Onderhandse Verkoop WA Hoeve
Een raadslid stelde op 6 december 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college op de hoogte van bovengenoemde tussentijdse verkoop? → Ja, het college is op de hoogte van de recente verkoop van een drietal panden op de Historische Middenas op de WA-Hoeve.
- Heeft het college een samenwerkingsovereenkomst met projectontwikkelaar BPD opgesteld met daarin afspraken over transacties? → Het college heeft ten behoeve van het in procedure gebrachte ontwerpbestemmingsplan voor de Historische Middenas op de WA-Hoeve een zogeheten anterieure overeenkomst met BPD gesloten.
- Is het college bereid om uit te zoeken of de projectontwikkelaar zich in bovengenoemde zaak heeft gehouden aan de integriteitscode van Neprom? → Het college is bekend met de integriteitscode van Neprom.
- Is het college bereid om uit te zoeken of ook BPD zich moet houden aan het voor overheidsorganen geldende gelijkheidsbeginsel? → 2 Antwoord: Marktpartijen hebben geen verplichting om vastgoed via openbare procedures te verkopen.
- Welke financiële consequenties kan de tussentijdse verkoop hebben voor gemeente, corporaties of kopers? → Het is niet goed mogelijk exact aan te geven welke financiële consequenties tussentijdse verkoop heeft.
- Is het college bereid om tussentijdse verkoop in het vervolg uit te sluiten middels het sluiten van een overeenkomst met de projectontwikkelaar? → Het college is niet voornemens tussentijdse verkoop van vastgoed door een ontwikkelaar/eigenaar uit te sluiten.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college op de hoogte van bovengenoemde tussentijdse verkoop?
Antwoord van het college
Ja, het college is op de hoogte van de recente verkoop van een drietal panden op de Historische Middenas op de WA-Hoeve.
Vraag 2
Heeft het college een samenwerkingsovereenkomst met projectontwikkelaar BPD opgesteld met daarin afspraken over transacties?
Antwoord van het college
Het college heeft ten behoeve van het in procedure gebrachte ontwerpbestemmingsplan voor de Historische Middenas op de WA-Hoeve een zogeheten anterieure overeenkomst met BPD gesloten. In deze overeenkomst is vastgelegd welke verantwoordelijkheden en verplichtingen BPD en de gemeente hebben bij de herontwikkeling van de Historische Middenas en welke (onder andere financiële) afspraken en kaders daarbij gelden. Met betrekking tot de tussentijdse verkoop van bestaand vastgoed zijn geen afspraken gemaakt, behoudens dat het gestelde in de anterieure overeenkomst middels een kettingbeding ook van toepassing is rechtsopvolgers van BPD. 1 https://www.neprom.nl/over/integriteit/default.aspx Uit de gedragscode: ‘NEPROM-leden hanteren een transparante en non-discriminatoire toewijzingsprocedure bij de verkoop van nieuwbouwwoningen.’
Vraag 3
Is het college bereid om uit te zoeken of de projectontwikkelaar zich in bovengenoemde zaak heeft gehouden aan de integriteitscode van Neprom?
Antwoord van het college
Het college is bekend met de integriteitscode van Neprom. Deze stelt dat in het geval van verkoop van nieuwbouwwoningen een transparante en non-discriminatoire toewijzingsprocedure gevolgd dient te worden. In dit geval is er sprake van de onderhandse verkoop van een drietal bestaande (monumentale) panden die, onder andere blijkens de Gebiedsvisie WA-Hoeve en de ontwikkelstrategie van BPD voor de WA-Hoeve ook voor andersoortige functies dan woningbouw in aanmerking komen. De private transactie die heeft plaatsgevonden tussen verkoper en koper is volgens het college niet strijdig met de integriteitscode van Neprom.
Vraag 4
Is het college bereid om uit te zoeken of ook BPD zich moet houden aan het voor overheidsorganen geldende gelijkheidsbeginsel?
Antwoord van het college
2 Antwoord: Marktpartijen hebben geen verplichting om vastgoed via openbare procedures te verkopen. BPD is een marktpartij, net als de koper van de drie panden op de Historische Middenas. Het gelijkheidsbeginsel zoals dat geldt voor de gemeente is niet toepassing op BPD.
Vraag 5
Welke financiële consequenties kan de tussentijdse verkoop hebben voor gemeente, corporaties of kopers?
Antwoord van het college
Het is niet goed mogelijk exact aan te geven welke financiële consequenties tussentijdse verkoop heeft. De verkoop betreft drie te renoveren historische (monumentale) panden die primair niet voorzien zijn voor woningbouw. Voor de gemeente heeft de verkoop geen financiële gevolgen. En omdat de drie panden niet primair een (sociale) woonfunctie hebben, zijn er ook geen consequenties voor corporaties.
Vraag 6
Is het college bereid om tussentijdse verkoop in het vervolg uit te sluiten middels het sluiten van een overeenkomst met de projectontwikkelaar?
Antwoord van het college
Het college is niet voornemens tussentijdse verkoop van vastgoed door een ontwikkelaar/eigenaar uit te sluiten. In een anterieure overeenkomst leggen gemeente en ontwikkelaar verantwoordelijkheden en verplichtingen bij een ruimtelijke ontwikkeling vast. Indien een ontwikkelaar/eigenaar voorafgaand aan de (finaal) beoogde ontwikkeling vastgoed verkoopt met inachtneming van het gestelde in de anterieure overeenkomst hoeft dit geen negatieve invloed te hebben op de beoogde ontwikkeling. Wel neemt het college tegenwoordig de volgende bepaling over de wijze van verkoop van woningen in anterieure overeenkomsten op: Alle woningen worden door middel van een openbare procedure die voor iedereen toegankelijk is, verkocht of verhuurd. Er is dus geen voorkeursbehandeling voor bijvoorbeeld personeelsleden. Voor sociale huurwoningen gelden de gebruikelijke gemeentelijke/ regionale toewijzingsregels. Bij overtreding van deze bepaling verbeurt Ontwikkelaar of haar rechtsopvolger jegens de gemeente een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete van € xxx,- per woning waarvoor de overtreding geldt. 2 Onderhandse verkoop van onroerend goed in strijd met het gelijkheidsbeginsel Het belangrijkste beginsel in dit verband is het gelijkheidsbeginsel. Als een overheidsorgaan weet of als redelijkerwijs te verwachten is dat er meer geïnteresseerden zijn, dan moet er mededingingsruimte worden geboden. Dit is alleen anders als al bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. Ook in dat geval moet wel publiekelijk bekend worden gemaakt dat de onroerende zaak worden verkocht aan die gegadigde met daarbij de motivering waarom er geen openbare selectieprocedure wordt gehouden.
Bekijk de brief: 22VRAAG060 Beantwoording (28-11) raadsvragen GL over Onderhandse Verkoop WA Hoeve
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.