voorstel Meerjaren onderhoudsbegroting
Een raadslid stelde op 26 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zeist (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- 049.707, - Gemiddeld is dat € 209.941,- per jaar. → Een reserve is in beginsel vrij besteedbaar eigen vermogen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording college Datum raad
: : : :
VRG26.003 18 december 2025 16 januari 2026
Zaaknummer:
FORMULIER (BEANTWOORDING) SCHRIFTELIJKE VRAGEN op grond van artikel 39 RvO Beantwoording Vragensteller
: :
Onderwerp
:
Portefeuillehouder
:
Schriftelijk Jan Bredius (NieuwDemocratischZeist) Raadsvoorstel Meerjaren onderhoudsbegroting 2026-2035 en inrichten voorzieningenmethodiek Wethouder Walter van Dijk
Tijdens de raadsvergadering van dinsdag 16 december 2026 zijn namens de fractie van NieuwDemocratischZeist zes vragen gesteld in verband met agendapunt 9:
Meerjaren onderhoudsbegroting 2026-2035 en inrichten voorzieningenmethodiek.
Deze vragen zijn tijdens de vergadering niet beantwoord, maar de portefeuillehouder heeft toegezegd ze alsnog schriftelijk te zullen beantwoorden.
Onze fractie heeft besloten om de vragen in te dienen op grond van artikel 39 RvO:
Vraag 1) Het raadsvoorstel Gebiedsvisie Markt e.o. vermeldt een BVO van rond de 3800 m2 voor de Klinker, terwijl de bijlage bij agendapunt 9 3935 m2 noemt: hoe is dat te verklaren?
Antwoord: Voor al onze panden is een zijn plattegronden met oppervlakte vastgesteld opgesteld volgens de NEN 2580 (de Nederlandse Norm voor het bepalen van de oppervlakte en inhoud van gebouwen). In het overzicht bij het raadsvoorstel is uitgegaan van het bruto vloeroppervlak van het gebouw (BVO). Het totaal m2 BVO van de Klinker is conform de NEN-meting 3.935 m2 BVO.
De betrokken adviseur bij de Gebiedsvisie Markt heeft het oppervlak opgemeten vanaf de bouwtekeningen, dit is minder nauwkeurig dan een NEN-meting. Inmiddels is deze raming aangepast en wordt hierin ook uitgegaan van 3.935 m2 BVO. Wij informeren u hierover verder in het kader van de behandeling van het raadsvoorstel Gebiedsvisie Markt.
Vraag 2) Hoeveel euro wordt jaarlijks gereserveerd (na aanvaarden van dit raadsvoorstel als voorziening) als onderhoud voor de Klinker?
Antwoord: Het geplande onderhoud per jaar fluctueert. De voorziening is ingericht om deze bedragen op te vangen voor alle gebouwen samen. De geraamde bedragen voor de uitvoering van het onderhoud van de Klinker is de komende 5 jaar als volgt: 2026: € 138.740, 2027: € 176.960, 2028: € 87.042, 2029: € 616.110, 2030: € 30.855,- Totaal is dat €
Vragen en antwoorden
Vraag 1
049.707, - Gemiddeld is dat € 209.941,- per jaar. Een groot deel van de kosten zijn geraamd in 2029, omdat daar het vervangen van kozijnen en ramen is gepland. Minimaal 5 jaarlijks (conform richtlijnen BBV) worden onderhoudsplannen geactualiseerd en wordt een nieuwe meerjarige doorberekening gemaakt. Vraag 3) Waarom is een voorziening als een verplichting van het college tot onderhoud nodig, terwijl een reserve een zelfde dwingendheid kent?
Antwoord van het college
Een reserve is in beginsel vrij besteedbaar eigen vermogen. Een reserve zou door de gemeenteraad ook voor andere doeleinden kunnen worden ingezet. Hierdoor is een reserve niet het geschikte middel voor concrete toekomstige onderhoudslasten. Een voorziening mag daarentegen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor deze is ingesteld.
Vraag 4) Moet zo'n stelselwijziging van reserve naar voorziening niet via de Auditcommissie conform artikel 2 lid 5 Verordening op de Auditcommissie Artikel 2 lid 5 van de Verordening op de Auditcommissie richt zich alleen op de adviserende functie van de auditcommissie ten aanzien van de accountantscontrole, de rapporten van de rekenkamer en de naleving van wet- en regelgeving en andere relevante voorschriften door de gemeente. Het legt daarmee niet vast dat een raadsvoorstel als deze eerst naar de Auditcommissie verzonden moet worden aangezien het niet onder deze drie categorieën valt.
Dit neemt echter niet weg dat dit thema, onder andere in de context van het vergroten van de voorspelbaarheid van de Begroting, daar wel eerder aan de orde is geweest.
Vraag 5) Artikel 44 BBV stelt een verplichting op onderhoud kapitaalgoederen niet verplicht; lid 3 verbiedt juist een voorziening voor arbeidskosten, die het overgrote deel vormen van onderhoudskosten; is deze redenering juist?
Antwoord:
Artikel 44, lid 3 BBV geeft aan dat voorzieningen niet mogen worden gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten als gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Dit lid ziet niet op de arbeidskosten die zijn gerelateerd aan het onderhoud van het vastgoed. Dit artikel ziet o.a. op arbeidskosten als vakantiegeld en eindejaarsuitkeringen.
