16 december 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Stichtse Vecht

vragen D66 bij commissie SD en B&F 25-11.pdf

Een raadslid stelde op 16 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

11-12-2025

Beste Collega, Tijdens de commissiebehandeling van de Belastingverordeningen 2026 heeft de fractie van D66 de onderstaande vragen gesteld. Toegezegd is om deze vragen schriftelijke te beantwoorden. Hieronder is de beantwoording opgenomen. Zouden jullie deze beantwoording willen doorzenden aan de gemeenteraad en opnemen onder de raadsstukken van 16 december 2025?

Vraag:

D66: heeft vragen over de wijze van verzenden van de aanslagen (nu aan de oudste inwoner geadresseerd vaak een mannelijke huisgenoot) en de gevolgen voor onder meer de financiële afhankelijkheid. Meerdere partijen vinden het wenselijk dat het college hiernaar zou willen kijken.

Antwoord:

In het aanwijzingsbeleid is het geslacht pas van belang als alle andere criteria niet leiden tot een aanwijzing én als er in die specifieke situatie sprake is van personen met exact dezelfde leeftijd. Je komt daar in de praktijk vrijwel nooit aan toe. Er kan wél een verzoek gedaan worden om als belastingplichtige te worden aangewezen. De belangrijkste regels uit het aanwijzingsbeleid artikel 6 (zie bijgevoegde beleidsregels van de BghU) zijn namelijk:

6. De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien: 6.1 de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is; 6.2 bij de BghU bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn of haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

Dit houdt in dat iedereen die belastingplichtig is, kan vragen om de aanslag op naam te krijgen en dat blijft dan ook zo in de jaren erna. Daarmee kan bijvoorbeeld de persoon die binnen het huishouden de administratie verzorgt, op eigen initiatief als belastingplichtige worden aangewezen. Omdat het in dit kader gaat om belastinggegevens kan deze informatie niet actief gedeeld worden door BghU, ook niet met andere leden van het huishouden c.q. met huisgenoten.

Met vriendelijke groeten, Gijsbert

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

Nr. 688 4 juli 2022

Officiële uitgave van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht

Besluit, inhoudende het vaststellen van beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie (Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BghU 2016) Het bestuur van het openbaar lichaam de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU), Gelet op De Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht;

Gelet op het aanwijzingsbesluit bevoegde ambtenaren belastingen BghU 2013;

Besluit Vast te stellen navolgende Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige / WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie BghU 2016.

Hoofdstuk 1 Heffing Algemeen In sommige gevallen brengen wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject. In de gevallen waarin dat voorkomt mag de BghU de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de BghU een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursregels neergelegde criteria bevatten op geen enkele wijze een limitatieve opsomming van de belastingplichtigen, maar zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, zodat in de uitvoeringspraktijk volgens vaste, niet willekeurige, criteria een belastingplichtige kan worden aangewezen.

Voorkeursvolgorde

1. Met betrekking tot de belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 1.1. de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde wordt gehanteerd: 1.1.1. de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning: 1.1.2. de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 1.1.3. de erfpachter dan wel de beklemde meier; 1.2. de eigenaar of appartementsgerechtigde; 1.3. degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

2. Met betrekking tot belastingen die worden geheven van genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 2.1 Indien er binnen één categorie genothebbenden meerdere personen zijn die volgens de beschikbare gegevens binnen het grondgebied van de deelnemers aan de BghU (hierna; grondgebied) wonen of gevestigd zijn; 2.1.1. degene die voor het betreffende belastingobject reeds als gebruiker wordt aangemerkt (op grond van de onderdelen 3 of 4); 2.1.2. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.1.3. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.1.4. de oudste in leeftijd; 2.1.5 degene die bij de BghU als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.1.6. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden; 2.2. Indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens binnen het grondgebied wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn: 2.2.1. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

1

Blad gemeenschappelijke regeling 2022 nr. 688

4 juli 2022

2.2.2. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.2.3. de oudste in leeftijd; 2.2.4. degene die bij de BghU als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.2.5. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden; 2.3. Indien er binnen één categorie geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die in het buitenland wonen of gevestigd zijn: 2.3.1. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.3.2. degene die bij de BghU als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.3.3. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden.

3. Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimte die worden geheven van gebruikers en de forensenbelasting, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 3.1 degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt kan worden aangemerkt; 3.2. degene die het langst het belastingobject gebruikt; 3.3. de oudste in leeftijd; 3.4. de oudste man; 3.5. de oudste vrouw; 3.6. degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

4. Met betrekking tot de hondenbelasting, de rioolheffingen van gebruikers, deafvalstoffenheffing, de reinigingsrechten, de verontreinigingsheffing, de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 4.1. de bewoner die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject kan worden aangemerkt; 4.2. de bewoner van het belastingobject die het langst staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA); 4.3. de bewoner van het belastingobject die de oudste persoon is; 4.4. de bewoner van het belastingobject die de oudste man is; 4.5. de bewoner van het belastingobject die de oudste vrouw is.

5. Indien en voor zover de aanslagen van verschillende belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die: 5.1. Ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen; 5.2. Ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen; 5.3. Ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen.

6. De onderdelen 1 tot en met 5 vinden geen toepassing indien: 6.1. de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is; 6.2. bij de BghU bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn of haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd. 7.…

Bekijk de brief: Beantwoording vragen D66 bij commissie SD en B&F 25-11.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Stichtse Vecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Stichtse Vecht

Alle artikel 35-vragen in Stichtse Vecht