6 juni 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Neder-Betuwe

vragen GB

Een raadslid stelde op 6 juni 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • Waarom is er met betrekking tot de slaapplaatsfunctie overwinterende watervogels en trekvogels in dit gebied niet opgenomen om komende winter een nulmeting uit te… → Initiatiefnemer heeft Sovon, een onafhankelijke ínstituut op het gebied van vogels, gevraagd de natuuronderzoeken uit te voeren.
  • Of wordt dit expliciet meegenomen in het gerichte veldonderzoek dat zal worden uitgevoerd op het moment dat de planning bekend is (zie de reactienota van Solinoor aan… → Zie bovenstaande antwoord.
  • Zijn er mogelijkheden om vast te leggen om aankomende winter alsnog een nulmeting onderzoek uit te (laten) voeren naar overwinterende watervogels en trekvogels in dit… → We volgen hier het advies van Sovon en de toetsing van de ODR.
  • Hoe wordt vastgelegd dat er aan monitoring invulling wordt gegeven? → Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor de waterkwaliteit.
  • Wordt hieraan voorafgaand eerst een complete nulmeting uitgevoerd om zo te kunnen monitoren? → In het monitoringsplan zijn ook nulmetingen opgenomen.
  • Waarom wordt er niet eerst gewacht tot de effecten van dit drijvende zonnepark bekend zijn voordat er in het natuurgebied van de Gouveneurspolder ook overgegaan wordt… → De toegevoegde onderzoeken wijzen uit dat er geen negatieve effecten zijn voor de natuur.
  • Wat is de visie en conclusie van Rijkswaterstaat met betrekking tot deze plannen? → Rijkswaterstaat is bevoegd gezag in de uiterwaarde van de Waal en is dan ook de instantie die een Watervergunning verleend.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen zonnepark in de Gouveneurspolder Gemeentebelangen 4 juni 2024

Op pagina 23 van de positieve notitie van Solinor, Versterkingsplan groene ontwikkelingszone zonnewaal, wordt verwezen naar de ZonneWijzer, de Gelderse gebiedsgids voor zonneparken die is opgesteld op initiatief van het Gelders Energieakkoord en in opdracht van provincie Gelderland.

Hierin wordt geconcludeerd dat zonnevelden op (grote) waterpartijen een relatief beperkte ruimtelijke impact hebben en dat er goede aanknopingspunten zijn voor natuurinclusiviteit. De conclusie is mede hierdoor dat er niet tot nauwelijks impact is op de actuele natuur- en landschapswaarden. Hierbij wordt verwezen naar noot nummer 3. Als we de toelichting bij noot nummer 3 lezen staat er ook het volgende te lezen: ‘Vooral grotere wateren kunnen echter belangrijke rusten foerageergebieden zijn voor trekvogels en overwinterende watervogels. De plaatsing van zonnepanelen heeft naar verwachting een negatief effect op deze vogels. Door drijvende eilanden of kunstmatige onderwaterstructuren toe te voegen kan er wel weer een andere ecologische waarde worden gecreeerd, waar watervogels ook van kunnen profiteren (voedsel). Deze effecten zijn (nog) niet goed bekend.’

Opmerkelijk is dat dit negatieve effect voor deze vogels verder in het stuk van Solinoor zelf onderbelicht wordt.

SOVON geeft in zijn onderzoek aan dat van de slaapplaatsfunctie van het open water (met name voor de ganzensoorten Kolgans en Grauwe Gans en in mindere mate eendensoorten als Kuifeend en Tafeleend), waarvan het oppervlak afneemt door het zonne-eiland, niet op basis van gekwantificeerde gegevens over het gebruik van de zandwinplas gesteld kan worden dat dit geen gevolgen heeft (Einde par. 3.2.5. SOVON).

Tevens geeft SOVON aan dat er van deze plas geen telgegevens van rustende en overnachtende watervogels zijn.

Wel wordt voorgesteld om akkoord te gaan met het compenseren van een verwacht negatief effect voor trekvogels en overwinterende watervogels door het creëren van ‘andere’ ecologische waarde.

Te weten biohutten. Dit zijn korven onder de zonnepanelen, gevuld met schelpen om schuil- en nestgelegenheid te bieden aan het onderwaterleven. Dit terwijl de effecten van onderwaterstructuren nog niet bekend zijn.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waarom is er met betrekking tot de slaapplaatsfunctie overwinterende watervogels en trekvogels in dit gebied niet opgenomen om komende winter een nulmeting uit te (laten) voeren om een goed beeld te krijgen van de huidige situatie?

Antwoord van het college

Initiatiefnemer heeft Sovon, een onafhankelijke ínstituut op het gebied van vogels, gevraagd de natuuronderzoeken uit te voeren. Sovon concludeert dat er geen tellingen nodig zijn. De ODR, als adviseur van de gemeente, onderschrijft deze conclusie. Wel is om nadere aanvullingen gevraagd aan Sovon. Hieronder volgt de reactie: “Samengevat wordt gesteld dat het beoogde plan naar verwachting niet leidt tot verlies of verstoring van het oppervlak beschikbaar of potentieel geschikt foerageergebied van de voor het Natura 2000gebied Rijntakken aangewezen niet-broedvogels. De draagkracht beschikbaar foerageergebied neemt niet af. Omdat de realisatie plaatsvindt buiten de maanden waarin de meeste overwinterende vogels aanwezig zijn (van november tot maart zijn de hoogste dichtheden aanwezig), is ook van tijdelijke effecten geen sprake en is een nadere beoordeling niet aan de orde.

