5 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Oudewater

vragen van de Onafhankelijken - RV verordening leerlingenvervoer.pdf

Een raadslid stelde op 5 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Oudewater (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Welke kaders in de verordening die nu voorligt zijn tot stand gekomen door de input die ervaringsdeskundige ouders (en leerlingen) geleverd hebben? → Wij horen graag een aantal mooie/inspirerende voorbeelden van hoe deze verordening aan de Oudewaterse maat aangepast is.
  • De verordening Leerlingenvervoer is grotendeels gebaseerd op landelijk geldende criteria, waarna er in de beleidsregels ingegaan kan worden op de lokale context. → ’ De lokale context kan betrekking hebben op de beschikbaarheid van het onderwijs in de eigen gemeente, de grootte van de gemeente en de onderwijsvraagstukken die in de gemeente spelen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen bij agendapunt 6: raadsvoorstel verordening Leerlingenvervoer

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Welke kaders in de verordening die nu voorligt zijn tot stand gekomen door de input die ervaringsdeskundige ouders (en leerlingen) geleverd hebben?

Antwoord van het college

Wij horen graag een aantal mooie/inspirerende voorbeelden van hoe deze verordening aan de Oudewaterse maat aangepast is.

De voornaamste reden om voorliggende verordening leerlingenvervoer te wijzigen vloeit voort uit het sociaal akkoord, waar in Actie 2.5 wordt gesteld “We vernieuwen de verordening en beleidsregels leerlingenvervoer met de nadruk op zelfstandig reizen". Om dit te realiseren is de Modelverordening leerlingenvervoer van de VNG gebruikt. Deze modelverordening is vernieuwd na feedback van een klankbordgroep van gemeenten en een belangenorganisatie van ouders. Dit zijn niet specifiek Oudewaterse ouders.

De voornaamste inhoudelijke punten, zoals routes, opstaptijden, volgsystemen et cetera, liggen niet vast in de verordening, maar in de beleidsregels die nog opgesteld gaan worden en het Programma van Eisen waaraan de vervoerder zich moet houden. We zijn voornemens bij het opstellen van de beleidsregels de VLAS-ouders te betrekken.

Bij het opstellen van de verordening is conform ons beleid advies uitgevraagd aan de Participatieraad.

Vraag 2

De verordening Leerlingenvervoer is grotendeels gebaseerd op landelijk geldende criteria, waarna er in de beleidsregels ingegaan kan worden op de lokale context. Wij zijn benieuwd hoe de lokale context voor Oudewater er precies uit ziet, waar zit de ‘colour locale?

Antwoord van het college

’ De lokale context kan betrekking hebben op de beschikbaarheid van het onderwijs in de eigen gemeente, de grootte van de gemeente en de onderwijsvraagstukken die in de gemeente spelen. Daarnaast kan de lokale context ook gehaald worden uit de adviezen van ervaringsdeskundigen, vandaar dat het college hen wil betrekken bij de besluitvorming van de beleidsregels.

De volgende vragen gaan over de argumentatie bij de verordening.

Als wij de verordening globaal doorlezen, dan valt ons op dat van de 31 artikelen, er 1 over het daadwerkelijke taxivervoer gaat. De overige artikelen lijken vooral als doel te hebben om leerlingen zelf met de fiets of OV naar school te laten gaan, of ouders/vrijwilligers zelf te laten rijden. Uit de bewoordingen en argumentatie leiden wij af dat ervan uitgegaan wordt dat er teveel/steeds meer leerlingen van het leerlingenvervoer gebruikmaken, en dat de regels daarom aangescherpt moeten worden (argument 1.1 uit het RV).

3. Wij zijn benieuwd naar de cijfers waaruit blijkt dat er teveel/steeds meer leerlingen van het leerlingenvervoer gebruikmaken (argument 1.1 uit het RV).

Met voorliggende verordening wil het college invulling geven uit de ambitie uit het sociaal akkoord om meer nadruk te leggen op zelfstandig reizen van kinderen. Dit draagt bij aan de ontwikkeling van autonomie van het kind. Uiteraard geldt dat hierbij altijd rekening wordt gehouden met de behoeften en capaciteiten van het kind. Het college is niet van mening dat er teveel leerlingen van het leerlingenvervoer gebruik maken. Als een leerling leerlingenvervoer nodig heeft, kan het daar altijd een beroep op doen. Echter, als de vervoersvraag ook met een elektrische fiets, een OV-oplossing of kilometervergoeding, ingevuld kan worden, maken we dat mogelijk in deze verordening.

