30 juni 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Zeist

20220526 Beantwoording (20-06) schriftelijke vragen jaarrekening NDZ v6

Een raadslid stelde op 30 juni 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (11 vragen).

In het kort

11 vragen en wat het college antwoordt

  • het raadsvoorstel stelt voor de saldo van 4,3 milj. te bestemmen in a,c,d en e, alsmede h en i. → De bestemmingsvoorstellen zijn vormvrij en kunnen in basis alles omvatten zolang er een aantoonbare relatie is met het jaarrekeningsjaar.
  • moet ook b. 50.000 niet via een begrotingswijziging 2022? → Nee, dat is niet de juiste route.
  • In de inleiding p.6 wordt gesproken over compensatie corona en gemeentefonds. → Beide onderdelen zijn formeel vrij besteedbare middelen.
  • oude jaarrekeningen kende een specifiek programma raad en raadsondersteuning; waar is dat programma, wat zijn de bedragen? → Wat is er minder uitgegeven aan fractiebudget (ivm corona) en waarom kan dat (niet uitgegeven) saldo niet specifiek gereserveerd worden voor 2022.
  • Tot en met jaarrekening 2019 (p.47) werd de raad geïnformeerd over de totale co2 uitstoot via een grafiek. → De Co2 uitstoot was van 4255 2013 verminderd tot 2778 2018.
  • Met het omgekeerd inzamelen is een vermindering van restafval beoogd. → De indicator ‘Omgang huishoudelijk restafval’ is over 2021 op dit moment nog niet bekend.
  • Kunnen de cijfers uit bijlage 3 bezetting en externe inhuur, overhead 2020-2021 worden toegelicht? → De beleidsindicatoren, uit bijlage 6, “Bezetting”, “Externe inhuur”, “Overhead” en “Apparaatskosten’ zijn per abuis nog niet geactualiseerd in de laatste versie van de jaarstukken.
  • jongerenhulp lijkt goede resultaten te behalen. → In voorgaande jaren waren de percentages voor Zeist vergelijkbaar met de rest van Nederland.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

FORMULIER (BEANTWOORDING) TECHNISCHE VRAGEN BEGROTING 2022

Datum vraag Datum beantwoording Soort Vragensteller Onderwerp

: : : : :

26 mei 2022 20 juni 2022 (versie 6) Technische vragen Jaarrekening 2021 Jan Bredius (NieuwDemocratischZeist) Diverse onderwerpen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

het raadsvoorstel stelt voor de saldo van 4,3 milj. te bestemmen in a,c,d en e, alsmede h en i. F en G zijn aparte voorstellen die niet in het bestemmingsvoorstel thuishoren. Is dat juist?

Antwoord van het college

De bestemmingsvoorstellen zijn vormvrij en kunnen in basis alles omvatten zolang er een aantoonbare relatie is met het jaarrekeningsjaar. Beslispunt 2f heeft een link met het jaarekeningsjaar, waarbij het ook invloed op het te bestemmen jaarresultaat heeft. Om deze redenen is voor deze plek binnen het raadsvoorstel gekozen. Omdat beslispunt 2g hieruit voortvloeit is deze ook hier opgenomen.

Beide voorstellen zijn inderdaad van een andere orde dan de overige bestemmingsvoorstellen en zijn om deze reden dan ook als een separaat blok binnen het bestemmingsvoorstel gepresenteerd.

Vraag 2

moet ook b. 50.000 niet via een begrotingswijziging 2022?

Antwoord van het college

Nee, dat is niet de juiste route. In de nota reserves en voorzieningen 2017 staat het volgende over niet aangewende middelen: “Beschikbaar gestelde eenmalige bedragen die in een jaar niet zijn uitgegeven kunnen ter besteding in het daarop volgende jaar opnieuw worden ingezet. Naast eenmalige gelden mag deze reserve ook worden ingezet voor de overheveling van tijdelijk toegekende projectgelden tot 1 jaar na afloop van de periode van het project. Hernieuwde inzet naar nog een jaar later (t+2) is niet toegestaan. Hiervoor dient een apart verzoek ingediend te worden.” Omdat dit budget, net als het onder beslispunt 2c genoemde budget stimulering lokale economie, al eerder zijn doorgeschoven mogen we de route van de reserve egalisatiesystematiek niet gebruiken en is een bestemmingsvoorstel noodzakelijk om de budgetten over de jaarschijf heen te zetten en daarmee in 2022 beschikbaar te maken.

