berekening te bouwen woningen
Een raadslid stelde op 14 maart 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording Datum raad
: : :
23VRAAG004 23 januari 2023 08 maart 2023 21 maart 2023
Zaaknummer 141435
FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN
Soort Vragensteller Onderwerp
: : :
Schriftelijk te beantwoorden David Tompot (SP), Chimène van Lunteren (SP) Vragen over berekening te bouwen woningen (zie PR23.011)
Geacht college, Inleiding:
In PR23.011 dat over de herberekening van het aantal te bouwen woningen gaat, wordt meerdere malen gewezen op de noodzaak (stimulering van de doorstroom) om ouderen te 'verleiden' om hen van vaak te grote huizen naar kleinere en passender appartementen/woningen te laten verhuizen. In dit kader worden vooral projecten à la Knarrenhof aangehaald, waar ouderen bij elkaar kunnen wonen en zo nodig een beroep op elkaar kunnen doen in geval van nood. Bijkomend voordeel is dat het de eenzaamheid kan tegengaan.
Vraag 1:
Wat is momenteel de status van het te bouwen Knarrenhof aan de voormalige Gemeentewerf in Zeist?
Antwoord 1:
Voor de ontwikkeling was een periode van exclusiviteit afgesproken met De Knarrenhof. Deze periode is verlopen. Gelet op het Didam1 arrest is deze werkwijze (1 op 1 verkoop) niet langer toegestaan. Wij zijn momenteel bezig met het opstellen van selectiecriteria (selectiedocument) voor het houden van een openbare selectieprocedure. De Knarrenhof kan straks deelnemen aan deze procedure. Het woningbouwprogramma zal passen bij de geldende woonvisie.
Vraag 2:
Aan vorige vraag gekoppeld: Staan er nog meer van dergelijke projecten voor ouderen op stapel?
Antwoord 2:
Er staan wel diverse projecten voor specifieke doelgroepen op stapel. Zie daarvoor de voortgangsrapportage versnellingsopgave die regelmatig en ook binnenkort weer naar u wordt gestuurd. Projecten die lijken op de Knarrenhof staan niet gepland.
1
Kort samengevat: wanneer wij gemeentegrond verkopen, mogen we dat niet langer één op één aan een partij gunnen, ook niet tegen een marktconforme prijs. We moeten het in de markt zetten en geïnteresseerde partijen gelijke kansen bieden om de grond te verwerven.
Bijlage
Ontv. 09-01-2023/PR23.011/118936 Verzonden: vrijdag 6 januari 2023 21:44 Aan: Onderwerp: Om 900.000 huishoudens te huisvesten zijn geen 900000 nieuwe woningen, nodig maar ca. 350.000 nieuwe woningen Geacht College van Burgemeester en Wethouders en leden van de Gemeenteraad van Zeist Misschien was de stelling van Minister de Jonge niet helemaal juist. We moeten voor 2030 ca. 900.000 huishoudens huisvesten. Maar daarvoor hoeven er geen 900.000 nieuwe woningen gebouwd te worden maar misschien maar 300.000 of max. 400.000 nieuwe woningen. Hoe dat kan leest u hieronder.
En uiteraard wil ik u een zeer goed 2023 wensen.
En wilt u weten hoe men de doorstroming vanuit huurwoningen kan stimuleren, leest u dan de bijlage.
Wonen is een eerste levensbehoefte voor burgers. Echter, de huidige krapte op de woningmarkt heeft tot gevolg dat steeds meer burgers niet (meer) over een passende woning kunnen beschikken. De doorstroming laat te wensen over. Jongeren blijven langer bij hun ouders wonen en stellen gezinsvorming uit. Ouderen die in hun derde levensfase alleen komen te staan en/of minder mobiel worden, wonen vaak (te) groot maar kunnen niet verhuizen naar een beter passende, kleinere woning, want die is niet beschikbaar. Een mogelijke oplossing die in beleidsnotities daarvoor veelal wordt opgevoerd is: er moeten in Nederland 900.000 woningen worden gebouwd, voor 2030. Dat is echter te kort door de bocht. Sterker nog: het is onjuist. Er moeten 900.000 huishoudens worden gehuisvest. Als men woningen bouwt die verhuisbewegingen genereren, dan hoeven er geen 900.000 nieuwe woningen te worden gebouwd, maar ca. 300.000 tot max. 400.000 nieuwe woningen om toch die 900.000 huishoudens te kunnen huisvesten. De crux zit hem in het stimuleren van verhuisbewegingen: in verhuisketens.
Voorbeeld nr. 1 Een voorbeeld: men bouwt een appartement voor een senior die in een eengezinshuurwoning woont.
De eensgezinshuurwoning komt vrij. Daar komt een gezin in met twee kinderen en die laten bijvoorbeeld een 3k- of 4-kamer appartement achter. Daar komt iemand in te wonen die een starterswoning achter laat. En de starterswoning komt leeg voor een starter. Men bouwt dus één appartement voor een senior en vier woningzoekenden verhuizen daardoor naar een voor hen passende woning. Gemiddeld heeft een nieuwe woning die aan de woningvoorraad wordt toegevoegd 2 à 3 verhuisbewegingen tot gevolg. Dan hoeft men dus maar 300.000 tot 400.000 nieuwe woningen te bouwen om toch 900.000 huishoudens een hen passende woning te verschaffen.
