23RV016 Beantwoording vragen uit Ronde Tafel - april 2023
Een raadslid stelde op 25 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Waterveiligheid Kaart op pagina 27 Uitleg op pagina 23 Link op overheid.nl: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-560365.html 2 Openstaande vraag vanuit… → De wijk- en buurtgrenzen die we hanteren als gemeente, kennen verschillende doeleinden.
- Vraag: Een van de insprekers bij de Ronde Tafel heeft (onder andere) de suggestie gedaan om de Omgevingsvisie te verrijken met een beschrijving van een aantal… → In de omgevingsvisie staat ons groen, onze natuur en landschap veelvuldig als één van de belangrijkste kwaliteiten en kernwaarden benoemd van Zeist en vele buurten.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vraag en antwoord o.b.v. RT EZO April 2023 Openstaande vraag D66/ Freerk André de la Porte 1 Vraag:
Het lijkt erop dat er in de EZO een verwijzing naar de verkeerde woonvisie staat i.h.k.v. WA-Hoeve? “Het gebied WA-hoeve is voorlopig nog in ontwikkeling gebaseerd op de in 2017 vastgestelde gebiedsvisie WA-hoeve en in overeenstemming met de huidige woonvisie.” (pagina 99) → Antwoord:
Het klopt dat de WA-Hoeve in basis niet wordt ontwikkeld op basis van de laatste, huidige versie van woonvisie. Bij de bestemmingsplannen en anterieure overeenkomsten voor de deelgebieden Noordelijk en Zuidelijk Ontwikkelveld op de WA-Hoeve is de oude woonvisie van toepassing.
De tekst zal hierop worden aangepast.
Wel is anterieur afgesproken dat tegen de tijd dat er sprake is van ontwikkeling op de WA-Hoeve, BPD (ontwikkelaar) en Zeist afspraken kunnen maken over het hanteren van een opvolgende woonvisie.
Hier zal zeker gebruik gemaakt van gaan worden, want tegen 2027 kunnen we echt niet meer uit de voeten met de afspraken uit 2021. Of het de huidige woonvisie wordt of een opvolger, zal tegen die tijd blijken.
2. Vraag:
M.b.t. Den – Dolder en economische ambities/ Remia Er zijn vraagtekens gezet of wat er nu staat over Den Dolder en ondernemerschap/economische ontwikkelingen, wel juist geformuleerd staat/ klopt, en qua ambitie waaruit te herleiden. Het gaat om pagina 71, 99, 101: “Ondernemerschap. Den Dolder biedt veel ruimte voor ondernemerschap, groot en klein. Zo kent het centrum van Den Dolder een gevarieerd en kwalitatief goed aanbod van winkels.
Ook zijn er kenmerkende werklocaties die ruimte bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid en mede het karakter van de kern bepalen.
Denk aan bedrijventerrein Fornhese, maar ook aan de bedrijvigheid nabij het station Den Dolder (staat onder andere bekend als het ‘Sauzenhart’ door de Remia-vestiging).” “Een ambitie in dit gebied is ook het behoud van bestaande bedrijven, zoals de Remia en mogelijk het bieden van uitbreidingsruimte op dit bedrijventerrein.” “Het behoud van de bestaande bedrijven en het waar mogelijk bieden van uitbreidingsruimte.” → Antwoord:
Het zit mogelijk in het woord ‘uitbreiding’. Dit woord is misleidend in deze context, want er is geen fysieke ruimte hiervoor en Remia veroorzaakt bepaalde overlast. Het gaat om het ‘faciliteren’’ van bedrijven waardoor zij beter/prettiger kunnen ondernemen.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Waterveiligheid Kaart op pagina 27 Uitleg op pagina 23 Link op overheid.nl: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-560365.html 2 Openstaande vraag vanuit Seyst.nu/Roy Luca Vraag: Hoe zit het precies met de wijkgrenzen van het lyceumkwartier? Ook gezien de beantwoording in de reactienota waar gerefereerd wordt aan de belastingdienst. Wat hebben zij te zeggen over onze wijkgrenzen →
Antwoord van het college
De wijk- en buurtgrenzen die we hanteren als gemeente, kennen verschillende doeleinden. Daarom kan het zijn dat soms bij bepaald beleid (zoals in de omgevingsvisie op dit moment) grenzen kunnen afwijken of dat er ‘kleinere buurten’ apart benoemd worden (zoals Valckenbosch, Dichtersbuurt en Componistenbuurt). CBS hanteert een ander doeleinde, namelijk die van datagericht werken om vergelijkingen te kunnen maken en te kunnen gebruiken (en verantwoorden) bij basisregistraties en bijvoorbeeld een WOZ waardering. Het aanpassen van CBS wijk- en buurtgegevens is dus vanuit deze doeleinden niet wenselijk. Dat we onderling soms grenzen anders verleggen, omdat dit dichter in de buurt komt bij de beleving van inwoners, is in orde. Dit is ook denkbaar voor de ontwikkeling van wijkvisies en wijkwaarden, evenals grenzen in het toekomstige omgevingsplan.
