9 juli 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Zeist

Schriftelijke beantwoording vragen lijst ingekomen stukken raad 9 juli 2024

Een raadslid stelde op 9 juli 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Komt het college met een (verbeterde) sociale kaart? → Reactie Het college herkent en erkent het merendeel van de conclusies in het onderzoek.
  • Hoe kan met het stellen van vragen door een raadslid naar uw gevoel de deskundigheid van ODRU in twijfel worden getrokken? → Is daar trouwens reden voor?
  • U roept de raad op: "Wij vinden dit geen goede zaak en roepen u op, meer bewust en secuur te kiezen wanneer, waarover en via welk middel u geïnformeerd wenst te worden… → Kan het college bij het antwoord het feit betrekken dat het college de vragen uiterst secuur en volledig lijkt te beantwoorden?
  • Kan het college sowieso aangeven waar haar behoefte vandaan komt om te beginnen met een inleiding voordat antwoorden op de vragen namens de raad volgen? → Reactie In een inleiding kan de context waar binnen raadsvragen worden beantwoord worden weergegeven.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke beantwoording vragenuur lijst ingekomen stukken van 2 juli 2024 Ontvangen op 4 juli 2024

PR24.078 Aanbiedingsbrief rapport rekenkameronderzoek integratie nieuwkomers RIB24.088 Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek integratie en arbeidsparticipatie nieuwkomers NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Komt het college met een (verbeterde) sociale kaart?

Antwoord van het college

Reactie Het college herkent en erkent het merendeel van de conclusies in het onderzoek. We zien dat er nog verbeteringen aan te brengen zijn in de opgave en gaan hier graag mee aan de slag. We zien ook dat enkele van de conclusies onze aandacht al hebben en we hier ook al mee aan het werk zijn. We blijven in ontwikkeling en we zien het rapport van de rekenkamer ook als nieuw aanknopingspunt binnen de opgave vluchtelingen en nieuwkomers om door te groeien.

In de aanbevelingen wordt het volgende genoemd over de cijfers: Geef opdracht tot het ontwikkelen van een helder dashboard met indicatoren waarmee de maatschappelijke impact van de inburgering en begeleiding naar arbeidsparticipatie inzichtelijk kan worden gemaakt. Deze aanbeveling refereert naar de cijfers rondom inburgering en niet naar integratie in brede zin. De verklaring hierop is als volgt; De RSD heeft een kwantitatieve monitor inburgering ontwikkeld. We hebben in mei de eerste cijfers ontvangen en delen deze eerdaags met de raad. Dit geeft inzicht in de aantallen instroom, uitstroom en de leerroutes van inburgeraars in onze gemeente. Daarnaast is de RSD bezig met het ontwikkelen van een dashboard om de maatschappelijke impact van inburgering in kaart te brengen. Gemeente Zeist heeft, ook naar aanleiding van de aanbevelingen in het rekenkamer rapport, verzocht om het dashboard uit te breiden en begeleiding naar en het toetreden van de arbeidsmarkt in kaart te brengen.

Dit geeft ons een goed beeld van het gehele ontwikkeltraject dat nieuwkomers in Zeist doorlopen bij de start van de inburgering en integratie. We hopen de raad hierin mee te nemen wanneer de RSD de doorontwikkeling in het dashboard heeft toegepast.

We willen naar aanleiding van de aanbeveling in het rapport verkennen hoe we de sociale basis toegankelijker/beter vindbaar kunnen maken voor nieuwkomers en vluchtelingen in Zeist. De huidige sociale kaart van Zeist voldoet namelijk aan alle toegankelijkheid criteria en is up to date. Echter zien we een grotere meerwaarde in de ontmoeting en de verbinding tussen partijen en met de inwoners van Zeist.

