24 september 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Schagen

vragen D66 Koorndijk 14 Tuitjenhorn

Een raadslid stelde op 24 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Schagen (13 vragen).

In het kort

13 vragen en wat het college antwoordt

  • Kunt u nader toelichten waarom, in het licht van de beperkte ambtelijke capaciteit en andere mogelijke meer dringende ruimtelijke ontwikkelingen juist nu het plan voor… → Specifiek bij grote (woningbouw)projecten speelt ambtelijke capaciteit een rol.
  • Kunt u uitleggen waarom bij deze bedrijfsbeëindiging een gedeelte van het bestemmingsvlak “bedrijf” buiten een bestemmingsverandering is gehouden. → De initiatiefnemer heeft het plan zoals dit nu voorligt ingediend.
  • Moeten wij hieruit afleiden dat het beleid is of zou kunnen worden dat bij bedrijfsbeëindiging slechts een deel van het bedrijfsperceel een bestemmingswijziging krijgt… → Nee, dat moeten we er niet uit afleiden.
  • Is het de bedoeling het bedrijf op die restlocatie na realisatie van het voorliggende plan voort te zetten of daar een ander bedrijf zich te laten vestigen? → De initiatiefnemer blijft voorlopig nog zijn bedrijfsactiviteiten vanuit dit deel van het perceel uitoefenen en dit past in het omgevingsplan en dat is toegestaan.
  • Is het beoogde resultaat “voorkomen van (potentiële) overlast dan wel een reëel doel? → Het uiteindelijke doel is de beëindiging van het gehele bedrijf op deze locatie.
  • Is met initiatiefnemer vastgelegd dat daar geen nieuwe bedrijfsontwikkeling mogelijk is? → Nee, er zijn geen nadere afspraken vastgelegd.
  • Zijn er afspraken gemaakt over een toekomstige ontwikkeling van de restgronden met de bestemming bedrijf (hovenier) en zo dat het geval is: hoe luiden die? → Er zijn geen afspraken gemaakt over toekomstige ontwikkelingen.
  • Is het perceel I 5514 (inmiddels) in eigendom van de gemeente? → Het perceel I 5514 is op dit moment geen eigendom van de gemeente.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schagen Schriftelijk verzoek aan

het college

Onderwerp

Oordeelsvormende vergaderging 3 september Agendapunt 6. Vaststelling bestemmingsplan Koorndijk 14 Tuitjenhorn Harry Vogel 22 augustus 2024

Indiener van de vraag/vragen Datum indiening

Aanleiding/inleiding Er is niets tegen om, binnen de dan geldende planologische en stedenbouwkundige kaders, een andere op de toekomstgerichte invulling te geven aan niet meer relevante bestemmingen en de daarmee samenhangende (bebouwings-)regels.

Uit het voorliggende raadsvoorstel blijkt dat er het plan is van een bedrijfsbeëindiging op termijn. Er wordt een termijn twee jaar aangegeven. Enige urgentie ontbreekt, terwijl er bij andere projecten wel sprake is van urgentie.

Vraag

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Kunt u nader toelichten waarom, in het licht van de beperkte ambtelijke capaciteit en andere mogelijke meer dringende ruimtelijke ontwikkelingen juist nu het plan voor de Koorndijk 14 Tuitjenhorn wordt voorgelegd?

Antwoord van het college

Specifiek bij grote (woningbouw)projecten speelt ambtelijke capaciteit een rol. Dat is echter niet het geval bij bestemmingsplannen, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Deze initiatieven worden in principe vanuit het uitgangspunt ‘first come, first served’ verder opgepakt en uiteindelijk beoordeeld. De initiatiefnemer heeft in dit geval een plan bij ons ingediend welke wij toetsen en beoordelen.

Het gaat daarbij – zo lezen we in de toelichting - vooralsnog om een toekomstige transformatie tot “wonen” van alleen het voorste gedeelte van de gronden met de bestemming “bedrijf”/ functieaanduiding “hovenier” en de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3.