Overigens voorziet het college wel een trend dat er steeds meer leerlingen gebruik willen maken van het leerlingenvervoer, omdat de landelijke trend is dat steeds meer leerlingen naar speciaal onderwijs gaan. Deze scholen zijn vaak verder weg.

4. Op dit moment maken er 49 leerlingen gebruik van het aangepast vervoer met de taxibus. Welk % van deze leerlingen schat het college in kan op den duur met het OV of op de fiets naar school?

Een percentage is op dit moment nog niet in te schatten. Dat is afhankelijk van de mogelijkheden van de leerlingen en gaat altijd in overleg met ouders. Wel ziet het college de afgelopen jaren met de huidige werkwijze in het aanvraagformulier een afname in het vervoer per taxi, en een toename in het eigen vervoer en OV-vervoer.

5. Zijn de capaciteitsproblemen bij de taxivervoerder opgelost zodra deze leerlingen op een andere manier dan met de taxi naar school gaan?

De capaciteitsproblemen bij taxivervoerders is een landelijk probleem en zal dus niet direct opgelost worden doordat een aantal leerlingen uit Oudewater op een andere manier vervoerd gaan worden. Wel hoopt het college dat door het stimuleren van zelfstandig reizen, de druk op het taxivervoer in onze gemeente uiteindelijk verlaagd wordt. Het stimuleren van zelfstandigheid is daarbij het uitgangspunt, maar dat kan indirect bijdragen aan het capaciteitsprobleem. Doordat de druk op het taxivervoer afneemt, kunnen de leerlingen die echt afhankelijk zijn van de taxi, sneller en op kleinere schaal vervoerd worden.

6. Welke redenen geeft de taxivervoerder zelf voor het personeelstekort waar zij mee kampen?

Dit heeft te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast is het voor veel taxichauffeurs geen gewilde doelgroep, omdat het op spitstijden rijden is, en het maar een paar uur per dag is. Wat daarnaast ook heeft meegespeeld in dit contract, is dat over het algemeen vervoerders de chauffeurs uit de regio van elkaar overnemen. De chauffeurs die de route in de regio al reden, kunnen dan de route blijven uitvoeren. Helaas is bij het huidige contract gebleken dat maar een heel klein deel van de chauffeurs in de regio wilden blijven rijden, waardoor de vervoerder minder chauffeurs van de oude vervoerder heeft kunnen

overnemen. Daardoor moesten zij meer extra chauffeurs werven dan beoogd, op een al krappe markt.

7. Stel het leerlingenvervoer zou op dit moment naar volle tevredenheid uitgevoerd worden voor het aanbesteedde bedrag. Zou de verordening dan ook op de voorgestelde manier aangepast zijn?

Ja. Het aanpassen van de verordening met de nadruk op zelfstandigheid is een beleidsdoel uit het Sociaal Akkoord. Ook trekt het college hiermee één lijn met de andere gemeenten uit de regio. De verordening is niet aangepast naar aanleiding van de uitvoering. De verordening is de kapstok van het beleid, en draagt indirect bij aan de uitvoering. De uitvoering is voornamelijk afhankelijk van de landelijke vervoersmarkt en het aanbestedingscontract waar de gemeente in zit. Het vervoer moet om de aantal jaar opnieuw aanbesteed worden. Een verordening kan daarom geen elementen bevatten die specifiek te maken hebben met onderdelen of afspraken uit een huidig contract, omdat het niet duidelijk is of deze afspraken blijvend zijn bij een nieuwe aanbesteding.

8. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid (argument 1.2) zijn nobele doelstellingen. Kan het college aangeven hoe bijvoorbeeld het zelf naar school reizen met het OV bijdraagt aan het doel ‘Gelijkere kansen voor kinderen in het onderwijs’?

Zelfstandigheid van leerlingen die naar speciaal onderwijs gaan draagt bij aan gelijkere kansen voor deze kinderen, omdat zij net als de leerlingen die naar regulier onderwijs gaan, zelf naar school kunnen gaan. Daarmee maken zij een gelijke ontwikkeling door met andere kinderen. Daarnaast leren zij zelfredzaam te zijn wat uiteindelijk tot meer kansen en mogelijkheden op latere leeftijd kan leiden.

9. Klopt het dat er in deze verordening geen oplossing gezocht wordt voor het capaciteitsprobleem bij de vervoerder, maar dat de oplossing bezocht bij de leerlingen en hun ouders (onze burgers?

Een lokale verordening heeft geen effect op een landelijk capaciteitsprobleem op de vervoersmarkt. Oplossingen voor het capaciteitsprobleem worden op regionaal niveau besproken met de vervoerder.