Daarom verwijzen we voor het vinden van de juiste ondersteuning naar vindplekken als bijvoorbeeld het wegwijscafe. Daar kan men elkaar helpen in het vinden van de juiste ondersteuning wat versterkend werkt op de bestaande sociale kaart. De sociale kaart is reeds in doorontwikkeling. Echter zien we dat de oplossing niet alleen maar ligt in het aanbieden van een actuele sociale kaart, maar dat het gaat om het zichtbaar maken van hulp en ondersteuning door ontmoeting en verbinding tussen inwoners, partijen en de gehele keten (sociale basis).

PR24.083 Brief participatie Driebergen-Zeist PR24.084 Stationsgebied Driebergen Zeist NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

1. hoe wil het college de inhoud van beide brieven meenemen in het proces en hoe wordt de raad betrokken?

Reactie De inhoud van de brieven wordt op 2 manieren meegenomen:

1. De inhoudelijke opmerkingen worden gezien als input voor participatie en meegegeven aan het bureau Posad Maxwan. Alle ingebracht participatie wordt gewogen en krijgt op basis daarvan wel of niet een vertaling in het concept voorkeursscenario. Het concept voorkeursscenario is onderwerp van een uitgebreide participatieronde in de vorm van een expositie. Deze zal naar verwachting eind september/begin oktober plaatsvinden. Wij zullen de raad tijdig op de hoogte stellen en uitnodigen.

Het voorkeursscenario en een verantwoording over de participatie maken onderdeel uit van de gebiedsvisie. De gebiedsvisie zal naar verwachting in Q1 2025 aan de raden van Zeist en Utrechtse Heuvelrug worden aangeboden ter besluitvorming.

2. Ten aanzien van de opmerkingen over het (participatie)proces en betrokkenheid gaan we in gesprek met de briefschrijvers om met elkaar te bespreken of, en zo ja op welke manier we beter kunnen aansluiten op hun behoeftes. Het resultaat van deze gesprekken en eventuele beantwoording van brieven zullen wij plaatsen op de projectwebsite. samenwerkenaandriebergen-zeist.nl.

PR24.087 Brief m.b.t. slechte communicatie NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

1. Graag een update.

Reactie Vanuit de afdeling communicatie liep er een groot onderzoek naar Directe Taal (uitgevoerd door onderzoeksbureau Ruigrok). Hiervoor zijn inwoners benaderd om mee te doen. Ze ontvingen een link waarmee de enquête geopend kon worden, deze link was geldig t/m 15 maart. Briefschrijfster wilde graag meedoen, maar bij haar werkte de link niet. Dit wilde zij via een contactformulier op 12 maart kenbaar maken. In de standaard ontvangstbevestiging van het contactformulier staat echter dat de inwoner een reactie ontvangt binnen 5 werkdagen. In het geval van mevrouw zou dat na 15 maart zijn, na het verstrijken van de deadline. Hierover was mevrouw niet te spreken. Mevrouw heeft vervolgens een nieuw bericht gestuurd naar het KCC om haar onvrede hierover te uiten.

Een KCC medewerker heeft vervolgens telefonisch contact met mevrouw opgenomen. De KCC medewerker heeft gevraagd wat de wens van mevrouw was en er werd aangegeven dat het slechts ging om het melden, dat de gemeente op de hoogte zou zijn van deze communicatie. Zij benoemde de ironie gezien het feit dat het onderzoek over communicatie ging.

Op ons advies heeft mevrouw zelf contact gezocht met Ruigrok en alsnog mee kunnen doen aan het onderzoek.

Voor ons was daarmee de reactie destijds telefonisch afgehandeld.

PR24.091 Bezwaarschrift inzake raadsbesluit PvA Omgevingswet (24RV001) NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

1. Hoe en wanneer gaat de raad dit bezwaar afhandelen?

Reactie Van toepassing is de Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Zeist 2023 Deze onafhankelijke commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. De bezwaarcommissie brengt advies uit aan de gemeenteraad. Op basis van dit advies wordt een raadsvoorstel opgesteld, waarna de raad een besluit kan nemen.

Zoals u in de brief heeft kunnen lezen houdt de indiener tevens de optie open om het bezwaar te behandelen als klacht. Uit navraag bij de secretaris van de bezwaarcommissie blijkt dat tussen commissie en indiener op dit moment nog contact plaatsvindt over de te volgen procedure.