Vraag 3

In de inleiding p.6 wordt gesproken over compensatie corona en gemeentefonds. Dat zijn incidentele baten die een specifieke uitgavepost kennen. Moet dat niet specifiek worden gereserveerd?

Antwoord van het college

Beide onderdelen zijn formeel vrij besteedbare middelen. Het staat de gemeenten daarmee vrij om zelf te bepalen hoe deze middelen uitgegeven en eventueel gereserveerd worden.

Het college heeft wel het ‘oogmerk’ van deze middelen bekeken en stelt aan de raad voor, door middel van beslispunt 2e (dotatie reserve corona), om een bedrag van € 643.000 te reserveren voor nog eventueel toekomstige corona gerelateerde uitgaven in de reserve corona. Zoals in het beslispunt uitgelegd vind dit bedrag zijn oorsprong uit de gelden uit het gemeentefonds.

Vraag 4

oude jaarrekeningen kende een specifiek programma raad en raadsondersteuning; waar is dat programma, wat zijn de bedragen?

Antwoord van het college

Wat is er minder uitgegeven aan fractiebudget (ivm corona) en waarom kan dat (niet uitgegeven) saldo niet specifiek gereserveerd worden voor 2022. Is de extra uitgave ondersteuning griffie als investering opgenomen?

De opbouw van de jaarrekening is zoals gebruikelijk een kopie van de begroting van datzelfde jaar.

Daarmee wordt in de jaarrekening dezelfde programma indeling gehanteerd als die bij de begroting ook is gebruikt. Voor deze jaarrekening zijn daarvoor de 10 bekende programma’s gebruikt. Het programma “Raad en raadsondersteuning” is niet een van de 10 programma’s en komt daarom niet separaat terug in dit boekwerk. De budgetten van de raad van onder het collegeproduct “Bestuur” welke op pagina 14 van de jaarstukken, onder programma 1 “Goed bestuur in een betrokken samenleving”.

Op pagina 15 van de jaarstukken staan onderstaande financiële meldingen weergegeven. Die hun oorsprong vinden in de restantbudgetten van de raad en raadsondersteuning.

Onderdeel Werkbudget rekenkamercommissie Raadsuitgaven verkiezingen

Product 0.1 0.1

Res 1 1

Toel

Bedrag € 45.000 € 25.000

V/N V V

Dit zijn tevens de in de nota reserves en voorzieningen 2017 maximum bedragen die via de reserve egalisatiesystematiek overgeheveld mogen worden naar de nieuwe jaarschijf.

Vraag 5

Tot en met jaarrekening 2019 (p.47) werd de raad geïnformeerd over de totale co2 uitstoot via een grafiek. Waar kan de raad die over 2021 vinden?

Antwoord van het college

De Co2 uitstoot was van 4255 2013 verminderd tot 2778 2018. Wat zijn de cijfers 2021? Hoeveel gas en elektra heeft het Slot gebruikt tov vorig jaar? Wat zijn de cijfers van het gemeentehuis?

De co2 uitstoot is in onderstaande grafiek gepresenteerd.

Onder bovenstaande cijfers vallen alle elektra en gasaansluitingen waarvoor we als gemeentelijke organisatie verantwoordelijk zijn. Daarnaast tellen ook het benzine- en dieselverbruik van het wagenpark, het papierverbruik gemeentelijke organisatie en de gedeclareerde km auto’s van de gemeentelijke organisatie en het OV-gebruik mee in de telling.

In september 2021 is de Raad geïnformeerd over de CO2 footprint 2020 samen met de duurzaamheidsmonitor. Wij zullen in september van dit jaar u informeren over de footprint 2021, met daarbij gelijktijdig de duurzaamheidsmonitor 2021. Als voorschot daarop alvast antwoord op het gevraagde energieverbruik van Het Slot en het gemeentehuis.

Elektraverbruik:

Gebouw Gemeentehuis Slot Zeist

Adres Het Rond 1 Zinzendorflaan 1

Jaarverbruik 2021 in kWh 708.332 532.976

verbruik tov 2020 -2,55% 0,88%

Gasverbruik:

Gebouw Slot Zeist Gemeentehuis (oude raadhuis)

Adres Zinzendorflaan 1 Het Rond 1 a

Jaarverbruik 2021 in m3 Gas 89.581 22.454

verbruik tov 2020 16,27% 12,07%

Vraag 6

Met het omgekeerd inzamelen is een vermindering van restafval beoogd. Het jaarverslag is bedoeld om het resultaat 2021 te beoordelen. Welke kengetallen horen bij 2021?

