7 november 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Zeist

20231012 GL Beantwoording schriftelijke vragen begroting 2024

Een raadslid stelde op 7 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • De gemeente wordt gekort op de uitkering uit het gemeentefonds op basis van onbenutte belastingcapaciteit. → De gemeente wordt gekort op de uitkering uit het gemeentefonds op basis van onbenutte belastingcapaciteit.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Datum vraag Datum beantwoording Datum raad

: : :

12 oktober 2023 24 oktober 2023 7 november 2023

FORMULIER (BEANTWOORDING) VRAGEN BEGROTING 2024

Soort Vragensteller Onderwerp

: : :

Schriftelijk te beantwoorden Roel van Nieuwstadt (GL) Begroting 2024 en 2e Bestuursrapportage

Vragen begroting 2024 en 2e BERAP GroenLinks Algemeen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

De gemeente wordt gekort op de uitkering uit het gemeentefonds op basis van onbenutte belastingcapaciteit. Hoe groot was die korting in de afgelopen vijf jaar en kunt u met enkele scenario’s aangeven wat de verhouding is tussen hogere benutting en toegepaste korting op de uitkering?

Antwoord van het college

De gemeente wordt gekort op de uitkering uit het gemeentefonds op basis van onbenutte belastingcapaciteit. Hoe groot was die korting in de afgelopen vijf jaar en kunt u met enkele scenario’s aangeven wat de verhouding is tussen hogere benutting en toegepaste korting op de uitkering?

Het is begrijpelijk, misschien zelfs logisch, dat de aftrek bij het berekenen van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt gezien als een korting. In de Financiële-verhoudingswet wordt echter andersom geredeneerd: de algemene uitkering is in wezen een aanvulling op de eigen inkomsten ondanks dat de verhouding tussen de algemene uitkering en de eigen inkomsten nogal scheef is. Uit de Financiële-verhoudingswet volgt dat de gemeentefondsuitkering zodanig over gemeenten moet zijn verdeeld dat zij daarmee in staat zijn om een gelijkwaardig voorzieningenniveau te realiseren. Het doel van de algemene uitkering is om gemeenten – gegeven hun structuurkenmerken – de mogelijkheid te geven gelijkwaardige voorzieningen aan te bieden. De gemeentelijke voorzieningen worden uit algemene middelen bekostigd. De algemene middelen zijn de optelsom van de algemene uitkering en de eigen inkomsten waaronder de OZB.

De korting, of aftrek, op de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend op basis van de onbenutte belastingcapaciteit. Dit is een andere berekening dan de onbenutte belastingcapaciteit die wordt gehanteerd voor een Artikel 12 status.

De OZB-capaciteit wordt hier voor woningen vastgesteld op 80% van de vastgestelde WOZ waarden van de objecten waarover door de gemeente OZB kan heffen. Voor niet woningen is dit 70%. Vervolgens wordt er gerekend met tarieven die gebaseerd zijn op een landelijk gemiddelde. Op deze manier wordt er een OZB capaciteit berekend die een gemeente zou kunnen heffen aan OZB en dus zelf aan inkomsten kan genereren. Wat een gemeente in werkelijkheid genereert aan inkomsten vanuit de OZB wordt buiten beschouwing gelaten; dat is immers een vrije keuze per gemeente.

Hieronder het gevraagde overzicht met de OZB-capaciteit berekend voor het bepalen van de algemene uitkering. Daaronder de bedragen van de opgelegde aanslagen OZB.

Te zien valt dat er in de jaren 2019 tot en met 2022 meer aan aanslagen is opgelegd dan dat er is “gekort” op de algemene uitkering. Dat kan omdat er bij de korting gerekend is met een capaciteit van 80% bij woningen en 70% bij niet woningen, en met gemiddelde tarieven en niet met de tarieven van Zeist.

2) Taakstellingen van 150k of meer worden enigszins toegelicht maar een duidelijke onderbouwing van de keuze ontbreekt evenals een weergave van de maatschappelijke impact.

Graag meer informatie over rationale achter en consequenties van grote taakstellingen.