PR24.093 2e Dorpsstraat NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

1. Is er in de komende periode een rol voor de raad bij de – te nemen – besluiten?

Reactie Op basis van de kennis van nu niet nee.

VRG24.043 Onderzoek winkeltijden NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius) Naar aanleiding van de algemene beschouwingen is op 18 april 2023 namens het CDA volgens de bandopname het volgende gezegd (1.28.26): "het is een oproep tot evaluatie...het is gewoon de bedoeling dat we onderzoek gaan doen, hoe moeilijk kan het zijn." In dat licht kan de motie niet anders begrepen worden dan dat ook het CDA de motie heeft gelezen als een oproep aan het college de winkeltijden te evalueren en onderzoek te doen. Mocht het misverstand zijn ontstaan dat eerst een gesprek met raad en het college moet plaatsvinden dat dat met dit citaat is weggenomen.

1. Is het college het met deze beschouwing van NieuwDemocratischZeist eens?

Reactie Dit onderwerp is uitvoerig aan de orde gekomen tijdens het debat algemene beschouwingen Kadenota 2025. Daarbij heeft het college toegelicht hoe zij de motie heeft gelezen en van daaruit heeft uitgevoerd.

Daar laat het college het graag bij. De beschouwing van NDZ laat zij aan NDZ.

VRG24.035 Revisievergunning Remia

NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius) In het advies van de genoemde commissie is deze aanbeveling 9 sub 6 terug te vinden:

Stimuleren stevigere invulling van horizontale controle door gemeenteraden en provinciale staten op eigen bestuur, door informatievoorziening aan raden en staten. Oa via position paper, webinar, informatiebladen

1. Hoe komt het college bij het idee dat stevigere invulling van horizontale controle door de gemeenteraad betekent ‘’afstand tot het gemeentebestuur’’?

Reactie Wat het college heeft gepoogd aan te geven is dat wat betreft de procedurele uitvoering van de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving door het Rijk met de instelling van Omgevingsdiensten en het bij wet verplichte onderbrengen van die uitvoeringstaken binnen die specialistische diensten de uitvoering meer op afstand van het gemeentebestuur is gekomen. Dat is een bewuste keuze van het Rijk vanuit de gedachte dat die taakuitvoering daarmee onafhankelijker plaatsvindt. Omdat te benadrukken is er ook een aanbeveling gedaan om de directeuren van deze diensten in de toekomst niet langer door de besturen van de diensten plaats te laten vinden, maar door het Rijk. Of dit er van gaat komen is nog wel de vraag. Wij zijn daar overigens ook geen voorstander van.

Uw constatering van inzet op nabijheid en verbetering informatie positie gemeenteraden voor wat het functioneren van de Omgevingsdiensten betreft, die klopt. Dat geldt overigens voor alle verbonden partijen waar wij vanuit Zeist aan deelnemen. In het geval van ODRU hebben wij hiervoor in de achterliggende jaren gezorgd dat er een Zeist specifiek jaarverslag is naast de reguliere jaarrekening en het jaarverslag voor ODRU overall. Daarnaast organiseren wij ieder jaar een bijeenkomst met ODRU voor uw raad om met elkaar het gesprek te voeren over de voortgang en ontwikkelingen binnen ODRU. In het proces rond de verkenning op weg naar 1 OD borgen wij dat de raden daar goed in meegenomen worden. Kortom wij hechten belang aan de nabijheid van onze GR-en t.o.v. uw gemeenteraad en stellen dit bij alle GR-en in onze ambtelijke en bestuurlijke contacten juist ook stelselmatig onder de aandacht.

Zo staat voor en over ODRU op 6 september ook weer een afstemmingsbijeenkomst voor uw raad gepland.

2. Kunt u uitleggen wat u bedoelt met ‘’Door het tijdens een lopend process stellen van raadsvragen pleegt u inbreuk op dit principe en wordt naar ons gevoel de deskundigheid van ODRU in twijfel getrokken’’ in relatie tot de integrale controletaak van de gemeenteraad op het hele besluitvormingsproces die alle gemeentelijke processen aangaan (ook die van de gemeenschappelijke regelingen).

