15 september 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Nunspeet

AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen Ruimte en Wonen 18 mei 2026

Een raadslid stelde op 15 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Strategische gronden en structurele last De boekwaarde van strategische gronden is fors toegenomen en de rentelasten drukken direct op de exploitatiebegroting. → De strategische gronden die opgenomen zijn in het MPG betreffen gronden en panden die als doel hebben om op termijn ontwikkeld te worden of die ingezet kunnen worden als ruilgronden.
  • Doorwerking naar de gewone begroting Wat betekent dat vervolgens concreet voor de gewone begroting? → Welke beleidsvelden of investeringsruimte komen onder druk te staan als strategische aankopen verder toenemen?
  • Lange doorlooptijd van ’t Hul Noord Wat zijn de financiële gevolgen van de huidige lange doorlooptijd van ’t Hul Noord voor rente, beheerkosten en het beslag op de… → En in hoeverre speelt daarbij ook de gevoeligheid voor verdere kostenstijgingen een rol?
  • Oplopend tekort en subsidieafhankelijkheid Het huidige tekort op ’t Hul Noord bedraagt ruim 3,36 miljoen euro, terwijl het project nog lang doorloopt. → Er is een risicodossier voor ’t Hul Noord en de risico’s met de grootste financiële impact hebben betrekking op vertraging en stijgende kosten.
  • Effect van versnelling Wat gebeurt er financieel als de doorlooptijd van ’t Hul Noord bijvoorbeeld fors wordt verkort? → Wat betekent dat dan voor het tekort, de rentelasten, de benodigde risico- en verliesvoorzieningen en de gevoeligheid voor verdere kostenstijgingen?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Strategische gronden en structurele last De boekwaarde van strategische gronden is fors toegenomen en de rentelasten drukken direct op de exploitatiebegroting. Hoe groot is die structurele last op dit moment, hoe ontwikkelt die zich bij verdere aankopen, en wat betekent dat binnen onze financiële kaders?

Antwoord van het college

De strategische gronden die opgenomen zijn in het MPG betreffen gronden en panden die als doel hebben om op termijn ontwikkeld te worden of die ingezet kunnen worden als ruilgronden. Dat betekent dat deze gronden dus vaak slechts tijdelijk als strategische grond op de balans staan. Gedurende deze periode wordt op de boekwaarde van de grond niet afgeschreven, maar wel zijn er rentekosten. De boekwaarde van de strategische gronden per 1-1-2026 is €16,2 miljoen (zie pagina 38 MPG) en het huidige rentepercentage is 1,5%. Dat betekent een jaarlijkse rentelast van circa 250K. Een deel hiervan komt ten laste van de algemene exploitatie en een deel ten laste van de reserve grondexploitatie. Zie de tabel op pagina 34 van het MPG voor de kapitaallasten die in 2026 gemaakt zijn en die gedekt worden uit de reserve grondexploitatie. De boekwaarde van de strategische gronden is het afgelopen jaar met name fors toegenomen vanwege de aankoop Industrieweg 20 (Shimano). Dit pand is aangekocht met het oog op de (nog vast te stellen) grondexploitatie Nieuw Feithenhof. Als deze grondexploitatie wordt vastgesteld zal de boekwaarde van de strategische gronden ook weer flink afnemen. Daarnaast staan voor de meeste gronden/panden ook inkomsten uit pacht of tijdelijke verhuur tegenover de rentekosten die gemaakt worden. De financiële impact van de toegenomen boekwaarde van de strategische aankopen is dus relatief beperkt. Vraag

Vraag 2

Doorwerking naar de gewone begroting Wat betekent dat vervolgens concreet voor de gewone begroting?