Vraag 6) In februari 2026 komt het raadsvoorstel Nota reserve en voorzieningen; waarom wordt nu op de bespreking van die nota door de Raad vooruitgelopen?
Antwoord:
Het raadsvoorstel Nota reserves en voorzieningen staat los van dit raadsvoorstel. Middels dit raadsvoorstel wordt de voorziening die ziet op de onderhoudsplannen geopend. In de Nota reserve en voorzieningen worden alle bestaande reserves en voorzieningen beschreven.
Het onbeantwoord laten van deze vragen heeft - naar mijn mening - gevolgen voor het raadsvoorstel bij agendapunt 9, nu artikel 169 lid 3 Gemeentewet het college de verplichting geeft de informatie te verstrekken:
Vraag 7) Hoe verhoudt zich het onbeantwoord laten met deze verplichting? Is het raadsbesluit bij agendapunt 9 naar de opvatting van het college rechtsgeldig tot stand gekomen?
Artikel 169 van de Gemeentewet verwijst naar de verantwoordingsplicht van de leden van het college van B&W en zijn individuele leden. Alle inlichtingen moeten verstrekt worden zodat de raad in staat is om zijn taak te vervullen (kaderstellen, controleren en volksvertegenwoordiging). Met de toezegging van het college om de vragen schriftelijk te beantwoorden voldoet het college aan de wet om alle inlichtingen te verstrekken zodat de raad een besluit kon nemen over dit onderwerp.
Daarbij richtten de aanvullende vragen zich primair niet op het voorstel dat voorlag, maar op een andere ontwikkeling, de spelregels van het BBV en de rol van de Auditcommissie.
Een rechtsgeldig besluit is een schriftelijke, gemotiveerde beslissing die voortkomt uit publiekrechtelijke bevoegdheden, gericht op een rechtsgevolg, en voldoet aan de eisen van behoorlijk bestuur.
Naar de mening van het college is het besluit van de raad niet in strijd met het algemeen belang, voldoet het aan de procedurele regels en is het besluit goed gemotiveerd. Daarmee heeft de raad op 16 december 2025 een rechtsgeldig besluit genomen.
Vraag 8) Door een raadsfractie is gevraagd de vragen te beantwoorden en dit raadsvoorstel bij een latere gelegenheid te behandelen. Waarom kon dat niet volgens het college?
Antwoord:
Het belang van besluitvorming heeft te maken met de planning en uitvoering van onderhoud in het nieuwe begrotingsjaar. De voorziening is gekoppeld aan alle geplande onderhoudsuitgaven. De onderhoudsplannen en de inrichting van de voorziening gaat in zijn algemeenheid over kostenbewust meerjarig sturen op het onderhoud, conform het BBV. De vragen over bijvoorbeeld het oppervlak en onderhoud van De Klinker in relatie tot andere projecten hebben geen gevolgen voor de besluitvorming. De toelichting over het BBV was opgenomen in het voorstel, daarover kon worden besloten met de informatie die is meegegeven.
Vraag 9) Welke beleidslijn hanteert het college om vragen van de ene fractie - als geen Ronde Tafel en Debat heeft plaatsgevonden - wel staande de raadsvergadering te beantwoorden en de vragen van een andere fractie niet?
Antwoord vanuit uw raadsvoorzitter:
Niet het college bepaalt uw vergadermores, maar de raad zelf. De spelregels voor uw raadsvergaderingen zijn vastgelegd in het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2017 én het Manifest bestuurscultuur Zeist. Via het Reglement van Orde heeft u de voorzitter de taak gegeven de afspraken hierin te handhaven. Tijdens de raadsvergadering van 16 december refereerde ik, als voorzitter, aan de afspraken die u met elkaar gemaakt heeft over uw vergadermores.
Het is onze gezamenlijke intentie om de lokale politiek naar een hoger niveau te tillen. Een kwalitatief hoogwaardig debat vereist een goede focus en een goede voorbereiding. We hebben afgesproken ons bewust te zijn dat we zelf niet onnodig veel gebruikmaken van de schaarse tijd.
Natuurlijk heeft uw fractie (net als elke fractie) het recht om bij een agendapunt dat direct op de agenda is geplaatst van de gemeenteraad, vragen te stellen. De vraag is hoe effectief het is om vragen te stellen die veelal technisch van aard zijn, en niet van tevoren zijn aangeleverd. Vaak en ook dit keer, is het voor het college lastig, zo niet onmogelijk, om direct te antwoorden. Daarnaast is de raadsvergadering voor onze luisteraars moeilijk navolgbaar als er technische en gedetailleerde vragen gesteld worden.
We hebben met elkaar afgesproken, zonder iets af te doen aan de rechten van een raadslid, dat we scherp zijn op onszelf of een bijdrage toegevoegde waarde heeft. Het stellen van technische vragen tijdens een raadsvergadering draagt niet bij aan een goede beraadslaging. In het uitvoeringsplan bij het Manifest is opgenomen dat we ons bewust moeten zijn van de raadsinstrumenten die we kiezen en dat raadsleden daarvoor eerder contact zoeken met de griffie.
Deze twee argumenten (technisch en voornamelijk betreffende een ander agendapunt) waren voor mij, in de hoedanigheid van raadsvoorzitter, de redenen om over te gaan tot stemming met de toezegging aan uw fractie dat uw vragen alsnog schriftelijk beantwoord worden.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zeist (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.