1. Wat heeft de afdeling Belastingen te zeggen over onze wijkgrenzen?
a. In de werkprocessen van voormalig team Belastingen (nu ondergebracht bij de BGHU) werd gebruik gemaakt van wijk- en buurtgegevens. De door hen gehanteerde indeling week op details af van indelingen die binnen de gemeente gebruikt werden (GBA (persoonsgegevens) en Vergunningen). Belastingen was dus een van de partijen die bijdroegen aan de harmonisatie.
2. Waarom zou een college daarmee instemmen, zoals ze dat in 2012 hebben gedaan?
a. Ten behoeve van de WOZ waardering was het logischer om de woningen in wat Valckenbosch (volksmond) wordt genoemd bij het Lyceumkwartier te scharen, dan bij Dijnselburg. De woningen in Valckenbosch zijn te vergelijken met die in Gerodorp (volksmond). Gerodorp hoorde al sinds de indeling in 1995 tot Lyceumkwartier.
3. Waarom was die wijziging voor ‘overheidsregistraties’ nodig?
a. Een uniforme wijk- en buurtindeling is noodzakelijk voor het realiseren van gekoppelde basisregistraties, zoals wordt verplicht door het Rijk.
4. Wat zou een verandering betekenen als we dus wél aan dit verzoek honoreren, positief of negatief?
a. Voor de afnemers van CBS wijk- en buurtgegevens is het van belang dat deze indeling zo stabiel mogelijk blijft, om vergelijkingen door te tijd heen te kunnen maken.
3
Openstaande vragen SP/David Tompot 7 vragen:
De SP zou hier graag, voor aanvang van het debat op 9 mei as., schriftelijk antwoord op willen ontvangen. Aan de hand van de antwoorden op onderstaande vragen zal de SP dan bekijken op welke onderwerpen we nog een debat willen voeren.
1. Vraag:
In hoeverre kan Omgevingsvisie richtinggevend zijn voor initiatieven die niet passen in een bestemmingsplan (de zogeheten "buitenplanse activiteiten")? → Antwoord:
Met deze Eerste Zeister Omgevingsvisie krijgen we iets extra’s. Zodra de visie is vastgesteld, moeten nieuwe plannen die afwijken van het bestemmingsplan aantonen op welke wijze ze bijdragen aan de waarden (evenals ambities/opgaven) die genoemd staan in de visie. Daarnaast blijft het bestaande beleid wat er veelvuldig is incl. bestemmingsplannen van toepassing. Ook nádat de omgevingswet per 1 januari 2024 is ingevoerd blijft dit de route. De bestemmingsplannen krijgen dan alleen de naam ‘tijdelijk omgevingsplan’. Zie de omgevingsvisie dus als iets extra’s binnen de context van al het andere beleid.
De nieuwe omgevingswet vraagt een goede dialoog van initiatiefnemers met de omgeving/belanghebbenden en het geeft de opdracht om plannen passender te maken in de leefomgeving. Deze EZO gaat helpen bij het passender maken, omdat iemand moet laten zien hoe rekening is gehouden met de waarden van Zeist en van het betreffende gebied waar het initiatief komt.
2. Vraag:
Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl (GONS): veel burgers hebben goede ervaringen met bijvoorbeeld participatie over de gebiedsvisie Utrechtseweg Noord. In hoeverre zijn/worden de uitgangspunten van de GONS straks onderdeel van participatieprocessen bij projecten die vallen onder de Omgevingswet? Wat nemen we over en wat niet? → Antwoord:
GONS, net als het Handvat Participatie Zeist, zijn twee belangrijke werkwijzen en/of instrumenten om tot een procesontwerp te komen per vervolgstap. Het geeft specifiek veel ingrediënten voor het nieuw op te stellen Handvat voor Inwoners en initiatiefnemers. We zullen dit dan ook actief hierbij meenemen.
