22VRAAG067 Beantwoording (08-12) raadsvragen NDZ landelijke verhoging grondwaterpeil
Een raadslid stelde op 17 januari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Wat betekent deze Verordening voor Zeist, in het bijzonder voor het grondwaterpeil voor het gemeentelijk grondgebied onder de Utrechtse Heuvelrug? → Reactie: De consatering van NDZ in de inleiding is niet juist.
- Als dit betekent dat het peil stijgt, met welke omvang is dat en wat betekent dat voor de drinkwaterproducenten binnen ons grondgebied? → Reactie: Zoals in de Kamerbrief aangegeven wordt dit in gebiedsprocessen verder uitgewerkt en is dus op dit moment noch de hoogte van de stijging voor ons gebied bekend, noch de effecten…
- Heeft de gemeente Zeist invloed op het plan om te komen tot deze grondwaterstand? → Reactie: Ja, daar gaan we van uit maar in welke mate en met welke status (rol/bevoegdheid) is nog niet bekend.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat betekent deze Verordening voor Zeist, in het bijzonder voor het grondwaterpeil voor het gemeentelijk grondgebied onder de Utrechtse Heuvelrug?
Antwoord van het college
Reactie: De consatering van NDZ in de inleiding is niet juist. Uitgaande van de brief aan de Kamer “Water en bodem sturend voor de ruimtelijke ordening” (als bijlage bijgevoegd bij de beantwoording), gaat het niet om een grondwaterstand tot 50 cm onder maaiveld, maar om het verhogen van de huidige grondwaterstand met 10 tot 50 centimeter (voor het beeld de grondwaterstand is op sommige delen van de Utrechtse Heuvelrug meer dan 10 meter onder maaiveld).
Vraag 2
Als dit betekent dat het peil stijgt, met welke omvang is dat en wat betekent dat voor de drinkwaterproducenten binnen ons grondgebied?
Antwoord van het college
Reactie: Zoals in de Kamerbrief aangegeven wordt dit in gebiedsprocessen verder uitgewerkt en is dus op dit moment noch de hoogte van de stijging voor ons gebied bekend, noch de effecten daarvan voor Zeist en de Utrechtse Heuvelrug te bepalen, zonder te vervallen in giswerk op basis van algemeenheden.
Vraag 3
Heeft de gemeente Zeist invloed op het plan om te komen tot deze grondwaterstand?
Antwoord van het college
Reactie: Ja, daar gaan we van uit maar in welke mate en met welke status (rol/bevoegdheid) is nog niet bekend. Gemeenten worden expliciet genoemd als samenwerkingspartner van het Rijk om te komen tot een nieuw gezamenlijk instrument voor het ordenen van de ondergrond. Daarnaast werken we met provincie en waterschap ook nu al veel samen op het gebied van waterbeheersing, bodem en ondergrond, waterwinning, verdroging en klimaatadaptatie. Kortom wordt t.z.t. vervolgd en zal op termijn leiden tot informatie aan uw raad. Overigens zijn we, los van de inhoud van deze Kamerbrief, voornemens dit voorjaar voor uw raad een bezoek aan de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Zeist West van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en de Waterwinningsinstallatie aan de Bergweg van Vitens, voor u te organiseren. Dit om met deze partijen kennis te maken en met elkaar het gesprek te kunnen voeren over de opgaven en uitdagingen waar zij en wij gezamenlijk voor staan in deze en komende bestuursperiode(n). > Retouradres Postbus 20901 2500 EX D en Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2 5 15 XP D en Haag P ostbus 20901 2 5 00 E X Den Haag T 0 7 0-456 0000 F 0 7 0-456 1111 Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/283041 Datum Betreft 25 november 2022 Water en Bodem sturend Bijlage(n) 3 Geachte voorzitter, Deze brief gaat over ons water en onze bodem. Letterlijk de basis van ons bestaan, en daarmee van groot belang voor iedereen. We willen als kabinet meer rekening houden met deze basis, bij besluiten die we nemen over de indeling van ons land. In deze brief vertellen we waarom en hoe. Water en bodem zijn van grote invloed op ons dagelijks leven. We halen ons drinkwater uit de bodem. De bodem biedt stevigheid, als fundament voor onze wegen en huizen. Is de bodem te nat of juist te droog? Dan merken we dat aan lagere opbrengsten, schade aan de natuur of in de supermarkt aan hogere prijzen. Elk stukje bodem en oppervlaktewater in ons land is in gebruik, soms