7 december 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Neder-Betuwe

vragen door de rekenkamer

Een raadslid stelde op 7 december 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

30 november 2023 Beantwoording vragen uit de beeldvormende avond over het rekenkamerrapport ‘Over de (gemeentelijke) aanpak van ondermijning in Neder-Betuwe’ Vraag 1 (Benchmark wat betreft OOV-capaciteit) Er is t.b.v. dit onderzoek geen benchmark uitgevoerd; al zijn er wel studies die de capaciteit van ambtenaren Openbare Orde op een rij zetten. Zie bijvoorbeeld de studie over negen Groningse gemeenten in het Ommeland. Een benchmark is niet nodig om te kunnen oordelen over de situatie in Neder-Betuwe, want de OOV-formatie (1,78 fte) en de werklast worden beschreven in hoofdstuk

3. Dat laat een beeld zien dat herkenbaar is door het land heen; zie bijvoorbeeld de Rekenkameronderzoeken in Zaltbommel, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer. Veiligheid is een groot werkterrein geworden (meer taken en complexer), maar de formatie voor dat onderwerp heeft geen gelijke tred gehouden of bleef constant. Urgente kwesties (b.v. Sinterklaas, demonstraties, overlast en corona) en andere beleidstaken en overlegvormen verdringen de ambtelijke aandacht voor ondermijning. In Neder-Betuwe is het (in het coalitieakkoord toegezegde) onderzoek naar het IJslandse model bijvoorbeeld blijven liggen, net als bewustzijnstrainingen in de organisatie en ook het aantal (BRP-)controles stagneerde (mede door krapte bij Burgerzaken). We menen dat dit niet valt de wijten aan de OOV-ambtenaren, maar aan de krappe beschikbare OOV-capaciteit voor de ondermijningsaanpak. Meer dan gemiddeld 6 of 8 uur per week kan het niet zijn geweest.

Vraag 2 (Strategie bij aanpak drugsproblematiek) Het terugdringen van het drugsgebruik is een politiek-bestuurlijke prioriteit in Neder-Betuwe. Dat valt goed te begrijpen; de problematiek is in de afgelopen tien à vijftien jaar verschillende keren geagendeerd en het Rekenkameronderzoek laat zien dat drugsgebruik en drugshandel wezenlijke problemen zijn in uw gemeente. Op hoofdlijnen zijn vier zaken van belang; preventie; sociale inzet richting drugsgebruikers; toezicht en strafrechtelijke handhaving; en straatinformatie verzamelen en benutten, als noodzakelijke voeding van het beleid. Het onderzoek laat zien dat op alle vier de punten vooruitgang kan of moet worden geboekt, al vergt dat een politieke inschatting:

1. Preventie. De basisgedachte achter de IJslandse aanpak is (kortweg en onvolledig) dat jongeren en jongvolwassenen graag naar locaties komen waar het aangenaam voor ze is én er tegelijkertijd sociale controle bestaat die grenzen stelt aan drank- en drugsgebruik. Het is goed om dit naar uw lokale situatie te vertalen; het toegezegde onderzoek kan die functie vervullen.

2. Preventie is voor een aanzienlijke categorie jongeren en jongvolwassenen te laat, want die gebruikt drugs. Dan is het belangrijk dat professionals een ‘klik’ met ze krijgen, zodat het mogelijk wordt om het gedrag te beïnvloeden, grenzen te stellen en zo nodig hulp te organiseren. Hert jongerenwerk heeft een (straat)positie in uw gemeente; wel was de formatie krap (afgezet tegen de doelgroep, rekening houdend met het oppervlakte van de gemeente en de kernen), zeker tijdens ons veldwerk (van de 2,5 fte was vanwege verlof 1,5 fte beschikbaar).

3. Strafrechtelijke handhaving. In het raadsdebat van 23 november jl. legde de burgemeester helder uit dat in Neder-Betuwe tegen drugshandel strafrechtelijk wordt opgetreden bij overlast. Echter, drugshandel is een afgeschermd delict en een zogenoemde consensual crime; een misdrijf dat wordt gepleegd met instemming tussen dealer en klant.

Drugshandel is bijna per definitie overlastarm, zeker met de opkomst van sociale mediahandel. De consequentie is dat er nauwelijks strafrechtelijk wordt opgetreden; dat blijkt uit de lage politieregistraties voor drugshandel, namelijk 1 registratie in heel 2021 en 2022. De consequentie is dat de pakkans van drugsdealers gering is. Het is dus de vraag – waarover

u kunt debatteren - of het ‘overlastcriterium’ (strafrechtelijke handhaving bij overlast) verstandig is. Het rapport vermeldt dit criterium overigens niet, omdat deze beleidslijn in de interviewronde niet aan ons is verteld. Het verklaart wel wat we aantroffen en is beschreven in het rapport.

4. Straatinformatie verzamelen. Registraties laten niet zien wat er op straat speelt wat betreft drugshandel en drugsgebruik, zo blijkt. Er bestaat behoefte aan straatinformatie over drugshandel en drugsgebruik (van boa’s, burgers, jongerenwerk en agenten), als basis voor preventief en/of handhavend handelen. Dit vergt dat wordt ingezien dat signalen en vermoedens hierover serieus genomen moeten worden; om te kijken wat er speelt en om vervolgens, zo nodig, actie te ondernemen. Dat zou in lijn zijn met de politiek-bestuurlijke prioriteit voor ‘drugs’.

Zie het rapport Pact voor de Rechtsstaat voor een landelijk advies over de duurzame aanpak om de drugscriminaliteit in Nederland te reduceren.

Menno van Duin en Edward van der Torre, onderzoekers van Lokale Zaken

Bekijk de brief: Beantwoording vragen door de rekenkamer

Bron: raadsinformatie van de gemeente Neder-Betuwe (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Neder-Betuwe

Alle artikel 35-vragen in Neder-Betuwe