20241011 Deel 1 Beantwoording vragen n.a.v. klankbordgroep Groenoord
Een raadslid stelde op 17 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Schagen (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Kan de wethouder aangeven welke constructie voor de gemeente de voorkeur heeft? → Het college besluit op 22 oktober welk scenario voor hun voorkeur heeft.
- Als niet wordt gekozen voor de erfpachtconstructie wat heeft dit voor gevolgen voor de business case? → Dit heeft geen grootschalige gevolgen voor de businesscase.
- Kan de wethouder aangeven wat het Regius en de basisschool moeten betalen (op jaarbasis) voor het gebruik van deze twee accommodaties voor bewegingsonderwijs? → Regius College Schagen huurt de Spartahal gedurende het volledige schoolseizoen voor afgerond € 66.000,- inclusief BTW.
- Indien de gemeente voor deze kosten verantwoordelijk is, geldt dezelfde vraag. → De gemeente ontvangt geen facturen voor het beweegonderwijs van de basisscholen.
- Kan de wethouder dit verschil verklaren? → De opgestuurde versie van de businesscase betreft een verder ontwikkelde versie van de businesscase.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording raadsvragen n.a.v. klankbordgroep
Op 11 september is er een klankbordgroep Sociaal Domein geweest. Hier stond de herontwikkeling en verduurzaming sportpark Groenoord op de agenda. Tijdens deze klankbordgroep is aangegeven dat de klankbordgroepleden graag de kans krijgen om vragen te stellen en de beantwoording van deze vragen graag in één document ontvangt.
Naar aanleiding van de klankbordgroep en de toegestuurde bijlagen zijn veel vragen gesteld. Dank hiervoor. In dit document kunt u de vragen inclusief beantwoording lezen.
De gemeente Schagen vindt sporten belangrijk. We zijn een sportieve gemeente en de sporthallen en -zalen in onze gemeente zijn belangrijk voor het uitoefenen van vele sporten.
Daarom werkt de gemeente samen met Stichting Sportgebouwen Groenoord (SSG) al langere tijd aan een scenario voor sportpark Groenoord, waarbij de gebruiker centraal staat.
Vanuit de betrokken sportverenigingen kwam de wens voor de realisatie van een gezamenlijke clubaccommodatie, en de gemeente bracht de mogelijkheid voor een combinatie met een nieuwe, dubbele sporthal in. Daartoe is SSG met een burgerinitiatief gekomen. De gemeente ziet voordelen in een multifunctioneel gebouw. Samenwerking tussen de gemeente en de verenigingen is noodzakelijk, aangezien de sporthal de verantwoordelijkheid is van de gemeente en de clubaccommodatie die van de verenigingen. De gemeente heeft nu meerdere scenario’s opgesteld voor het sportpark Groenoord. Aan de raad wordt gevraagd om kaders vast te stellen die leiden tot een scenariokeuze voor sportpark Groenoord.
PVDA Na presentatie door SSG van een plan voor een nieuw clubgebouw op Groenoord in 2023, waarvoor garantiestelling van de gemeente werd gevraagd, blijkt dit inmiddels uitgegroeid tot een plan voor een Open Sportpark Groenoord waarbij het de bedoeling is dat vernieuwing van de oude sporthallen Spartahal en Groenoordhal gerealiseerd wordt door SSG met de bouw van een nieuwe dubbele sporthal geïntegreerd met een nieuw clubgebouw.
Hiervoor is op 18-09-23 een informatieavond over de plannen voor een verdergaande samenwerking geweest. In juli 2024 is een rim verstuurd en een presentatie gehouden voor de klankbordgroep sociaal domein.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kan de wethouder aangeven welke constructie voor de gemeente de voorkeur heeft?
Antwoord van het college
Het college besluit op 22 oktober welk scenario voor hun voorkeur heeft. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om de keuze te maken voor een specifiek scenario.
Vraag 2
Als niet wordt gekozen voor de erfpachtconstructie wat heeft dit voor gevolgen voor de business case?
Antwoord van het college
Dit heeft geen grootschalige gevolgen voor de businesscase. In een vervolgversie van de businesscase zal dit tekstueel aangepast worden. Dit heeft dan ook geen effect op de exploitatiebegroting. Als de gemeente besluit garant te staan voor de lening van SSG dan kan de stichting vreemd vermogen aantrekken. Er ligt ondertussen een aangescherpte versie van de notitie van team grondzaken klaar. Deze wordt bijgevoegd bij het raadsvoorstel, onder de naam ‘notitie grondzaken’. Het advies van de afdeling grondzaken is om te kiezen voor een verhuurconstructie waarbij SSG eigenaar wordt van het gebouw en extern financiering aantrekt of voor een constructie waarbij de gemeente zelf financier wordt van het gebouw.