voor vele doeleinden tegelijk. En niet alleen wat je ziet. Ook onder de grond is het een drukte van jewelste. Buizen, pijpen, kabels, winning van grondstoffen. Op die bodem moeten we zuinig zijn. Tot duizend jaar geleden pasten de inwoners zich vooral aan de natuurlijke omstandigheden aan. Later veranderde dat, en zorgden we ervoor dat water en bodem zich aan ons aanpasten. Door bijvoorbeeld dijken en sloten aan te leggen. Dat heeft ons land doen groeien. Zo hebben we de voordelen van het wonen in een Delta, zoals goede bereikbaarheid over het water, weten te benutten. Daar zijn we trots op. Het vertrouwen in de maakbaarheid van ons landschap is groot. Maar inmiddels lopen we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan. Bodemdaling en lage waterstanden zorgen voor veel schade aan funderingen van gebouwen en extra onderhoud aan wegen en spoorwegen. Voldoende goed drinkwater is niet langer vanzelfsprekend. Het voortbestaan van planten- en diersoorten staat onder druk. De kwaliteit en beschikbaarheid van water en bodem hebben grote invloed op onze scheepvaart, landbouw, energievoorziening, industrie en natuur. Bovendien zet het veranderende klimaat alles op scherp. De zeespiegel stijgt. De afgelopen jaren hebben we in korte tijd te maken gehad met grote wateroverlast en extreme droogte. De beelden van de overstromingen in Limburg van juli 2021 hebben we nog scherp voor ogen. Duizenden mensen moesten worden geëvacueerd en het leger werd ingezet. Er was veel materiële schade en er vielen slachtoffers in buurlanden. Deze zomer was het wederom droog. Rivieren stonden zo laag dat scheepvaart werd gehinderd. Oogsten liepen terug. In het westen werden maatregelen genomen om het zoute water weg te houden. Met name op zandgronden in het zuiden en oosten liepen de o nttrekkingen van grondwater P agina 1 van 32 tegen grenzen aan. De waterkwaliteit nam af en op veel plaatsen kregen recreanten last van blauwalg en botulisme. Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem, voldoende en schoon water. In programma’s als Ruimte voor de Rivier, Integraal Rivier Management (IRM) en de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) werken we al vanuit de randvoorwaarden die het water- en bodemsysteem stellen. Met deze brief kijken we vooruit hoe we deze aanpak standaard kunnen maken bij nieuwe ontwikkelingen. Het Rijk maakt structurerende keuzes die richting geven voor de komende decennia. Veel keuzes kunnen en moeten we nu al doorvoeren in maatregelen. Door nu keuzes te maken, kunnen we ook aangeven hoe we met lange termijn ontwikkelingen om willen gaan. Zo kunnen overheden, ondernemers en inw oners hier al rekening mee houden. Om water en bodem sturend te laten worden heeft iedereen een rol en verantwoordelijkheid. De structurerende keuzes hebben deels betrekking op het nationale beleid, maar kunnen ook richting geven aan of doorwerking vinden in programma’s van provincies, gemeenten en waterschappen, gebiedsprocessen, bedrijven en burgers. We sluiten daarbij aan bij de systematiek van het Nationaal Programma Landelijk gebied (NPLG), waarin structurerende keuzes worden uitgelegd als ’beleidsuitspraken over de (on-)wenselijkheid van activiteiten […] in het ruimtegebruik of ten opzichte van het functioneren van het water- en bodemsysteem’. In een iteratief proces vindt in samenwerking met de betrokkenen uitwerking van deze keuzes plaats. Wij geven hiermee input voor het oplossen van de soms ingewikkelde opgave van de ruimtelijke ordening in Nederland: wat kan het beste waar? Een deel van deze keuzes zijn aanscherpingen van bestaand beleid en andere keuzes zijn nieuw. Deze brief geeft zo uitwerking aan de afspraak uit het coalitieakkoord om water en bodem sturend te maken voor ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten We hanteren een aantal uitgangspunten om ‘w ater en bodem sturend’ vorm te geven. Met deze uitgangspunten volgen we de adviezen van de Deltacommissaris 1 en die van de heer Remkes 2. De Deltacommissaris beveelt aan voldoende ruimte te reserveren voor waterveiligheid, te zorgen voor voldoende zoetwater, strategische grondwatervoorraden te beschermen, ruimtelijke adaptatie, meerlaagsveiligheid