vragen VVD, CDA en PvdA-GL - Programmabegroting 2026-2029
Een raadslid stelde op 30 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
4. Programmabegroting 2026-2029 Vragen VVD:
Vraag 1.
Kan het bedrag voor het Algemeen voorbereidingskrediet woningbouw (pagina 19) met een jaarbedrag van EUR 250.000 uit de begroting worden gehaald? Kan dit bedrag als incidenteel worden aangemerkt, zodat de projectmatige taak via de reserve wordt gedekt?
Antwoord 1:
Het algemeen voorbereidingskrediet voor de jaren 2026- 2029 is al als incidenteel aangemerkt en wordt al ten laste van de Algemene reserve gebracht.
Dit is ook zo vermeld op bladzijde 19 en is ook terug te vinden in het overzicht van bestedingen ten last van de Algemene Reserve op bladzijde 142.
Daarnaast is dit bij het vaststellen van de Nota Grondbeleid op 6 oktober 2025 ook zo besloten.
Vraag 2:
Kan de Subsidie Mienskiphus Eastermar (pagina 19) met een jaar bedrag van EUR 29.000 voor 2026 en EUR 22.000 voor 2027 uit de begroting worden gehaald. Kan dit bedrag als incidenteel worden aangemerkt, zodat deze subsidie uit de reserve worden gehaald?
Antwoord 2:
De subsidie voor het Mienskipshûs in Eastermar is al als incidenteel aangemerkt voor 2026 en 2027. In 2026 wordt de subsidie gedekt uit de vrije ruimte binnen de FriZa middelen en voor 2027 gedekt ten laste van de Algemene Reserve.
Dit is ook zo vermeld op bladzijde 19 en is ook terug te vinden in het overzicht van bestedingen ten last van de Algemene Reserve op bladzijde 142.
Vraag 3:
Kan de Projectcapaciteit woningbouw (pagina 20) met een jaarbedrag van EUR 438.000 per jaar uit de begroting worden gehaald. Kan dit bedrag tijdelijk worden gedekt uit de reserve woningbouwversnelling?
Antwoord 3:
De projectcapaciteit voor grondzaken en woningbouw betreft een structurele uitgave/last aan personeelskosten en kan om die reden niet tijdelijk worden gedekt uit een reserve.
Vraag 4:
Kunnen de kosten voor het Groenbeleidsplan (pagina 20) met een bedrag van EUR 445.000 per jaar uit de begroting worden gehaald? Het is immers een tijdelijke impuls voor de uitvoering van een nieuw beleidsplan. Kunnen deze kosten uit de reserve worden gedekt?
Antwoord 4:
De in de begroting 2026-2029 opgevoerde kosten voor het Groenbeleidsplan betreffen structurele kosten om het huidige ambitieniveau voor groen te kunnen behouden en te kunnen betalen en is zeker geen tijdelijke impuls. Om die reden kunnen deze kosten dan ook niet uit de algemene reserve worden gedekt. Een verdere inhoudelijke toelichting is in de begroting terug te vinden op pagina 28, 67 en 70.
Vraag 5:
Kunnen de kosten voor het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (pagina 20) voor het bedrag van EUR 10.000-350.000 uit de begroting worden gehaald? Het gaat om een investeringsvoorbereiding. Het zijn geen structurele exploitatiekosten. Kan dit bedrag worden betaald uit de algemene reserve?
Antwoord 5:
De oplopende post van € 10.000 naar € 350.000 in de begroting 2026 voor onderwijshuisvesting betreft de kapitaallasten van de verwachte toekomstige investeringen. Dit zijn structurele lasten en kunnen om die reden niet betaald worden uit de algemene reserve.
Vragen CDA:
Vraag 1:
Wat zijn de wijzigingen die worden doorgevoerd in de algemene subsidieverordening (pg. 70)?
Antwoord 1:
In deze vraag zit een inhoudelijk en een financieel aspect.
Inhoudelijk De wijzigingen in de algemene subsidieverordening zijn vastgesteld door uw raad tijdens de raadsvergadering van 9 oktober jl. De wijzigingen zien met name op artikel 15 en artikel 16.
In artikel 15 wordt de aanhef en het eerste lid als volgt gewijzigd:
Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 125.000 (was tussen € 5.000 en € 50.000).
In artikel 16 wordt de aanhef en het eerste lid als volgt gewijzigd:
Artikel 16. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 125.000 (was meer dan € 50.000).
Financieel In de begroting staat op pagina 70 de volgende tekst:
Subsidies cultuur en fries Er worden wijzigingen doorgevoerd in de algemene subsidieverordening, dit leidt tot hogere subsidiebedragen en dus tot een nadeel van € 45.000.
Deze tekst is niet juist. Er is zeker sprake van hogere subsidiebedragen in 2026 ten opzichte van 2025. Maar dit komt niet door de wijzigingen in de subsidieverordening. Deze wijzigingen gingen vooral over vermindering van regeldruk en niet over de hoogte van de subsidies.
Het hogere bedrag aan subsidies in de begroting 2026 ten opzichte van 2025 wat tot een nadeel van € 45.000 leidt wordt veroorzaakt door de reguliere indexatie van 2,6 % conform gemeentefonds in die gevallen waar dit van toepassing.
