Raadsvragen beantwoording FVD - Omgevingswet
Een raadslid stelde op 9 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Fractie Forum voor Democratie
UW BRIEF VAN
UW KENMERK
28 juli 2022
ONS KENMERK
DATUM
2165822 / 2172151
8 september 2022 BIJLAGEN
BEHANDELD DOOR
BEZOEKADRES
TELEFOON
D Bennaars
Paul Krugerstraat 1
+31118487316
ONDERWERP
Beantwoording schriftelijke vragen artikel 34 Reglement van Orde van Fractie FvD m.b.t. behandeling en invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023 Geachte heer/mevrouw, Naar aanleiding van de door uw fractie ingediende vragen ex artikel 34 RvO informeren wij u als volgt.
Uw inleiding De nieuwe omgevingsverordening begint steeds meer gestalte te krijgen. Daarnaast wordt naar alle waarschijnlijkheid op 1 januari het startsein gegeven voor de nieuwe Omgevingswet. Deze wet betekent voor veel gemeenten, dus ook voor gemeente Vlissingen een grote verandering in de procedures voor het aanvragen van omgevingsvergunningen en bestemmingsplanwijzigingen. Daarnaast verandert de participatie en de inspraakmogelijkheden voor burgers bij deze nieuwe projecten.
Forum voor Democratie vindt het belangrijk om de voortgang te onderzoeken in hoeverre gemeente Vlissingen klaar is voor de nieuwe Omgevingswet en hoe zij die denken te gaan uitvoeren.
Vraag 1 Bestaat er in de gemeente een zogenaamde ‘Gecoördineerde procedure’ waarbij de losse procedures van een bestemmingsplanwijziging en die van een omgevingsvergunning in elkaar worden geschoven tot 1 versnelde procedure en zo ja hoe ziet die procedure er uit?
Ons antwoord Ja, in de gemeente Vlissingen hebben we de Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening Vlissingen 2013. Met het vaststellen van de Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening Vlissingen 2013 zijn kaders vastgesteld waarbinnen het college gebruik kan maken van de coördinatieregeling zonder dat de gemeenteraad belast wordt met afzonderlijke besluiten over de toepassing hiervan.
Sinds medio 2013 is het mogelijk om bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor bouwen en de omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met de ruimtelijke regels gecoördineerd te behandelen.
Voordat wordt besloten om besluiten gecoördineerd voor te bereiden, wordt overleg gepleegd met de aanvrager. Bij dit overleg worden afspraken gemaakt over de in te dienen
POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL [email protected] FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G
stukken en over de vraag welke besluiten gecoördineerd worden voorbereid. De stukken, die benodigd zijn voor de besluiten worden zoveel mogelijk gelijktijdig ingediend, met dien verstande, dat de laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan vier weken na ontvangst van de eerste aanvraag.
Het college neemt uiteindelijk het besluit om een aanvraag gecoördineerd voor te bereiden.
Dit besluit wordt genomen gelijktijdig met het besluit om de ontwerpbeschikking ter inzage te leggen.
Het coördineren van aanvragen is voor de gemeente Vlissingen dus niet nieuw als op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treedt.
Vraag 2 Zo ja, wie of welke instantie bepaalt binnen de gemeente of een gecoördineerde procedure wordt ingezet voor een bepaald traject en hebben aanvragers van een project hier invloed op door specifiek om deze procedure te kunnen vragen?
Ons antwoord In overleg tussen de aanvrager en de ambtelijke organisatie (beleidsmedewerkers RO en projectleiders R&S) wordt bepaald of een gecoördineerde procedure mogelijk is en of het voordeel oplevert om deze procedure te volgen. De aanvrager is hier dus bij betrokken.
Vraag 3 Heeft de gemeenteraad als bevoegd orgaan om mee te beslissen over planologische structuren en nieuwbouwprojecten een deel van haar mandaat gedelegeerd aan het college om zodoende procedures voor de aanvraag van een omgevingsvergunning te versnellen?
Zo ja op welke wijze en voor wat voor soort projecten?