Antwoord van het college

Welke beleidsvelden of investeringsruimte komen onder druk te staan als strategische aankopen verder toenemen? En wordt dat ook expliciet meegewogen bij besluitvorming? Antwoord Zie het antwoord onder vraag 1. De financiële impact is beperkt. Als er een strategische aankoop wordt gedaan dan is dit altijd op basis van een raadsbesluit. In het raadsvoorstel wordt de noodzaak van de strategische aankoop onderbouwd en daarbij komen de volgende factoren altijd aan bod (zoals vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2024): -Duiding van het ruimtelijk initiatief -Noodzaak van een sterke gemeentelijke sturing in het gebied -Toegevoegde waarde en effect voor de gewenste ontwikkeling -Financiële dekking -Marktconformiteit -Risicoprofiel Vraag

Vraag 3

Lange doorlooptijd van ’t Hul Noord Wat zijn de financiële gevolgen van de huidige lange doorlooptijd van ’t Hul Noord voor rente, beheerkosten en het beslag op de reserve grondexploitatie?

Antwoord van het college

En in hoeverre speelt daarbij ook de gevoeligheid voor verdere kostenstijgingen een rol? Antwoord Rente De resterende looptijd van ’t Hul Noord is nog 13 jaar. Het project heeft per 1-1-2026 een negatieve boekwaarde van €21,4 miljoen. Het project eindigt met een negatief eindsaldo van €3,4 miljoen (op 3112-2038) en de boekwaarde is gedurende de hele looptijd negatief. Dit betekent dat er enkel rentekosten zijn en geen renteopbrengsten. De totale rentekosten voor de duur van het project zijn in het MPG 2026 geraamd op €2,8 miljoen, uitgaande van het huidige rentepercentage van 1%. Beheerkosten Voor het tijdelijk beheer van de gronden is een post opgenomen in de grondexploitatie van circa 700K. Beslag op de reserve grondexploitatie Vanuit de voorschriften in het BBV (voorzichtigheidsbeginsel) is het verwachte verlies op eindwaarde van €3,4 miljoen volledig afgedekt met een verliesvoorziening. Deze verliesvoorziening is gedekt vanuit de reserve grondexploitatie. Jaarlijks wordt de grondexploitatie ’t Hul Noord geactualiseerd en de hoogte van de verliesvoorziening wordt dus jaarlijks aangepast aan het actuele tekort. Als gevolg hiervan zullen er de komende jaren dus onttrekkingen uit en dotaties aan de reserve grondexploitatie plaatsvinden. Vanwege de lange looptijd van het project is er extra gevoeligheid voor wijzigingen in de parameters (o.a. verdere kostenstijgingen, maar ook opbrengstenstijgingen) en in deze fase van het project zullen er nog vrij grote schommelingen gaan voordoen in de uitkomst van dit project. Dit kan overigens twee kanten op werken, de uitkomst kan ook positiever worden dan dat nu is ingeschat (zoals ook bij Molenbeek het geval was). Hoe verder het project vordert, hoe nauwkeuriger het resultaat is in te schatten. Bij de vaststelling van de grondexploitatie in april 2024 was het tekort bijvoorbeeld €9,9 miljoen en werd voor dat bedrag een verliesvoorziening getroffen. De actuele grondexploitatie per 1-1-2026 laat een tekort zien van €3,4 miljoen. Deze verbetering van het projectresultaat ten opzichte van de in 2024 vastgestelde grondexploitatie heeft een aantal oorzaken, waaronder gewijzigde parameters, maar de voornaamste oorzaak de toekenning is van een subsidie vanuit de landelijke regeling Woningbouwimpuls van (maximaal) €5,2 miljoen en daaraan gekoppeld cofinanciering van de provincie van €750.000. Vraag

Vraag 4

Oplopend tekort en subsidieafhankelijkheid Het huidige tekort op ’t Hul Noord bedraagt ruim 3,36 miljoen euro, terwijl het project nog lang doorloopt. Welke risico’s kunnen ertoe leiden dat dit verder oploopt, in hoeverre zijn die risico’s op dit moment beheersbaar, en welke rol spelen subsidies in het huidige financiële beeld?