Uit het \onderzoek van het Mulier instituut blijkt dat het Regius voor bewegingsonderwijs uitsluitend gebruik maakt van de Spartahal en de eigen gymzalen. Daarnaast maakt het Regius gebruik van de kleedkamers van Schagen United en de sportvelden op Groenoord.
De basisschool maakt gebruik van de Groenoord sporthal.
Vraag 3
Kan de wethouder aangeven wat het Regius en de basisschool moeten betalen (op jaarbasis) voor het gebruik van deze twee accommodaties voor bewegingsonderwijs?
Antwoord van het college
Regius College Schagen huurt de Spartahal gedurende het volledige schoolseizoen voor afgerond € 66.000,- inclusief BTW. De gemeente is verantwoordelijk voor de kosten van de basisschool.
Vraag 4
Indien de gemeente voor deze kosten verantwoordelijk is, geldt dezelfde vraag. Wat moet de gemeente betalen voor het gebruik van deze twee accommodaties voor bewegingsonderwijs?
Antwoord van het college
De gemeente ontvangt geen facturen voor het beweegonderwijs van de basisscholen. Dit wordt verrekend in de jaarlijkse exploitatiebijdrage.
De business case dateert van augustus 2024. Het bureau Treem heeft een “second opinion gemaakt van de business case sportpark Groenoord”. Deze rapportage dateert van 12 mei 2024. De business case waar naar wordt verwezen (pag 5) dateert van mei/juni 2024. Dit lijkt in tegenspraak met elkaar. Immers de rapportage over de business case is opgemaakt voordat de business case zelf is opgemaakt.
Vraag 5
Kan de wethouder dit verschil verklaren?
Antwoord van het college
De opgestuurde versie van de businesscase betreft een verder ontwikkelde versie van de businesscase. De businesscase is een werkdocument die bij verdere ontwikkelingen verder wordt aangescherpt. In de versie van augustus 2024 zijn wat tekstuele aanscherpingen doorgevoerd ten aanzien van de versie van mei/juni.
Inhoudelijk is het stuk niet veranderd sinds de uitvraag bij Treem.
Onder punt 4 staat geel gearceerd de volgende opmerking:
Gelet op de majeure wijzigingen en rekening houdend met het advies van Treem moet nog een update van de investeringsbegroting worden gemaakt.
Deze opmerking wekt de indruk dat dit nog niet is gedaan in de nu voorliggende businesscase.
6. Kan de wethouder bevestigen dat deze aanname correct is
a. Zo ja wat is dan de waarde en het belang van de nu overlegde businesscase.
Dat klopt. De investeringsbegroting is niet aangepast aan het advies van Treem. De businesscase legt de uitgangspunten vast en geeft op basis van aannames een eerste beeld in de kosten en opbrengsten van het project. Er is gekozen om de opmerkingen van Treem nog niet te verwerken in deze fase van het project. Wanneer er een scenario keuze is gemaakt zal deze verder worden uitgewerkt. In het geval dat het scenario met SSG als initiatiefnemer wordt gekozen worden de opmerkingen van Treem worden verwerkt.
b. Zo nee, waarom staat deze opmerking dan in deze businesscase In het rapport Treem worden een groot aantal aanbevelingen gedaan. Een advies springt daar boven uit. Op pag 18 wordt gesteld “de investeringen na alle aanpassingen opnieuw en objectief op de laten stellen”. Daarnaast zijn volgens Treem diverse investeringen en exploitatiekosten te laag ingeschat.
Tenslotte en niet geheel onbelangrijk volgens Treem zijn kosten voor de vaste en losse inventaris (“een aanzienlijke post”) onvoldoende in de businesscase opgenomen.
7. Kan de wethouder aangeven of alle aanbevelingen door Treem gedaan zijn uitgevoerd door de SSG en in het businessplan van aug 2024 zijn verwerkt?
Deze zijn nog niet verwerkt. Het advies van Treem om een second opinion te vragen op de bouwkostenraming wordt door SSG opgevolgd. Dit gebeurt na de scenario keuze. Zie tevens bovenstaand antwoord. Overigens is de bevinding van Treem dat
de totale raming van de bouwkosten zeer grondig en zorgvuldig is. De opmerking gaat meer over de onderverdeling van de bouwkostenraming.
8. Kan de wethouder aangeven wat hoe hoog de de kosten zijn voor de vaste en losse inventaris en waar deze in de business case terug zijn te vinden?