Wij zijn er van overtuigd dat wij binnen het totaal van onze begroting, met in achtneming van al onze taken en afgesproken ambities verantwoorde en reële keuzes aan u hebben voorgelegd. Wij menen daarbij een zorgvuldige balans t.o.v. onze taakvelden en ambities te hebben aangebracht. Tijdens het exploitatiejaar 2024 zullen wij in de gaten houden of ons oordeel over deze keuzes terecht is geweest.

Mocht onverhoopt blijken dat de impact fors negatiever is dan ingeschat dan zullen wij u, voorstellen zo nodig bij te sturen via de bestuursrapportages. Doordat er nu op diverse onderdelen voor een taakstelling is gekozen biedt dat ruimte om samen met de raad tot een verdere invulling hiervan te komen. Bij de taakstelling Sociaal in Balans zit een nauwe relatie met het programma waarover de raad ook meerdere keren is geïnformeerd. We zullen de raadwerkgroep Sturingsinformatie sociaal domein aangesloten houden op de ontwikkelingen binnen het programma. Zie de RIB23.110 Raadswerkgroep Sturingsinformatie sociaal domein voor nadere informatie. https://zeist.raadsinformatie.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/885691

Programma 2 Meedoen

3) Opvang vluchtelingen: mooi dat we daarmee doorgaan maar het is onvoldoende duidelijk wat er concreet door de gemeente (niet door vrijwilligers) wordt gedaan om het doel te bereiken en welk budget daar voor beschikbaar is. Graag nadere toelichting.

Voor de opvang van vluchtelingen in Zeist krijgen wij diverse vormen van compensatie. Voor de noodopvang op het Walaardt Sacré kamp en het AZC op het Kamp van Zeist worden de meeste werkzaamheden uitgevoerd door het COA. Als gemeente hebben wij hierbij veelal een faciliterende en ondersteunende rol. Met het COA hebben wij vaste afspraken en ontvangen wij voor onze inzet een vergoeding van circa € 300.000 per jaar. Dit is afdoende voor onze inzet.

Voor de opvang van Oekraïense Ontheemden hebben wij als gemeente zelf een grotere rol waarbij wij de locaties zelf beheren en daarnaast ook de faciliterende en ondersteunende rol hebben. Voor deze inzet worden wij door het rijk gecompenseerd doormiddel van de Bekostigingsregeling Opvang Ontheemden Oekraïne. Deze regeling bestaat vooral uit een normbedrag per beschikbare opvangplek per dag. In de 2e bestuursrapportage 2023 is hierover voor 2023 een melding gedaan. Hierin wordt

vermeld dat deze regeling voor Zeist in 2023 een omvang zal hebben van circa € 8 mln. Niet al deze middelen worden daadwerkelijk besteed. Niet bestede middelen worden conform de afspraken uit de jaarstukken 2022 gedoteerd aan de reserve vluchtelingenopvang.

4) De inzet op schoolverzuim is nagenoeg identiek aan die van vorig jaar. Blijkens de indicatoren is het verzuim (en vooral het absolute verzuim) stevig toegenomen. Welke oorzaken kent het college en welke maatregelen moeten aangepast of aangevuld te worden?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544 Toename absoluut verzuim (leerlingen tot 18 jaar) heeft overigens te maken met te laat registreren van inschrijvingen door scholen. Na controle door het team leerplicht Zeist is gebleken dat er geen leerlingen waren zonder inschrijving of zonder vrijstelling onder de 18 jaar.

5) Er staat bij de toelichting over programma 4 van sociaal in balans (Gericht Kiezen): “We zien hoopvolle kansen om de kosten binnen de jeugd en de WMO terug te dringen door gerichte maatregelen”. Welke gerichte maatregelen bedoelt het college (tipje van de sluier)? Wat is de onderbouwing van de specifieke bedragen van de taakstellingen in 2024 en 2025 en wat gebeurt er als uit de monitor blijkt dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van zorg en het nog verder oplopen van wachtlijsten?

Op dit moment wordt een onderzoek gedaan naar maatregelen om de kosten van Wmo en Jeugdhulp die beïnvloedbaar zijn in beeld te brengen en te adviseren welke keuzes mogelijk zijn en wat daarvan de consequenties zijn. Er zijn nog geen concrete resultaten beschikbaar. De verwachting is dat in de 1e Berap in 2024 hierover nadere informatie volgt. De ingestelde raadswerkgroep Sturingsinformatie sociaal domein nemen we mee in de actuele ontwikkelingen. Zie de RIB23.110 Raadswerkgroep Sturingsinformatie sociaal domein voor nadere informatie. https://zeist.raadsinformatie.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/885691

6) Wat betekent een ‘taakwijziging van Samen Veilig’ met een effect van 150k concreet voor cliënten en leden van het sociaal team (die de taken mogen overnemen)? Wat is de rationale achter de keuze om juist hier te bezuinigen en niet elders?