3. Vraag:
Het huidige Handvat Participatie zal, met het in werking treden van de Omgevingsvisie, worden uitgebreid met een handvat participatie voor initiatiefnemers en ontwikkelaars. Tegelijkertijd mist onze gemeente nog een Participatieverordening. Een aantal insprekers heeft zich ook kritisch uitgelaten over het feit dat onze gemeente (naar het lijkt) geen participatieverordening zal hebben op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hoe kijkt het college hier tegenaan, acht het college het noodzakelijk om als gemeente ook een participatieverordening te hebben op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet en -visie? Of is een (nog te ontwikkelen) handvat participatie voor ontwikkelaars hier voldoende? → Antwoord:
We zetten ons in om het samenspel te blijven ontwikkelen, ook in alle fasen van beleidsvorming en uitvoering. Dit laatste is met name waar de verordening op in zal gaan. Zodra de verordening is vastgesteld door het Rijk, gaan we over tot opstellen van onze eigen Zeister verordening. Met het huidige handvat hebben we hierop vooruitgewerkt. Tegelijkertijd zitten we niet stil en stellen we ons niet afhankelijk op aan regelgevend instrumentarium. We hebben veel ervaring in het samenspel organiseren, groeien daar ook steeds verder in en dat brengt weer nieuwe instrumenten (zoals handvatten) met zich mee. En dat zonder verordening tot nog toe.
4
4. Vraag:
Diverse insprekers pleiten voor een (op zijn minst) nadere uitwerking van de waardenweger, maar sommigen ook voor een vervanging hiervan naar een “plannenweger”. Wat vindt het college: moet de waardenweger niet verder ontwikkeld worden tot een instrument waarmee plannen gewogen kunnen worden, in plaats van een abstractie te blijven die (nu) geen aansluiting biedt op concrete plannen of ambitie? → Antwoord:
In de waardenweger wordt het gesprek aangestuurd op wat de partijen van waarde(n) vinden.
Wat een ‘planweger’ exact inhoudt en de meerwaarde ervan t.o.v. het huidige instrument, wordt niet duidelijk. Het wekt de suggestie dat het letterlijk om de weging van een plan gaat vanuit de hoedanigheid; mag dit plan wel of niet? Dat is een andere insteek dan de waardenweger; hoe kan dit plan ervoor zorgen dat waarden worden gekoesterd en versterkt? Dat het plan bijdraagt aan de doelen en ambities die we nastreven? En daardoor het plan zelf verbetert en (beter) past in de leefomgeving? De waardenweger is bij uitstek een gespreksmiddel, en geen toetsingsinstrument om iets toe te staan of te weigeren.
Vraag 2
Vraag: Een van de insprekers bij de Ronde Tafel heeft (onder andere) de suggestie gedaan om de Omgevingsvisie te verrijken met een beschrijving van een aantal basiskwaliteiten van de natuur. Is het college ook de mening toebedeeld dat het de Omgevingsvisie een stuk completer zou maken als daarin ook een aantal basiskwaliteiten natuur zijn opgenomen? →
Antwoord van het college
In de omgevingsvisie staat ons groen, onze natuur en landschap veelvuldig als één van de belangrijkste kwaliteiten en kernwaarden benoemd van Zeist en vele buurten. Er is een vertaling nodig hiervan naar plannen en programma’s; hoe gaan we in de toekomst, met alle opgaven en dilemma’s van dien, ons groen blijvend koesteren en versterken? De omgevingsvisie geeft voor deze vertaling naar mening van het college voldoende aanknopingspunten, zonder uit het oog te verliezen dat het ook gaat om een evenwichtige toedeling: Zeist vaart niet alleen op natuurwaarden.
Wat uit de EZO blijkt is dat we in Zeist een goede basis hebben op dit gebied. En hier is al stevige inhoud aan gegeven. Denk aan het Groenstructuurplan, Lange Termijn Bomenbeheerplan en de ontwikkelkansen 3, 5 en 6 uit de Propositie (resp. natuurinclusief bouwen, natuurbehoud, klimaatbestendigheid en verdwenen water terugbrengen). Hiermee geven we op Zeister wijze invulling aan het Pact Groen Groeit Mee dat we ondertekend hebben.