Deze zijn terug te vinden in de investeringsexcel die door SSG gemaakt is. Dit Excelbestand ligt ten grondslag aan de businesscase. Dit Excelbestand heeft een groot formaat en wordt daarom niet als bijlage toegevoegd aan het raadsvoorstel.
Het bestand zullen we met deze beantwoording toesturen.
Over de businesscase de volgende vragen. Het rapport heeft geen paginanummering dus verwezen wordt naar punt in het rapport.
Onder punt 5.a. (uitgangspunten) wordt gesteld dat de restwaarde 20% bedraagt. Dit is ook zo gepresenteerd tijdens de klankbordgroep bijeenkomst. De indruk wordt gewekt dat deze restwaarde van invloed is op de te betalen rentelasten/aflossing.
9. Kan de wethouder bevestigen dat deze indruk juist is?
Deze indruk is niet juist. De restwaarde is een boekhoudkundig begrip mede om de jaarlijkse afschrijvingslast te bepalen, maar heeft geen invloed op de rente en aflossingen. Die worden bepaald door het bedrag dat geleend moet worden.
10. Als de indruk juist is kan de wethouder dan aangeven op grond waarvan deze restwaarde van invloed is op de rentelast/aflossing. Immers er wordt voor (grofweg 24 miljoen Euro) een hypotheek/lening aangegaan. De hypotheekverstrekker wil dit volledige bedrag in 40 jaar terug hebben (populair gezegd). Dat gerekend wordt met een restwaarde van 20% heeft voor hem geen betekenis.
Zie beantwoording vorige vraag.
11. Klopt deze aanname en zo ja wat heeft dit voor invloed op de businesscase?
De aanname klopt niet. De jaarlijkse afschrijvingslast heeft invloed op de jaarlijkse exploitatie, maar heeft geen relatie met de daadwerkelijke kasstromen.
Bij de uitgangspunten wordt aangegeven dat er sprake geen energielasten zijn. Onder punt 5.c echter wordt gesteld dat de bijdrage per lid inclusief energielasten is (“energielasten want die zijn inbegrepen in het tarief van € 55)
12. Kan de wethouder deze discrepantie nader verklaren?
Het is de intentie om het gebouw energieneutraal te maken. Of het lukt om het gebouw compleet energieneutraal te bouwen, en daarmee geen energielasten te krijgen, is op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen.
Onder punt 5c zijn diverse inkomstenbronnen opgenomen. Tijdens de presentatie van 11 sept werd aangeven (voor zover ik mij kan herinneren) dat er intentieovereenkomsten zijn getekend met de hockey en de handbal. Treem beveelt bij punt 4.2. onder 2 aan om ook met andere betrokkenen een intentieovereenkomst te sluiten.
13. Kan de wethouder aangeven of er ook met de andere potentiële huurders (Regius, SKRS, Sportservice Schagen) intentieovereenkomsten zijn getekend?
SKRS is onderdeel van SSG en heeft ook de intentieovereenkomst getekend. Met de andere partijen worden in een later stadium ook intentieovereenkomsten gesloten wanneer van toepassing. Voor partijen die een bij bijdrage leveren aan het programma van eisen is een intentieovereenkomst gewenst. Daarmee committeren zij zich aan de bedragen en de afname van ruimten en tijden.
14. Als deze niet zijn getekend in hoeverre is er enige zekerheid dat deze organisaties daadwerkelijk huurder gaan worden?
Zie bovenstaand antwoord. Dit wordt na de scenariokeuze verder uitgewerkt.
Onder punt 8.d wordt gesteld dat er de eerste jaren sprake is van “een behoorlijke negatieve exploitatie”. Als oplossing wordt gezien dat een van de “founders” een lening verstrekt. Dit moet nog nader worden uitgezocht.
Deze ietwat terloopse opmerking roept vragen op:
15. Wie of wat is een founder en wat is de kans dat deze persoon/instantie gevonden wordt?
Met founders wordt hierbij de initiatiefnemers bedoeld. De founders van SSG zijn de voetbal, handbal en hockeyvereniging en ook SKRS Kinderopvang, 4 founders derhalve. Vanuit de founders is de bereidheid uitgesproken om voor overbruggingsfinanciering te zorgen mocht dat nodig blijken. Formalisatie hiervan heeft nog niet plaatsgevonden.
Als de gemeente garant staat voor een lening, is de negatieve exploitatie een behoorlijk risico.
16. Kan de wethouder aangeven dat deze conclusie juist is en zo ja hoe denkt zij daarover?
De exploitatie laat met name voor de sporthal een behoorlijk exploitatietekort zien.
