de verordening starters- blijvers- en verzilverleningen.pdf
Een raadslid stelde op 9 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Huizen (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe verhoudt zich artikel 1 onder a., dat een definitie geeft van wat een aanvrager is en dus wie in aanmerking komt voor een starterslening, met artikel 2 in zijn… → Is artikel 2 in zijn geheel, of anders in ieder geval lid 2, dus niet overbodig vanwege de omschrijving bij artikel 1 onder a.?
- Is het juist dat in artikel 3, lid 2 niet naar het tweede lid maar naar het eerste lid verwezen moet worden, of moet het een verwijzing zijn naar artikel 2? → Dit is juist.
- Wordt door het college wel eens gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 5, lid 7, het college biedt om nadere voorschriften aan de toekenning van een… → Nee, het college heeft nog nooit gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nadere voorschriften aan de toekenning van een starterslening te verbinden.
- Heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 9 om nadere regels vast te stellen? → Zo ja, kan de adviescommissie dan de geldende versie daarvan ontvangen?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe verhoudt zich artikel 1 onder a., dat een definitie geeft van wat een aanvrager is en dus wie in aanmerking komt voor een starterslening, met artikel 2 in zijn geheel of in ieder geval met lid 2 onder a. tot en met e., waarin wordt aangegeven op welke aanvragen de verordening van toepassing is?
Antwoord van het college
Is artikel 2 in zijn geheel, of anders in ieder geval lid 2, dus niet overbodig vanwege de omschrijving bij artikel 1 onder a.? In samenhang hiermee wijst de adviescommissie ook op de verwijzing naar artikel 2 lid 2 in artikel 10 (dat een hardheidsclausule bevat) van de verordening. Moet die verwijzing ook niet naar artikel 1 onder a. zijn? Antwoord: Nee, artikel 2 is in zijn geheel, of anders in ieder geval lid 2 onder a. tot met e, niet overbodig. In artikel 1 wordt een algemene definitie gegeven van een aanvrager. Volgens de verordening is dit een starter, van maximaal 35 jaar, die voor het eerst een koopwoning koopt en die tot de verschillende doelgroepen behoort. Artikel 2, tweede lid, van de verordening werkt die doelgroepen uit: een persoon die minimaal 1 jaar een zelfstandige Gemeente Huizen vervolgblad 2 huurwoning of wooneenheid bewoont of 1 jaar inwonend is (lid a en b), een persoon met een economische binding en persoon die binnen 5 jaar na afronding van zijn haar dagstudie/school wenst terug te keren. Artikel 10 van de Verordening (hardheidsclausule) zal bij de eerstvolgende wijziging van de verordening worden verduidelijkt waarbij als uitgangspunt geldt dat aanvragers die niet tot een van de doelgroepen behoren, alsnog voor een starterslening in aanmerking kunnen komen. Vraag
Vraag 2
Is het juist dat in artikel 3, lid 2 niet naar het tweede lid maar naar het eerste lid verwezen moet worden, of moet het een verwijzing zijn naar artikel 2?
Antwoord van het college
Dit is juist. De venvijzing moet naar artikel 2, tweede lid en derde lid zijn. Bij de eerstvolgende herziening wordt deze verwijzing gecorrigeerd. Vraag
Vraag 3
Wordt door het college wel eens gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 5, lid 7, het college biedt om nadere voorschriften aan de toekenning van een starterslening te verbinden en, zo ja, hoe vaak wordt hiervan gebruik gemaakt en om welke voorschriften gaat het dan?
Antwoord van het college
Nee, het college heeft nog nooit gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nadere voorschriften aan de toekenning van een starterslening te verbinden. Vraag
Vraag 4
Heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 9 om nadere regels vast te stellen?
