12 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Nunspeet

schriftelijke vragen cie AB 12 februari 2026

Een raadslid stelde op 12 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Overzicht schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 12 februari 2026. ☐ 5a. Kwestie Commissie Omgevingskwaliteit.

De beantwoording van de vragen van de heer Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) volgt zo spoedig mogelijk.

☐ 5b. Openbaarmaking (gedeeltelijk) op basis van geheimhoudingsregister.

G. Pluim (ChristenUnie)

1. Mandatering In het voorstel staat: “Het college is gemandateerd om namens de raad deze zienswijzen op te vragen op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.” In de voetnoot wordt verwezen naar het Raadsbesluit Mandaatbesluit Woo gemeenteraad Nunspeet (nr. 508767, Gemeenteblad 4 december 2024). In dit besluit staat dat: “Het behandelen van een verzoek op grond van de Wet open overheid dat is gericht aan de gemeenteraad wordt gemandateerd aan de (plaatsvervangend) griffier.” Vraag 1:

Kan het college toelichten hoe deze mandatering zich precies verhoudt tot het genoemde Mandaatbesluit Woo en op welke juridische grondslag het college in dit geval namens de raad zienswijzen opvraagt?

Antwoord:

Het gaat hier om twee onderscheiden bevoegdheden: enerzijds het opheffen van geheimhouding en anderzijds het uit eigen beweging openbaar maken van stukken voor een ieder op grond van de Wet open overheid (Woo).

In de uitvoeringspraktijk zal het college, in samenspraak met de griffie, zienswijzen opvragen.

Deze zienswijzen kunnen uitsluitend betrekking hebben op het voorgenomen besluit tot openbaarmaking van de stukken voor een ieder op grond van de Woo. In het raadsvoorstel is ten onrechte vermeld dat de zienswijzen mede van invloed kunnen zijn op het besluit tot (gedeeltelijke) opheffing van de geheimhouding. Dat is niet het geval.

Het Mandaatbesluit Woo gemeenteraad ziet uitsluitend op de behandeling van Woo-verzoeken die aan de raad zijn gericht. Dit omvat het nemen van besluiten over openbaarmaking voor een ieder naar aanleiding van een Woo-verzoek, waaronder het bieden van de gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen.

Het mandaatbesluit ziet uitdrukkelijk niet op het opheffen van door de raad opgelegde geheimhouding; deze bevoegdheid is niet gemandateerd en berust onverkort bij de raad.

Nu geen sprake is van een concreet Woo-verzoek, maar van het uit eigen beweging openbaar maken van informatie, dient eerst formeel te worden besloten tot opheffing van de geheimhouding. Na deze opheffing zal het college, in samenspraak met de griffie en met toepassing van de uitzonderingsgronden van de Woo, derde-belanghebbenden in de gelegenheid stellen een zienswijze naar voren te brengen, voor zover deze betrekking heeft op het openbaar maken van de stukken voor een ieder.

2. Zienswijze indienen zonder inzage Het voorstel is om voor derde-belanghebbenden een besloten bijeenkomst te organiseren waarin zij mondeling hun zienswijzen kunnen toelichten. Daarbij wordt aangegeven dat de stukken wegens geheimhouding niet aan derden kunnen worden verstrekt.

Vraag 2.1:

Is een besloten zienswijzeprocedure zonder inzage in (delen van) de onderliggende documenten in lijn met de eisen die artikel 4:8 Awb en de jurisprudentie van de Raad van State stellen aan een effectieve hoorplicht?

Antwoord:

Ja. Gelet op de geschetste omstandigheden is de gevolgde zienswijzeprocedure in overeenstemming met artikel 4:8 Awb en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De bijeenkomst waarin betrokkenen hun zienswijzen naar voren kunnen brengen, vindt plaats nadat de raad de geheimhouding formeel heeft opgeheven. Om die reden zal deze bijeenkomst worden gehouden na de raadsvergadering van 26 februari 2026, met inachtneming van het door de raad al dan niet genomen besluit tot opheffing van de geheimhouding. Hierdoor kunnen de relevante stukken aan betrokkenen worden toegezonden en kan inzage worden geboden in (delen van) de onderliggende documenten.

Daarnaast betreft het onder meer stukken die bij de derde-belanghebbenden zelf aanwezig zijn, zoals gesloten overeenkomsten. De derde-belanghebbenden beschikken daarmee reeds over kennis van de inhoud en kunnen hun zienswijze baseren op volledige informatie.

Vraag 2.2:

Hoe wordt gewaarborgd dat:

-

Derde-belanghebbenden hun zienswijzen daadwerkelijk inhoudelijk kunnen onderbouwen, en

-

De raad als bevoegd orgaan bij de besluitvorming over het al dan niet opheffen van geheimhouding volledig, onverkort en ongefilterd kennis kan nemen van alle ingediende zienswijzen?