Daar staat de jaarlijkse bijdrage van de Gemeente tegenover als dekking voor het exploitatietekort. Wij zien ook dat hier een risico in schuilt. Het risico kan worden beheerst door strakke afspraken over periodieke verantwoording door SSG. Denk hierbij onder andere aan het delen van de financiële huishouding en daarnaast aan een onafhankelijke Raad van Toezicht die controle op het bestuur en het door haar uitgevoerde beleid, inclusief alle financiële aangelegenheden. Daarnaast zal de gemeente bij uitwerking van het gekozen scenario onafhankelijk advies van een adviesbureau opvragen op de verder uitgewerkte businesscase en zal het waarborgfonds de businesscase toetsen op haalbaarheid voordat zij een borgstelling afgeven.
Onder 8.d wordt gesproken over de “jaarlijkse DOV gemeente” (grofweg 1.3 miljoen Euro per jaar)
17. Kan de wethouder aangeven wat wordt verstaan on de bijdrage DOV gemeente?
Verwezen wordt naar bijlagen.
DOV gaat om de exploitatiebijdrage die de gemeente jaarlijks bijlegt. DOV staat voor Dienstverleningsovereenkomst waarin door twee partijen wordt vastgelegd welke diensten worden geleverd en onder welke voorwaarden. Hierbij gaat het op de levering van diensten door SSG tegen een jaarlijkse bijdrage van de gemeente.
18. Kan de wethouder de bijlagen beschikbaar stellen?
De bijlagen verwijzen naar verschillende excel sheets van groot formaat. Deze worden om die reden niet toegevoegd aan het raadsvoorstel. Het bestand zullen we met deze beantwoording toesturen.
Uit het “voorstel voor de juridische stuctuur” blijkt dat de leden van de raad van toezicht en van het bestuur van de stichting een beloning krijgen. Deze moet passen binnen de WNT normen.
19. Kan de wethouder aangeven waar deze beloningen terug zijn te vinden in het businessmodel?
Deze kosten komen niet als afzonderlijke post naar voren maar zijn opgenomen in de personeelskosten. De personeelskosten zijn ruim genoeg begroot dat er voldoende ruimte zit om ook deze beloningen op te vangen. Om deze beloning in perspectief te plaatsen kun je denken aan bedragen van zo’n € 3.000 per jaar. Op jaarbasis is dat ongeveer € 20.000. In een volgende versie van de businesscase zal deze post explicieter worden gemaakt.
Tenslotte.
De gemeente gaat zich mogelijk garantstellen voor een grote lening voor de realisatie van een (dubbele) sporthal. Het risico voor de gemeente moet (zeker ook gelet op het afnemen van de bijdragen van het Rijk) zo min mogelijk zijn.
De hele opzet van de bouw en de exploitatie wordt gedaan door de SSG. De bestuursleden van deze stichting zijn zeker enthousiast maar geen experts op dit gebied en hebben hier geen eerdere ervaring mee. Momenteel heeft de gemeente de exploitatie gegund aan een derde, een professionele organisatie
20. Ligt het niet meer in de lijn, teneinde het risico voor de gemeente zo veel als mogelijk uit te sluiten, dat een professionele organisatie als partner van de gemeente op gaat treden voor de bouw en exploitatie van het complex van de sporthal?
Het doel van alle partijen is om de risico’s zo klein mogelijk te houden. De SSG zal daarom, net als dat de gemeente dat doet, professionals inhuren.
Tot zover de vragen. D66 houdt zich het recht voor nadere vragen in te dienen.
De fractie van D66 Schagen Frans Jansen fractievoorzitter
JessLokaal Wij hebben op basis van de ingeleverde stukken over Groenoord enkele vragen/onduidelijkheden.
1. In bijlage 6 wordt informatie gegeven over de mogelijke exploitatie. Wij willen nu geen politieke vragen stellen. Maar we kunnen het verschil niet nader verklaren over de kosten voor GGS en de gemeente. In eerdere informatie waren dit andere cijfers.
Wij willen een korte toelichting hebben waar deze verschillen zijn door ontstaan.
Wij hebben u gevraagd om verdere toelichting op deze vraag. Het antwoord op deze vraag zal daarom nog volgen in een aparte memo. Het streven is om dit vóór de informatieavond op 28 oktober toe te sturen.
2. Vanuit de projectgroep is naar voren gekomen dat de datastroom vanuit de Gemeente moeilijk opgang komt. Het is wenselijk te achterhalen wat de kosten en de bijdragen zijn vanuit de Gemeente om de bestaande sporthallen te exploiteren. Dat baart ons zorgen. In dit proces moeten de beide partijen vooraf veel duidelijkheid hebben over de uitgangspunten, om later problemen te voorkomen.