In de regio ZOU is afgesproken met Samen Veilig Midden Nederland (SVMN) dat de preventieve taken, dat wil zeggen, de niet wettelijke taken van SVMN van preventieve trajecten en adviezen/consultatie op termijn naar de gemeenten zullen gaan. Deze taken worden overgenomen door het CJG. Die beweging is al gaande in 2023 en zal in 2024 verder zijn beslag krijgen. Nu per 2025 het huidig subsidiecontract afloopt voor de taken van Veilig Thuis, jeugdbescherming en jeugdreclassering kan er rekening mee worden gehouden dat deze taken niet meer worden uitbesteed. Daarmee besparen we enerzijds kosten, maar moeten we er anderzijds ook rekening mee houden dat deze taken een verzwaring voor het CJG betekenen.

7) Een gedeelte van de stelpost effecten samenleving valt vrij tot 202.000 euro. Wat betekent dit concreet? Welke regelingen laten we dan niet doorgaan? Wat is de rationale achter de keuze om juist hier te bezuinigen en niet elders?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544

8) GroenLinks is blij dat er via het digitaal minimaloket (zie begroting p. 16) wordt ingezet op het bereiken van meer inwoners met een laag besteedbaar inkomen. Dit is in lijn met het rekenkameronderzoek schuldhulpverlening. Betekent dit dat er meer budget komt voor preventie van schulden en waar vinden we dit terug in de begroting?

In de begroting zitten geen extra middelen voor de preventie van schulden. Wel hebben we in 2023, en krijgen we ook in 2024, extra middelen vanuit het Rijk in het kader van de aanpak geldzorgen, schulden en armoede. Deze middelen worden in 2023 ingezet voor een extra project rondom vroeg signalering op basis van de CAK-lijsten uitgevoerd door de RSD in samenwerking met het Sociaal Team.

In 2024 zullen we ook in samenspraak met de RSD kijken hoe we een goede invulling kunnen geven aan deze extra rijksmiddelen, waarbij we op zoek gaan naar het snijvlak tussen armoedepreventie en schulddienstverlening. Hierbij betrekken we ook de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek en sluiten we aan bij de nieuw te vormen doelstellingen uit het nieuwe beleidskader bestaanszekerheid.

9) Het wordt in de begroting onvoldoende duidelijk welke financiering er is voor het taalbeleid. Is er financiering voor de uitvoeringsagenda Taal, m.n. voor het onderdeel laaggeletterdheid? En kan het college een beleidsindicator inburgering en taal toevoegen met inzicht op aantallen (bijvoorbeeld bereikte en/of geslaagde deelnemers)?

Voor de uitvoering van de Taalaanpak zijn er verschillende financieringsstromen. In de begroting zitten structurele middelen voor het Taalhuis circa 111.000 euro en 50.000 euro specifiek voor uitvoering van de Taalaanpak. Daarnaast ontvangen wij als gemeente WEB-middelen vanuit het Rijk. Voor een gedeelte van deze middelen kopen we regionaal formele taaltrajecten in. Het andere gedeelte is lokaal te besteden en wordt ingezet om aan de doelstellingen uit de taalaanpak te werken.

Tijdens de auditcommissie eerder dit jaar is gesproken over de uitbreiding van de indicatoren om dit meer “Zeisters” te maken. Belangrijke voorwaarde hiervoor is de uitvoerbaarheid omdat eigen indicatoren ook zelf uitgevraagd en bijgehouden moeten worden. Met de auditcommissie is afgesproken dat het college in de komende P&C producten de uitbreiding zal onderzoeken. Deze suggestie rondom inburgering nemen we daarin mee.

10) Wat is de rationale achter de bezuiniging in 2024 op de stelpost effecten samenleving, terwijl die in 2025 weer op het oude niveau terugkeert?