Ons antwoord Het Algemeen Delegatiebesluit Vlissingen 2015 beschrijft in artikel 2 onder f dat er projecten zijn, waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is. De procedure van deze projecten zijn door middel van delegatie versneld. De projecten die hieronder vallen zijn projecten binnen het bestaande bebouwde gebied waarvoor vooraf een stedenbouwkundig-ruimtelijk plan door de gemeenteraad is vastgesteld. Of projecten waarvoor geen stedenbouwkundig-ruimtelijk plan is vastgesteld, maar die als kleinschalig worden gezien. Dit zijn:
• het bouwen van ten hoogste 10 woningen;
• het bouwen van commerciële en niet-commerciële voorzieningen met een oppervlakte van ten hoogste 1.500 m²;
• het uitbreiden van bestaande woningen en het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen buiten de bebouwde kom;
• het uitbreiden van bestaande commerciële en niet-commerciële voorzieningen met een oppervlakte van ten hoogste 1.500 m²;
• het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van infrastructurele voorzieningen of andere openbare voorzieningen ten algemenen nutte;
• het wijzigen van het gebruik van gronden en bouwwerken, al dan niet in samenhang met daarvoor noodzakelijke bouwactiviteiten;
• het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Onder de Omgevingswet verschuift de bevoegdheid voor het besluiten over planologisch buitenplanse projecten van de gemeenteraad naar het College. Op 30 september 2021 is daarom de Besluit bindend adviesrecht raad Omgevingswet Vlissingen door de gemeenteraad vastgesteld. Hiermee is gewaarborgd dat projecten die nu niet aan het College zijn gedelegeerd, ook onder de Omgevingswet door de gemeenteraad behandeld
Blad 2 behorend bij 2165822 / 2172151
zullen worden. De gemeenteraad zal voor dergelijke projecten een bindend advies aan het College moeten geven.
Vraag 4 Biedt de gemeente ambtelijke hulp om projectaanvragen op voorhand ambtelijk voor te bereiden en op te stellen? Zo ja om wat voor hulp gaat het dan en berekent de gemeente een vergoeding voor deze ambtelijke hulp? Zo ja hoe hoog is deze vergoeding?
Ons antwoord Vaak is de gemeente al in een vroeg stadium betrokken bij een initiatief. De initiatiefnemer wordt geadviseerd over de te volgen procedure, welke onderzoeken uitgevoerd moeten worden, etc. Daarnaast wordt vaak ook al vooraf meegelezen met een ruimtelijke onderbouwing, zodat deze bij een vergunningsaanvraag nauwelijks nog gewijzigd hoeft te worden. Vaak is bij dit soort projecten een anterieure overeenkomst, waarmee kostenverhaal wordt gewaarborgd. De hoogte van de vergoeding verschilt per initiatief. Elk initiatief is namelijk anders qua complexiteit.
Vraag 5 Welke momenten worden er onderscheiden in de besluitvorming over een project? In welk stadium van de besluitvorming wordt aan burgers de mogelijkheid geboden om te participeren? Wordt er in dit kader al geparticipeerd volgens de intentie van de nieuwe Omgevingswet?
Ons antwoord Participatie verschilt per project. Afhankelijk van de impact op de omgeving en de vraag in hoeverre een project nog door inspraak van omwonenden kan worden gewijzigd, wordt het participatieniveau bepaald.
De initiatiefnemer wordt aangespoord zo vroeg mogelijk in het traject de participatie te beginnen. Rondom de vergunningsaanvraag worden directe omwonenden vaak benaderd middels brief dat de vergunning is aangevraagd of dat dit op korte termijn gaat gebeuren.
Wij gaan ervan uit u hiermee in voldoende mate te hebben ingelicht.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.D.A. Wiskerke drs. A.R.B. van den Tillaar
Blad 3 behorend bij 2165822 / 2172151
Bekijk de brief: Raadsvragen beantwoording FVD - Omgevingswet
Bron: raadsinformatie van de gemeente Vlissingen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.