6. Vraag:
De samenleving heeft, bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie, kunnen participeren. Daarbij is de focus echter beperkt gebleven tot de "waarden" van Zeist en haar kernen en buurten. Als argument voor deze inperking wordt gegeven dat de participatie over ambities en ontwikkelingen al eerder heeft plaatsgevonden, namelijk bij de totstandkoming van de visies die bouwsteen zijn van de huidige Omgevingsvisie. Daarmee zou participatie over deze aspecten van de Omgevingsvisie niet meer aan de orde zijn, zo wordt gesteld.
Echter, deze onderliggende visies zijn niet integraal opgenomen in de Omgevingsvisie, maar slechts bouwstenen daarvan. De vraag is dan ook of over de opname van bouwstenen uit deze onderliggende visies in de overkoepelende Omgevingsvisie niet ook participatie had moeten plaatsvinden? Immers, er zijn keuzes gemaakt om bepaalde zaken (bouwstenen) wel en andere niet op te nemen in deze nieuwe visie. Dié keuzes zijn echter niet voorgelegd aan de samenleving. → Antwoord:
De EZO is een visie opgesteld met dank aan vele bouwstenen uit separaat beleid die allen tot stand zijn gekomen in samenspel met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Deze bouwstenen zijn vervolgens in samenhang toegelicht bezien vanuit de betekenis ervan voor de fysieke leefomgeving van Zeist. De visie geeft daarmee een integraal beeld wat we belangrijk vinden in Zeist.
Het is een geheel beeld op onze leefomgeving, en dat is veelomvattend en toont gelijk aan waar de crux zit: om de waarden en kwaliteiten in stand te houden, zullen we soms moeten kiezen. Hiertoe komen, doen we in stapjes. En deze EZO is zo’n eerstvolgende stap. Het college is van mening dat deze stap die zich oriënteert op waarden, cruciaal is om te komen tot gefundeerde en zorgvuldige 5
keuzes. Er volgen dan ook nog veel meer stappen, genoemd in het stappenplan. Iedere stap met een bepaalde mate van samenspel passende bij het doel ervan en gewenste resultaat.
7. Vraag:
Hoewel als aantal niet (meer) genoemd in de Omgevingsvisie, zou Zeist tot 2030 2.500 tot 4.000 extra woningen moeten bouwen. Om dat aantal te halen lijkt het onontkoombaar dat een groot deel van dit aantal gebouwd zal moeten worden op nieuw te ontwikkelen locaties, zoals het stationsgebied van Driebergen-Zeist, de Willem Arntszhoeve en ook op locaties die buiten de "rode contouren" liggen, zoals landgoed Dijnselburg. Uitbreidingen die allemaal een grote impact hebben op onze fysieke leefomgeving en de flora en fauna die onze gemeente rijk is. Een impact dus ook op datgene wat de Omgevingsvisie beschrijft en koestert.
Dit roept de vraag op, of in de Omgevingsvisie niet veel meer aandacht moet komen voor de opgave die we als Zeist hebben op het gebied van woningbouw? Moeten in de Omgevingsvisie niet bepaalde scenario's worden opgenomen die de impact op de fysieke leefomgeving van deze woningopgave op onderling vergelijkende wijze concreet in beeld kunnen brengen en beschrijven?
Anders geformuleerd: moet de Omgevingsvisie niet veel concreter aandacht hebben voor de opgaven die op ons af komen, en een analyse geven van de maatschappelijke opgaven en hoe, en in welke mate, zich deze (kunnen) verhouden tot datgene wat de Omgevingsvisie beschrijft en koestert (zoals vervat in de waarden)? Is het voldoende om in dit verband in de Omgevingsvisie alleen te spreken over dilemma's en alles min of meer "open" te laten, zonder richting, koers of houvast te bieden? → Antwoord:
We weten juist dankzij deze visie exact de vinger te leggen op waar we naartoe gaan, en ook dat dit niet altijd verenigbaar is. Denk aan de balans tussen rood en groen. De visie geeft dus richting én het is duidelijk over dat wat ons nog te doen staat. Waar 1. bestaand beleid bouwstenen heeft geleverd voor wát we willen, geeft 2. de visie de gewenste kwaliteit aan van de leefomgeving en de samenhang tussen al die wensen, en komt het nu aan op 3: hoe gaan we dit met elkaar doen?
6
Bekijk de brief: 23RV016 Beantwoording vragen uit Ronde Tafel - april 2023
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.