GR GGD Zeeland
Een raadslid stelde op 25 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Actiepunt 54 Commissie Samenleving 20 februari 2025 GGD: vaststellen zienswijze gemeenschappelijke regeling Vragen meneer Liefting over de was – wordt lijst Artikel 4: Bestuursorganen Verwijderd: “Dit onverminderd de bevoegdheid tot het instellen van een bestuurscommissie.” Vraag: Mogen er geen bestuurscommissies meer ingesteld worden? Worden de huidige bestuurscommissies dan afgebouwd?
Antwoord: Deze bevoegdheid is conform artikel 24, 24A en 25 van de aangepaste Wgr de bevoegdheid tot het instellen van commissies. Deze bevoegdheid is terug te vinden onder artikel 9 lid 3.i.
Artikel 9: Bevoegdheden van het algemeen bestuur.
Verwijderd: “het vaststellen van een directiestatuut” Vraag: Het bestuur mag geen directiestatuut vaststellen? Hoe bestuur je dan?
Antwoord: Het vaststellen van een directiestatuut behoort nog steeds tot de bevoegdheden van het Algemeen Bestuur. Dit staat onder artikel 9.3h.
Artikel 9: Bevoegdheden van het algemeen bestuur.
Verwijderd: “1a Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van de Wetgemeenschappelijke regelingen bestuurscommissies instellen.” Toegevoegd: “Lid 2: Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.” Vraag: Dit alles mag wel en een bestuurscommissie niet? Vanwaar die restrictie?
Antwoord: Dit is geen restrictie. Het staat nu alleen anders omschreven onder artikel 9.3i.
Hoofdstuk 6: de Directeuren Artikel 17: Functie, Benoeming en Taak “6. De directeur publieke gezondheid is zowel inhoudelijk als financieel verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur. De directeur jeugdhulp is financieel verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Inhoudelijke
verantwoording is hij verschuldigd aan de door het AB ingestelde bestuurscommissie. Dat laatste indien het algemeen bestuur een bestuurscommissie heeft ingesteld.” (nieuw) Dit roept de vraag op: Worden er statutair ook eisen gesteld aan de leden van de bestuurscommissies? Ik weet dat de voorzitter van de bestuurscie IJZ ook lid moet zijn van het AB van de GGD. Portefeuilles worden tegenwoordig zo opgeknipt dat de portefeuille jeugd en JGZ onder verschillende bestuurders worden opgedeeld binnen colleges. Dat zou niet moeten kunnen Antwoord: Conform artikel 25 lid 1 van de Wgr bepaalt het Algemeen Bestuur de bevoegdheden en de samenstelling van de commissie. Conform artikel 25 lid 2 worden gemeenteraden bij het besluit over de instelling van een commissie betrokken. Dit laatste is gebeurd voor de instelling van een bestuurscommissie voor de Inkoop Jeugdhulp Zeeland.
Wij nemen kennis van uw mening over portefeuilleverdelingen binnen colleges.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Terneuzen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.