Reactie Er zijn raadsvragen gesteld tijdens een lopend traject voor een vergunning aanvraag. Daarnaast hebben wij willen aangeven dat de ODRU haar wettelijke taak rondom VTH-milieutaken op onafhankelijke wijze moet kunnen doen, zonder mogelijke beïnvloeding van politiek of bestuur. Dit hebben wij aan de orde willen stellen. We hebben inmiddels een nieuwe set antwoorden gestuurd, ter vervanging van de vorige beantwoording (waar u naar verwijst), waarin wij aangeven dat we de inleidende tekst anders hadden moeten beantwoorden.

3. Is het college het ermee oneens dat de integrale controletaak van de raad ook de gemeenschappelijke regelingen betreft?

Reactie Ja, met dien verstande dat het dan dient te gaan over de kwaliteit van de uitvoering en dienst-verlening van de betreffende regeling overall en niet op casus niveau in lopende processen. Bij de RDWI gaan wij ook niet met elkaar in gesprek of iemand nu wel of niet terecht een bijstandsuitkering heeft ontvangen, maar voeren wij het gesprek over bijvoorbeeld het aantal klachten en de wijze waarop deze worden afgehandeld, of het aantal bezwaar/beroep zaken en de mate waarin de appellanten in het gelijk zijn gesteld.

4. kan het college aangeven of zij vindt dat als een vergunning in procedure is de raad niet meer in control is?

Reactie Zie het antwoord op vraag 3.

Vraag 2

Hoe kan met het stellen van vragen door een raadslid naar uw gevoel de deskundigheid van ODRU in twijfel worden getrokken?

Antwoord van het college

Is daar trouwens reden voor?

Reactie Zie antwoord op vraag 3.

Vraag 3

U roept de raad op: "Wij vinden dit geen goede zaak en roepen u op, meer bewust en secuur te kiezen wanneer, waarover en via welk middel u geïnformeerd wenst te worden over zaken of informatie die u ter oren komen". Kunt u deze instructie nader toelichten en aangeven op grond van welke regel u deze instructie aan de raad meent te kunnen geven?

Antwoord van het college

Kan het college bij het antwoord het feit betrekken dat het college de vragen uiterst secuur en volledig lijkt te beantwoorden? Bestond er een alternatief voor de instructie? Waarom is dat niet aangeboden?

Reactie Dat hebben wij met de eerdere antwoorden getracht te doen.

Vraag 4

Kan het college sowieso aangeven waar haar behoefte vandaan komt om te beginnen met een inleiding voordat antwoorden op de vragen namens de raad volgen?

Antwoord van het college

Reactie In een inleiding kan de context waar binnen raadsvragen worden beantwoord worden weergegeven.

Raadsvragen zijn openbaar en worden gevolgd. Voor de openheid, transparantie en volledigheid kan het wenselijk zijn de context te vermelden.

RIB24.084 Beoordeling P&C Stukken RMN NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius) Uit de RIB: ‘’ Wij (college) zien graag dat hier beter en zorgvuldiger over wordt gecommuniceerd met de deelnemers en dat dit soort zaken en in de toekomst via de koninklijke weg van de reguliere P&C cyclus lopen." Het college heeft dat als aandachtspunt genoteerd.

1. Moet niet een stevige aanwijzing door het AB aan het DB volgen met een periodieke follow up?

Reactie Wij hebben dit punt opgenomen in onze zienswijze die uitgegaan is aan RMN. Alle deelnemers, DB- en AB leden hebben hier kennis van kunnen nemen. Bij de behandeling van de zienswijzen bij de vaststelling van de P&C stukken in het Algemeen Bestuur RMN van 10 juli aanstaande attendeert onze vertegenwoordiger nog nadrukkelijk op dit punt. Het is vervolgens aan de rest van het algemeen bestuur om af te wegen of onze opvatting wordt gedeeld en gevolgd en aan het DB om hier verder handen en voeten aan te geven. In het AB zullen wij vanuit Zeist in ieder geval deze lijn blijven bewaken.