De stelpost effecten samenleving is in de Begroting 2023 structureel opgenomen om als gemeente, naast de diverse landelijke regelingen, iets extra te kunnen doen voor de inwoners die door de hoge inflatie in de knel zijn gekomen. Voor 2023 is hier doormiddel van het raadsvoorstel 23RV008 in de raad van februari 2023 invulling aan gegeven. Voor 2024 is bekeken welke middelen nodig zijn om de ingeslagen lijn vol te kunnen houden en is de daling van € 350.000 tot € 202.000 tot stand gekomen.

Dit bedrag, samen met de initiatieven en gelden vanuit het Rijk zorgen ervoor dat wij kunnen blijven doen wat wij in 2023 voor deze inwoners hebben gedaan. Omdat vanaf 2025 nog geen zekerheid over de initiatieven vanuit het Rijk is zal de stelpost dan weer naar het oude niveau groeien.

Doordat de stelpost vorig jaar structureel is opgenomen, maakt dat we zowel op beleid als op uitvoeringsniveau structureel ondersteuning kunnen bieden in plaats dat we afhankelijk zijn van de incidentele middelen die vanuit het Rijk komen.

Programma 3 Natuur en klimaat

11) Er wordt voorgesteld per jaar geen 300k te storten in het bomenfonds en ook de jaarlijkse toename van de stortingen met 50k stil te zetten, mede omdat de beschikbare middelen grotendeels onbenut gebleven zijn. Het aantal te onderhouden of vervangen bomen is nauwelijks veranderd en de vitaliteit van veel bomen is (ondermeer door verdroging) flink afgenomen. Er is destijds goed nagedacht over de vulling van het fonds en de te verwachten kosten. Op basis van welke argumenten meent het college dat we in de toekomst met veel minder middelen de gewenste kwantiteit en kwaliteit kunnen borgen?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544

12) Afval1: we hopen dat “de samenleving merkt” dat het leuk en makkelijk is om minder afval te creëren en beter te kunnen scheiden. Tevens dat de afvalkosten steeds meer afnemen.

Waarom ontbreken deze verwachtingen terwijl ze zo’n belangrijke rol spelen bij de hoge lokale afvalkosten?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544

13) Afval 2: de indicatoren geven duidelijk aan dat Zeist fiks achterloopt bij het landelijk gemiddelde. De maatregelen lijken sterk op die van vorig jaar. Welke maatregelen worden aangepast of toegevoegd om de ambitie waar te maken?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544

14) Hernieuwbare energie: Zeist blijft flink achter met de ontwikkeling van hernieuwbare energie.

De trend is stijgend maar de landelijke trend stijgt duidelijk sneller. Is hier een duidelijke verklaring voor en welke maatregelen worden aangepast of toegevoegd om te sturen met deze indicator?

Dit gaat over energie opwekken via windmolens, zonneparken, biomassa, aardwarmte. Zeist is door haar ligging in deels bosgebied gebonden aan beperkte locaties en ruimte voor dit opwek. We wachten op een Plan-MER windenergie vanuit provincie Utrecht om te kijken welke locaties kansrijk zijn volgens deze Plan-MER. Ook speelt er discussie landelijk over afstandsnormen windmolens. De uitkomsten van deze twee trajecten bepalen de mogelijkheden op de toch al beperkte locaties die we in Zeist hebben.

Qua zon hebben we een beleidskader zonnevelden die er nu niet voor zorgt dat er op veel plekken initiatieven ontstaan. In 2024 willen we dit herijken en via een tender de markt uitnodigen om hier meer opwek (en opslag) te creëren. Ten slotte is er nog onderzoek naar geothermie in Zeist, wat eventueel kansen biedt voor warmtenetten. Naast deze grootschalige opwek projecten, blijven we inzetten op zon op dak projecten voor woningen, bedrijven, sport etc. Dit doen we samen met DECZ (duurzame energie corporatie Zeist)

Programma 4 Wonen

15) De beleidsindicator demografische druk is in Zeist behoorlijk hoog. Dat zal niet op korte termijn veranderen. Is het mogelijk het beleid en bijbehorende budget hierop aan te passen en zo ja, welke maatregelen voorziet het college en wat is daarvan de planning?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544

16) De OdrU moeten we meer inzetten na de invoering van de omgevingswet én er valt veel te handhaven door de OdrU. Waarom wordt er 60k wegbezuinigd terwijl er zoveel werk is voor handhaving alleen al op milieu en energie gebied? Zou het niet beter zijn de OdrU te stimuleren om het overblijvende budget wél te benutten?