Antwoord van het college

Er is een risicodossier voor ’t Hul Noord en de risico’s met de grootste financiële impact hebben betrekking op vertraging en stijgende kosten. Oorzaken voor vertraging zijn bijvoorbeeld de beperkte capaciteit op het stroomnet of gebrek aan ambtelijke capaciteit. Risico’s voor stijgende kosten zitten met name in de kosten voor het bouwrijp maken en de resterende grondaankopen. Daarnaast is het omgevingsplan nog niet onherroepelijk vastgesteld en het risico bestaat altijd nog dat het omgevingsplan niet wordt vastgesteld. In het benodigde bodembedrag van de reserve grondexploitatie wordt een bedrag van €2,1 miljoen gerekend om mogelijke risico’s in ’t Hul Noord op te vangen. Een andere beheersmaatregel die is toegepast in de grondexploitatie is dat er geen opbrengstenstijging wordt gerekend over opbrengsten die na 10 jaar worden gerealiseerd. De opbrengstenstijging staat voor deze jaren staat op 0%. Subsidies Voor ’t Hul Noord is in 2024 een subsidie toegekend door het Rijk vanuit de regeling Woningbouwimpuls voor een bedrag van circa €5,2 miljoen. De hoogte van de subsidie is gerelateerd aan het tekort op het project. Op dit moment is het tekort op de grondexploitatie lager dan het tekort was op het moment van de subsidieaanvraag. Daarom wordt op dit moment rekening gehouden met een subsidie van circa €4,0 miljoen. Daarnaast ontvangt het project cofinanciering van de provincie ter hoogte van 750K. Vraag

Vraag 5

Effect van versnelling Wat gebeurt er financieel als de doorlooptijd van ’t Hul Noord bijvoorbeeld fors wordt verkort?