Fragmenten 1 en 2

Uit een vergelijk tussen de bestemmingsplannen “Tuitjenhorn” en “Koorndijk14” op de site “ruimtelijkeplannen.nl” blijkt dat in relatie tot de aanleiding bedrijfsbeëindiging het merkwaardig is dat slechts een deel van de bedrijfsgronden een bestemmingsverandering krijgen .

Vragen

Vraag 2

Kunt u uitleggen waarom bij deze bedrijfsbeëindiging een gedeelte van het bestemmingsvlak “bedrijf” buiten een bestemmingsverandering is gehouden.

Antwoord van het college

De initiatiefnemer heeft het plan zoals dit nu voorligt ingediend. Zoals gebruikelijk beoordelen wij het ingediende plan. In aanvullende gesprekken heeft de initiatiefnemer aangegeven op dit moment de bestemming van het achterste deel te willen behouden.

Vraag 3

Moeten wij hieruit afleiden dat het beleid is of zou kunnen worden dat bij bedrijfsbeëindiging slechts een deel van het bedrijfsperceel een bestemmingswijziging krijgt, ook bij beëindiging van een agrarisch bedrijf met een bouwvlak van 1 tot 2 ha.?

Antwoord van het college

Nee, dat moeten we er niet uit afleiden. Omdat dit in dit geval niet in het omgevingsplan is vastgelegd. Dit is anders bij bijvoorbeeld bedrijfsbeëindiging van agrariërs. Hieraan zijn voorwaarden verbonden en deze zijn vastgelegd in het omgevingsplan.

Vraag 4

Is het de bedoeling het bedrijf op die restlocatie na realisatie van het voorliggende plan voort te zetten of daar een ander bedrijf zich te laten vestigen?

Antwoord van het college

De initiatiefnemer blijft voorlopig nog zijn bedrijfsactiviteiten vanuit dit deel van het perceel uitoefenen en dit past in het omgevingsplan en dat is toegestaan.

Vraag 5

Is het beoogde resultaat “voorkomen van (potentiële) overlast dan wel een reëel doel? Het gebruik van de gronden voor opslag en de aan- en afvoer blijft mogelijk en dat geeft veelal de meeste overlast.

Antwoord van het college

Het uiteindelijke doel is de beëindiging van het gehele bedrijf op deze locatie. Het deels omzetten van de bedrijfsbestemming is een goede ruimtelijke ontwikkeling en voorkomt al veel overlast naar de omliggende bebouwing.

Vraag 6

Is met initiatiefnemer vastgelegd dat daar geen nieuwe bedrijfsontwikkeling mogelijk is? En zo niet waarom niet?

Antwoord van het college

Nee, er zijn geen nadere afspraken vastgelegd. Het hoveniersbedrijf kan volgens het huidige omgevingsplan worden voortgezet op het achterste deel van het perceel. Er zijn op dit van het perceel echter geen bebouwingsmogelijkheden. En deze zullen ook niet worden toegestaan.

Vraag 7

Zijn er afspraken gemaakt over een toekomstige ontwikkeling van de restgronden met de bestemming bedrijf (hovenier) en zo dat het geval is: hoe luiden die? En indien dat niet het geval is: waarom is dat niet gebeurd?

Antwoord van het college

Er zijn geen afspraken gemaakt over toekomstige ontwikkelingen.

Invulling van de achterkant van het perceel was geen onderdeel van de aanvraag.

Het bredere ruimtelijk kader Op ruimtelijkeplannen.nl valt de ontwikkeling op het aanpalende perceel volgens het wijzigingsplan Koorndijk 16a Tuitjenhorn op. Het gaat hierbij om een bestemmingswijziging van een naastgelegen perceel met de bestemming bedrijf (op fragment 1 aangegeven met een pijl).

Op 21 december 2021 heeft het toenmalige college een wijzigingsplan voor drie woningen vastgesteld, waarvan er twee zijn gerealiseerd.