Antwoord van het college
Zo ja, kan de adviescommissie dan de geldende versie daarvan ontvangen? Als het college tot nu toe nog geen gebruik gemaakt heeft van die bevoegdheid, en dat voornemen ook niet heeft, verdient het dan niet aanbeveling om dit artikel uit de verordening te schrappen? Antwoord: Nee, het college heeft tot nu toe nog geen gebruik gemaakt van die bevoegdheid, en heeft dat voornemen ook niet. Het college neemt de aanbeveling van de commissie over om dit artikel uit de verordening te schrappen. Verordening blijverslening 2017 Vraag 1. De adviescommissie merkt op dat in artikel 7 lid 4 vermeld staat, dat het college een aanvraag buiten behandeling kan stellen als die incompleet is, terwijl in artikel 8 lid 4 van de Verordening verzilverlening, dat ziet op dezelfde situatie, vermeld staat dat het college een incomplete aanvraag niet ontvankelijk kan verklaren. Is het college het met de adviescommissie eens, dat het aanbeveling verdient om in beide verordeningen dezelfde terminologie te gebruiken als het gaat om hoe om te gaan met het niet in behandeling nemen van incomplete aanvragen? Is het college het eens met de adviescommissie, dat het dan aanbeveling verdient om in beide verordeningen te spreken van Gemeente Huizen vervolgblad 3 “het buiten behandeling laten van een aanvraag”, omdat “niet-ontvankelijk verklaren” voorbehouden is voor het niet in behandeling nemen van bezwaaren beroepschriften die niet aan de indieningsvereisten voldoen? Antwoord: Ja, het college deelt dit standpunt met de adviescommissie om niet ontvankelijk te verklaren te wijzigen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij artikel 4:5 van de Awb (Algemene wet bestuursrecht) en dus gekozen wordt om in beide verordeningen niet in behandeling op te nemen. Vraag 2. In artikel 11 wordt bij het kopje “Vervroegde aflossing” melding gemaakt dat dat alleen mogelijk is vanaf een minimumbedrag van € 250. Dit komt op de adviescommissie over als een relatief hoog bedrag voor mensen met een laag inkomen. Verdient het niet aanbeveling om het minimale bedrag voor vervroegde aflossing te verlagen, zodat de drempel daarvoor lager wordt en dus ook vervroegde aflossing met relatief kleinere bedragen voor personen met een lager inkomen ook mogelijk wordt? Antwoord: Nee, het college is niet bevoegd om deze bedragen te verlagen. Dit is namelijk een productvoonwaarde van SVn. In artikel 10 van de verordening wordt hiernaar verwezen. Vraag 3. In artikel 12 wordt gesproken over een bouwkrediet. terwijl in artikel 7 van de Verordening verzilverlening, dat ziet op dezelfde situatie, gesproken wordt van een bouwdepot. Ook hier de vraag of het niet aanbeveling verdient om in beide verordeningen dezelfde terminologie te gebruiken? Antwoord: Akkoord met de aanbeveling. Bij de eerstvolgende herziening van de Verordening Blijverslening 2017 zal bouwkrediet worden vervangen door bouwdepot. Bouwkrediet kan de suggestie wekken dat bedragen meerdere keren mogen worden opgenomen. Dat is niet mogelijk. Verordening verzilverlening 2018 Vraag 1: Wat is de toegevoegde waarde van de verzilverlening ten opzichte van de blijverslening? Dus waar voorziet de één in waar de ander niet in voorziet? Antwoord: De Verordening Blijverslening 2017 is bedoeld voor ouderen die langer zelfstandig in hun woning willen blijven wonen. De lening kan aangevraagd worden door ouderen die hun woning levensloopbestendig willen maken, of als er sprake is van een zorgvraag. Er is een categorie die overblijft die helaas geen gebruik kan maken van de Blijversregeling omdat zij niet in staat zijn rente en aflossing te betalen. De Verzilversregeling voorziet hierin. In deze variant wordt uitgegaan van een aflossingsvrije lening. De verschuldigde rente wordt bijgeschreven op de lening en deze lening wordt bij verkoop van de woning terug betaald. Gemeente Huizen vervolgblad 4 Vraag 2: In artikel 4 onder a. wordt als beleidsdoel vermeld: “het (meer) levensloopbestendig maken van de woning”. Onder b. wordt vervolgens als beleidsdoel vermeld: “bewoners langer in staat te stellen om in hun eigen woning te blijven wonen.” Het komt de commissie over dat beide inhoudelijk gelijk zijn. En als onderscheid gemaakt zou moeten worden, dan ziet de adviescommissie wat onder a. beschreven staat meer als middel en wat onder b. beschreven staat meer als doel. Zou dus niet de vermelding onder a. weggelaten kunnen worden? Antwoord: Ja, deze vermelding onder a kan worden weggelaten. Dat gebeurt bij de eerstvolgende herziening. Vraag 3: Heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 11 om nadere regels vast te stellen? Zo ja, kan de adviescommissie dan de geldende versie daarvan ontvangen. Als het college tot nu toe nog geen gebruik gemaakt heeft van die bevoegdheid, en dat voornemen ook niet heeft, verdient het dan niet aanbeveling om dit artikel uit de verordening te schrappen? Antwoord: Nee, het college heeft tot nu toe nog geen gebruik gemaakt van die bevoegdheid, en heeft dat voornemen ook niet. Het college neemt de aanbeveling van de commissie over om dit artikel uit de verordening te schrappen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Huizen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.