Antwoord van het college

Wat betekent dat dan voor het tekort, de rentelasten, de benodigde risico- en verliesvoorzieningen en de gevoeligheid voor verdere kostenstijgingen? Antwoord Een korte looptijd zal een positief effect hebben op de rentekosten en maakt het project minder gevoelig voor verdere kostenstijgingen. Er zijn geen scenarioberekeningen uitgevoerd als onderdeel van het MPG dus het exacte financiële effect is niet te zeggen. Vraag 6 Nieuw Feithenhof Wanneer ontvangt de raad een eerste financiële bandbreedte voor Nieuw Feithenhof, inclusief de consequenties voor reserve, risico’s en begroting? Antwoord Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van het omgevingsplan voor Nieuw Feithenhof en de financiële doorrekeningen hiervan. Op het moment dat het omgevingsplan ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden zal de raad ook gevraagd worden om de bijbehorende grondexploitatie voor Nieuw Feithenhof vast te stellen. Onderdeel van dit voorstel is de financiële dekking voor het project en de effecten op de reserves. Het streven is om dit in de tweede helft van dit jaar voor te leggen aan de raad. Vraag 7 Robuustheid van de parameters De gehanteerde parameters zijn bij dit soort bedragen heel bepalend voor het eindbeeld. In het MPG lezen wij dat deze zijn gebaseerd op de Outlook Grondexploitaties 2026 van Metafoor. Kan het college toelichten hoe robuust die aannames op dit moment zijn, met name aan de opbrengstenkant en bij de kostenontwikkeling, als de markt of rente zich minder gunstig ontwikkelt dan nu wordt verondersteld? Antwoord De parameters zijn inderdaad grotendeels gebaseerd op het parameteradvies van Metafoor (landelijk planeconomisch adviesbureau). In de Outlook wordt op basis van een groot aantal externe bronnen/marktcijfers (CBS, BDB, bouwkostenkompas etc.) een beeld gegeven van de verwachte kostenen opbrengstenstijgingen die relevant zijn voor de grondexploitatie. Dit document wordt door het merendeel van de gemeenten gebruikt als onderbouwing voor de parameters in de grondexploitatie. Wij zien dit daarom als een goede onderbouwing voor de kosten- en opbrengstenstijgingen. Voor de lange termijn zijn de parameters lastiger te voorspellen. Daarom is het gangbaar om voor de parameters voor de lange termijn (2029 en verder) aan te sluiten bij het langjarig inflatiegemiddelde van de ECB, zijnde 2% per jaar. Vraag 8 Opname in het MPG en integraal risicobeeld Kan het college toelichten op basis van welke criteria een ontwikkeling wel of nog niet in het MPG wordt opgenomen, en hoe risico’s zoals netcongestie, marktomstandigheden, procedures en subsidieafhankelijkheid portefeuillebreed worden gewogen? En zou dat in toekomstige MPG’s explicieter en meer samenhangend zichtbaar gemaakt kunnen worden? Antwoord Alle lopende grondexploitaties worden opgenomen in het MPG. De definitie van een grondexploitatie is een plan dat vastgesteld is door de raad waarbij de gemeente voor eigen rekening en risico gronden en panden ontwikkelt naar bouwrijpe grond. Op de projectpagina’s in het MPG wordt tekstueel aangegeven wat de belangrijkste risico’s per project zijn onder het kopje ‘belangrijkste risico’s’. Voor de projecten met significante risico’s (>€1 miljoen) wordt een risicodossier opgesteld. Op dit moment geldt dat voor het project ’t Hul Noord. Op pagina 36 van het MPG staat de risico-inschatting voor alle projecten en hoe dit wordt meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit van de gemeente. 5c. Vaststellen TAM-omgevingsplan Elspeterbosweg 61 Over dit agendapunt zijn geen vragen gesteld. 5d. Realiseren acht appartementen perceel Oudeweg 2 Hulshorst Over dit agendapunt zijn geen vragen gesteld. 5e. TAM-IMRO plan transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg J. Ruitenburg (ChristenUnie) Vraag 1. Participatie-traject. In het bijgevoegde onderzoeksrapport wordt technisch ingegaan op de genoemde aandachtspunten van omwonenden: straling, geluid, landschappelijke inpassing. Toch geven de omwonenden aan dat het participatietraject als “eenrichtingsverkeer” en als “overdonderend” is ervaren. Hoe kijkt het college terug op het gelopen participatie-traject? Antwoord Het college kijkt terug op een zorgvuldig doorlopen participatietraject. Vanaf het raadsbesluit tot aankoop van de voormalige autosloperij tot aan het ontwerp TAM-plan zijn meerdere momenten georganiseerd om omwonenden te informeren en met hen in gesprek te gaan. In oktober 2024 vond een inloopavond plaats waarbij Liander, TenneT, een onafhankelijke geluidsexpert en de GGD aanwezig waren. Bezoekers konden direct vragen stellen en hun zorgen schriftelijk meegeven. Op verzoek van omwonenden is een bezoek aan een onderstation georganiseerd. Daarnaast zijn er diverse individuele gesprekken gevoerd met direct omwonenden om vragen en zorgen te bespreken. Ook zijn in goed overleg afspraken gemaakt over percelen waar afwijkingen tussen kadastrale en feitelijke grenzen waren geconstateerd. Alle omwonenden zijn gedurende het proces per brief geïnformeerd over de voortgang, waaronder de saneringswerkzaamheden en de terinzagelegging van het ontwerp-TAM-plan. Vraag 2 Geluid. Is de gemeente bereid om omwonenden tegemoet te komen om geluidsreducerende maatregelen te nemen (casus van paardenhouder)? Waarmee kan de gemeente faciliteren? Antwoord De ontwikkeling bevat meerdere geluid reducerende maatregelen. Het terrein is zo ingericht dat de transformatoren op maximale afstand van de omliggende woningen worden geplaatst. Daarnaast wordt, op verzoek van omwonenden, aan de noordzijde een keerwand geplaatst. Deze voorziening zorgt voor zowel extra geluidswering als voor een visuele afscherming van de ontwikkeling.

Bekijk de brief: AP 4a. Overzicht schriftelijke vragen Ruimte en Wonen 18 mei 2026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Nunspeet (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Nunspeet

Alle artikel 35-vragen in Nunspeet