In de toelichting op dat wijzigingsplan lezen we in figuur 2.3. (hfst 2 planbeschrijving) dat de gronden met de ontsluiting voor die woningen (Harenkarspel sectie I 5514) eigendom van de gemeente zijn/worden.

Vraag

Vraag 8

Is het perceel I 5514 (inmiddels) in eigendom van de gemeente? En indien dat niet het geval is: waarom is dat (nog) niet het geval?

Antwoord van het college

Het perceel I 5514 is op dit moment geen eigendom van de gemeente.

Met de initiatiefnemer is via een anterieure overeenkomst afgesproken dat hij de ontsluitingsweg en de parkeerplaatsen aanlegt. Wanneer deze gereed zijn zal de grond worden overgedragen aan de gemeente.

Tussen gronden met de te handhaven bestemming bedrijf, de half vrijstaande woningen aan de Mosterdpot en de Watering ligt een perceel (sectie I 5515) met de bestemming agrarisch.

Zeker na de ontwikkeling met het wijzigingsplan Koorndijk 16 a Tuitjenhorn is ook die bestemming feitelijk niet meer relevant te noemen.

D66 ziet kansen dat gebied samen met de overblijvende gronden van initiatiefnemer voor een ontwikkeling met woningbouw in de vorm van sociale huurwoningen, goedkope koop en/of in de vorm van een CPO (rood omlijnde percelen op onderstaand kadastraal uittreksel).

Totaal beslaan de gronden bekend als sectie I nrs. 5514, 5515 met de gronden met de bestemming bedrijf (hovenier) bekend als sectie I 5553, 5554 en 5555 een oppervlak van 9.875 m².

Vragen

Vraag 9

Heeft het college gedacht aan de ontwikkeling van woningbouw op de hiervoor aangehaalde gronden met een oppervlak van bijna 1 ha.?

Antwoord van het college

Het college heeft deze gronden en de mogelijkheden daarvan in beeld.

Het is mogelijk dat hier in de toekomst woningbouw ontwikkeld wordt. Hier zijn nu nog geen concrete plannen voor.

Vraag 10

Ziet het college ook de mogelijkheid op die gronden te komen tot een ontwikkeling met sociale woningbouw, goedkope koop of CPO en zo niet waarom niet?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 9.

Vraag 11

Heeft het college met initiatiefnemer over een ontwikkeling als geschetst gesproken zo niet waarom niet?

Antwoord van het college

Het college heeft geen afspraken met de initiatiefnemer gemaakt over het achterste deel van het perceel.

Vraag 12

Cruciaal is de vraag wie eigenaar is van het perceel met de agrarische bestemming. Is het college bekend met wie de eigenaar daarvan is? Kan het college aangeven wie de eigenaar is? (Dat kan indien gewenst vertrouwelijk, hoewel het kadaster in feite openbaar is).

Antwoord van het college

De gemeente is eigenaar van deze grond. Er zijn nog geen plannen voor dit perceel.

Vraag 13

Is het college bereid om met partijen binnen het rood omrandde gebied overleg te voeren over een mogelijke ontwikkeling van woningbouw als hiervoor geschetst? En zo het college daartoe niet bereid is: waarom niet? Een voorbeeld van een verkaveling: het spiegelen van de verkaveling met de half vrijstaande en de twee vrijstaande woningen aan de Mosterdpot past geheel binnen de rood omlijnde locatie. Verdichting is mogelijk. Kadastrale gegevens: Sectie I nr - 5514 1120 m² … gemeente? - 5515 4080 m² bestemming agrarisch Samen 5200 m² Eigendom initiatiefnemer - 5553 1595 m² - 5554 1535 m² - 5555. 1545 m² Samen 4675 m² Totaal 5200 + 4675 = 9.875 m²

Antwoord van het college

Het college is altijd bereid te praten met initiatiefnemers. En wellicht

kunnen plannen in een gebied aan elkaar worden gekoppeld.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen D66 Koorndijk 14 Tuitjenhorn

Bron: raadsinformatie van de gemeente Schagen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Schagen

Alle artikel 35-vragen in Schagen