Dan nog een aantal inhoudelijke vragen over de verordening zelf:

10. In artikel 1 bij definities staat de term ‘gehandicapte leerling’. De term gehandicapt wordt eigenlijk niet meer gebruikt. Kunnen we in de verordening een andere term gebruiken en welke wordt dat dan? Suggestie: Leerlingen met een uitdaging/leerling met een extra zorgvraag.

De terminologie die gebruikt is in de verordening is overgenomen van de VNG Modelverordening. De term gehandicapt is daarom in deze verordening overgenomen, om zo het beste aan te sluiten bij andere verordeningen in de regio. Het college staat ervoor open om deze term aan te passen, binnen de juridische kaders.

Suggestie: Leerling met een beperking

11. In meerdere artikelen wordt het argument ‘goedkoopste’ genoemd. De participatieraad heeft in haar advies hier ook een opmerking over gemaakt, en een van de formuleringen waar ‘goedkoopste’ staat ook aangepast. Wij vinden ‘goedkoopste’ een argument dat van ondergeschikt belang is. Is het college het met ons eens dat waar het om onderwijs voor onze kinderen gaat, het ‘best passende’ altijd het belangrijkste argument zou moeten zijn?

Het college vindt het uiteraard belangrijk dat leerlingen naar passend onderwijs kunnen. Het vinden van passend onderwijs is niet de taak van de gemeente, maar van de school en ouders. Voor de gemeente is het belangrijk dat dit zo dichtbij mogelijk en daarmee goedkoop kan, om het aangepast vervoer uitvoerbaar te houden. Leerlingen die op een school worden gezet die erg uit de route ligt, moeten lang in de taxi zitten (overschrijden de maximale reistijd) en kunnen niet met andere leerlingen vervoerd worden. Daarbij is dit uiteraard niet wenselijk voor hun ontwikkeling.

12. In artikel 6.7 en verderop in artikel 21a en b wordt gesproken over de leeftijd van 9 jaar. Vanaf deze leeftijd gaat het college onderzoek doen naar de zelfredzaamheid van een leerling, en in overleg een leerlingenvervoer ontwikkelplan opstellen. Waarom is hier gekozen voor de leeftijd van 9 jaar? Is de overgang PO/VO niet een logischer moment?

Het moment waarop de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, is een goed moment om het eerste vervoersontwikkelingsplan samen met de ouders en de leerling te maken. Dit plan kijkt namelijk twee tot drie jaar vooruit. Door het plan vanaf negen jaar mogelijk te maken, kan juist al vooruitgekeken worden naar een ontwikkelplan tot en met de overgang naar de middelbare school als het kind twaalf jaar is. De ontwikkeling van kinderen staat niet stil en maakt dat een kind zich sneller kan ontwikkelen dan gedacht of juist langzamer, maar met de jaarlijkse aanvraag kan het plan steeds geëvalueerd worden en waar nodig aangepast.

13. Hoe ziet het college het voor zich dat de begeleiding van leerlingen van en naar school met de fiets of het ov georganiseerd wordt?

De begeleiding van leerlingen van en naar school met de fiets of OV kan door middel van een begeleider of kan met een vervoerstrainer. De gemeente Oudewater zet stichting Handje Helpen in om vervoerstrainingen te verzorgen. Hierbij gaat een vrijwilliger of student van Handje Helpen een jaar lang mee met een leerling om te oefenen met het openbaar vervoer. Naast de vervoerstraining, kan ook een vaste begeleider ingezet worden ter ondersteuning van de leerling in het openbaar vervoer of de taxi. Deze begeleider is iemand uit het netwerk van de leerling, zoals een ouder, opa, oma of andere volwassene of vrijwilliger.

14. Welke scholen voor SO, SBO en VSO zijn volgens het college vanuit de gemeente Oudewater te bereiken met de fiets of het OV?

Dit is afhankelijk van wat voor de desbetreffende leerling binnen de mogelijkheden ligt.

Voorbeeld: Is de verbinding met school een directe busverbinding of moet de leerling een aantal keer overstappen? Voor sommige leerlingen met een beperking is dit een grotere last dan voor andere leerlingen. Op dit moment zijn er leerlingen uit Oudewater die naar Gouda en Utrecht gaan met het openbaar vervoer.

15. In artikel 25 en 26 (p9) wordt geregeld dat voor een bepaalde groep leerlingen ouders een eigen bijdrage moeten betalen voor het leerlingenvervoer. In artikel 25.3 staat als uitzondering dat het artikel niet van toepassing is op gehandicapte leerlingen. Voor welke groep leerlingen is dit artikel dan wel van toepassing?