Deze meerkosten zijn in eerste instantie gedekt uit de stelpost lonen en prijzen. Binnen het programma leidt dit echter wel tot een verschil tussen 2026 en 2025.
Vraag 2:
Is hier ook een verband met het oordeel van de afdeling bestuursrechtspraak dat begrotingssubsidies onder de regels van verdeling van schaarse publieke middelen vallen en er mededingingsruimte moet worden geboden (pg. 206)?
Antwoord 2:
De wijziging van de Algemene subsidieverordening staat los van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De wijziging komt voort uit een (ingetrokken) motie van november 2024 van de fracties van het CDA en de FNP. Daarin is de wens uitgesproken om artikel 16 te wijzigen (eindverantwoording ophogen van € 50.000 naar € 125.000) om zodoende tot een regeldrukvermindering te komen (e.e.a. is uitgewerkt in het raadsvoorstel ten behoeve van het wijzigingsvoorstel).
Vraag 3:
Op blz 15 Actualisering huurinkomsten Schoolstraat 90 Burgum lezen we dat de overeenkomsten aangepast worden naar een kostprijsdekkende huur, de huurprijs voor de Wâldsang hierdoor omhoog gaat, maar de huurinkomsten voor de gemeente met € 14.000 naar beneden. En dat de Wâldsang hierdoor een hogere subsidie krijgt van € 23.000. Kunt u dat uitleggen?
Antwoord 3:
Lagere huur Het gebouw Schoolstraat 90 (De Muziekschool) heeft al jarenlang twee vaste gebruikers/huurders. De Wâldsang en Stichting Alliade.
Tot en met 2024 betaalde De Wâldsang helemaal geen huur en/of bijkomende vergoeding en Alliade betaalde een huur die was gebaseerd op de kapitaallasten voor een, ten behoeve voor hen, uitgevoerde verbouwing.
Eind 2024/begin 2025 is de kostprijsdekkende en marktconforme huur berekend. Voor Alliade betekende dit, omdat de uitgangspunten om te komen tot een huur bedrag wezenlijk anders waren dan eerder, een substantieel lagere huur.
Voor de Wâldsang is op basis van dezelfde uitgangspunten een huurbedrag vastgesteld.
Het totaal van die beide huurbedragen is lager dan wat in de begroting als inkomst stond.
Dat is de verklaring voor de € 14.000 minder huuropbrengst.
Effect van vaststelling huur voor Wâldsang Complicerende factor is dat de Wâldsang grotendeels door de gemeente wordt gesubsidieerd en (waarschijnlijk) geen ruimte in de begroting heeft voor de nieuwe
vastgestelde huur en daar volgt min of meer dan automatisch uit voort dat de subsidie aan de Wâldsang moet worden verhoogd met hetzelfde bedrag als de huur. Dat is de verklaring voor de extra subsidie voor de Wâldsang van € 23.000.
Vraag 4:
Op blz 17 en 18 Ontwikkeling stelpost lonen, prijzen en areaalaccres wordt nav van motie M-7-1 de stelpost voor deze ontwikkeling teruggebracht van € 2.800.000 naar € 2.300.000. Tegelijkertijd wordt het verwachte mogelijke tekort op deze stelpost van rond de € 1M voor de komende jaren in de begroting opgenomen. Dat lijkt op vestzak-broekzak en gaat geheel voorbij aan de intentie achter het terugbrengen van de stelpost. We gaan op deze manier opnieuw de begroting in het voren belasten met een ontwikkeling waarvan we weten dat we in de meicirculaire weer door de Rijksoverheid gecompenseerd worden.
Zie ook de vrijval op de stelpost van € 2.029.000 in 2024. Geld wat dan weer naar de AR gaat, maar eerst de structurele begroting heeft belast. Kunt u deze werkwijze uitleggen?
Antwoord 4:
Deze vraag bestaat eigenlijk uit een integratie van drie vragen, die we in het antwoord afzonderlijk beantwoorden.
Meicirculaire Volgens de huidige systematiek van het gemeentefonds worden we voor loon, prijs en areaalontwikkelingen voor de begroting in wording voortaan bij de meicirculaire gecompenseerd. Dit betekent dat we bij de meicirculaire 2025 voor de loon, prijs en accres ontwikkelingen van de begroting 2026 zijn gecompenseerd.
Bij de meicirculaire van 2026 krijgen we geen extra compensatie voor 2026, hooguit een kleine correctie. In deze circulaire zullen de LPA voor 2027 worden meegenomen.
Geactualiseerde begroting en stelpost lonen en prijzen Bij de Kadernota 2026-2029 was het voorstel van het college om uit te gaan van een stelpost van € 2.800.000 op basis van een inschatting van de benodigde loon, prijs en areaalontwikkelingen voor de begroting 2026. Op basis van de motie M-7-1 is de stelpost teruggebracht tot € 2.300.000.
Bij de actualisering van de begroting 2026 bleek voor 2026 een bedrag van € 3.257.000 nodig te zijn voor de LPA. Dit is verwerkt op de posten waar dat nodig is. In de begroting 2026-2029 is dus geen sprake van een stelpost voor LPA.…
Bekijk de brief: Beantwoording vragen VVD, CDA en PvdA-GL - Programmabegroting 2026-2029
Bron: raadsinformatie van de gemeente Tytsjerksteradiel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.