bouwplan HtHweg 19
Een raadslid stelde op 24 januari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- De Buurt- en Belangenvereniging HtH (BBHH) verzoekt het college te verklaren waarom "de regels niet gevolgd zijn"? → En verzoekt duidelijkheid.
- BBHH stelt ook, dat "eerst de zaken mbt de sportvelden goed afgerond moeten zijn" alvorens de plannen voor HtH-West goed verder behandeld kunnen worden. → Reactie: De procedure met betrekking tot de sportvelden staat los van de plannen voor Huis ter Heide West.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording Datum raad
: : :
23VRAAG002 17 januari 2023 19 januari 2023 24 januari 2023
Zaaknummer 98176
FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN
Soort Vragensteller Onderwerp
: : :
Schriftelijk te beantwoorden Carlo Fiscalini (NieuwDemocratischZeist) Vragen over raadsvoorstel Huis ter Heideweg 19
Geacht college, Een bij de Raad ingekomen stuk, betiteld als MEMO, van 11 januari jl., betreft het Rv "ontwerp vvgb inzake sportpark Dijnselburg". Een MEMO n.a.v. het in het presidium besprokene over dit onderwerp.
N.a.v. hiervan heb ik nog de volgende vragen. Ik verzoek het college om voor 24 januari a.s. de beantwoording toe te sturen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De Buurt- en Belangenvereniging HtH (BBHH) verzoekt het college te verklaren waarom "de regels niet gevolgd zijn"?
Antwoord van het college
En verzoekt duidelijkheid. Wil het college aub die duidelijkheid aan raad en BBHH schriftelijk geven?
Reactie:
Door de BBHH wordt gesteld dat wij ten aanzien van de vergunningverlening voor de ontwikkelingen op het Sportpark Dijnselburg de regels niet hebben gevolgd. Ter onderbouwing van deze stelling voert de BBHH drie aspecten aan. 1e De adviescommissie bezwaarschriften (hierna: commissie) heeft geadviseerd om de door BBHH bestreden omgevingsvergunningen te herroepen. Of dit ook is gebeurt heeft de BBHH niet kunnen achterhalen. 2e Ondanks het advies van de commissie om de bestreden omgevingsvergunningen in te trekken zijn de sportfaciliteiten toch aangelegd. Hetgeen naar de mening van de BBHH illegaal is. 3e De uitspraak van de commissie wordt inhoudelijk en procedureel niet serieus genomen.
Ad 1e: De commissie heeft inderdaad geadviseerd om de door BBHH bestreden omgevingsvergunningen te herroepen. Daarbij heeft de commissie aangegeven dat op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRS) (ECLI:NL:RVS: 2016:1311 en ECLI:NL:RBGEL:2020:59, rechtsoverweging 3) tegelijkertijd met de beslissing op bezwaar een ontwerpbesluit ter inzage gelegd dient te worden. Dit advies is begin 2022 met de BBHH gedeeld. Daarnaast is telefonisch contact geweest met de heer Goris van de BBHH om het advies en de daaruit voortvloeiende consequenties nader toe te lichten. Aan de BBHH is toen ook aangegeven dat één ontwerpbesluit zou worden voorbereid, dat de eerdere twee (te herroepen) besluiten zou vervangen en dat in dat ontwerpbesluit tevens de realisatie van een bewegingsplein zou worden opgenomen. Tevens is daarbij aangegeven dat de beslissing op bezwaar pas genomen kan worden als het ontwerpbesluit ter inzage gelegd kan worden. In de loop van 2022 is meerdere malen met de heer Goris gecommuniceerd over de voortgang van het proces. Dat de bestreden besluiten nog niet herroepen zijn vloeit voort uit het advies van de commissie en is gecommuniceerd met de BBHH.
Ad 2e: De BBHH heeft tegen de omgevingsvergunningen voor het realiseren van de softbalvelden en het natuurgrasveld voor de SV Zeist bezwaar aangetekend. Het maken van bezwaar schorst echter de werking van het bestreden besluit niet. Dit betekent dat de vergunninghouder – in dit geval de gemeente Zeist – gewoon gebruik mag maken van de vergunning en deze tot uitvoering mag brengen. Zij het voor eigen rekening en risico. Dit brengt met zich dat de sportfaciliteiten legaal zijn aangelegd. Als de BBHH had willen voorkomen dat de faciliteiten zouden worden aangelegd hangende bezwaar dan hadden zij de voorzieningenrechter kunnen vragen om de vergunningen te schorsen. Deze mogelijkheid is ook met de BBHH besproken. Zij hebben er echter niet voor gekozen
om de rechter, bij wege van voorlopige voorziening, te vragen om het besluit te schorsen en dus was de gemeente gerechtigd uitvoering te geven aan de verleende omgevingsvergunningen.
Voor de goede orde zij opgemerkt dat de werkzaamheden al waren voltooid voordat de bezwaarschriften van de BBHH door de commissie ter zitting werden behandeld.
Ad 3e: Uit het vorenstaande mag blijken dat wij het advies van de commissie zeer serieus nemen en nauwgezet volgen. De voorbereiding van een ontwerpbesluit neemt echter tijd.
Vraag 2
BBHH stelt ook, dat "eerst de zaken mbt de sportvelden goed afgerond moeten zijn" alvorens de plannen voor HtH-West goed verder behandeld kunnen worden. Gaat het college dit doen, en hoe?
Antwoord van het college
Reactie:
De procedure met betrekking tot de sportvelden staat los van de plannen voor Huis ter Heide West.
Dit zijn separate procedures. Voor de sportvelden hebben wij daarom nu het onderhavige voorstel voor het verlenen van een ontwerp VVGB aan uw raad voorgelegd.
Bekijk de brief: 23VRAAG002 Beantwoording (19-01) raadsvragen NDZ over bouwplan HtHweg 19
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.