Leerlingen die vanwege een structurele handicap in het geheel niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, komen in aanmerking voor een vervoersvoorziening. Voor deze leerlingen geldt geen kilometergrens, drempelbedrag of inkomensafhankelijke bijdrage. Deze bijdrage is alleen geldig voor leerlingen die niet te maken hebben met een dergelijke structurele handicap.

16. Wat is het doel van de bijdrage van ouders voor het aangepaste vervoer?

Ouders betalen een eigen bijdrage als het inkomen in het jaar 2023 hoger was dan € 31.500 (schooljaar 2025-2026). Deze eigen bijdrage komt voort uit de Wet op het primair onderwijs (Art. 4). Het college behoeft voor de eerste 6 kilometers van de afstand van huis naar school geen vergoeding te verstrekken, tenzij het gaat om een gehandicapte leerling. De kosten van die “drempel” komen voor rekening van de ouders. De eigen bijdrage is voor leerlingen van:

• Een gewone basisschool (bijzonder of openbaar).

• Een basisschool met een specifieke geloofs- of levensovertuiging.

• Een speciale basisschool (SBO).

Deze vormen van onderwijs hebben vooral betrekking op specifieke wensen van ouders, anders dan de vormen van onderwijs die het gevolg zijn van een structurele beperking van de leerling, zoals speciaal onderwijs.

Ouders betalen daarnaast een draagkracht afhankelijke bijdrage als de schoolkeuze meer dan 20 kilometer van het woonadres is. De kosten voor dit vervoer zijn hoger door de langere afstand. Het college stimuleert ouders om een school dichterbij te kiezen.

Leerlingen die een structurele handicap hebben en wel van bovenstaande vormen van onderwijs gebruikmaken, betalen geen eigen bijdrage.

17. Er maken in Oudewater 49 leerlingen gebruik van het leerlingenvervoer met de taxibus. Welk % van deze groep moet een bijdrage betalen? 37%

18. Wat gebeurt er met deze bijdrage?

Deze bijdrage wordt gebruikt voor het leerlingenvervoerbudget.

19. Kan het leerlingenvervoer ook georganiseerd worden zonder deze bijdrage?

Ja, het leerlingenvervoer kan georganiseerd worden zonder deze bijdrage omdat het gaat om een 'kan’ bepaling uit de Wet op het primair onderwijs (Art. 4). Dan zijn deze kosten voor de gemeente. wanneer een leerling door zijn structurele handicap in het geheel niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, mag er aan de ouders geen drempelbedrag worden gevraagd.

20. In artikel 23 (blz 8) gaat het (eindelijk) over het taxivervoer zelf. Waarom zijn er maar 4 regels geformuleerd over het taxivervoer?

De vergoeding voor leerlingenvervoer bestaat uit vier onderdelen. Het aangepast vervoer is daar één onderdeel van. Uitgangspunten, eisen en nadere voorwaarden voor het taxivervoer worden opgesteld in het Programma van Eisen bij de overeenkomst van de aanbesteding.

21. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat het bij de volgende aanbestedingsronde niet weer fout gaat?

Dit betreft een politieke vraag.

22. Kan onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn om in kleiner verband het leerlingenvervoer te organiseren? Bijv. met een aantal gemeenten zelf een vervoersdienst op te zetten?

De aanbesteding is in 2025 geëvalueerd. Het evaluatierapport en bijbehorende RIB heeft uw raad op 19 november 2025 ontvangen. De aanbevelingen uit dit rapport vormen een belangrijke basis voor de strategische keuzes na afloop van de huidige contractperiode in 2028. Op basis hiervan kan de regio tijdig richting bepalen over het vervolg van de contracten; Verlenging van de huidige contracten, een nieuwe aanbesteding, of (gedeeltelijke) inbesteding van het vervoer. Regio Zuidoost Utrecht start dit jaar met een verkenning om het scenario rondom inbesteding te onderzoeken. De resultaten zullen met alle gemeenten en de provincie worden gedeeld en samen met de aanbevelingen als input worden gebruikt voor het tijdig vaststellen van een gezamenlijk besluitvormingstraject.

23. Op welk moment kunnen wij als raad kaders en uitgangspunten voor de beleidsregels die nog geschreven gaan worden aanleveren?

Na het vaststellen van de verordening zullen de beleidsregels opgesteld worden. We houden daarbij rekening met de opmerkingen van uw raad die gemaakt worden bij het vaststellen van de verordening. Dat is het geëigende moment om uw wensen kenbaar te maken.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen van de Onafhankelijken - RV verordening leerlingenvervoer.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Oudewater (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Oudewater

Alle artikel 35-vragen in Oudewater