Antwoord van het college

De indicator ‘Omgang huishoudelijk restafval’ is over 2021 op dit moment nog niet bekend.

Vraag 7

Kunnen de cijfers uit bijlage 3 bezetting en externe inhuur, overhead 2020-2021 worden toegelicht?

Antwoord van het college

De beleidsindicatoren, uit bijlage 6, “Bezetting”, “Externe inhuur”, “Overhead” en “Apparaatskosten’ zijn per abuis nog niet geactualiseerd in de laatste versie van de jaarstukken. Onderstaand de juiste cijfers:

Indicator Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead

•

•

•

Eenheid Aantal fte per 1.000 inwoners Aantal euro per inwoner Aantal euro per inwoner %

Periode Waarde 2021 5,3 2021 442,8 2021 106,7 2021 9,8

Bij bezetting wordt de bezetting, alsmede ook gepresenteerd op pagina 112 van de jaarstukken (343,6 FTE) gedeeld door het aantal inwoners in duizendtallen.

In totaal is er voor circa 6,9 mln. aan externe inhuur geweest in 2021. Dit bedrag is gedeeld door het aantal inwoners als op pagina 204 onder de kerngegevens is gepresenteerd (65.043) Voor overhead worden de laten van het collegeproduct ondersteuning organisatie gedeeld door het totaal aan lasten, incl. reservemutaties.

Er is een aantal redenen waarom de inhuur in 2021 is toegenomen.

1. Corona: in heel 2021 heeft een deel van de organisatie zich ingezet voor de crisiswerkzaamheden rondom het Covid-virus. Daarbij moet u onder andere denken aan inzet voor het Operationeel team en bijbehorende crisiscommunicatie, maar ook het uitvoeren van extra werkzaamheden, zoals het faciliteren van de GGD, het begeleiden en ondersteunen van diverse samenwerkingspartners en verenigingen, het opzetten en uitvoeren van een Coronasteunfonds, publieksbegeleiding.

2. In de huidige CAO hebben medewerkers korte opzegtermijnen van maximaal 1 maand. In 2021 hebben we een groot verloop gekend en hebben we bij kritieke werkzaamheden tussentijds moeten inhuren omwille van de bedrijfscontinuïteit.

3. In 2021 is duidelijk te zien dat de arbeidsmarkt krapper werd. Op diverse plekken in de organisatie was het lastiger dan voorheen om vacatures snel te vervullen. Voorbeelden zijn de teams Ruimtelijke Ordening, Informatievoorziening, Financiën en P&O. Onder andere bij Ruimtelijke Ordening, Juridische zaken speelt daarbij mee, dat werkzaamheden door moeten gaan vanwege fatale termijnen. Ook speelt mee dat we tijdelijk het aantal vergunningsaanvragen zagen toenemen.

De kosten voor inhuur zijn ofwel gedekt vanuit het Loonkostenbudget (eventueel wegvallend tegen vacaturegelden), ofwel vanuit extra Coronagelden van het Rijk, ofwel vanuit projectkosten (zoals de Omgevingswet).

Op basis van de cijfers van de “Personeelsmonitor Gemeenten 2021” van het A&O Fonds hebben gemeenten met omvang 50.000-100.000 inwoners in 2021 gemiddeld 17,1% van de totale loonsom uitgegeven aan inhuur. Om bovenstaande indicator (€ 106,7 per inwoner) in dat contrast te plaatsen is de circa 6,9 mln. die wij als Zeist aan inhuur hebben uitgegeven in 2021 gelijk aan 18,7%.

Vraag 8

jongerenhulp lijkt goede resultaten te behalen. Is dat juist?

Antwoord van het college

In voorgaande jaren waren de percentages voor Zeist vergelijkbaar met de rest van Nederland. Zie onderstaande tabel. De percentages jeugdigen in zorg zijn landelijk gezien over 2021 hoger dan in de voorliggende jaren. De oorzaak hiervan ligt in een andere werkwijze bij de dataverzameling1.

jeugdhulp (aandeel jongeren tot 18 jaar) Zeist

jeugdbescherming (aandeel jongeren tot 18 jaar)

Nederland Zeist

Nederland

jeugdreclassering (aandeel jongeren van 12 tot 23 jaar) Zeist

Nederland

2015

10,5%

10%

2%

1,2%

,5%

,5%

2016

10,6%

10,8%

1,6%

1,2%

,4%

,5%

2017

11,7%

11,4%

1,2%

1,2%

,3%

,4%

2018

11,3%

11,8%

1,3%

1,2%

,3%

,4%

2019

12,2%

12,3%

1%

1,2%

,3%

,4%

2020

11,7%

11,9%

1%

1,2%

,3%

,4%

20212 14,5% 12,9% (bron: waarstaatjegemeente.nl.)

