16 maart 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Oudewater

Vragen VVD t.a.v. RV doordecentralisatie beschermd wonen.pdf

Een raadslid stelde op 16 maart 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Oudewater.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording technische vragen Vragen gesteld door:

Van de Fractie(s):

Op datum:

Naar aanleiding van:

Portefeuillehouder:

Datum beantwoording:

Opsteller:

VVD Oudewater 1 maart 2023 RV doordecentralisatie Beschermd Wonen Walther Kok 6 maart 2023 Anyck Aldewereld

Beantwoording van de vragen Vraag 1 Wat betekent het woonplaatsbeginsel voor mensen die in het recente verleden geen vaste woon- of verblijfplaats kenden? Bij wie ligt deze bewijslast? Speelt dit in Oudewater op betekenisvolle schaal?

Antwoord 1 De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft een handreiking woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen (hierna BW) opgesteld. De gemeente waar de cliënt zich meldt, voert het onderzoek uit naar de binding, bij deze gemeente ligt de in de vraagstelling genoemde bewijslast. Als iemand geen woonadres heeft, maar dit in de afgelopen 5 jaar wel heeft gehad, dan is de gemeente waar iemand laatstelijk zijn woonadres had verantwoordelijk. Van een aantal cliënten zal op basis van de zoektocht naar de woonplaats geen verantwoordelijke gemeente bepaald kunnen worden, bijvoorbeeld omdat een cliënt in de vijf jaar voorafgaand aan de melding niet in het BRP geregistreerd heeft gestaan. In dat geval is de aanmeldgemeente de verantwoordelijke gemeente. De verwachting is niet dat dit voor Oudewater een aanzienlijke groep mensen betreft. Op dit moment hebben 6 mensen waarvan bekend is dat zij binding hebben met Oudewater een indicatie voor BW.

NB De Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 in verband met de invoering van het woonplaatsbeginsel voor BW is nog niet ingevoerd en ligt voor aan de Tweede Kamer. Voorgaand antwoord is dus aan eventuele wijzigingen onderhevig.

Vraag 2 Welke kosten heeft Oudewater de afgelopen jaren (bewust geen termijn opgenomen vanwege uitvoerbaarheid) daadwerkelijk gemaakt voor BW en hoe verhoudt zich dat tot de budgetten die de centrumgemeente Utrecht in die jaren heeft ontvangen voor Oudewater?

Antwoord 2 Oudewater heeft geen kosten gemaakt voor BW. Het is wel mogelijk dat het stadsteam een cliënt heeft doorverwezen naar een aanbieder voor BW of naar de Regionale Toegang van de gemeente Utrecht – de twee plekken waar tot 2023 de toegang tot BW was belegd. Gemeente Utrecht ontving geen budget voor de gemeente Oudewater maar een algemeen budget voor hun centrumgemeentefunctie.

1

Vraag 3 Wie stelt uiteindelijk de definitieve indicatie vast? Duiding: de gemeente Utrecht biedt BW aan in verschillende vormen terwijl Oudewater lokaal (ambulante) WMO-begeleiding kan blijven aanbieden. De laatste vorm is de meest lichte en daarmee, indien passend, de meest gewenste.

Echter, als de gemeente Utrecht een zwaardere indicatie afgeeft, krijgt deze ambulantisering minder kans. Als het voorgaande klopt, welk mechanisme treedt in werking om het lokale maatwerk echt een kans te geven? Aanvullend, op pagina 13 van het regioplan wordt gesteld dat vanaf 2023 er zoveel mogelijk ruimte voor lokaal maatwerk wordt gemaakt. Wat betekent “zoveel mogelijk” in deze en welke mogelijkheden heeft het college of de raad om dit af te dwingen? Immers, de ruimte voor lokaal maatwerk wordt slechts gevormd door eventuele overschotten.

Antwoord 3 De definitieve indicatie wordt (voorlopig) door de Regionale Toegang van gemeente Utrecht afgegeven. Echter, de lokale sociaal teams ontvangen nu de aanmeldingen en voeren het onderzoek uit. De lokale sociaal teams krijgen daarmee de cliënten in beeld die zij eerder niet zagen. Hierdoor kan ook worden bekeken of het mogelijk is ambulante begeleiding te bieden vanuit de WMO. Op pagina 13 wordt gesproken over ‘zoveel mogelijk lokaal maatwerk’ omdat er in het Regioplan wordt voorgesteld de zorg gezamenlijk te blijven inkopen. Het kan erg duur zijn om op kleinere schaal (in een kleine regio of individuele gemeenten) voldoende dekking te realiseren op 24/7 aanwezigheid van zorg. De zorg is dus niet volledig lokaal.

Vraag 4 Hoe zorgen we bij het voorgaande mechanisme (eerst al het geld naar de Gemeente Utrecht en daarna vloeit budget voor lokaal maatwerk terug), dat de prestaties van het Stadsteam in het aanbieden van ambulante WMO-begeleiding te gelde worden gemaakt?

Antwoord 4 De aanmeldingen voor BW worden nauwgezet gemonitord. Als blijkt dat het Stadsteam meer inzet heeft gepleegd door ambulante begeleiding te bieden, kan een deel van de middelen voor lokaal maatwerk aan het stadsteam worden uitgekeerd. Daarnaast is er regionaal (Utrecht West) uitvoeringsbudget waarmee lokale personele inzet kan worden bekostigd. Voor dit jaar is ervoor gekozen om regionaal twee aandachtfsunctionarissen BW aan te trekken om alle lokale teams te ondersteunen op casusniveau en de processen te stroomlijnen.