De informatie die voortkomt uit de projectgroep is complex, hierdoor kost het tijd om de juiste data te verkrijgen. We zijn het met u eens dat beide partijen vooraf duidelijkheid moeten hebben over de uitgangspunten. En dat deze uitgewerkt moeten worden in een exploitatieovereenkomst.
3. In de berekening is veel aandacht besteed aan verwachte kosten, maar met welke realiteit is dit opgenomen en nader uitgewerkt? We lezen dat we rekening houden met de toekomst 2050, dan hebben we het over het algemeen over geheel andere kosten dan de uitgaven van energielasten binnen de huidige tijd.
Er wordt nu gerekend op basis van aannames anno 2024. De raad wordt in het raadsvoorstel gevraagd om enkele kader vast te stellen die leiden tot een scenariokeuze, waaronder een met betrekking tot duurzaamheid. Het is de intentie om het gebouw energieneutraal te maken. Of het lukt om het gebouw compleet energieneutraal te bouwen, en daarmee geen energielasten te krijgen, is op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen.
4. Het mag duidelijk zijn dat wij geen nadere vragen stellen over; Realisatie Open Sportpark Groenoord, Voorstel voor de juridische structuur. Wij willen wel graag weten in hoeverre er ook gekeken is naar een bestaande afspraak, enigszins vergelijkbaar in Schagerbrug met de Molentocht.
Wij hebben u gevraagd om verdere toelichting op deze vraag. Het antwoord op deze vraag zal daarom nog volgen in een aparte memo. Het streven is om dit vóór de informatieavond op 28 oktober toe te sturen.
5. MSIn de bijlage 1 en 2 worden de kosten inzichtelijk gemaakt over eventuele aanpak van de bestaande sporthallen. Dan worden appels en peren met elkaar vergeleken, omdat het uit gaat van 20 jaar instandhouding en gelijktijdig met duurzaamheidsmaatregelen. Nu over 20 jaar hebben we het jaar 2050 nog niet behaald en binnen het huidige beleid moeten we al duurzaamheidsmaatregelen treffen. Maar deze cijfers vertellen verder niets en geven een onbetrouwbaar beeld voor het maken van de juiste keuze.
Door te kiezen voor de ENG-normen toont de gemeente dat ze meer doet dan voldoen aan de wettelijke minimumeisen. ENG ondersteunt bredere duurzaamheidsdoelen zoals energiepositief bouwen, klimaatadaptatie en circulair gebruik van materialen. Dit maakt ENG de betere keuze om sportpark Groenoord toekomstbestendig en duurzaam te realiseren, in lijn met het gemeentelijk beleid en het convenant voor toekomstbestendig bouwen. De raad wordt in het raadsvoorstel gevraagd om enkele kaders vast te stellen die leiden tot een scenariokeuze, waaronder een met betrekking tot duurzaamheid.
6. Hierbij komen we op de laatste vraag, waar heeft de gemeenteraad van de huidige gemeente Schagen de besluiten (kaders) genomen dat we moeten rekenen met 20 jaar instandhouding en ook dat we vastgoedbezit niet in eigendom meer zouden wensen.
Het accommodatiebeleid luidt ‘De gemeente Schagen is, daar waar mogelijk, geen eigenaar van het maatschappelijk vastgoed. Gemeente Schagen regisseert en faciliteert verzelfstandiging van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed’. Het is daarom het beleid van de gemeente dat de voorkeur is om waar mogelijk geen eigenaar te zijn van maatschappelijk vastgoed. Op dit moment wordt in de businesscase van SSG gezegd dat de gemeente geen sportgebouw op de balans wil. Dit reflecteert hetgeen benoemd in het accommodatiebeleid niet één op één. De gemeente heeft de SSG gevraagd om deze nuance toe te voegen aan een verder ontwikkelde versie van de businesscase. Verder is in de ‘Nota rente, activa en afschrijvingsbeleid 2019’ vastgelegd dat wij met 20 jaar afschrijvingstermijn werken bij renovatie. Deze nota is vastgesteld in de raadvergadering van 17 december 2019. Een nieuwe versie van de nota wordt binnenkort behandeld in de raad.
In deze nieuwe versie zijn de afschrijvingstermijnen hetzelfde gebleven.
Namens de JessLokaal fractie,
Hans Kröger
Bekijk de brief: 20241011 Deel 1 Beantwoording vragen n.a.v. klankbordgroep Groenoord
Bron: raadsinformatie van de gemeente Schagen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.