schriftelijke vragen cie AB 19 mei 2026
Een raadslid stelde op 19 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Overzicht schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 19 mei 2026. ☐ 5a. Klachtenregeling gemeente Nunspeet.
G. Pluim (ChristenUnie) Vraag:
In de definities is niet opgenomen wat wordt verstaan onder een klacht. Wat verstaat het college onder een klacht (en wat niet) en kan dit toegevoegd worden onder de definitie van de klachtenregeling?
Antwoord:
Het college verstaat onder een klacht: een klacht in de zin van artikel 9:1 Awb, zijnde een klacht over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de klager of een ander heeft gedragen. Een gedraging van een persoon die werkzaam is onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.
Besluiten waar bezwaar en beroep tegen openstaat (inhoudelijk) vallen hier niet onder. Ter verduidelijking zal deze Awb-definitie worden toegevoegd aan de definities van de klachtenregeling.
Vraag:
Er kan geen klacht worden ingediend tegen een gedraging waartegen bezwaar en/ of beroep mogelijk is. Welke opties zijn er om, ook in dat geval, een geschil op te lossen zonder de juridische weg te bewandelen? En kan de klachtenprocedure hierin voorzien?
Antwoord:
Wanneer tegen een gedraging bezwaar en/of beroep openstaat, kan daarvoor geen klachtenprocedure worden gebruikt, omdat de klachtenprocedure niet bedoeld is om de rechtmatigheid of inhoud van besluiten te beoordelen. Die beoordeling is uitsluitend voorbehouden aan de bezwaar- en beroepsprocedures. Wel is het juist in dergelijke situaties zinvol om informeel contact te zoeken. Door in gesprek te gaan kan onduidelijkheid worden weggenomen, kan uitleg worden gegeven over het besluit of de handelwijze, en kan soms een praktische of minnelijke oplossing worden gevonden.
Vraag:
Art. 8.2: het advies van de klachtencommissie is niet bindend voor het bestuursorgaan. Dit betekent dat het bestuursorgaan de klacht naast zich neer kan leggen. Op welke manier krijgt de klager uitleg/ onderbouwing waarom een bestuursorgaan afwijkt van het advies van de klachtencommissie?
Antwoord:
Hoewel het advies van de klachtencommissie niet bindend is, kan een bestuursorgaan een dergelijk advies niet zonder motivering naast zich neerleggen. Wanneer het bestuursorgaan afwijkt van het advies, dient het dit duidelijk en deugdelijk te onderbouwen in de schriftelijke reactie aan de klager. In deze beslissing moet worden toegelicht waarom het bestuursorgaan tot een ander oordeel is gekomen dan de klachtencommissie en welke overwegingen daaraan ten grondslag liggen. Hierdoor krijgt de klager inzicht in de gemaakte afweging.
Ook de Nationale ombudsman speelt een belangrijke rol. Als de klager zich niet kan vinden in de wijze waarop zijn klacht is behandeld, of als het bestuursorgaan afwijkt van het advies van de klachtencommissie, kan hij zich wenden tot de Nationale ombudsman. De ombudsman toetst of het handelen behoorlijk en zorgvuldig is geweest en of dit voldoende is gemotiveerd.
In de praktijk is het gebruikelijk én wenselijk het advies van de klachtencommissie te volgen.
Afwijking vindt slechts plaats bij zwaarwegende redenen, die aan de klager helder en inzichtelijk worden uitgelegd.
Vraag:
Art. 7.8: Als de klacht niet binnen de termijn van zes weken kan worden afgehandeld, is de secretaris van de klachtencommissie bevoegd de afhandeling met vier weken te verdagen.
Moet hiervoor een reden zijn, en zo ja, wat is dan valide? En hoe wordt de klager hiervan op de hoogte gesteld?
Antwoord:
Ja, voor verdaging op grond van artikel 7.8 is een deugdelijke reden vereist. De klachtencoördinator van de gemeente neemt in alle gevallen contact op met de klager. Vervolgens is het aan de klager of hij openstaat voor een klachtgesprek met de beklaagde en de klachtencoördinator, gericht op het in onderling overleg oplossen van de klacht.
Op basis van dit contact wordt beoordeeld of de klacht informeel is afgedaan of dat behandeling door de klachtencommissie alsnog noodzakelijk is. Indien voor dit traject meer tijd nodig is dan de termijn van zes weken, kan de secretaris de afhandeling eenmaal verdagen met
maximaal vier weken. De klager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de verdere gang van zaken.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen cie AB 19 mei 2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Nunspeet (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.