1,3%

1,2%

,2%

,3%

In 2021 is echter wel ook sprake van een groter verschil ten opzichte van Nederland (14,5% t.o.v. 12,9%). We zien in Zeist over de afgelopen jaren een stijgende trend in het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van Jeugdhulp, die o.a. te verklaren is door meer inzet van ambulante hulp i.p.v. verblijf3. Het aantal jeugdigen met Jeugd-GGZ stijgt o.a. als gevolg van de coronacrisis. Ook zijn er in Zeist t.o.v. andere gemeenten relatief veel jongeren vanuit andere gemeenten in jeugdhulp met verblijf die onder instellingsvoogdij 4 staan. Tot en met 2021 waren we daar nog (financieel) verantwoordelijk voor onder het oude woonplaatsbeginsel.

We werken blijvend toe naar minder instroom, langs de transformatiedoelstellingen binnen de jeugdhulp. Het halen van deze doelstellingen kan wel bemoeilijkt worden door maatschappelijke ontwikkelingen zoals meer behoefte jeugdhulp als gevolg van na-ijleffect coronacrisis.

1 CBS heeft verschillende verbeteringen doorgevoerd in de berekeningsmethode van de definitieve cijfers en compleetheid van

aangeleverde data. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2022/jeugdhulp-2021?onepage=true. 2 De CBS cijfers over 2021 zijn nog voorlopig. Elk jaar blijkt dat de definitieve cijfers hoger uitvallen dan de voorlopige cijfers.

Voor 2020 kwam het aantal jongeren met jeugdhulp in de definitieve versie 1,5 procent hoger uit dan in de voorlopige versie. 3 Zie ook de beleidsinformatie aan de raad over de 1e helft 2021 (Link) en de jaarrekening 2021 en BERAP I 2022. 4 Het aantal jeugdigen in zorg bij (zeer specialistische jeugdzorg, ook wel essentiële functies Jeugd genoemd) onder Zeister verantwoordelijkheid is gestegen. Vanaf de 2e helft 2020 waren er meer jeugdigen met instellingsvoogdij. (o.a. door een verhuizing van een groep van elders naar Zeist). Door het woonplaatsbeginsel zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor deze jongeren met een voogdij maatregel vanaf het moment dat deze jeugdigen hier zijn komen wonen. Er wordt gestuurd op tijdige uitstroom. Hiervan zien we een positief effect in de maandcijfers gedurende 2021.

Vraag 9

Ook het vestigingsklimaat lijkt prima te zijn. Is dat te verklaren?

Antwoord van het college

Het aantal bedrijven dat zich in Zeist vestigt stijgt de afgelopen jaren, hiermee zitten we ook constant boven het landelijk gemiddelde.

(bron: waarstaatjegemeente.nl)

Vraag 10

kinderen in armoede worden niet meer geteld?

Antwoord van het college

Wat kan er gezegd worden over de indicator personen in de bijstand? Is dat een opmerkelijk goed resultaat? (<55 per 10.000) De indicator kinderen in armoe wordt tegenwoordig gepresenteerd onder de noemer “Achterstand onder jeugd - Kinderen in uitkeringsgezin”. In deze categorie vallen in 2021 5% van inwoners (tot 18 jaar). Ten opzichte van 6% landelijk.

Betreffende personen in de bijstand heeft Zeist per 10.000 inwoners in 2021 383,3 inwoners in de bijstand zitten. Hiermee zitten we onder het landelijk gemiddelde

(bron: waarstaatjegemeente.nl)

Vraag 11

Kan het begrip functiemenging een toelichting krijgen?

Antwoord van het college

De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. (bron: waarstaatjegemeente.nl) In vergelijk met het totaal van Nederland zitten wij als Zeist hier iets hoger in. De afgelopen jaren is de trend relatief gelijk:

(bron: waarstaatjegemeente.nl)

Bekijk de brief: 20220526 Beantwoording (20-06) schriftelijke vragen jaarrekening NDZ v6

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zeist

Alle artikel 35-vragen in Zeist