Deze vraag is eerder mondeling gesteld en beantwoord tijdens de ronde tafel, zie audioverslag ronde tafel ontwerpbegroting 2024 en 2e BERAP 2023 d.d. 10 oktober jl. https://zeist.raadsinformatie.nl/vergadering/1036544 Programma 6 Cultuur en Sport

17) Dit programma heeft een budget van 12M euro. Er blijkt maar 1 beleidsindicator te zijn voor sport en geen voor het cultuurveld. Welke actie gaat het college ondernemen om relevante beleidsindicatoren aan te wijzen en vervolgens de gegevens op te halen voor die indicatoren?

De beleidsindicatoren die wij nu in de P&C producten gebruiken zijn de wettelijk verplichte onderdelen.

Hier staat inderdaad geen indicator rondom cultuur bij. Tijdens de auditcommissie eerder dit jaar is gesproken over de uitbreiding van de indicatoren om dit meer “Zeisters” te maken. Belangrijke voorwaarde hiervoor is de uitvoerbaarheid omdat eigen indicatoren ook zelf uitgevraagd en bijgehouden moeten worden. Met de auditcommissie is afgesproken dat het college in de komende P&C producten de uitbreiding zal onderzoeken. Deze suggestie rondom cultuur nemen we daarin mee.

18) Welke afweging is er voorafgegaan aan het opleggen van een taakstelling van 100k op kunst en cultuur? Is al bekend hoe er invulling gegeven wordt aan die taakstelling?

Onze portefeuillehouder is in de ronde tafel ingegaan op het invullen van de taakstelling wij verwijzen daarvoor naar het audioverslag.

19) Welk beeld heeft het college van de financiële toestand van culturele instellingen gezien de hoge inflatie en stijgende energieprijzen? Is er budget om deze instellingen die hierdoor in de problemen komen (of al zijn gekomen) financieel bij te staan?

Wij hebben van het Rijk geen middelen gekregen om de gevolgen van de energie-en inflatiecrisis voor de gehele samenleving volledig te compenseren en al helemaal niet structureel. Budget voor aan algehele, structurele financiële handreiking voor de sport- en cultuur sector is niet beschikbaar. Neemt niet weg dat daar waar we melding krijgen van in nood verkerende organisaties we altijd bereid zijn om te kijken of we door middel van maatwerk in noodzakelijke ondersteuning kunnen voorzien.

Hiervoor zullen we in die gevallen dan via begrotingswijziging om aanvullend budget van uw raad moeten vragen. Op dit moment heeft één grotere culturele partij (Beauforthuis) aangegeven de extra kosten door energieverhogingen en inflatie niet te kunnen financieren. Zij hebben ons zeer recent inzicht gegeven in de hoogte van deze extra kosten. Wij kijken momenteel hoe wij deze partij kunnen ondersteunen bij de financiering van deze kosten.

20) Er ligt sinds 2022 een taakstelling bij Kunstenhuis IDEA van 1 miljoen. Vanaf 2025 krijgen gemeenten structureel extra geld voor de bibliotheken (vanaf 2025 jaarlijks ongeveer € 54 miljoen). Met dit geld van het Rijk moet ‘de aanwezigheid van en toegang tot de bibliotheek’ worden verzorgd. Hoe is de te verwachten portie voor Zeist verwerkt in de meerjarenbegroting?

Voor deze middelen is momenteel nog niet bekend wat het financiële effect voor Zeist zal zijn. Wanneer dit via een toekomstige circulaire van het gemeentefonds bekend wordt gemaakt zal dit via de gebruikelijke weg met de raad worden gedeeld.

Programma 8 Economie

21) Focus op vestigingsklimaat Zeist: De activiteiten die genoemd worden zijn niet nader omschreven. Ieder kan daar zijn / haar invulling aan geven. Voorbeelden: we werken aan, we stimuleren, we faciliteren. We werken aan een herkenbaar economisch profiel met nadruk op sectoren Groen Gezond Slim en Gastvrij. Vraag: Waar zien we de verandering terug van een lineaire naar een circulaire en sociaal ondernemende economie en wat gaan we doen om duurzaamheid, circulariteit, impact ondernemen, lokaal produceren en consumeren aantrekkelijk centrum en toekomstbestendige bedrijventerrein te realiseren?