RIB24.085 Advies aan rijk inzake startvergunning aardwarmte GroenLinks (Gerard van Vliet)

1. Hoe wordt geborgd dat dit initiatief geen nadelige invloed heeft op natuurwaarden en fauna bij de Lage Grond en in hoeverre is groen licht voor dit initiatief op juist deze locatie in overeenstemming met het beschermen en borgen van genoemde natuur- en fauna waarden?

Reactie Er moet nog ecologisch onderzoek gedaan worden in het kader van de Omgevingsvergunning (Omgevingsvergunning Natuur). Er wordt dan gekeken naar de invloed van het project op de natuur, bv. op beschermde soorten, op broedende vogels, etc. Uit dit ecologisch onderzoek moet blijken of de werkzaamheden inderdaad kunnen op de locatie.

Ook kan de conclusie zijn dat het wel kan, maar dat er dan wel aanvullende maatregelen nodig zijn om de natuur daar te beschermen (denk aan aanvullende geluidsbeperking, niet in het broed-seizoen

werken: dat soort maatregelen). Dit ecologisch onderzoek wordt nu en de komende maanden uitgevoerd.

Het rapport wordt toegevoegd aan de aanvraag Omgevingswet en is vervolgens ook voor iedereen inzichtelijk wanneer de vergunning gepubliceerd wordt. Er is dan nog een periode van zes weken waarin alle belanghebbenden bezwaar kunnen maken. Als EBN inderdaad maatregelen moet treffen vanwege de ecologische situatie, wordt dit gecontroleerd door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning is in dit geval de gemeente De Bilt.

RIB24.091 GGDrU afronding GGiD NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

1. Hoeveel heeft dit Zeist nu totaal (incl juridische kosten) gekost?

Reactie Omdat het AB GGDrU, tegelijk met de andere twee GGD-en, in november 2022 besloten heeft het project GGiD te beëindigen, diende de investering afgeschreven te worden. Die afschrijving heeft Zeist eind 2022 € 266.000 euro gekost.

Bij de eerste begrotingswijziging in 2023 van de GGD heeft Zeist incidenteel € 4.900 euro betaald voor de evaluatie van het GGiD project en de actualisatie van het ombuigingenplan dat nodig was door het wegvallen van de geplande ingebruikname van GGiD.

Buiten deze bijdragen zijn er door de GGDrU geen extra bijdragen aan de gemeenten gevraagd.

Omdat u specifiek vraagt om de juridische kosten, hebben we hierover navraag gedaan bij de GGDrU.

Vanaf het moment van stoppen (nov 2022) tot nu is er circa € 175.000 aan juridische kosten betrekking hebbende op het GGiD geboekt. Dat zijn de kosten voor de drie GGD-en samen, dus een derde deel daarvan (ruim € 58.000) heeft betrekking op GGDrU. De GGDrU geeft aan niet te verwachten dat deze kosten zullen leiden tot een benodigde extra bijdrage van gemeenten.

RIB24.093 Bestuurlijk akkoord gebiedssamenwerking van A tot Z SP (David Tompot)

1. Waarom zijn natuurorganisaties als Utrechts Landschap en andere belanghebbenden binnen dit domein (van bijvoorbeeld het landgoed Den Treek-Henschoten) die gebieden beheren/in eigendom hebben die grenzen aan de gebieden waar Defensie mogelijk haar activiteiten wil uitbreiden) niet als gebiedspartner in de Stuurgroep en andere overleggroepen betrokken? Terwijl de vraagstukken in deze gebiedssamenwerking met nadruk ook gaan over versterking van de flora en fauna, en ook de recreatie (waar ook de natuurorganisaties dan een rol in zouden moeten hebben) op dit deel van de Utrechtse Heuvelrug een impuls wil geven.

