder andere uit dat het beeld bestaat dat ‘we al veel doen’ om inwoners te betrekken en te bereiken, zowel het sociaal als in het fysiek domein. Ook aan individuele jeugdhulp wordt door de gemeente Huizen méér gedaan dan op basis van de

Gemeente Huizen vervolgblad 2

benchmark te verwachten zou zijn. Tegelijkertijd worden de zorgen die naar voren komen uit het onderzoek herkend en gedeeld. Organisatorisch zit de spanning op kwetsbaarheid van (kleinere) teams, ontoereikende capaciteit/budgetten voor het aangaan van projecten van enige omvang in relatie tot uitvoering van het reguliere werk, zoals wettelijke taken en opvolging meerjarige beleids- en onderhoudsplannen, advisering en lopende casuïstiek. Daarom liggen de prioriteiten vooralsnog op de Kostmand en de Oostermeent, waarbij de inspanningen zijn gericht op veerkracht, veiligheidsgevoel en jeugd. Daarbij zoeken we vooral de aansluiting bij wat er al is aan ideeën of initiatieven.

Dat betekent ook in gesprek gaan met bewoners, luisteren naar oplossingen die bewoners zelf zien en daar ruimte aan geven, waarbij op alle gebieden borging in de organisatie van belang is.

Vraag 3

Zijn de bestaande middelen toereikend?

Antwoord van het college

De aanpak zoals beschreven in de mededeling, waarbij sprake is van inhuur van proceskracht, kan gedekt worden uit bestaande (incidentele) budgetten.

Vraag 4

Op pagina 13 van het rapport wordt gesproken over een integrale aanpak die moet bestaan uit een combinatie van repressieve en preventieve maatregelen. Kunt u aangeven op welke wijze deze aanbeveling anders is dan de aanpak zoals vastgesteld door de Raad op 1 juni 2017 in de nota integrale aanpak overlast in de openbare ruimte?

Antwoord van het college

Dat wat in het rapport beschreven staat is vergelijkbaar met de aanpak in de nota integrale aanpak overlast openbare ruimte. Het succes daarvan hangt af van een stevige regie vanuit de gemeente en een goede samenwerking en informatiedeling tussen alle betrokken partijen. Hoewel er op allerlei fronten in meer of mindere mate integraal wordt samengewerkt kan dit in een aantal gevallen ook beter en gerichter. Als u kijkt naar het voorbeeld van de aanpak van de jaarwisseling, dan gebeurt dit nu op een manier waarop we dat nog niet eerder hebben gedaan en waarbij we de regiefunctie versterkt hebben.

Vraag 5

Wordt er gekeken naar verbindingen tussen de visie sociaal domein en de veerkrachtige wijken zoals beschreven in het rapport van Movisie en stichting Reindert?

Antwoord van het college

Ja, dat past bij de integrale samenwerking die wij voorstaan. Zo wordt in de visie sociaal domein gesproken over het versterken van de sociale basis: dat wat mensen voor en met elkaar kunnen doen. Dat past bij veerkrachtige wijken, waarbij we bewoners zien als buurtmakers. Uiteindelijk zijn het de bewoners zelf die het moeten willen en doen, maar hulp uit het netwerk van organisaties met kennis en middelen die voor minder zelfredzame bewoners het verschil kunnen maken kan hieraan bijdragen.

Vragen ChristenUnie

Vraag 6

Hebben we hier budget voor?

Antwoord van het college

Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 7

Focus ligt op Kostmand en Oostermeent. Hoe gaat u om met de andere wijken, juist omdat het onderzoek breder lijkt te zijn?

Antwoord van het college

Het belevingsonderzoek heeft zich gericht op de wijken Stad en Lande, Bovenmaten en Oostermeent. In lijn met de beleving die uit het onderzoek naar voren komt zijn wij gestart met de Kostmand in de wijk Stad en Lande en met de Oostermeent. Daar ligt

Gemeente Huizen vervolgblad 3

voor nu onze focus, waarbij wij volgend jaar gaan kijken naar de effecten en leerpunten die daaruit volgen. Zo creëren we een cyclisch proces, dat (op onderdelen, afhankelijk van een wijk) van toepassing kan zijn op andere wijken in Huizen.

Vraag 8

Hoe gaat u het waterbedeffect voorkomen?

Antwoord van het college

Het zogenaamde waterbedeffect is vaak het gevolg van repressie. De inspanningen die samenhangen met dit belevingsonderzoek gaan verder dan repressie, namelijk het stimuleren van de veerkracht in de samenleving. Als we jeugd en dan met name hangjongeren als voorbeeld nemen, dan vraagt dat om een aanpak die verder gaat dan alleen maar toezicht door boa’s en politie. Het gaat er juist om dat ook omwonenden en ondernemers, ouders en de omgeving van de jongere(n) in kwestie, en zelfs de jongere(n) zelf in hun kracht staan om het ervaren probleem daadwerkelijk op te lossen, zonder dat dit verplaatst wordt. Vergelijk het met het daadwerkelijk opruimen van rommel in onze huiskamers, in plaats van het naar een minder zichtbare plaats te brengen. Dit vergt meer tijd en energie, maar je hebt er langer plezier van.

Vragen Dorpsbelangen

9. Hoe gaat u om met het verschil tussen de leefwereld en de systeemwereld.

Dat is de kern van het onderzoek en van de uitdaging waar elke overheid, dus ook de gemeente Huizen, voor staat. Of liever gezegd, waar wij middenin zitten. Een rapport zoals dit functioneert als de spreekwoordelijke spiegel die ons voorgehouden wordt. Dit schuurt wel eens. Met één keer in de spiegel kijken ben je er niet, dat zullen we blijvend moeten doen. Uw raad en de inwoners en ondernemers die u vertegenwoordigd spelen hierin een belangrijke rol. Het begint met het zichtbaar zijn als gemeente en het in gesprek gaan met bewoners, horen en zien wat zij ervaren en/of nodig hebben, dezelfde taal spreken. Het is ook een zoektocht die we met u, met bewoners en netwerkpartners aangaan en waarin we elkaar blijvend nodig zullen hebben.

Vragen Heeft u op dit moment vragen? Neem dan contact op met Rob Huiting van het team Openbare Orde en Veiligheid, bereikbaar op 035-5281151 of via [email protected].

Bekijk de brief: beantwoording vragen cie ABM 24 okt over belevingsonderzoek ‘Doen wat nodig is’.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Huizen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Huizen

Alle artikel 35-vragen in Huizen