Focus vanuit economie is op dit vlak ‘verbinden en faciliteren’. We besteden aandacht aan de genoemde thema’s tijdens bedrijfsbezoeken en bij netwerkbijeenkomsten en we helpen ondernemers verder met hun hulpvraag. We merken dat veel ondernemers bezig zijn om meer circulair, duurzamer of met meer maatschappelijke impact te ondernemen. Het meest zichtbaar is de verandering bij de energietransitie: steeds meer bedrijven gaan van het gas af en het aantal zonnepanelen op bedrijfsdaken groeit. Het vigerende economisch beleid is nog niet heel scherp op de genoemde thema’s. In de actualisatie van het Economisch Kompas (Q1 2024) gaan we nader in op wat we vanuit economie kunnen doen in de transitie naar een meer duurzame economie.

22) Gebruik van ‘virgin materials’ kan in de praktijk qua kostprijs helaas goedkoper zijn dan gebruik van gerecyclede materialen, omdat de maatschappelijke meerkosten van virgin materials onvoldoende in de prijsstelling zijn opgenomen. Welk beleid en budget gebruikt het college om bij te dragen aan (her)gebruik van gerecyclede materialen, dit onder andere door ook als gemeente zelf in het duurzaam inkoopbeleid gericht daarvoor te kiezen waar dit mogelijk is en ziet de gemeente ook - naast al bij duurzaam bouwen - ruimte om bij contracteren, inkoop en aanbesteding zoveel mogelijk te kiezen voor aanbieders en contractspartijen die op dit onderdeel belangrijke meerwaarde bieden (maatschappelijk verantwoord inkopen)?

Een soortgelijke vraag hebben wij van GroenLinks bij de kadernota 2024 gekregen en beantwoord. Dat antwoord is hier ook van toepassing. Zie stuk via link: https://zeist.raadsinformatie.nl/document/12924706/1

Programma 9 Veiligheid

23) Bijlage 1 primitieve meerjarenbegroting. Bij de gemeenschappelijke regelingen staat dat de ‘begroting van de GGD en de VRU voornamelijk het extra negatieve effect op het begrotingssaldo veroorzaken’. De kosten voor de VRU lijken elk jaar opnieuw te stijgen, ook in de toekomst zijn er een aantal risico’s en veel onzekerheden (denk aan: invoering omgevingswet, taakdifferentiatie brandweer). Graag een beschouwing hoe het college deze onzekerheden verwerkt in de meerjarenbegroting en risicoparagraaf.

In de vraag worden de stijgende kosten bij de VRU genoemd. Waarschijnlijk wordt er niet zozeer gedoeld op de kosten, die de VRU jaarlijks maakt, maar meer op de stijging van de bijdrage die van de deelnemende gemeenten gevraagd wordt. De afgelopen jaren zien we dat die laatste stijging, vrijwel volledig, wordt veroorzaakt door exogene factoren, namelijk de stijging van de prijs- en loonindex. De overige kosten zijn door de VRU steeds binnen hun eigen begroting verwerkt.

Voor alle gemeenschappelijke regelingen is in de paragraaf Verbonden partijen een korte tekst opgenomen over de risico’s bij die gemeenschappelijke regelingen. Het is goed om te weten dat hier, vanuit het perspectief van de gemeentelijke deelnemers, sprake is van een indirect risico. De genoemde risico’s en onzekerheden worden immers in eerste instantie door de VRU zelf opgevangen in hun eigen begroting. Een van de instrumenten die de VRU daarvoor een aantal jaren geleden in het leven heeft geroepen is de ontwikkelings- en egalisatiereserve, waarmee incidentele uitschieters in de gemeentelijke bijdragen ondervangen kunnen worden. Daarnaast is het goed om te beseffen dat bij risico’s die samenhangen met het stelsel van brandweer- en veiligheidsregio’s het niet automatisch zo is dat gemeenten aan de lat staan voor eventuele nieuwe kosten. Mocht er, bijvoorbeeld, uit de discussie rond de taakdifferentiatie van brandweervrijwilligers, blijken dat de kosten van het stelsel veel hoger zouden gaan uitvallen, dan ligt het voor de hand dat het in eerste instantie het Rijk is, die die kosten direct of indirect voor haar rekening zal nemen als stelseleigenaar. Wanneer we naar de risico’s voor de gemeentelijke begroting kijken ten aanzien van de VRU, kijken we dus in hoeverre we restrisico’s zien, die overblijven na risicoverwerking door de VRU zelf. Daarvan is bij de VRU op dit moment geen sprake.