Alleen van de slaapplaatsfunctie van het open water (met name voor de ganzensoorten Kolgans en Grauwe Gans en in mindere mate eendensoorten als Kuifeend en Tafeleend), waarvan het oppervlak afneemt door het zonne-eiland, kan niet op basis van gekwantificeerde gegevens gesteld worden dat de zandwinplas geen slaapplaatsfunctie heeft. Op basis van de wel beschikbare telgegevens wordt gesteld dat het aandeel rustende vogels laag is en dat de zandwinplas geen (belangrijke) slaapplaatsfunctie vormt. Tevens wordt in het Natura 2000-beheerplan Rijntakken gesteld dat de potentiële omvang en kwaliteit van beschikbare rust- en slaapplaatsen niet als beperkende factor wordt gezien (Provincie Gelderland, 2018) en neemt het oppervlak open water de komende jaren toe door maatregelen in het kader van de Kader Richtlijn Water en NNN. Op basis van bovenstaande wordt gesteld dat van een afname van de draagkracht van het Natura 2000-gebied voor rustende vogels niet aan de orde is.” We vragen om dit te verwerken in de rapportage.

Vraag 2

Of wordt dit expliciet meegenomen in het gerichte veldonderzoek dat zal worden uitgevoerd op het moment dat de planning bekend is (zie de reactienota van Solinoor aan het einde van hoofdstuk 4)?

Antwoord van het college

Zie bovenstaande antwoord.

Vraag 3

Zijn er mogelijkheden om vast te leggen om aankomende winter alsnog een nulmeting onderzoek uit te (laten) voeren naar overwinterende watervogels en trekvogels in dit gebied?

Antwoord van het college

We volgen hier het advies van Sovon en de toetsing van de ODR. Zij hebben geconcludeerd dat het niet nodig is.

Er is een advies door SOVON opgenomen om na realisatie van het zonnepark te monitoren naar het daadwerkelijke gebruik van de zandwinplas door rustende ganzen en eenden en de effecten van de maatregelen van de zogenaamde biohutten onder de drijvers, om zo inzicht te krijgen in de effecten nadien. (Par. 3.2.6. Advies SOVON, pag. 18)

Vraag 4

Hoe wordt vastgelegd dat er aan monitoring invulling wordt gegeven?

Antwoord van het college

Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor de waterkwaliteit. Monitoring is een eis als onderdeel van de Watervergunning. Dit zal dan ook worden uitgevoerd. Solinoor maakt, onder andere met Rijkswaterstaat, momenteel een monitoringsplan die onderdeel is van de watervergunning.

Vraag 5

Wordt hieraan voorafgaand eerst een complete nulmeting uitgevoerd om zo te kunnen monitoren?

Antwoord van het college

In het monitoringsplan zijn ook nulmetingen opgenomen.

In IJzendoorn, in de Willemspolder is ook al sprake van een drijvend zonnenpark. Die locatie klinkt logischer omdat daar ook al bedrijvigheid plaatsvindt in de uiterwaarden. In de Gouveneurspolder is juist uitsluitend natuur en vindt er verder geen industriële bedrijvigheid plaats.

Vraag 6

Waarom wordt er niet eerst gewacht tot de effecten van dit drijvende zonnepark bekend zijn voordat er in het natuurgebied van de Gouveneurspolder ook overgegaan wordt tot een drijvend zonnepark?

Antwoord van het college

De toegevoegde onderzoeken wijzen uit dat er geen negatieve effecten zijn voor de natuur. Dit is bevestigd door de ODR en ook de Provincie. Samen met de Provincie zijn maatregelen ontworpen waardoor het plan per saldo ecologische meerwaarde biedt, zie ook het versterkingsplan.

In Bijlage 1, RO Zonne-eiland Zonnewaal Gouveneurspolder Ochten, wordt gekeken of dit plan past binnen de plannen en ambities van verschillende bevoegde gezagen. Wij zien het echter niet voorgelegd aan Rijkswaterstaat.

Vraag 7

Wat is de visie en conclusie van Rijkswaterstaat met betrekking tot deze plannen?

Antwoord van het college

Rijkswaterstaat is bevoegd gezag in de uiterwaarde van de Waal en is dan ook de instantie die een Watervergunning verleend. De Watervergunning is op 16 mei verleend waarbij Rijkswaterstaat akkoord is gegaan. Het Waterschap heeft hierin ook positief geadviseerd alsmede de provincie.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen GB

Bron: raadsinformatie van de gemeente Neder-Betuwe (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Neder-Betuwe

Alle artikel 35-vragen in Neder-Betuwe