03 Artikel 43 aanvullende beantwoording vragen GL Standplaatsenbeleid (1)
Een raadslid stelde op 14 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Schagen (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Welke redenen liggen ten grondslag aan de keuze van het college om een vergunningsduurtermijn van 5 jaar te hanteren voor nieuwe vergunningen? → We hebben voor deze systematiek en periodiek gekozen met het oog op flexibiliteit en voorzienbaarheid.
- Waarom is een eerste trekkingsrecht na 5 jaar juridisch passend binnen de Dienstenrichtlijn? → Voor een ‘Dienstenrichtlijnproof’ vergunningstelsel worden bestaande vastestandplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd ingetrokken of gewijzigd en omgezet naar standplaatsvergunningen voor…
- De gemeente Dijk & Waard kent een vergunningstermijn van 5 + 5 jaar. → Er is in gemeente Dijk & Waard gekozen voor een periode van vijf jaar + vijf jaar.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Bezoekadres Laan 19, 1741 EA Schagen Postadres Postbus 8, 1740 AA Schagen Tel. (0224) 210400 Fax (0224) 210455 [email protected] www.schagen.nl @SchagenGemeente
Datum 1 mei 2024
Gemeente Schagen
Ons kenmerk 127248 Uw kenmerk -
KvK 56838328
Contact Ilse Posch / Team Ruimtelijke ontwikkeling
IBAN NL25BNGH0285156721
Onderwerp Aanvullende beantwoording art. 43-vragen
BIC BNGHHL2G
Bijlagen Afschrift -
Beste Raads- en steunfractieleden Hieronder treft u de beantwoording aan van de artikel 43-vragen van “GroenLinks” met betrekking tot Vergunningsduur standplaatsen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Welke redenen liggen ten grondslag aan de keuze van het college om een vergunningsduurtermijn van 5 jaar te hanteren voor nieuwe vergunningen?
Antwoord van het college
We hebben voor deze systematiek en periodiek gekozen met het oog op flexibiliteit en voorzienbaarheid. Bij de gemaakte keuze heeft een belangenafweging plaatsgevonden tussen bestaande vergunninghouders en nieuwe ondernemers c.q. gegadigden. Kort en krachtig:
- De termijn van 5 jaar is overeenkomstig actuele vergunningsduurtermijnen, al dan niet in eerste aanleg, in andere vergelijkbare en omliggende gemeenten. (Onder andere: Alphen aan de Rijn, Bergen, Dijk & Waard, Den Helder, Culemborg, Hoogeveen, Kampen, Veldhoven en Zoetermeer.)
- Het college wenst niet onnodig lang de toegang tot de locaties te beperken voor andere geïnteresseerden standplaatshouders;
- Het is een overzichtelijke termijn om rekening te kunnen houden met ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen (o.a. centrum Schagen);
- De termijn van 5 jaar sluit goed aan op de bestaande tijdelijke vergunningen (tot 2029) van enkele huidige standplaatshouders;
Bij beantwoording ons kenmerk vermelden.
Pagina 1 van 3
- Het ontlast en verzekerd langer dan de oude vergunningstermijn (was tot 3 jaar);
- En is de minimaal gehanteerde afschrijvingstermijn voor een verkoopwagen van een standplaatshouder.
Vraag 2
Waarom is een eerste trekkingsrecht na 5 jaar juridisch passend binnen de Dienstenrichtlijn?
Antwoord van het college
Voor een ‘Dienstenrichtlijnproof’ vergunningstelsel worden bestaande vastestandplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd ingetrokken of gewijzigd en omgezet naar standplaatsvergunningen voor bepaalde tijd. Uit jurisprudentie (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBAMS:2015:5002) volgt dat een overgangstermijn niet is bedoeld als volledige compensatie, maar om de vergunninghouders de gelegenheid te bieden om zich in te stellen op de nieuwe situatie. Uit jurisprudentie volgt dat als wordt overgegaan van standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd naar vergunningen met een beperkte geldigheidsduur, dat de betrokken vergunninghouders extra tijd moet worden geboden om de door hen met het oog op de eerdere situatie gemaakte (kapitaal)investeringen redelijkerwijs te kunnen afschrijven. Het is op basis van jurisprudentie mogelijk om een generieke overgangstermijn te bepalen, mits er ruimte is om daarvan af te wijken als in een individueel geval blijkt dat een ondernemer onevenredig wordt benadeeld.