2. Op welke wijze krijgt participatie met burgers in deze te ontwikkelen gebiedsvisie gestalte? Het gaat hier immers om mogelijke ingrepen op de fysieke leefomgeving.

Reactie De stuurgroep bestaat uit organisaties die het initiatief hebben genomen om samen te werken aan ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in het gebied van Amersfoort tot Zeist, met het oog op een gezamenlijk toekomstbeeld. Het gegeven dat natuurorganisaties en andere partijen geen deel uitmaken van de stuurgroep betekent niet dat zij niet betrokken worden bij de totstandkoming van dit gezamenlijk toekomstbeeld, het integraal gebiedsperspectief. Hun betrokkenheid is belangrijk. Hoe het proces van de totstandkoming van het integraal gebiedsperspectief er precies uit gaat zien, op inhoud, proces en betrokkenheid van stakeholders, wordt nader uitgewerkt. De verwachting is dat na de zomer duidelijkheid hierover kan worden gegeven.

Hoe het proces van de totstandkoming van het integraal gebiedsperspectief er precies uit gaat zien, op inhoud, proces en betrokkenheid van stakeholders, wordt nader uitgewerkt. De verwachting is dat na de zomer duidelijkheid gegeven kan worden over de betrokkenheid van burgers bij de totstandkoming van het integraal gebiedsperspectief.

RIB 24.097 Convenant USP Zeist GroenLinks (Gerard van Vliet)

1. In het (nieuwe) Convenant wordt onder sub M gesproken over een convenant dat in december 2021 is ondertekend door (ook) gemeente Zeist: wanneer is dat eerdere convenant met de raad van Zeist gedeeld en kan dit alsnog (of opnieuw) worden gedeeld?

Reactie Dit convenant is in december 2021 via RIB 21.204 met de raad gedeeld. Zie bijlage.

2. Waarom komt in (de tekst van) het (nieuwe) Convenant met (ook) gemeente Zeist op meerdere plaatsen alleen de bevordering van algemene bedrijvigheid of specifiek (alleen) van life sciences op het USPZ tevoorschijn en niet (nauwelijks) het vergroten van de aantrekkingskracht van USPZ voor organisaties op het gebied van duurzaamheid?

Reactie Op deze locatie bevindt zich specifieke labruimte die interessant is voor de Life Sciences & Health sector.

Vanuit de pijler ‘duurzaamheid’ van het USP is deze vraag er niet, zeker niet naar labruimte. De labruimte in de regio is dermate schaars, dat de beschikbare labruimte bij voorkeur voor de LSH-sector wordt gereserveerd. Voor andere bedrijvigheid, waaronder in de duurzaamheidssector, zijn wel meerdere locaties beschikbaar. Deze bedrijven hebben vaak niet zulke specifieke vestigings-/huisvestingseisen.

3. In de samenwerkingsovereenkomst USP en USPZ is wel te lezen dat specifiek bedrijven en organisaties op terrein van duurzaamheid en life sciences zullen worden gestimuleerd zich te vestigen op USPZ: waarom komt dit in het Convenant niet ook tot uitdrukking en is dit niet tegenstrijdig? Welke activiteiten gaat gemeente Zeist ontplooien om de aantrekkingskracht van USPZ voor juist ook organisaties en bedrijven op het gebied van duurzaamheid te vergroten?

Reactie Dit is niet tegenstrijdig. De samenwerkingsovereenkomst dient een ander doel en heeft een ander abstractieniveau. Daarin worden concrete afspraken gemaakt tussen twee partijen. De insteek van het convenant is meer op hoofdlijnen; om van de ontwikkeling een succes te maken.