en transitie van het landelijk gebied. De Deltacommissaris benadrukt daarbij dat de tijd van vrijblijvendheid voorbij is. De heer Remkes geeft aan per direct te starten met ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen, een langjarig perspectief te bieden voor het landelijk gebied en om deze transitie gebiedsgericht te realiseren, waarbij water en bodem leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. https://www.deltaprogramma.nl/documenten/publicaties/2021/09/01/adviesbriefwoningbouw-en-klimaatadaptatie https://www.deltaprogramma.nl/deltacommissaris/documenten/publicaties/2021/12/06/brie fadvies-deltacommissaris-woningbouw-en-klimaatadaptatie-spoor-2 https://www.deltaprogramma.nl/documenten/publicaties/2022/04/11/adviesbrief-maakwerk-van-klimaatadaptatie 2 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/10/05/wat-wel-kan 1 P agina 2 van 32 Dit brengt ons tot de volgende uitgangspunten: Niet afwentelen Het principe van ‘niet afwentelen’, zoals benoemd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), is op verschillende manieren van toepassing. Niet afwentelen op toekomstige generaties. Dat betekent nu rekening houden met belasting van bodem en water, klimaatverandering én met toekomstige beheerkosten. Het goed behandelen van de bodem nu, zorgt er bijvoorbeeld voor dat de bodem voor volgende generaties geschikt blijft om gewassen op te verbouwen. Niet afwentelen naar andere gebieden of functies. Dat betekent dat een actie op de ene locatie (denk aan bebouwing, grondwateronttrekking of inzet van gewasbeschermingsmiddelen), niet mag leiden tot een onbedoeld effect elders (wateroverlast, verdroging van natuurgebieden of vervuiling van water). Omdat invloed op andere gebieden of functies regelmatig onvermijdelijk is, blijven onderbouwde uitzonderingen hierop mogelijk. We hanteren maatwerk, zodat ook in de toekomst de verschillende belangen worden afgewogen. Niet afwentelen van privaat naar publiek. Dat betekent onder meer bij investeringen voldoende rekening houden met klimaatverandering, bodemdaling, grond- en watervervuiling en het natuurlijke waterbergende vermogen van de bodem en met de kosten die daaraan verbonden zijn. Door oog te hebben voor kosten van de gehele levenscyclus creëren we zoveel mogelijk waarde voor het geïnvesteerde geld. Niet alleen waarde voor vandaag, maar ook voor morgen. Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Meer rekening houden met extremen De klimaatscenario’s en concrete incidenten als gevolg van he vige regenval én hitte en droogte geven op dit moment geen aanleiding tot optimisme. Daarom is het belangrijk om in ons beleid en onze aanpak veel meer dan nu rekening te houden met extremen. De extreme buien, die vorig jaar in Limburg vielen en voor overstromingen en veel wateroverlast zorgden, waren wat dat betreft een duidelijk signaal. Worstcasescenario’s zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden en maken het noodzakelijk ons daar nog beter op voor te bereiden. De Beleidstafel wateroverlast en hoogwater constateert dat in de toekomst niet alle schade te voorkomen is en dat we ons hier bewust van moeten zijn. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem De afgelopen eeuwen is Nederland ingericht om overtollig water zo snel mogelijk af te voeren naar zee. Drogere perioden nemen echter toe en zeker in tijden van extreme droogte telt elke druppel regenwater. Omgaan met wateroverlast en droogte vraagt een samenhangende aanpak. Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem. Al in het begin van deze eeuw hebben Rijk en decentrale overheden daarom het uitgangspunt vasthouden-bergen-afvoeren vastgelegd in een overeenkomst 3. Dit bereiken we door een vitale bodem te bewerkstelligen, die als een spons het water opneemt, maar ook door het realiseren van voldoende bufferen afvoercapaciteit. Daarbij streven we naar een veerkrachtig ecosysteem, dat beter opgewassen is tegen de extra verstoringen door klimaatverandering. Meerlaagsveiligheid Om de risico’s van overstroming in de toekomst te beperken, vragen we als Rijk bij onze medeoverheden meer aandacht voor meerlaagsveiligheid
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.