Voorbeeld nr. 2 Een senior woont in een vrijstaande woning. Wil graag verhuizen naar een 4k-koopappartement dicht bij voorzieningen.
De verhuisketen is dan: iemand vanuit een 2/1 kap woning koopt die vrijstaande woning.
De 2/1 kapper wordt gekocht door iemand vanuit een hoekwoning met garage. De hoekwoning wordt gekocht door iemand vanuit een tussenwoning. De tussenwoning wordt gekocht door iemand uit een huurwoning of een koopappartement, daar komt weer iemand in uit een kleiner huur- of koopappartement en daar komt een starter in en de starterswoning komt vrij voor de starter. Er zijn dus 4 à 6 verhuisbewegingen die 4 à 6 huishoudens aan een hen passende woning te helpen.
Het is zinvol om - als we met verhuisbewegingen rekening houden – na te gaan hoeveel woningen en welk type woning er dan daadwerkelijk voor 2030 gebouwd zouden moeten worden om de huishoudens in uw gemeente aan een hen passende woning te helpen. Woningen voor senioren, huur en koop, maar ook twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen genereren lange verhuisketens Ook wil ik een pleidooi houden voor meer geclusterde woonvormen à la de Knarrenhof. Er zijn veel projecten mogelijk waar jong en oud gezamenlijk wonen en zo mogelijk huur- en koopwoningen.
Deze geclusterde woonvormen leveren veel verhuisbewegingen op, eenzaamheid wordt grotendeels voorkomen en zorgkosten worden daardoor beperkt. Zie hiervoor ook de Nota Wonen, Zorg voor Ouderen van de Rijksoverheid ( november 2022) Minder bouwen bespaart grond, kosten, stikstof, infrastructuur en zo voort. Zeer de moeite waard om een en ander nader te onderzoeken. Ook weten we dat meer huishoudens als woningzoekenden staan ingeschreven, dan dat ze echt woningzoekend zijn. ( vervuiling van de wachtlijsten).
Ter informatie sluit ik nog een notitie bij over het stimuleren van doorstroming bij koop- en huurwoningen. Uiteraard ben ik graag bereid e.e.a. toe te lichten.
Met vriendelijke groet, Nieuwegein, december 2022 ---------------------Notitie over het stimuleren van doorstroming bij koop- en huurwoningen We staan voor een grote maatschappelijke opgave. We moeten in ons land 900.000 woningen bouwen waarvan 290.000 voor senioren. Van die 290.000 woningen voor ouderen dienen er 150.000 te worden gerealiseerd in geclusterde woonvormen.
In het verleden hebben we de woningen gebouwd die gemakkelijk verhuurd dan wel verkocht werden.
Dat waren eengezinswoningen. We hebben meer eengezinswoningen dan gezinnen. De demografische ontwikkelingen gaven reeds lang aan dat er veel meer 1– en 2 persoonshuishoudens bij zouden komen. We hebben te weinig woningen gebouwd voor kleinere huishoudens. Daar is een oplossing voor. Senioren die vaak in (te) grote woningen wonen, zijn een belangrijke doelgroep om de broodnodige doorstroming op de woningmarkt op gang te helpen. Als je de juiste woningen voor senioren bouwt, en hen zo stimuleert om te verhuizen, help je ook mee om de zorgkosten te beperken.
Er zijn echter hobbels op de weg. Veel senioren zien er tegenop om te verhuizen. De doorstroom van ouderen op de woningmarkt komt te weinig van de grond omdat:
- Ouderen geen geschikte kleinere woningen kunnen vinden die aan hun wensen voldoen;
- Ouderen voor een kleinere woning vaak meer moeten gaan betalen dan voor de grotere woning die ze na een verhuizing achterlaten;
- Veel ouderen opzien tegen de praktische beslommeringen van een verhuizing, zoals het opruimen van de spullen die ze in de loop der jaren hebben verzameld in schuurtjes, kelders en op zolders;
- Daarnaast zien ouderen vaak op tegen de administratieve rompslomp van een verhuizing: het berekenen van de totale woonlasten voor de nieuwe woning, het aanvragen van huurtoeslag, het overzetten van het energiecontract, het aansluiten van het internet en de kabelaansluiting et cetera.
Tenslotte stellen ouderen het doorgaans (te) lang uit om over hun oude dag en eventuele verhuizing na te denken. De meeste (actieve )70-plussers vinden zich veel ‘te jong’ om al aan het ouder worden te denken. De doelgroep die eventueel wel wil gaan verhuizen is meestal 80-plus: zij zien dat als ze ouder worden, als ze minder mobiel zijn en alleen komen te staan, de kans op eenzaamheid toeneemt.…
Bekijk de brief: 23VRAAG004 Beantwoording (0803) raadsvragen SP over berekening te bouwen woningen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.