Programma 10 financiën en bedrijfsvoering

24) Vraag over de informatievoorziening naar aanleiding van een bericht van de NOS op 3-10-2023:

Bericht van de NOS Hackers: 'Veel gemeenten reageren niet adequaat op veiligheidslekken' https://nos.nl/l/2492689. Heeft de gemeente Zeist een CVD-procedure zodat adequaat gereageerd wordt op meldingen van beveiligingslekken. Zo nee, wat is het (financiele) risico, kan daar op korte termijn op worden ingespeeld en wat is het benodigde budget?

De gemeente Zeist heeft een CVD-procedure. De meldingen worden doorgeleid naar de TSO (Technical Security Officer) van de gemeente Zeist. De CVD procedure staat gepubliceerd op de website. https://www.zeist.nl/over-de-site/coordinated-vulnerability-disclosure

2e BERAP

25) Pag. 19, programma 3. Uitvoeringen (3 van de 4) door de RMN lopen zowel in BERAP 1 als 2 achter op schema. Er wordt gewacht op een voorstel voor toegangscontrole, we lopen achter met plaatsen containers en RMN heeft daarvoor geen capaciteit, er komen geen buurtveegploegen. Welke actie gaat het college ondernemen om de RMN tot meer prestatie te stimuleren?

RMN is druk bezig met de implementatie van het ‘Verbeterplan Basis op orde, samen bouwen aan RMN’. Op 6 april jl. informeerde de interim-directeur uw raad tijdens een bijpraatsessie al eens over de voortgang hiervan en in het recent aan u gestuurde jaarverslag van RMN wordt ook uitgebreid ingegaan op de voortgang hiervan. Wij hebben bovendien bij RMN aangedrongen op een nieuwe sessie voor de gemeentera(a)d(en) hierover. Vanuit onze rol als deelnemer vragen wij in het Algemeen Bestuur ook regelmatig aandacht voor verbeteringen in de dienstverlening. Momenteel wordt door de deelnemende gemeenten afstemming gezocht hoe we in gezamenlijkheid met o.a. de operationeel manager van RMN stappen kunnen zetten in het verbeteren van de dienstverlening in het kader van onze overeenkomsten.

26) Pag. 36, programma 8, warenmarkt. Verzelfstandiging van de warenmarkt blijkt na onderzoek niet uitvoerbaar. Welke bevindingen hebben tot die conclusie geleid en waarom is de beoordeling dan oranje en niet rood? Welke alternatieven kunnen een goede warenmarkt voor Zeist borgen en wordt daarbij gekeken naar andere gemeentes?

De raad is over dit onderwerp eerder geïnformeerd via de RIB 23.057 “Onderzoek verzelfstandiging warenmarkt”.

Link: https://zeist.raadsinformatie.nl/document/12805257/1/RIB23_057+Onderzoek+verzelfstandiging+we ekmarkt

27) Pag. 46, programma 6, item 20. Geldt deze indexatie alleen voor contractuele afspraken met Theater Figi? Geldt dat niet ook voor de andere theaters (Torenlaan, Peppel, Beauforthuis, etc.)? Gaarne nadere toelichting.

Met dit punt in de Berap wordt een melding gedaan en een budgetvraag gesteld om een specifieke privaatrechtelijke contractuele verplichting uit een lopend contract na te kunnen komen. Nu die melding niet voor andere partijen wordt gedaan mag u er van uitgaan dat hier andere verhoudingen en afspraken (privaatrechtelijke overeenkomst versus publiekrechtelijke subsidieverhoudingen) gelden.

Bekijk de brief: 20231012 GL Beantwoording schriftelijke vragen begroting 2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zeist

Alle artikel 35-vragen in Zeist