Vraag 3
De gemeente Dijk & Waard kent een vergunningstermijn van 5 + 5 jaar. Hoe verloopt daar het vergunningentermijntraject in het standplaatsenbeleid en waarom wordt 5 + 5 jaar daar als juridisch houdbaar gezien?
Antwoord van het college
Er is in gemeente Dijk & Waard gekozen voor een periode van vijf jaar + vijf jaar.
Vanaf 2024 worden vergunningen voor een vaste standplaats verleend voor een periode van vijf jaar met één maal de mogelijkheid van verlenging voor vijf jaar. De periode van vijf jaar is gekoppeld aan de looptijd van het beleid (deze wordt elke vijf jaar herzien). Er is gekozen voor een verlenging met nog eens vijf jaar om zo de rechten van de huidige vergunninghouders te respecteren. Deze verlenging wordt uitsluitend verleend op aanvraag van de standplaatshouder. Na afloop van de eerste termijn van 5 jaar vindt er geen publicatie plaats van een vrijgekomen standplaats. De tweede termijn kan wel geweigerd worden naar aanleiding van de herziening van het beleid. Als beide termijnen van vijf jaar zijn verstreken vervalt de standplaatsvergunning en wordt deze wel openbaar gesteld ten behoeve van mededinging.
Dijk & Waard verwijst in hun besluitvorming naar een uitspraak van de Raad van State. Uit de uitspraak van ABRvS 23 augustus 1993, AB 1994, 111, volgt dat het bij de Afdeling niet als onredelijk overkwam dat degene die al over een vergunning beschikt nadat de geldigheid daarvan is verstreken, bij voorrang in aanmerking
Bij beantwoording ons kenmerk vermelden.
Pagina 2 van 3
komt voor een nieuwe vergunning. Het bij voorrang in aanmerking komen voor een nieuwe vergunning, kan echter niet meer tot in de lengte der dagen voortduren: de lijn in de Europese regelgeving en jurisprudentie is dat schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd maar voor een passende beperkte duur worden vergund. Een bestaande vergunninghouder mag anderszins niet onevenredig worden bevoordeeld ten opzichte van andere gegadigden. 4.
Mag, volgens de Dienstenrichtlijn en de bestaande jurisprudentie, een
hardheidsclausule gehanteerd worden?
Ja, dat mag. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:84 is opgenomen: "Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen". Op basis van de jurisprudentie bijvoorbeeld in de uitspraak van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2632, moet het college aan de hand van alle omstandigheden van het geval nagaan, of zich bijzondere omstandigheden voordoen in de zin van artikel 4:84 van de Awb, die maken dat het handelen in overeenstemming met het Standplaatsenbeleid gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met het Standplaatsenbeleid te dienen doelen. Het college meent dat een gemotiveerde langere terugverdientijd als zo'n bijzondere omstandigheid moet worden gezien. 5.
Heeft de APV op zichzelf een wijzigingsruimte op basis van algemeen belang?
Een clausule met wijzigingsruimte is afzonderlijk van de APV binnen de beleidsregels opgenomen. Zie hiervoor het antwoord op vraag 4, volgt vanuit de Awb.
Als over de inhoud van deze brief onduidelijkheden zijn kunt u contact opnemen met Ilse Posch van het Team Ruimtelijke ontwikkeling, te bereiken via bovenstaande contactgegevens. Voor overige vragen kunt u contact opnemen met de portefeuillehoudende wethouder S. Kruijer.
Bekijk de brief: 03 Artikel 43 aanvullende beantwoording vragen GL Standplaatsenbeleid (1)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Schagen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.