4. Het Convenant geeft aan dat gemeente Zeist zich zal inspannen voor goede en veilige verbindingsfietsroutes tussen Utrecht Science Park en Utrecht Science Park Zeist: wordt daarbij specifiek gedoeld op de versterking/verbetering van een, zo natuurlijkvriendelijk mogelijk, fietspad (bovenlangs) over de Bisschopsweg richting USP of ook om andere potentiële fietsverbindingen en zo ja welke? Als ook andere fietsverbindingen, hoe strookt de opname daarvan in dit Convenant met de afspraak dat de gemeente Zeist samen met gemeente De Bilt (eigenaar) en de Provincie het Utrecht Science Park (USP) vanuit Zeist met de fiets beter en veiliger bereikbaar wil maken door het verbeteren van specifiek de route via de Bisschopsweg? (en nagaan van alternatieven pas later en eventueel aan de orde zou kunnen komen wanneer uit evaluatie van de verbeteringen zou blijken dat er echt meer nodig zou zijn)?

Reactie Hier zijn geen specifieke routes bedoeld. Meer de algemene inzet van duurzame mobiliteit tussen de locaties, waar een goede en veilige fietsverbinding deel van uitmaakt. Over de stand van zaken rond een eventueel nieuwe fietsverbinding hebben we onlangs vragen van D66 beantwoord.

5. Waarom heeft gemeente Zeist in (de tekst van) dit Convenant niet op meer plaatsen blijk gegeven dat gemeente Zeist in al zijn handelen oog heeft (wil hebben) voor de impact op de natuur en biodiversiteit, daarbij nagaat hoe we kunnen bijdragen aan het verbeteren daarvan en de ecologische meerwaarde meeneemt bij het afwegen van investeringen, nu dit niet opnemen daarvan op onderdelen verkeerde verwachtingen zou kunnen opwekken bij andere partijen die zijn betrokken bij dit Convenant en bij de samenwerkingsovereenkomst USP en USPZ?

Reactie In het convenant opgenomen dat de gemeente haar eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden heeft in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het gemeentelijk beleid, ook ten aanzien van natuur en biodiversiteit, is dus ook op deze locatie van toepassing.

RIB24.099 Nazending moties en preadviezen ALV VNG 26 juni 2024 NieuwDemocratischZeist (Jan Bredius)

1. Moet de raad niet vooraf inzicht hebben in de moties, hoe namens de raad gestemd gaat worden en waarom?

2. Als dat niet het geval is, moet Zeist zich onthouden van stemmen?

Voor zover ik kan nagaan is met de raad deze afspraak gemaakt: "...de tussen u en ons gemaakte afspraken van het vooraf informeren en bieden van gelegenheid voor reactie aan uw raad over het (mede) indienen van moties en stukken voor ALV’s van de VNG." Reactie Wij doen onze uiterste best de raad tijdig te informeren.

Binnenkomende ledenbrieven met informatie over de algemene ledenvergaderingen worden door ons ook altijd onverwijld doorgestuurd naar uw raad. Neemt niet weg dat het vaak erg kort dag is om een standpunt in te nemen en dat standpunt tijdig bij uw raad te hebben. Naar onze mening is dat ook nu wel gebeurd. Zie data plaatsing lijst van ingekomen stukken en datum vergadering ALV.

Het is overigens in principe vaste gedragslijn dat wij overeenkomstig het preadvies van het bestuur van de VNG stemmen. Uiterst sporadisch wijken wij daar van af. Dat was vorig jaar het geval bij de benoeming van de plaatsvervangend voorzitter voor de VNG waar wij in M50 verband voorkeur hadden voor de M50 vertegenwoordiger in plaats van de kandidaat uit de G40. In deze afgelopen ledenvergadering bij de motie Wijk bij Duurstede over het betrekken van bewindslieden en kamerleden bij besluitvorming die als gevolg van het gebrek aan financiële middelen, de inwoners raken. Reden: motie is juridisch onjuist en daardoor niet haalbaar naar onze mening.

Ons onthouden van stemmen vinden wij een gemiste kans in het kader van de verenigings democratie.

Daarbij wegen wij wel af of er sprake is van een onderwerp met gevoeligheden binnen onze lokale politiek. Wij houden handelen daarbij ook binnen de door de raad gestelde kaders en/of in de geest van die kaders.

Bekijk de brief: Schriftelijke beantwoording vragen lijst ingekomen stukken raad 9 juli 2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zeist

Alle artikel 35-vragen in Zeist