Vraag 5 Er wordt een reserve opgebouwd. Dient deze reserve enkel als U16 ontwikkelbudget? Wordt het huidige transformatiefonds opgenomen in de nieuwe reserve? Welke maximale hoogte van de reserve wordt nagestreefd?

Antwoord 5 Vanaf 2024 leggen de gemeenten de BW-budgetten (het historische budget dat Utrecht ontvangt en de objectieve budgetten die gemeenten ontvangen) bij elkaar. Daarvan worden de zorgvoorzieningen en de uitvoeringskosten (o.a. beleid en toegang) bekostigd, en wordt een bedrag gereserveerd voor het U16 ontwikkelbudget. Het overige BW-budget wordt voor lokaal maatwerk verdeeld naar de 16 gemeenten voor lokaal maatwerk. Er wordt vanaf 2024 een buffer van 3% van de zorgkosten gereserveerd om eventuele groei van de regionale BW zorgvoorzieningen of een stijging in de kosten daarvan op te kunnen vangen. Deze buffer wordt in 2024 gecreëerd en jaarlijks aangevuld als dat nodig is. In 2023 vult Utrecht nog eventuele tekorten aan vanuit de Rijksbijdrage, tot aan de maximale hoogte van dit bedrag. De middelen in het transformatiefonds blijven nog beschikbaar maar het transformatiefonds zal niet verder aangevuld worden.

Vraag 6

2

Op pagina 19 staat dat wanneer op enig moment blijkt dat de middelen op U16-niveau en lokaal leiden tot overschotten, deze aan de 16 gemeenten terug verdeeld worden volgens de verdeelsleutel van het objectief verdeelmodel. Hoe houden we grip op de verdeling tussen de zorgkosten, de uitvoeringskosten, het opbouwen van reserves en budget voor lokaal maatwerk (overschotten)? Met andere woorden, hoe voorkomen we dat het budget voor lokaal maatwerk geen sluitpost wordt maar een planbaar budget waarop we beleidsmatig kunnen handelen?

Antwoord 6 Hiermee wordt bedoeld dat indien een positief resultaat op de U16 werkbegroting ontstaat (bijvoorbeeld doordat de zorginkoop goedkoper uitvalt) het positieve resultaat wordt toegevoegd aan het totale collectieve budget U16 en wordt meegenomen in de werkbegroting voor het daar opvolgende jaar. Hiermee wordt niet bedoeld dat het lokale budget wordt teruggevorderd door gemeente Utrecht.

Vraag 7 Welke vorm van BW ( Beschermd Thuis, Beschermd Verblijf, BW Specialistisch) kan met lokaal maatwerk worden aangeboden? Of is er bij een lokaal maatwerk geen sprake van BW, maar van (WMO) begeleiding? Met andere woorden: waar ligt de grens tussen Utrecht en Oudewater.

Antwoord 7 De middelen voor lokaal maatwerk zijn niet bedoeld voor de bekostiging van een vorm van BW. Deze zorg wordt ingekocht door Utrecht en bekostigd met de middelen die Utrecht terug ontvangt van alle regiogemeenten. Het budget voor lokaal maatwerk is bedoeld om de lokale sociale basis te verstevigen en in te zetten op preventie van instroom in BW.

Vraag 8 Hoe houdt het college in beeld hoe trendmatig de daadwerkelijke kosten voor Oudewater zich verhouden tot het budget dat de gemeente Utrecht krijgt en welke mogelijkheden zijn er in de situatie dat er een structurele mismatch is ontstaan (bijvoorbeeld doordat het lokale maatwerk tot ambulantisering leidt) leidt tot aanpassing van de afspraken?

Antwoord 8 Elke twee jaar vind een evaluatie plaats waarbij wordt gekeken naar lokaal beschikbare monitoringsinformatie en het dashboard met monitoringsinformatie van de gemeente Utrecht.

Vraag 9 Wie zijn in Oudewater de voornaamste partners voor lokaal maatwerk? Zijn deze partners geconsulteerd bij dit regioplan?

Antwoord 9 De voornaamste partners voor lokaal maatwerk zijn het Stadsteam, Kwadraad en Handje Helpen. Het Stadsteam is nauw betrokken geweest waar het gaat om de plannen rondom de toegang tot BW.

Kwadraad en Handje Helpen zijn hierbij niet betrokken maar worden wel betrokken bij de uitwerking van de lokale plannen, hetgeen een plek krijgt in het Sociaal Akkoord. Daarnaast worden zij gesproken in het kader van het lopende regionale (Utrecht West) behoefteonderzoek.

Vraag 10 De volgende zin uit het regioplan (pagina 17) wordt niet begrepen, graag uitleg: “Daarnaast maakt Utrecht zich hard om in 2023 het budget dat gereserveerd is voor de afbouw van het BW-budget uit de Utrechtse begroting beschikbaar te stellen en de los te koppelen van de objectieve verdeling van de budgetten”.

3…

Bekijk de brief: Beantwoording Vragen VVD t.a.v. RV doordecentralisatie beschermd wonen.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Oudewater (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Oudewater

Alle artikel 35-vragen in Oudewater