Antwoord:

Derde-belanghebbenden worden in staat gesteld hun zienswijzen inhoudelijk te onderbouwen, doordat zij na opheffing van de geheimhouding kennis kunnen nemen van de relevante stukken. Deze stukken kunnen na opheffing van de geheimhouding worden toegezonden en of ter inzage worden gelegd. Daarbij gaat het om documenten die veelal ook reeds bij de derde-belanghebbenden zelf aanwezig zijn, zoals gesloten overeenkomsten.

De gemeenteraad neemt eerst een zelfstandig besluit over de op de stukken rustende geheimhouding. Nadat de raad hierover heeft besloten, resteert uitsluitend nog een besluit over de openbaarmaking van de stukken op grond van de Woo. Conform het Mandaatbesluit Woo gemeenteraad worden de te openbaren stukken en alle eventuele ingediende zienswijzen onverkort ter kennisgeving aan de raad verstrekt, zodat de raad zich een volledig en zorgvuldig beeld kan vormen van de afwegingen die ten grondslag liggen aan de openbaarmaking op grond van de Woo. Op basis hiervan zal de raad een besluit nemen op de voorgenomen openbaarmaking.

Vraag 2.3:

Op welke wijze worden de mondeling ingediende zienswijzen tijdens de besloten bijeenkomst vastgelegd, en hoe wordt geborgd dat deze vastlegging controleerbaar, volledig en herleidbaar aan de raad wordt voorgelegd?

Antwoord:

De mondeling ingediende zienswijzen tijdens de besloten bijeenkomst worden op een zorgvuldige en controleerbare wijze vastgelegd. Van de bijeenkomst wordt een schriftelijk verslag opgesteld waarin de door de derde‑belanghebbende naar voren gebrachte zienswijzen zo volledig en feitelijk mogelijk worden weergegeven.

Na afloop van de bijeenkomst wordt het conceptverslag van de zienswijze toegezonden aan de derde‑belanghebbende met het verzoek om: de juistheid en volledigheid te bevestigen, dan wel de zienswijze waar nodig schriftelijk aan te vullen of te verduidelijken.

Pas na deze bevestiging of aanvulling wordt de zienswijze als definitief beschouwd en opgenomen in het dossier. Hiermee wordt geborgd dat de vastlegging volledig, controleerbaar en herleidbaar is tot de inbreng van de betreffende derde‑belanghebbende.

De keuze voor een bijeenkomst met de derde-belanghebbenden op het gemeentehuis is bewust gemaakt vanuit een dienstverlenende benadering. De procedure rond het opheffen van de geheimhouding en de Woo kan als complex worden ervaren. Een persoonlijke toelichting biedt de mogelijkheid om het proces, de voorgenomen openbaarmaking en de ruimte voor het indienen van zienswijzen helder toe te lichten.

De aldus vastgelegde en door de derde‑belanghebbende geverifieerde zienswijzen worden onverkort en integraal ter kennisgeving aan de raad voorgelegd, samen met de te openbaren stukken, zodat de raad volledig en transparant kennis kan nemen van de inhoud en een besluit kan nemen over de voorgenomen openbaarmaking.

3. Weigeringsgronden Woo en motivering In alle dossiers wordt uitsluitend artikel 5.1 lid 2 onder e Woo (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) als weigeringsgrond gehanteerd.

Vraag 3.1:

Kan het college toelichten waarom geen beroep wordt gedaan op andere Woo-weigeringsgronden, zoals artikel 5.1 lid 2 onder c Woo (bedrijfs- en fabricagegegevens) of artikel 5.1 lid 2 onder f Woo (financieel belang van de gemeente), terwijl de dossiers ook betrekking hebben op taxaties, koopovereenkomsten, grondexploitatie en prijsinformatie?

Antwoord:

Er is door de vakinhoudelijke afdelingen per dossier beoordeeld of de geheimhouding (gedeeltelijk) kan worden opgeheven. Daarbij is vastgesteld dat het gaat om afgesloten dossiers, waarvan een deel ouder is dan vijf jaar, waardoor het belang bij voortduring van de geheimhouding is verminderd en een verzwaarde motivering vereist is om deze te handhaven.

In dat kader is tevens beoordeeld of informatie bij voortduring onder de weigeringsgronden van de Woo zou moeten vallen. Bij dossiers die betrekking hebben op taxaties, koopovereenkomsten, grondexploitatie en prijsinformatie is getoetst aan onder meer artikel 5.1, tweede lid, onder c (bedrijfs- en fabricagegegevens) en onder f (economische en financiële belangen van de gemeente), Woo. Gelet op de afgesloten aard en de ouderdom van de dossiers is geconcludeerd dat deze belangen niet (meer) zodanig worden geschaad dat handhaving van de geheimhouding gerechtvaardigd is.

Tegelijkertijd is vastgesteld dat bepaalde informatie wél kan leiden tot schending van de persoonlijke levenssfeer, met name waar het gaat om persoonsgegevens en andere herleidbare gegevens van natuurlijke personen.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen cie AB 12 februari 2026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Nunspeet (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Nunspeet

Alle artikel 35-vragen in Nunspeet